Schaik, van - Zoeken: colijn
9 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.
- Archiefinventaris
- Inleiding
- Inventarisnummers (9)
- Bestanden
- Alle scans (0)
2.21.151
A.E.M. Ribberink
M.J.V. van Schaik - Brouwers
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1963
Beschrijving van het archief
Naam archiefblok:
Collectie 159 J.R.H. van Schaik, 1917-1961 (1965)
Schaik, van
Periode:
1917-1961
merendeel 1917-1961(1965)
Omvang:
2,10 meter; 137 inventarisnummers.
Taal van het archiefmateriaal:
Het merendeel der stukken is in het Nederlands
Soort archiefmateriaal:
Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.
Archiefbewaarplaats:
Nationaal Archief, Den Haag
Samenvatting van de inhoud van het archief:
Mr. J.R.H. van Schaik (1882-1962), rooms-katholiek staatsman. Was onder andere minister van Justitie (1933 - 1937) en voorzitter van de Tweede Kamer. In die rol ook protesteerde hij fel tegen de Duitse inval tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was ook adviseur en formateur voor verscheidene kabinetsformaties. Begon als advocaat en procureur in Arnhem en was later ook plaatsvervangend kantonrechter. Daarnaast was hij mede redacteur van "De Beiaard", waarvoor hij schreef over actuele vraagstukken, waaronder de strijd voor opheffing van het processieverbod. In 1917 werd hij lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Verder was hij nog een tijd lang president-curator van de Nijmeegse Universiteit (1951 - 1957).
Dit archief bevat stukken betreffende zijn functioneren als advocaat en procureur in Arnhem, zijn werkzaamheden voor "De Beiaard", stukken betreffende zijn periode als lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, als minister van Justitie (1933 - 1937) en als voorzitter van de Tweede Kamer. Ook zijn er stukken te vinden betreffende zijn werkzaamheden als president-curator van de Nijmeegse Universiteit, stukken betreffende de Indonesische kwestie (1945-1952) en stukken die hij in dienst als algemeen adviseur voor Nederland voor de conferentie Nederland-Suriname-Nederlandse Antillen heeft verzameld.
Archiefvormers:
- Mr. J.R.H. van Schaik (1882-1962)
Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
Levensloop van Mr. J.R.H. van Schaik door Mevr M.J.V. van Schaik - Brouwers.
Deze inleiding wil de lezer niets anders bieden dan een benadering van de persoon van Joseph Robertus Hendricus van Schaik, zoals hij in het leven stond van 1882 tot 1962. Geboren te Breda op 31 januari 1882 als eersteling uit het huwelijk van Mr. Johannes Robertus Hendricus van Schaik en vrouwe Theodora Johanna Stephanie Deurvorst, groeide hij, naar mate de carrière van zijn vader in de rechterlijke macht vorderde, op te Druten, te Maastricht en te 's-Hertogenbosch.
Te Maastricht doorliep hij met zijn vriend Jules Alting von Geusau de lagere school. Deze vriendschap eindigde op 13 maart 1940 met de plotselinge dood van de generaal-majoor der artillerie Jhr. J.Th. Alting von Geusau gedurende legeroefeningen.
Te 's-Hertogenbosch, waarheen zijn vader benoemd was, volgde hij het gymnasium en ontving hij zijn eerste danslessen met een club aardige meisjes en jongelingen van z'n school en uit z'n ouders kennissenkring. Dat waren gelukkige jaren. Hij zag er de meisjes Rouppe van der Voort, Van Lanschot, Van Eibergen Santhagen, Serraris en Snoek en de jongelui Beelaerts van Blokland, Van Rijckevorsel, Rive e.m.a. Hij hield er de beste herinneringen aan en ontmoette er in zijn later leven nog velen van.
Na zijn eindexamen werd Van Schaik student in de rechten te Utrecht.
In 1898 werd zijn vader benoemd in het Hof te Arnhem en het gezin verhuisde naar Arnhem. Hij had een veelzijdige belangstelling en genoot van concerten, toneel, reizen, botanie enz. Door een bevriende relatie werd hij in de gelegenheid gesteld bootreizen te maken naar Rusland, Griekenland en Turkije. Het vele nieuwe was gretig voedsel voor zijn nauwelijks te verzadigen geest. Ook op botanisch gebied waren deze vreemde landen niet te versmaden en menig kruidje of plantje verdween naar Nederland, waar het gedetermineerd en beschreven, in een schrift geplakt werd met Nederlandse lotgenoten, tezamen een hele kist met schriften vol.
