gahetNA in het Nationaal Archief

Justitie / DG Bijzondere Rechtspleging - Zoeken: collaboratie

24 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.

2.09.08
Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
2000
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.09.08
Auteur: Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
2000
CC0

Periode:

1945-1983
merendeel 1945-1952

Omvang:

71,50 meter; 2498 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De bijzondere rechtspleging was in het leven geroepen om Nederlanders die oorlogsmisdaden hadden gepleegd, die hadden gecollaboreerd of die zich op andere wijze onvaderlandslievend hadden betoond te bestraffen. Aan de basis lag het Besluit Buitengewoon Strafrecht (BBS) (D61) van 22 december 1943. Bijzonder was de rechtspleging in zoverre dat er sprake was van een mengeling van burgerlijk en militair recht, een speciaal voor dat doel in het leven geroepen opsporingsapparaat en Bijzondere Gerechtshoven. Bovendien kregen de veroordeelde politieke delinquenten te maken met een bijzondere strafmaat.
Na de bevrijding viel de arrestatie van 'foute Nederlanders' onder de verantwoordelijkheid van het Militair Gezag. In de praktijk verrichtte het verzet de meeste arrestaties (onder meer de Binnenlandse Strijdkrachten, BS), omdat zij over informatie beschikten en niet besmet waren. Daarover ontstond een conflict met de politie. Geleidelijk werd de rol van het verzet ingeperkt en de rol van politie en justitie versterkt.
Op 1 maart 1946 droeg het Militair Gezag zijn bevoegdheden op het gebied van de bijzondere rechtspleging over aan het speciaal voor dit doel in het leven geroepen Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging (DGBR), dat onder leiding stond van mr. B.I.A.A. ter Veer. Het Directoraat-Generaal coördineerde het hele opsporings- en vervolgingsbeleid tot aan de opheffing op 1 januari 1949. In januari 1946 zaten bijna 90.000 personen in voorarrest. De bijzondere rechtspleging bleek omvangrijk, arbeidsintensief en tijdrovend. Minister J.H. van Maarseveen besloot in te grijpen. Duizenden werden voorwaardelijk in vrijheid gesteld. De procedures werden vereenvoudigd en versneld en de rechtszekerheid van de verdachten werd beter geregeld. In 1949 en 1950 werden de bijzondere gerechtshoven opgeheven en het werk overgedragen aan de reguliere rechtbanken. De resterende werkzaamheden werden overgedragen aan het Bureau Bijzondere Rechtspleging.
Het archief bevat circulaires en correspondentie en overige stukken betreffende de organisatie en administratie;; behandeling van gratieverzoeken; internering (van politieke delinquenten); stukken betreffende de coördinatie van alle activiteiten m.b.t. de opsporing en overdracht (ook vanuit het buitenland, speciaal Duitsland); collaboratierapporten; dossiers inzake bedrijven en organisaties, personen en overige onderwerpen; stukken m.b.t. de bewarings-en verblijfkampen, zoals klachten en inspecties; vervroegde invrijheidsstelling, vermindering van verbeurdverklaringen en herstel in rechten.

Archiefvormers:

  • Ministerie van Justitie / Directoraat-Generaal voor Bijzondere Rechtspleging (DGBR) 1946-1949
  • Ministerie van Justitie / Afwikkelingsbureau Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging 1949-1958
  • Ministerie van Justitie / Bureau Bijzondere Rechtspleging 1949-1958

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Geschiedenis van het archiefbeheer

Door het Algemeen Rijksarchief werden in het kader van dit project de onderstaande archiefblokken ter bewerking aangeboden. De meeste archieven waren in de jaren zeventig reeds door het Ministerie van Justitie aan het Algemeen Rijksarchief overgedragen:

  1. Archief van het Bureau Coördinatie van het voormalige Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging, omvang 8,25 meter
  2. Archief van het Bureau Coördinatie van het voormalige Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging inzake zgn. economische collaboratie, omvang 11,375 meter
  3. Depot 70: Aanvulling op archief genoemd onder 2. Dit deel werd in 1971 nog niet overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief, omvang 2 meter.
  4. Depot 71: Archief (of gedeelte daarvan) van de NSB-kring Utrecht en Omelanden, uit de bezettingstijd, zoals dit werd aangetroffen in de oude bewaarplaats van het centraal archief bijzondere rechtspleging (school Zwarteweg), omvang 1,2 meter
  5. Depot 82: Archief van het voormalige Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging, zijn onderdelen en rechtverkrijgenden, omvang 50 meter
  6. Depot 84: Accountantsrapporten ten aanzien van organen geressorteerd hebbende onder het voormalige Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging, 1945-1952; omvang 7 meter
  7. Depot 85: Verzameling circulaires uitgegeven door het voormalige Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging, omvang 3 meter

Ten aanzien van de hierboven genoemde archieven zijn de volgende bijzonderheden van belang:

Bureau Coördinatie van het voormalig Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging.

Het in de centrale archiefbewaarplaats van het Ministerie van Justitie aangetroffen archief van het bureau Coördinatie van het voormalige DGBR werd verpakt in 64 dozen. Bij de overdracht van het archief in 1968 aan het ARA werd de oorspronkelijke ordening zoveel mogelijk gehandhaafd

Een oorspronkelijke toegang, in de vorm van een klapper, index of kaartsysteem werd niet aangetroffen.

Overeenkomstig het herkomstbeginsel werd de oorspronkelijke ordening zoveel mogelijk gehandhaafd. Per serie werd bekeken onder welke archiefvormer /rubriek de beschrijvingen geplaatst kon worden.

