Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

CdZ Antillen - Zoeken: Curacao

122 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.

2.13.112
Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
2008
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.13.112
Auteur: Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
2008
CC0

Periode:

1946-1989

Omvang:

19,10 meter; 2465 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De archieven van de Commandant Zeemacht Caraïbisch gebied en de acht daaronder ressorteerden dienstonderdelen hebben allen een gelijke structuur, overeenkomstig het hoofdarchief van de Commandant.
Het algemene (eerste) deel van de archieven bevat de agenda's en indexen op de ingekomen en uitgegane stukken, evenals de (geheime) correspondentie en verslagen van staf- en commandantenvergaderingen.
Het gespecificeerde (tweede) deel van de archieven is ingedeeld op onderwerp. Hierbij komen in het hoofdarchief van de Commandant o.a. zaken aan de orde als internationale samenwerking, het defensiebeleid, bemanningslijsten, personele aangelegenheden en de uitgevaardigde bevelen. Vervolgens zijn onder de rubriek territoriale verdediging de archiefstukken van de operationele eenheden en gestationeerde schepen opgenomen, met daarbij de rapporten van verrichtingen. De verdediging van de Antillen en Suriname, de militaire oefeningen daartoe, de Antilliaanse Militie, de inlichtingendiensten en de beveiligingsrapporten zijn eveneens onderwerpen van archiefvorming geweest. Als laatste hebben onderwerpen als militaire bijstand (drugsbestrijding) en de hulpverlening (ter zee), alsmede de hydrografie hun neerslag gevonden in het archief.
De archieven van de acht ondergeschikte dienstonderdelen omvatten slechts die onderwerpen die gerelateerd zijn aan hun specifieke taak en functie.

Archiefvormers:

  • ?Ministerie van Defensie en voorganger / Commandant Zeemacht in het Caraïbisch gebied en zijn voorgangers
  • Commandant Marinebasis Parera in de Nederlandse Antillen, 1951 - 1989
  • Commandant Marinierskazerne Savaneta en voorganger op Aruba
  • Commandant Marinierskazerne Suffisant op Curaçao
  • Commandant Mariniers in de Nederlandse Antillen
  • Vliegtuigsquadron 1 Nederlandse Antillen, 1951 - 1974
  • Detachement Marine Luchtvaartdienst Curaçao, 320 squadron,1974 -, 1982
  • Hoofd Marine Magazijnbeheer/dienst in de Nederlandse Antillen
  • Korps Mariniers Suriname, 1950 - 1953

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Algemeen

Na de Tweede Wereldoorlog bleef de verdediging van de Nederlandse Antillen hoog op de agenda staan van politiek Den Haag. Dit was terug te voeren op de strategische ligging van (een deel van) de eilandengroep ten opzichte van het Panama-kanaal, de politieke spanningen in de regio en de aanwezige infrastructuur als havens, vliegvelden en olieraffinaderijen. Voorts werd met het oog op uitbreiding van de economische betrekkingen met Zuid-Amerikaanse landen Nederlands vlagvertoon van groot belang geacht. Vanaf 1948 was er daarom permanent een stationsschip in de West te vinden. In 1950 besloot de Nederlandse regering dat de Koninklijke Marine de territoriale verdediging van de Nederlandse Antillen op zich zou nemen. Een kernbataljon mariniers werd daartoe geplaatst op de eilanden Curaçao en Aruba. Daarentegen werd in 1953 de, sedert 1950, in Suriname gestationeerde Kerninfanteriecompagnie mariniers afgelost door militairen van de Koninklijke Landmacht, aan wie voortaan de defensie van dit overzeese gebiedsdeel was toegewezen.

Sinds 1954 genoten de Nederlandse Antillen en Aruba een volledig zelfbestuur binnen het 'Koninkrijksverband'. Het defensiebeleid en de buitenlandse betrekkingen van de Nederlandse Antillen bleven evenwel een taak van de regering in Den Haag. Deze politieke constellatie bracht in 1962 en 1969 met zich mee dat bij respectievelijk een internationale crisis (Cuba) en bij binnenlandse onlusten, versterkingen van de Marine vanuit Nederland moesten worden aangevoerd. Mede vanwege de Cuba-crisis werd in december 1962 een tweede stationsschip in de Nederlandse Antillen gelegerd. Vanaf 1967 werd weer volstaan met één stationsschip.