Te Utrecht was hij lid van het Corps en van Veritas. Zijn rode clublint draagt een zilveren kannetje,misschien als talisman bedoeld tegen de bekende wisselwerking van inhoud van kan en man op clubfeesten. Zijn clubbroeders waren De Witte en de Rode Beus (Van Beusekom), Van Voorst Vader, Van Lidt de Jeude, Rochat, Offers, Kan (later dominé in Treebeek in de buurt van Heerlen en als zoon uit een huwelijk gezegend met 8 jongens, zelf bedacht met 8 dochters), Cambier van Noten en Zijlstra. Met deze clubgenoten nam hij als ridder deel aan het lustrum. Tot zijn 78ste levensjaar bleef Van Schaik de jaarlijkse clubreunies bezoeken. Als mederedacteur van het Utrechtse studentenblad "De Vox" verzorgde hij afwisselend met de medestudent Van Gorkum de rubriek "Utrechtse theerandjes".
In 1905 promoveerde hij cum laude bij professor Hamaker op een proefschrift getiteld: "De overheid tegenover de art. 1401 e.v. burgerlijk wetboek".
Alvorens zich als advocaat in Arnhem te vestigen, gaf hij er op dringend verzoek van een zieke leraar, tijdelijk lessen in de staathuishoudkunde aan de hoogste klasse van het meisjeslyceum.
Na deze zonnige entrée vestigde hij zich ± 1906 als advocaat en procureur te Arnhem aan de Koningstraat 41. Hij had in Arnhem een grote kennissenkring en hij was in vele huizen een graag geziene gast door zijn prettige omgaansvormen en zijn met humor doorspekte en boeiende conversatie. Zondags avonds gaf hij voordrachten over sociale wetenschappen en handelsrecht voor een door hem te Arnhem opgerichte, ongeveer honderd leden tellende, jongelingsvereniging van jonge middenstanders. Verschillende hunner hebben in hun leven mooie posten bekleed en lang voeling gehouden met hun leermeester, die met voldoening hun ontwikkeling volgde. Hij werd lid en secretaris van de St.Vincentiusvereniging. In deze functie assisteerde hij o.m. bij 'het doden begraven', het in een eenvoudige kist neerleggen van de arme overledenen en het uit de woning dragen over de smalle, wankele trappen, waarbij men zeer dankbaar was als dit zonder ongelukken was volbracht.
Als adjunct-secretaris, later voorzitter van de Middenstands-enquêtecommissie kreeg hij inzicht in de bedrijfsmoeilijkheden van werkgever en werknemer, wat hem in de advocatenpraktijk zeer te stade kwam. Hij werd adj. secretaris van de Nederlandse Spoorwegen, lid van de notariële examencommissie, adj.secretaris van de tiendcominissie bestuurslid van de plaatselijke spaarbank en van het R..K. Weeshuis Insula Dei en plaatsvervangend kantonrechter. Hij was voorzitter van "Geloof en Wetenschap" en voorzitter van de Gelderse Kath. Dagbladpers. Als mede redacteur van "De Beiaard" schreef hij over actuele vraagstukken en streed hij o.m. voor opheffing van het processieverbod. Met Antoine baron Van Wijnbergen organiseerde hij de Gelderse Katholioke Dagen en hij voerde er ook meerdere malen, evenals van Wijnbergen, het woord.
Niemand zal het verbazen dat het hem moeite kostte trouw te blijven aan zijn bridgeclub en min of meer deel te nemen aan zijn societeitsmiddagen. Zijn feeling voor de kern van moeilijke problemen en situaties maakte hem tot een vlugge werker, wiens hiërogliefen een tot ontcijferen bekwame bureauchef vereisten evenals een a.s. echtgenote, die hetzelfde bereikte door zijn brieven ondersteboven te houden.
Mr. Van Schaik huwde in april 1913. Hij verplaatste nu zijn advocatenkantoor van Koningsstraat 41 naar zijn woonhuis: Eusebiusbuitensingel 44b.