Bureau Coördinatie van het voormalig Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging, inzake zg. economische collaboratie (depot 70).

Het in de centrale archiefbewaarplaats van het Ministerie van Justitie aangetroffen archief van het bureau Coördinatie van het voormalige DGBR inzake de zg. economische collaboratie werd verpakt in 91 dozen. Bij de overdracht van het archief in 1968 aan het ARA werd in het belang van de toegankelijkheid de oorspronkelijke ordening gewijzigd Tot en met doos 84 werden de mappen op trefwoord alfabetisch gerangschikt. De oorspronkelijke dossieraanduiding was in de plaatsingslijst tussen haken geplaatst.

Een oorspronkelijke toegang, in de vorm van een klapper, index of kaartsysteem werd niet aangetroffen.

De inhoud van de aangetroffen dossiers was zeer divers. Gezien de taakstelling van het Bureau Coördinatie is het waarschijnlijk gaat om divers materiaal dat verzameld is uit diverse archieven en toegankelijk en beschikbaar is gemaakt ten behoeve van de bijzondere rechtspleging.

Aangezien de oorspronkelijk ordening van het archief niet meer in tact was werd de volgende werkwijze gevolgd.:

De in de alfabetische serie aangetroffen dossiers die betrekking hadden op een of meerdere personen zijn in een afzonderlijke serie beschreven. Evenzo is dit gebeurd met de organisaties. De overige dossiers zijn tot slot in een afzonderlijke serie beschreven. Binnen deze series is de ordening alfabetisch.

Aanvulling op archief genoemd onder 2

Dit deel, met een omvang van ca. 2 meter, werd in 1971 vanwege niet meer te achterhalen redenen nog niet overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief. Bij de bewerking door de CAS is dit deel geïntegreerd bewerkt met het archiefdeel genoemd onder 2.

Archief (of gedeelte daarvan) van de NSB, kring Utrecht en Ommelanden, uit de bezettingstijd, zoals dit werd aangetroffen in de oude bewaarplaats van het centraal archief bijzondere rechtspleging (school Zwarteweg) (depot 71)

Oorspronkelijk betrof het een numeriek geordende verzameling. Bij een herordening in 1968 werden de mappen op trefwoord, alfabetisch gerangschikt en voorzien van nieuwe volgnummers (1 t/m 210). In de door het ARA gemaakte plaatsingslijst (toegang 2.09.08.01) is achter elk trefwoord de oorspronkelijke dossieraanduiding tussen haakjes vermeld.

Uit het door de CAS verrichte vooronderzoek bleek dat dit bestand bijeen was gebracht door de POD, district Utrecht Stad.

Het betrof een serie met procesverbalen waarin ambtenaren van de POD Utrecht-Stad verklaarden wat zij hadden aangetroffen in de bescheiden van de voormalige NSB. De in dit bestand voorkomende bescheiden van de NSB werden derhalve door de POD in beslag genomen.

Vanwege deze reden treft u de dossiers niet in deze inventaris aan maar zijn opgenomen in deel II van de toegang, onder de POD's.

Archief van het voormalige Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging, zijn onderdelen en rechtverkrijgenden, voor zover en zoals dit in de centrale archiefbewaarplaats van het Ministerie van Justitie werd aangetroffen (depot 82)

Onder depot-nummer 82 waren de archiefbescheiden van een aantal organen als één gedeponeerd archief ingeschreven. Het ging om de volgende organen:

  • DGBR = Directoraat-Generaal voor Bijzondere Rechtspleging, 1946-1949
  • Bureau Coördinatie = onderdeel van het DGBR
  • Afdeling I = de juridische afdeling van het DGBR
  • Afwikkelingsbureau DGBR = orgaan, na opheffing van het DGBR belast met de afwikkeling van zaken van het DGBR
  • BBR = Bureau Bijzondere Rechtspleging, onderdeel van de toenmalige 2e afdeling van het Ministerie van Justitie

Het depot was, naar de onderscheiden organen of de aard van de stukken onderverdeeld in 17 groepen, aangeduid met Romeinse cijfers.

Verzameling circulaires uitgegeven door het voormalige Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging, 1944-1948 (depot 85).

De verzameling bevatte diverse series circulaires.

De circulaires zijn beschreven als afzonderlijke series en er is een verwijzing gemaakt naar de cartotheek als toegang.

Accountantsrapporten ten aanzien van organen geressorteerd hebbende onder het voormalige Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging, 1944-1952 (depot 84).

De accountantsrapporten zijn beschreven als afzonderlijke series. Dubbele exemplaren van de rapporten kwamen in aanmerking om te worden vernietigd.

De verwerving van het archief

Overbrenging van een overheidsarchief

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Voor het in kaart brengen van alle voorzover bekende internerings- en bewaringskampen zoek ik de exacte lokatie en omvang van deze kampen. Van lang niet al deze kampen is dat in de lokale archieven te achterhalen. Mogelijk dat in dit archief van de CABR daar wel meer gegevens over te vinden zijn.
Maar helaas, het is "volledig beperkt openbaar (B)" en kan daardoor niks inzien? Ik zal het morgen toch proberen.
Zie voor de kaart:
https://maps.google.nl/maps/ms?msid=201746320018826291025.0004dc823cb4e1...

Mvgr.
Hans van der Veen

Ik zoek informatie en foto's over/ van een NSB-vrouwen/ meisjeskamp in Neerijen. Helaas beschikt het regionale rachief in Tiel en de provinciale in Arnhem hier niet over.
Heeft iemand een hint voor mij?

Groet,
Richard

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in