De verdere inzet van de zeestrijdkrachten kwam in de periode 1950 - 1980 veelal neer op oefeningen, reddingsactiviteiten en vlagvertoon. In latere jaren hield de Koninklijke Marine zich ook in toenemende mate bezig met drugsbestrijding en het tegengaan van illegale immigratie, visserij en milieuvervuiling

Op de Nederlandse Antillen werden in deze jaren de logistieke, verbindings- en stafdiensten van de Koninklijke Marine gestaag uitgebreid of verbeterd. De verdediging werd hierbij versterkt met eenheden van het Korps Mariniers en de Marineluchtvaartdienst. Zij vonden op Curaçao een thuis op de marinebasis Parera, de marinierskazerne Suffisant en de vliegbasis Hato (ook wel genoemd Albert Plesman-luchthaven), en op Aruba op de marinierskazerne Saveneta. De Commandant der Zeemacht in de Nederlandse Antillen voerde hierbij het bevel over alle walinrichtingen en de operationele eenheden.

Met ingang van 1 januari 1986 is de naam van het Commandement der Zeemacht in de Nederlandse Antillen veranderd in Commandement der Zeemacht in het Caraïbisch Gebied, dit in verband met het verkrijgen van de 'status aparte' van Aruba binnen het Koninkrijksverband.

Op 22 oktober 1954 werd de Zeekrijgsraad Nederlandse Antillen geïnstalleerd en elf jaar later, op 29 juli 1965, kreeg de Zeekrijgsraad een "nieuwe stijl", onder voorzitterschap van de president van het Hof van Justitie te Curaçao.

Marineluchtvaartdienst

Op 22 januari 1952 werd Squadron no. 1 van de Marineluchtvaartdienst door de Hr.Ms. Karel Doorman op Curaçao afgezet. Het squadron werd overgedragen aan de gouverneur en twaalf Fairey Firefly's werden gestationeerd op Hato. Het overige deel van het squadron werd gestationeerd op Parera. Op Hato werd begonnen met de bouw van een complex bestaande uit kantoren, een magazijn en een werkplaats voor het squadron. Ook werd een munitiemagazijn en een artilleriemagazijn ingericht en de magazijnen van kleding en levensmiddelen werden gereorganiseerd. In 1953 is het complex gereedgekomen. In 1958 kreeg de vernieuwing van het vliegkamp Hato haar beslag, waarbij nieuwe magazijnen en een elektronische werkplaats in gebruik werden genomen. Vliegtuigsquadron no. 1 was gestationeerd op Hato met als taak de opleiding tot onderzeebootbestrijding en het uitvoeren van opsporings- en reddingsvluchten in de "flight information region" van de Nederlandse Antillen. Op 2 januari 1961 deed Interpol een beroep op de Koninklijke Marine om te helpen zoeken naar een smokkel-in-verdovende-middelen-vaartuigje dat van Jamaica vertrokken was. Door vliegtuigen van Squadron no. 1 werd het scheepje opgespoord en geschaduwd. Dit was de eerste keer in het Caribisch gebied dat Nederlandse strijdkrachten ingezet werden bij de bestrijding van de handel in verdovende middelen). Tevens was het squadron belast met een opleidingstaak: de eindfase van de opleiding tot het marinevliegbrevet.

Van 10-14 april 1960 werd door vier Grumman Avengers, vervangers van de Firefly's, een vlucht naar Suriname gemaakt, ter gelegenheid van de opening van het nieuwe stationsgebouw op Zanderij. Dit was de eerste maal dat marine-vliegtuigen zich op Surinaams grondgebied bevonden. Eind 1960 werden de Avengers vervangen door Grumman CS2F-1 Trackers. Hierdoor werd het noodzakelijk over te gaan tot een ingrijpende wijziging van de werkplaatsen en de technische organisatie. In 1971 werden de CS2F-1 Trackers vervangen door Grumman S-2N Trackers.

In 1963 werden aan de Marineluchtvaartdienst twee Augusta Bell hefschroefvliegtuigen toegevoegd, speciaal voor de opsporings- en reddingstaak. In 1972 werden de helicopters afgevoerd.

Begin juli 1973 werd de sterkte van Squadron no. 1 gereduceerd tot 6 toestellen als begin van de voorgenomen uit dienst stelling van het squadron per 1-8-1974. Squadron no. 1 werd per die datum afgelost door een detachement van de Marineluchtvaartdienst, onderdeel uitmakend van het op de Marine Vliegkamp Valkenburg gestationeerde Squadron 320. Dit squadron was uitgerust met Lockheed SP-2H Neptunes. Deze Neptunes werden in 1980 vervangen door P3 Orions.