Zijn verkiezing in 1917 tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal bij enkele candidaatstelling in het district Rheden als opvolger van Van Nispen tot Sevenaer deed de familie naar Den Haag verhuizen. De vergaderingen van de Kamer begonnen dinsdags en duurden tot vrijdagmiddag of vrijdagavond. De in de omgeving van Den Haag wonende Kamerleden konden 's avonds nog naar hun gezinnen terugkeren. De verderaf wonenden kregen echter het verzoek om met het oog op de precaire kolenpositie de reis heen en terug maar één maal per week te maken om de met minder wagons rijdende treinen niet te belasten. Dit betekende overbezette weekends, omdat er dan heel wat voorbereide kantoorstukken ter tekening of ter beoordeling lagen te wachten en de zaterdagen en maandagen voor persoonhijke en zakelijke afspraken en vergaderingen werden geboekt.
Na rijp beraad werd besloten de praktijk in Arnhem over te dragen en zich als advocaat en procureur in Den Haag te gaan vestigen. Dit geschiedde in 1919. Zijn vader hield het hart vast voor een dergelijke roekeloze onderneming met een gezin van 4 kinderen en met een zo mooie advocatenpraktijk. Het gezin echter had vertrouwen en wilde er alles voor over hebben een gezin te blijven.
In het voorjaar 1919 betrokken de Van Schaik's nr. 8 in de Van de Spiegelstraat te Den Haag. Het huis lag gunstig voor scholen, voor wandelingen naar Scheveningen en in "de Boschjes" en voor de regeringsgebouwen, die te voet in 20 minuten te bereiken waren. Deze onmisbare en noodzakelijke lichaamsbeweging gaf hem de mogelijkheid zo nu en dan tussen de zittingen van de Kamer door thuis te lunchen of te dineren.
Het advocatenkantoor werd thuis gevestigd met Mr.A.C.M. de Groot als medewerker.
De paters S.J. van de nieuwe parochie in de Elandstraat verzochten hem kerkmeester te worden. Hij nam dit aan en bleef 40 jaar, d.w.z. tot zijn dood, in deze functie. Hij werd lid van de onder de Elandstraatparochie ressorterende Sonsbeekstichting en regent van het ziekenhuis Johannes de Deo in het Westeinde, lid van de Sociale Raad en lid van de raad van Nederlandse ridderorden, lid van de notariële examencommissie, voorzitter van de Algemene Raad voor Psychopathenzorg, van het Centraal College voor Reclassering, van het college van toezicht op de ziektewet, van de tabakscommissie en van de Mijnraad 1932 - 1933.
In de Tweede Kamer, waar Monseigneur Nolens hem hartelijk welkom had geheten, was zijn bankbuurman Mr.Louis baron van Voorst tot Voorst uit Twello. Deze landelijke atmospheer, zoals Van Schaik het noemde, gaf hem frisse denkbeelden.
Als lid van de uit 4 of 5 kamerleden bestaande tabakscommissie nam hij, bij een conimissiebezoek aan Berlijn, het initiatief tot een bezoek aan een eerste modehuis, opdat de commissieleden, die alle gehuwd waren, verslag van de na-oorlogse Berlijnse mode zouden kunnen uitbrengen aan hunne echtgenoten. Wellicht bewonderden de tabakscommissieleden het meest de moed van de initiatiefnemer om uit de door mannequin's geshowde collectie inderdaad een japon te kopen.
In de Tweede Kamer leek het of Monseigneur Nolens door zijn geboorte in dezelfde stad als die waarin ook Van Schaik's echtgenote het levenslicht zag, enig recht op Van Schaik te kunnen doen gelden. Het verwerpen van de Vlootwet onder leiding van Van Schaik was een bittere tegenvaller. Nolens nodigde hem en revanche te dineren, sprak met geen woord over de Vlootwet en gaf hem bij het afscheid een doosje vreemde postzegels voor de verzameling van zijn oudste zoon.
