gahetNA in het Nationaal Archief

Sociëteit van Suriname - Zoeken: Suriname

628 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.

1.05.03
M.E. van Opstall
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1976
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

1.05.03
Auteur: M.E. van Opstall
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1976
CC0

Periode:

1650-1796
merendeel 1682-1795

Omvang:

49,45 meter; 566 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven en gedrukte teksten. De Nederlandstalige stukken van vóór ca. 1700 zijn geschreven in het gothische cursiefschrift, met name in de oud-Hollandse klerkencursief.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De Sociëteit van Suriname was juridisch eigenaar van de Nederlandse kolonie Suriname. Ze wordt opgericht in 1683 door de West-Indische Compagnie, de Stad Amsterdam en de familie Sommelsdijck, die ieder voor eenderde deel het eigendomsrecht verkrijgen. De Sociëteit wordt opgeheven in 1795. Het archief bevat o.a. financiële administratie, kaarten en tekeningen, resolutis, secrete notulen en soldijboeken.

Archiefvormers:

  • Directie van de Sociëteit van Suriname
  • Ploeg, J., Commies ter Equipage van de Sociëteit van Suriname

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

De Sociëteit van Suriname

Suriname is in Nederlandse handen gekomen bij de vrede van Breda. Tevoren was het een Engelse kolonie onder leiding van lord Parham. De Zeeuw Abraham Crijnssen verovert het Engelse fort in 1667, waarmee Zeeland een monopoliepositie verwerft tot grote ergernis van Holland, dat het gebied aan de Staten-Generaal wil overdragen. In 1679 stellen de Staten van Zeeland voor Suriname op bepaalde voorwaarden aan de West-Indische Compagnie te verkopen. Zes juni 1682 bereikt men een akkoord (

getekend 6 januari 1683

) , en voor f. 260.000 wordt Suriname aan de W.I.C. overgedaan. De verhouding tussen Suriname en het moederland wordt geregeld bij het octrooi van 23 september 1682. (

inv. no. 117

)

Daar de W.I.C. voorziet dat de lasten van de kolonie voor haar alleen te zwaar zullen zijn, worden de stad Amsterdam en Cornelis van Airssen van Sommelsdijck uitgenodigd een partnerschap met de Compagnie aan te gaan. Ieder der partners neemt voor 1/3 deel in de op te richten Sociëteit van Suriname, bij contract gerealiseerd op 21 mei 1683. (

inv. no. 120

)

De Staten-Generaal behouden het oppergezag en zullen bijdragen in de verdediging van de kolonie. De Directie van de Sociëteit benoemt met goedkeuring van de Staten-Generaal een gouverneur, die de eed aflegt op beide colleges. Deze gouverneur heeft in de kolonie het oppergezag over burgers en militairen te land en te water, maar in belangrijke zaken is hij verplicht de Raad van Politie samengesteld uit de voornaamste burgers te raadplegen. (

Soc. Sur. 17, f, 43vo Instructie voor gouverneur van Sommelsdijck

)

De gouverneur benoemt met toestemming van de Directie alle ambtenaren, die betaald moeten worden uit de belastingopbrengst van de kolonie zelf. Alleen het salaris van de gouverneur, de commandeur, de raadfiscaal en de krijgsmacht komt uit de kas van de overheid. Aangezien men niet royaal is, leiden de tekorten aan gelden voor de verdediging herhaaldelijk tot conflicten. (

Zie inv. nrs. 523-526

)

Werkwijze.

In de Directie van de Sociëteit heeft elke deelgenoot drie à vier afgevaardigden, maar ieder lid brengt één stem uit. Beslissingen worden bij meerderheid van stemmen genomen. In de stemmingsprocedure van de Directie moet in 1770 een verandering komen, omdat de familie Sommelsdijck haar aandeel heeft verkocht. De stad Amsterdam heeft dit overgenomen voor f. 700.000, maar op grond van de overeenkomst van 1683 moet ook de andere partner hier deel aan hebben. In 1771 koopt de W.I.C. voor f. 350.000 de helft van het aandeel, zodat Amsterdam en de Compagnie gelijkberechtigd zijn. (

W.I.C. 15, f 172 Res. X 28 nov. 1771

) Het even getal is in geval stemming niet erg praktisch, maar tot een duidelijke oplossing komt het niet. (

Soc. Sur. 86, Secrete notulen 1707-1794. Los stuk dd. 16 juni 1773

)

De voorzitter is altijd een afgevaardigde van de stad Amsterdam (

Soc. Sur. 17, f 43vo e.v.