In 1981 werd Squadron 336 van de Koninklijke Luchtmacht heropgericht. Dit squadron nam de maritieme patrouilletaak boven en rond de Nederlandse Antillen van de Koninklijke Marine over. Op 13 november 1981 landde het eerste vliegtuig, een Fokker F27 Maritime, op Hato. Het tweede toestel arriveerde op 20 maart 1982. De laatste Neptune van het Squadron 320 van de Marine Luchtvaartdienst, dat tot dan toe de maritieme patrouilletaak had verricht, werd uit dienst genomen toen het Squadron 336 op 1 april 1982 officieel de taak overnam. Het Squadron 336 had een eigen Klu-commandant, onder bevel van de Commandant Tactische Luchtstrijdkrachten, maar stond onder operationeel bevel van de Commandant Zeemacht Nederlandse Antillen. De bemanning van het Squadron 336 bestond uit Klu- en (grotendeels) uit KM-militairen. In 1987 is er sprake van een gecombineerd KM/Klu-Squadron 336. Dit squadron leverde in 1988 logistieke ondersteuning aan de door gedetacheerde eenheden van de Amerikaanse kustwacht en douane uitgevoerde kustwacht. Drugsbestrijding was geen officiële taak van het squadron.

Korps Mariniers

Op 8 september 1956 werden de tot dusver gecombineerde functies van Commandant van de Mariniers in de Nederlandse Antillen en Commandant van de Marinierskazerne Suffisant gescheiden en werd de staf van de Commandant der Mariniers in de Nederlandse Antillen ingesteld. In juni 1956 werd een reorganisatie doorgevoerd en werd een Commando Mariniers ingesteld.

In 1962 werden veel activiteiten ontplooid doordat Curaçao als tussenstation en steunpunt werd gebruikt bij uitzending overzee en door de lucht van versterkingen naar Nieuw-Guinea. Op 29 maart 1962 werd een aanvang gemaakt met het per vliegtuig naar Nieuw-Guinea uitzenden van een Compagnie Mariniers, geformeerd uit de op Curaçao en Aruba gestationeerde marinierseenheden. Op 11 april 1962 werd deze operatie beëindigd.

De taak van het Korps Mariniers (in de Nederlandse Antillen) is het in stand houden en in opdracht van de Nederlandse regering inzetten van amfibisch getrainde gevechtseenheden ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk; het in stand houden van amfibisch getrainde gevechtseenheden voor de handhaving van de integriteit van het grondgebied van de Nederlandse Antillen en het opleiden van personeel voor het Korps Mariniers en het opleiden van de Antilliaanse Militie.

In 1969 werd de kern van de tweede amfibische gevechtsgroep bestaande uit een ondersteuningscompagnie en een infanteriecompagnie gevormd door Nederlandse Mariniers, terwijl plaatselijke operaties mogelijk waren met de uitbreiding van één infanteriecompagnie door gebruik te maken van het potentieel van de Antilliaanse Militie.

In vredestijd werd het Korps daarom samengesteld uit twee infanteriecompagnieën, een verkennings- en inlichtingenpeloton en een detachement marinepatrouilles voor de handhaving van de integriteit van het grondgebied van de Nederlandse Antillen. Uit deze eenheden moest ten allen tijde een zogenaamde Qua Patet Orbis-compagnie (Qua Patet Orbis: Zo wijd de wereld strekt) kunnen worden gevormd om binnen enkele dagen wereldwijd te kunnen worden ingezet.

De onderdelen van het Korps Mariniers in de West waren geplaatst in de marinierskazernes Suffisant (Curaçao) en Savaneta (Aruba), alsmede op de marinebasis Parera (Curaçao).

Marinebasis Parera

Sinds 1952 zijn er verschillende magazijnen, werkplaatsen en kantoren gebouwd. In 1955 kwam het nieuwe stafgebouw op Parera gereed.

Op 31 december 1957 werd de Marinebasis als zelfstandig commando opgeheven en het bevel werd overgedragen aan de commandant van de Marinierskazerne te Suffisant. In de loop van de maand januari 1958 werd de samenvoeging van de commando's van de Marinierskazerne te Suffisant en de Marinebasis Parera voltooid door het repatriëren van het overtollig geworden personeel.

In 1976 werd de marinebasis verbouwd en in 1978 gingen de mariniers van de Marinekazerne Suffisant over naar de Marinebasis Parera.

De Marinebasis Parera verleende logistieke, personeels- en materieelsondersteuning aan de stationsschepen en aan andere de in de West gevestigde krijgsmachtonderdelen, waaronder de 21e infanteriecompagnie en het verkenningspeloton van de 25e ondersteuningscompagnie van het Korps Mariniers.

In 1981 werd op de Marinebasis Parera een zogenoemde "vlootcompagnie" ingesteld. Dat was een organieke eenheid, samengesteld naar analogie van een infanteriecompagnie en bestaande uit vlootpersoneel dat geplaatst was op de marinebasis. Deze vlootcompagnie werd op initiatief van de Commandant der Zeemacht in de Nederlandse Antillen ingesteld en had als taak de marinebasis te verdedigen wanneer de marinierseenheden elders werden ingezet.

