gahetNA in het Nationaal Archief

Geer, de - Zoeken: colijn

3 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.

2.21.236
J.A.A. Bervoets
Nationaal Archief, Den Haag
1985
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.21.236
Auteur: J.A.A. Bervoets
Nationaal Archief, Den Haag
1985
CC0

Periode:

1864-1985

Omvang:

0,70 meter; 101 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Het archief bevat tevens fotografische portretten en foto's.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het grootste deel van dit familiearchief bevat materiaal van de christelijk-historische politicus D.J. de Geer (1870-1960). De Geer werd in 1921 voor de eerste keer minister van Financiën. In de loop van de jaren twintig en dertig zou hij in verschillende kabinetten ministersposten bekleden. Vanaf 1933 was hij bovendien de politiek leider van de Christelijk Historische Unie (CHU). In 1939 werd hij formateur en minister-president van het eerste kabinet met sociaal-democraten. Op 13 mei week de regering uit naar Londen. De Geer gaf zwak leiding aan het kabinet en dat leidde tot een conflict met koningin Wilhelmina en het aftreden van De Geer in september 1940. In april 1941 keerde hij terug naar Nederland hetgeen hem door het achterblijvende kabinet zeer kwalijk werd genomen. Na de oorlog kreeg hij vanwege zijn 'desertie' van het Bijzonder Gerechtshof in Amsterdam een geldboete en een beperkt verblijf in Soest. De Geer poogde via verscheidene brochures de Nederlanders en zijn eigen politieke geestverwanten ervan te overtuigen dat hij wel degelijk een goed vaderlander was. Hij overleed in november 1960.
Het archief bevat dagboeken van D.J. de Geer (1889-1890, 1895-1955), correspondentie, particuliere papieren waaronder huishoudboekjes, kasboeken en financiële stukken, een beperkt aantal stukken over zijn werk als politicus en voorts artikelen waaronder De Geer's verdediging van het besluit terug te keren naar Nederland in april 1941. Verder zijn er nagelaten papieren - meest met een persoonlijke karakter - van een aantal familieleden van D.J. de Geer te vinden in dit archief dat de jaren 1864 tot 1985 bestrijkt.

Archiefvormers:

  • Familie De Geer, 1864-1985
  • Geer, D.J. de (1860-1970)

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

De voornaamste persoonlijkheid van de familie, wier archief hier wordt beschreven (

Correspondentie van de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief, 1975 D 9. 114, 1976 D 506.

), is de staatsman Dirk Jan de Geer. Hij werd op 14 december 1870 in Groningen geboren als zoon van de predikant Lodewijk de Geer (1831-1909), die daar van 1866 tot 1887 voorging. Lodewijk de Geer toonde zich een "geharnast" tegenstander van de modernistische richting en was naast bestuurslid van de Confessioneele Vereeniging ook voorzitter van de Vereeniging van Christelijk voorbereidend universitair onderwijs. Zijn zoon Dirk Jan was reeds in zijn schooltijd en zijn studententijd politiek actief. In 1893 correspondeerde hij in verschillende antirevolutionaire partijorganen: hierin nam hij het op voor die antirevolutionaire geestverwanten die wegens hun stellingname tegen de Kieswet-Tak door De Standaard als zelfzuchtigen verketterd werden. Aldus schaarde hij zich achter A.F. de Savornin Lohman, die door de oprichting van het dagblad De Nederlander in 1894 een scheuring binnen de gelederen der antirevolutionairen bewerkstelligde. De Geer werd in datzelfde jaar als jong jurist - hij zou eerst in 1895 promoveren - in de redactieraad opgenomen.

In 1901 ging De Geer van de journalistiek over naar de actieve politiek: hij werd tot lid van de Rotterdamse gemeenteraad gekozen. In 1907 werd hij kamerlid voor het district Schiedam, het jaar daarop lid van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland. Korte tijd was hij ook burgemeester van Arnhem, toen hij in 1921 in het ministerie Ruijs de Beerenbrouck de post van minister van Financiën op zich nam als opvolger van mr. S. de Vries, die in het harnas overleden was. De Geer werd met een economische inzinking geconfronteerd. Om financiële redenen had hij bezwaren tegen de Vlootwet van 1923 en trad hij af. Hij werd opgevolgd door H. Colijn, die als bezuinigingsminister naam maakte.

Na de verkiezingen van 1925 kwam De Geer terug in de ministerraad, ditmaal belast met de post Binnenlandse Zaken en Landbouw onder Colijn. Op 11 november 1925 viel dit kabinet als gevolg van een latent conflict binnen de coalitie over het Nederlandse gezantschap bij de H. Stoel. De crisis werd eerst op 1 maart 1926 bezworen, toen aan De Geer een formatieopdracht werd verstrekt tot de vorming van een "intermezzo-kabinet". Hierin nam hij zelf de post Financiën op zich. In 1929 openden de verkiezingen weer de mogelijkheid tot de vorming van een coalitie-kabinet, waarin onder het minister-presidentschap van Ruijs de Beerenbrouck, De Geer de post Financiën behield. Opnieuw moest hij een door de economische malaise noodzakelijk geworden bezuinigingsbeleid doorvoeren, dat een klimaat van sociale onrust schiep.

Tijdens de verkiezingen van 1933 trad De Geer op als lijsttrekker van de Christelijk-Historische Unie. Hij nam geen zitting in de crisis-kabinetten van Colijn - deze laatste schijnt met De Geer van mening te hebben verschild over het financiële beleid - maar werd fractieleider van de Christelijk-Historischen in de Tweede Kamer. Als zodanig bepaalde hij met Colijn en Nolens het politieke klimaat van die dagen: door zijn onafhankelijk standpunt en zijn vermogen om conflicten op te lossen zonder controversieel te zijn leek hij in 1939 de aangewezen figuur om na de mislukking van een vijfde kabinet-Colijn een "nationaal kabinet" te creëren. Naast coalitiegenoten en liberalen hadden hierin ook sociaal-democraten zitting.

De Geer heeft de aanvaarding van zijn formatie-advies in 1939 rampzalig genoemd. Hij droeg nu de last van de mobilisatie, onder zijn minister-presidentschap vielen op 10 mei 1940 de Duitsers Nederland binnen. Hij week met koningin Wilhelmina en de Nederlandse regering uit naar Londen, maar was daar een displaced person, niet in staat of geneigd om de koningin te steunen in haar actieve voortzetting van de oorlog. Omdat de eenheid van de Kroon in gevaar dreigde te komen, bewerkte koningin Wilhelmina zijn aftreden. De Geer voelde zich nu helemaal niet meer op zijn plaats en keerde in april 1941 terug naar Nederland, hetgeen door zijn opvolger Gerbrandy als "een daad van desertie" werd beschouwd. Dit was uiteindelijk ook de opvatting van het Bijzonder Gerechtshof in Amsterdam, dat hem in mei 1947 tot een geldboete en een beperkt verblijf in Soest veroordeelde. In verscheidene brochures en geschriften heeft De Geer gepoogd om het Nederlandse volk en vooral zijn aanhang in de Christelijk-Historische Unie ervan te overtuigen dat hij zijn leven lang een goed vaderlander is geweest.

De Geer overleed op 27 november 1960 in Soest.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
CAPTCHA
Deze vraag is om te testen of u een menselijke bezoeker bent en om geautomatiseerde spam te voorkomen.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in