Op zaterdagmiddag en zondags met mooi weer was Nolens meestal op een bank op de boulevard of op de pier te Scheveningen te vinden. Daar filosofeerde hij in de zeelucht en ging zelden huiswaarts zonder een ontmoeting met een voor hem interessante Kamercollega of kennis. Hij woonde bij de Eerw. Zusters van Johannes de Deo op de Prinsengracht in Den Haag. Hij werd er uitstekend verzorgd en het was hem een vreugde aldaar als gastheer te kunnen optreden. Jhr. en Mevr. Octaaf van Nispen tot Pannerden - Serraris zaten zo nu en dan met de Van Schaik's aan zijn dis. Na gezellige kout aan een goede maaltijd gaf Nolens elk der dames een bloem en gingen de voldane gasten tijdig huiswaarts.
Van Schaik was een voorstander van het vrouwenkiesrecht. Met de vrouwelijke Kamerleden - Suze Groeneweg beet de spits af, daarna volgden o.m. Mevr. De Vries - Bruins, Mevr. Bronsveld-Vitringa, Mr. Frida Catz, Annie Meyer, Mevr. Fortanier de Wit en Mr. Bob Wittewaal van Stoetwegen en m.a. - en vooral met de laatste vijf onderhield hij gaarne contact. Ook nadat hij in 1929 node zijn goede, levendige plaats in de Tweede Kamer met de voorzitterszetel verwisseld had, bleef hij voor hen klaar staan.
Meer dan voorheen trachtte hij als voorzitter na de soms langdurige vergadering naar zijn huis te wandelen. Als minister van Justitie (1933 - 1937) word hij vaak verrast door een agent met politiehond tegenover zijn voordeur, die op zijn weg naar Justitie de achterhoede ging vormen.
Nadat hij in 1937, na zijn aftreden als minister, opnieuw voorzitter van de Kamer was geworden, werd hij op 11 april 1938 aangevallen door een Zwart Front-onverlaat, die hem molesteerde met de woorden: "Dat is voor Arnold Meyer". Tijdens de bezetting waren de Van Schaik's in 1944 gedurende drie dagen en drie nachten in Duitse gevangenschap. Van Schaik was op straat opgewacht en opgepakt en naar de Laan Copes van Cattenburch gebracht. Daar moest zijn, in haar woonhuis gearresteerde echtgenote, in de wagen naast hem plaatsnemen, waarop beiden naar het "Oranje Hotel" werden vervoerd. Van Schaik's dochter werd dezelfde dag op de drempel van een huis van de Ondergrondse gepakt, terwijl de groep, die ze daar wilde ontmoeten en waarbij zich haar oudste broer, een cavallerieofficier bevond, al naar het "Oranje Hotel" was gebracht. De jongste zoon zat in het concentratiekamp Amersfoort. Het waren bange dagen. Betere tijden braken echter aan. Het land was bevrijd. Door Hare Majesteit herbenoemd als voorzitter kreeg hij zijn broer, Ir. St. van Schaik, minister in het Kabinet Schermerhorn, hongerig op bezoek en kon hij deze onthalen op stamppot uit blik, gewarmd op het "majokacheltje".
Als vice-president en minister zondor portefeuille in het Kabinet Drees - Van Schaik waarvan hij de formateur was, maakte hij een reis naar Nederlands Indië waar hij zijn oudste zoon met vrouw en kleinzoon terugzag en tezamen met Mr. Stikker o.m. Soekarno en meerdere Indonesische kopstukken ontmoette, en drie reizen naar de West.
Hij ontwierp het eerste Statuut voor de Antillen. Als lid van de Raad van State zag hij dierbare Bossche jeugdherinneringen herleven, als hij zijn vice - president Beelaerts van Blokland, waarvan Marietje Fr. Snoek de lieve echtgenote geworden was, naar officiële gelegenheden begeleidde.
In 1950 bood Van Schaik met anderen het geschenk van katholiek Nederland, radio Anno Santo aan aan Z.H. paus Pius XII en in 1955 nodigde hij Mgr. Giobbe, de internuntius, het voltallige episcopaat, alle gemijterde abten en de premier Prof. Beel met minister Luns aan een lunch in hotel "De Witte Brug". Tot zijn voldoening werden er gewaardeerde contacten gelegd en was er een spontaan elkaar terugvinden.
Hij was voorzitter van de Dr. Schaepmanstichting van 1945 - 1962 en president-curator van de Nijmeegse Universiteit 1951 - 1957.