In 1982 werd bij wijze van proef een nieuwe basisorganisatie ingevoerd op grond van de Bekendmaking Zeemacht 945b. De proef werd in 1983 gecontinueerd en geëvalueerd. In 1984 werd duidelijk dat de nieuwe organisatie niet beviel en werd overwogen terug te gaan naar het oude systeem van diensthoofden.

Marinekazerne Suffisant

In 1958 werd het commando van deze kazerne samengevoegd met het commando van de Marinebasis Parera.

Op 5 september 1965 werd het bevel over de Marinierskazerne Suffisant door Majoor Mariniers De Jonge Oudraat overgedragen aan Kolonel Mariniers Luijk, die daarnaast belast bleef met het commando over de mariniers in de Nederlandse Antillen, Hiermede kreeg tevens de reorganisatie van het commando Mariniers Nederlandse Antillen zijn beslag, waarbij de staf van de Mariniers Nederlandse Antillen geïntegreerd werd in de Marinierskazerne Suffisant.

Per 1 juli 1978 was een volledige samenvoeging van de Marinebasis Parera en de Marinierskazerne Suffisant een feit. In de Marinierskazerne bleef een detachement Suffisant dat bestond uit in opleiding zijnde Antilliaanse mariniers zeemilicien met hun Antilliaanse kaderleden, enige officieren en onderofficieren-instructeur en wat personeel van de Logistieke Dienst. De kazerne was dus in gebruik als opleidingscentrum. In 1988 werd hier tevens het Vrijwilligers Korps Curaçao en de Afdeling Koninklijke Marechaussee Caraïbisch Gebied gehuisvest.

Antilliaanse Militie

In de Nederlandse Antillen werd de dienstplicht ingevoerd en op 2 september 1963 kwam het eerste contigent van 100 man Antilliaanse Militie onder de wapenen. Het contingent nam zijn intrek in de Marinierskazerne Suffisant. Voor het vrijmaken van de noodzakelijke accommodatie moest Marinebasis Parera op 19 juni 1963 wederom in dienst worden genomen, ten einde onder meer het personeel van Squadron no. 1, dat voorheen in de marinierskazerne was gelegerd, onderdak te kunnen bieden. Door de integratie van de staf van het Commando Mariniers in de Nederlandse Antillen in de bemanning van de Marinierskazerne Suffisant, de plaatsing van een aantal Antilliaanse dienstplichtigen in bemanningslijstfuncties van de beide kazernes en een geringe vermindering van het aantal kaderleden, dat bij de opleiding van de Antilliaanse dienstplichtigen was geplaatst, kon in 1964 de nieuwe reductie in de korpssterkte worden opgevangen.

Met ingang van 1987 was er een geheel eigen rechtspositie voor de militairen van de Antilliaanse en de Arubaanse Militie. Zaken als aanneming, bevordering, ontslag en bezoldiging werden behandeld door de ministers van Algemene Zaken van de Nederlandse Antillen, respectievelijk Aruba, met steun van de Koninklijke Marine.

Welzijnszorg (Zie inv.nrs. 258 en 1327)

In 1963 werd door particulier initiatief twee militaire tehuizen in Willemstad geopend. Het Protestants Militair Tehuis Van Kinsbergen werd op 27 september geopend en op 22 december het Katholiek Militair Tehuis Sint Christoffel. Op Aruba bestond al een Katholiek Militair Tehuis dat in 1959 geheel opnieuw gerestaureerd was.

In 1964 werd een sociaal werker in vaste dienst aangenomen. Verder werd de Marinezweminrichting Michielsbaai uitgebreid en kwamen er openluchtbioscopen tot stand op Suffisant en Parera. In 1964 is eveneens gestart met het opzetten van het Vormingscenrtum Ascension, dat in 1965 geopend werd.

In 1987 droeg de Koninklijke Marine de huizen die zij bezat in de wijk "Steenrijk" over aan de Stichting "Tijdelijke Huisvesting Defensiepersoneel". Vanaf dat moment was het mogelijk voor het Defensiepersoneel woningen voor een korte periode te huren wanneer men gezins- of familieleden naar Curaçao liet overkomen.

De inleiding is tot stand gekomen in samenwerking van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie met de Centrale Archief Selectiedienst.

Geraadpleegde literatuur:

  • Lemmers, A.A. en A.J. van der Peet, Instituut voor Maritieme Historie, 'Notitie de Nederlandse Antillen en Aruba' (2005);
  • OostIndie, G. en I. Klinkers, Knellende Koninkrijksbanden. Het Nederlandse dekolonisatiebeleid in de Caraïben, 1940 - 2000 (Amsterdam, 2001);
  • Raven, G.J.A. (ed.), De kroon op het anker. 175 jaar Koninklijke Marine (Amsterdam, 1988);
  • Geldhof, N.,70 jaar Marineluchtvaartdienst (Leeuwarden, 1987);
  • Jaarboeken van de Koninklijke Marine.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in