) in welke plaats de Sociëteit zijn zetel heeft. De Directie beschikt over een secretaris, die verschillende klerken onder zich heeft. Boekhouders zorgen voor de geldzaken.

De Sociëteit zal resideren op het West-Indisch Huis en gebruik maken van enkele suppoosten van de W.I.C. (

Soc. Sur. 17,f 22vo

) Brieven moeten eerst getekend worden door een afgevaardigde van Amsterdam, vervolgens door vertegenwoordigers van de andere leden. Instructies, memories etc. moeten getekend worden door een van de heren van Amsterdam met het contraseign van de secretaris. De los- en laadoedulen kunnen getekend worden door twee heren van de Directie als het om schepen in Amsterdam en omgeving gaat, in Zeeland, op de Maz in het Noorderquartier en in Stad en Lande moet dit gebeuren door Bewindhebbers van de W.I.C. (

Soc. Sur. 17, f 32

)

De brieven ingekomen uit de kolonie worden gesorteerd en voor een deel in "recueils" geplaatst, (

W.I. Committé 192, p. 367

) waarnaar in de lijsten van bijlagen bij de gouverneursbrief verwezen wordt. Deze recueils zijn verloren gegaan op enkele stukken na, in de inventaris opgenomen onder de nummers 506-508, 510, 512, 515-521. De overige brieven worden ingebonden. In deze banden vindt men de lijsten van meegezonden bijlagen.

Voor de inrichting van het bestuur in Suriname zij verwezen naar de literatuur. (

J. Wolbers, Geschiedenis van Suriname, p. 164-193; Mr. J.J. Hartsinck, Beschrijving van Guyana of de Wilde Kust in Zuid-Amerika II, p. 872-892

)

De opheffing van de Sociëteit

Na de vervanging van de W.I.C. door de Raad over de Coloniën in America en over de bezittingen van den staat in Africa in 1792 zijn de Directie van Berbice en de Sociëteit van Suriname blijven bestaan. De samenwerking tussen de drie colleges is niet bevredigend en daarom komt Holland met het voorstel (

Res. St. Gen. 18 maart 1795

) de Coloniale Raad, de Directie en de Sociëteit op te doeken en te vervangen door één college voor alle gebieden, nl. een Committé tot de zaken van de Coloniën en Bezittingen in Africa en America (kort: het West-Indisch Committé). Zeeland heeft bedenkingen, beducht zijn voordelen met betrekking tot handel en bevoorrading van die gebieden kwijt te raken, maar als alle gewesten voor zijn en met de Zeeuwse bezwaren rekening wordt gehouden, zal de Zeeuwse afgevaardigde niet tegen werken. (

Res. St. Gen 5 sept. 1795

)
Negen oktober neemt de Staten-Generaal het besluit om de Colonieraad, de Directie en de Sociëteit te vernietigen, waarbij "alle desselfs leden en ministers dadelijk onvermindert hunne verantwoording van gehouden directie en administratie ontslagen en gelicentieerd" worden. Het opvolgend Committé is een centraal college, zetelend in Den Haag. Er blijft om praktische redenen een verdeling in departementen, maar deze hebben geen eigen zelfstandigheid meer. (

Res Sjt. Gen 9 okt. 1795

)
De Directie van de Sociëteit heeft tot 1 november de tijd om orde op zaken te stellen. (

Res. St. Gen 9 okt 1795

)
Een publicatie met de wijzigingen gaat uit op 23 oktober. (

Res. St. Gen 23 okt. 1795

)
De 31e oktober vergadert de Directie voor het laatst, de leden gaan uiteen onder betuiging van dank aan elkaar voor de goede samenwerking "met de aangename voldoening, dat hunne arbeid door den Godelijken zegen niet zonder vrugten geweest is ... " en " ... met den vuurige wensch, dat ook deeze aangelegene colonie onder het nieuwe bestuur steeds in kragt en voorspoed mooge toeneemen en meer en meer een vruchtbaren Bron van Nationalen Welvaart worden". (

Soc. Sur. 85, f 299

)

Het nieuwe Committé stuurt 5 november bericht aan het Hof van Politieke en Criminele Justitie te Suriname van de veranderingen, die als gevolg van de resolutie van de Staten-Generaal d.d. 9 oktober 1795 in het opperbestuur van de kolonie zijn aangebracht, hetgeen op 3 juni 1796 in de kolonie bekend gemaakt word. (

W.I. Committé 104, p. 1183

) De eerstvolgende brief van gouverneur Friderici is dan officieël gericht aan het nieuwe bestuur. (

W.I. Committé 104, p. 1181

)

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in