Zijn 75ste verjaardag op 31 januari 1957 maakte een einde aan zijn lidmaatschap van de Raad van State. Zelf had hij indertijd als minister van Justitie deze leeftijdgrens voorgesteld. Veel voldoening schonk het hem dat H.M. de Koningin hem als minister van Staat om raad bleef vragen.
Zijn zaterdagmiddagen en zondagen had hij van meet af aan voor zijn gezin gereserveerd.
Zijn heengaan op 23 maart 1962 betekende voor velen een groot verlies. Voor zijn allernaasten werd het het einde van een rijk en harmonieus leven, waarvan de warmte hun aller harten blijvend zal vervullen.
Geschiedenis van het archiefbeheer
Inhoud en structuur van het archief
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Beperkingen aan het gebruik
Materiële beperkingen
Aanvraaginstructie
Citeerinstructie
Verwant materiaal
Beschrijving van de series en archiefbestanddelen
- 1 Kranteknipsels en artikelen betreffende zijn politieke loopbaan. september 1917 - januari 1957. 1 omslag.
- 3 Ingekomen brieven en briefkaarten van Dr. Alphons Ariëns inzake juridische bijstand. juli 1907 - augustus 1910. 22 stuks in 1 omslag.
Zie ook no. 126.
- 4 "De arbeid als element van de vrijheidsstraf", inaugurale rede van prof. Simon van der Aa en krantenknipsels betreffende het Nederlandse gevangeniswezen. oktober 1906 - september 1910. 1 pak.
- 6 Ingekomen brieven van J.W. van Nispen en C.L. van Langenjuysen in verband met de brochure Vrouwenkiesrecht van Dr. Ch. Raaymakers s.j., november, december 1907. 6 blaadjes, 1 deeltje.
- 7 "Waarom men vóór vrouwenkiesrecht behoort te zijn", manuscript van een lezing. 4 maart 1910. 1 omslag.
- 8 Briefje van de Arnhemse voogdijraad inzake een proceudre tot ontzetting uit de ouderlijke macht, met aantekeningen, kranten en kwitanties in deze. augustus - december 1908. 1 omslag.
- 12 Briefwisseling met G. Brom e.a. over de medewerking aan De Beiaard, met bijlagen. december 1915 - september 1918. 1 pak.
- 20 Brieven, convocaties en andere stukken betrekking hebbende op zijn verkiezingen tot lid van de Tweede Kamer. januari - februari 1917, juli - september 1918. 1 omslag.
- 21 Ingekomen brieven over de militaire groet, met bijlage. 19 november 1917, 1 oktober 1934. 3 stukken.
- 25 Briefwisseling o.m. met prof. R.P. Cleveringa, inzake het nieuwe zeerecht. september 1923 - juni 1924. 1 omslag.
26-30 Stukken betreffende het verwerpen van de vlootwet en de daarop gevolgde kabinetscrisis, 1920 - 1926. 5 pakken. - 32 Brieven en invitaties ontvangen als voorzitter van de 2e Kamer der Staten-Generaal. december 1930 - mei 1933. 1 omslag.
- 35 Bedankbriefje van ds. Zandt, briefje van de aarts-bisschop van Utrecht over moeilijkheden bij de Nijmeegse universiteitsbibliotheek, invitaties en rouwannonces. september, december 1933, 1934/1936. 1 omslag.
- 38 Brieven van Colijn en Dr. J.R. Slotemaker de Bruïne over subsidiëring van jeugdwerkelozenzorg, onderwijspolitiek en onderwijsbenoemingen. Met concept-antwoorden. juni, juli, december 1935, januari 1937. 1 omslag.
- 39 Doorslag van een brief van Colijn aan Marchant aandringende op ontslagaanvrage. 10 mei 1935. 3 bladen.
- 42 Nota's van Colijn en Marchant over de naturalisatie Mannheimer en een rapport van de rijksrecherche. z.d., september 1936. 3 bladen.
- 43 Brieven, memoranda en notities betreffende tegen Colijn georganiseerde verdachtmakingen. mei/juni 1936. 1 omslag.
- 44 Brieven van Marchant o.m. ten behoeve van W. Mengelberg en Joep Nicolas. 25 september 1933, 9 en 10 mei 1935, 2 januari (met bijlage 4 januari) 1934 en z.d. 1 omslag.
- 50 Brieven en krantenartikelen inzake de arbitrage Van 't Sant. 12 oktober 1934, 29 juni, 5 en 9 juli 1935, 12 januari 1937 en 15 juni 1935. 1 omslag.
- 51 Brieven en brochure van en betreffende de raadadviseur Mr. W.P. Fruin. mei 1936 - mei 1937. 1 omslag.
- 56 Brieven, nota's en staatsblad betrekking hebbend op het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard. november 1936 - januari 1937. 1 omslag.
- 57 Brieven van de particulier secretaris van prins Bernhard en van Colijn inzake een rijksveldwachtersrapport, met afschrift-antwoord. 24 en 31 mei, 1 juni 1937. 3 stuks.
- 59 Staten van het personeel der rechterlijke macht, lijst van notarissen examenjaar 1890, overzichten van lopende werkzaamheden, brieven inzake ambtelijke aangelegenheden. oktober 1935, juni 1936 en z.d. 1 pak.
- 60 Brieven van hoofdambtenaren en adviseurs over wettelijke en administratieve maatregelen, met bijiage. november 1933 - juli 1936. 1 omslag.
- 61 Brieven houdende verzoeken om benoemingen en promoties en voorspraak in deze. september 1933 - juli 1937. 1 omslag.
- 66 Notulen en verslag van de door hem geïnstalleerde staatscommissie inzake het lidmaatschap van de vertegenwoordigende lichamen. Gestencild en gedrukt. februari - juni 1934. 6 katerns en 1 deeltje.
- 67 Stukken betreffende de belgisch - nederlandsche waterwegenkwestie. april 1934, april 1935. 1 pak.
- 72 Ingekomen brieven van de ministers Welter, Van Dijk en Steenberghe dankend voor de felicitatie bij hun benoeming tot minister. 24 juni, 3 en 6 juli 1937. 1omslag.
- 74 Brief van het Kabinet der Koningin inzake het verkort koninklijk verblijf in Den Haag na de opening der Staten-Generaal. 20 september 1938. 1 stuk.
- 75 Concepten en doorslagen van de door hem aan de Koningin uitgebrachte formatieadviezen, brief van de vice-president van de Raad van State en notities betreffende de programma's Deckers en Verschuur. 10 juni, 7/8, 29 en 31 juli 1939 en z.d. 1 omslag.
- 76 Brief van Mr.Dr. L.N. Deckers over een formatiebespreking met Colijn. 5 juli 1939. 1 stuk met enveloppe.
- 77 Brieven, publicaties en convocaties ontvangen als voorzitter van de 2de Kamer. augustus 1939 - mei 1940. 1 omslag.
- 79 Brieven met bijlage van de voorzitter van de 1ste Kamer en van het departement vanBuitenlandse Zaken over préséance. 29 april, 1 september 1939 en z.d. 1 omslag.
- 80 Publicaties bij de geboorte van prinses Beatrix en bedanktelegrammen van het Koninklijk Huis. januari - februari 1938. 1 omslag.
- 81 Stuken betrekking hebbend op de viering van het 40-jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina te 's-Gravenhage en Amsterdam. augustus, september 1938. 1 pak.
- 82 Tekst van de op 20 mei 1940 als voorzitter van de 2de Kamer uitgesproken radiorede, met dankbrieven en correspondentie. mei 1940 - november 1955. 1 omslag.
- 84 Briefkaarten van Mgr. Paul Giobbe, brief van J.H. van Royen over de naoorlogse consulaire dienst en gezondheidsbewijzen. 1 januari, 22 mei 1941, 6 augustus 1943, 12 januari 1944 en z.d. 1 omslag.
- 86 Copielijst van gegadigden voor duitse propaganda en signalementenblad met foto's van S.D.-handlangers. maart 1941, oktober 1943. 4 stukken.
- 88 Koninklijke besluiten houdende zijn benoeming en het hem op verzoek verleende eervolle ontslag als voorzitter van de 2de Kamer. Afschriften met begeleidbrieven. 21 november 1945, augustus 1948. 1 omslag.
- 90 Brieven, drukwerken en invitaties ontvangen als voorzitter van de 2de Kamer. november 1945 - juni 1948. 1 omslag.
- 91 Brieven en notities inzake het formatieadvies aan de Koningin, met het ontwerp regeringsprogram Beel. 23 - 28 mei 1946. 1 omslag.
- 92 Doorslagen van een schrijven aan de minister-president, waarin het voorzitterschap van een naar Nederlands-Indië te zenden commissie-generaal wordt afgewezen en afschriftschrijven van de minister van openbare werken en wederopbouw aan de minister-president verzoekende ontheffing van zijn ambt in verband met zijn bezwaren tegen de Indonesiëpolitiek. 3 september en 30 oktober 1946. 3 stukken.
- 95 Brieven van prof. F.J.F.M. Duynstee o.m. met vragen over de kabinetsformaties 1946 en 1948. oktober 1956. 3 stukken.
- 96 Afschrift Koninklijke besluiten houdende zijn benoeming tot minister zonder portefeullie en minister van Verkeer en Waterstaat a.i. , met processen-verbaal van overname en overdracht van het beheer van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, met bijlagen. 7 en 9 augustus en 1 november 1948. 1 omslag.
- 98 Brieven van Dr.W. Drees en diens nota "Uit de voorgeschiedenis van de Nederlandsche Unie". Gestencild, met begeleidbriefje. z.d. 5 augustus en 11 juni 1949. 3 stukken en 1 katern.
- 99 Briefwisseling met Mr. L.A. Kesper inzake de in 1949 gevoerde besprekingen over de benoeming Schokking. januari, februari 1956. 4 stukken.
- 101 Beschikking van de minister-president houdende richtlijnen voor de wetgevingstechniek. Gestencild. 9 april 1951. 2 bladen.
- 102 Wetsontwerpen, brieven en aantekeningen betreffende de wijziging van deregentschapswet. juli 1949 - maart 1950. 1 omslag.
- 103 Brieven en nota's met bijlagen betreffende de status van Jerusalem. juli 1949 - januari 1951. 1 omslag.
- 104 Brieven van prof.Mr. C.P.M. Romme over een telegram van Da Costa Gomez en over politionele operaties in Indonesië, met bijlage en doorslag-antwoord. 15 oktober, 16 oktober en 18 november 1949. 4 stukken.
- 105 Nota's en rapporten betreffende de Indonesische kwestie. Gestencild en gedrukt. januari 1945 - maart 1952. 1 omslag.
- 106 Notulen van de staatscommissie tot herziening van de grondwet. Gestencild. met bijlagen. 14 december 1950 - 6 januari 1954, 1 pak.
Zie ook no. 18.
- 107 Afschrift Koninklijk Besluit houdende zijn benoeming tot Lid van de Raad van State. Met bijlagen. 11 mei 1951. 3 stukken.
- 114 "Kerkgenootschappen en godsdienstige gemeenschappen in de Nederlandse Antillen", geschiedkundige verslagen door Dr. W.Ch. de la Try Ellis. Gestencild. januari 1953, oktober 1959. 2 katerns.
- 121 Nota's betreffende een nieuwe wet op de Raad van State, rapport over de franse Raad van State en het historisch overzicht verschenen bij de instellingsherdenking van 1 oktober 1931. Gestencild. maart - juli 1953, september 1956, oktober 1931. 1 pak.
- 123 Bedanktelegrammen en gelukwensen van de koninklijke familie en invitaties voor plechtigheden. 1957 - 1961. 1 pak.
- 124 Kranten betreffende de overdracht van de radiozender, schenking aan paus Pius XII. mei 1950. 3 stukken.
- 126 Stukken betreffende het kerkelijk proces tot zaligverklaring van Dr. A. Ariëns. juni 1958 - juni 1960. 1 omslag.
Zie ook nr. 3.
127-133 Stukken opgemaakt en ontvangen als president-curator van de Nijmeegse universiteit. 1952 - 1957. 7 omslagen.
135-137 Plakboeken met krantenknipsels en tijdschriftartikelen betreffende hetpublieke optreden van Van Schaik, alsmede politieke (spot)prenten enkarikaturen (o.a. uit De Haagsche Post, De Vrijheid, De Notenkraker, Volk enVaderland, Vooruit, De Waarheid, Het Parool, Vrij Nederland en de Groene Amsterdammer), foto's en berichten n.a.v. zijn overtijden, 1918-1962 (1965). 3 delen.


Reacties