gahetNA in het Nationaal Archief

Curaçao, Bonaire en Aruba tot 1828 - Zoeken: Curacao

1920 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.

1.05.12.01
R. Bijlsma, T. van der Lee
Nationaal Archief, Den Haag
1989
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

1.05.12.01
Auteur: R. Bijlsma, T. van der Lee
Nationaal Archief, Den Haag
1989
CC0

Periode:

1707-1859
merendeel 1707-1828

Omvang:

126,50 meter; 1717 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De oud-archieven van Curaçao, Bonaire en Aruba bevatten stukken van een groot aantal instellingen op bestuurlijk terrein (politiek, juridisch, militair, religie) van deze eilanden
Tot de stukken behoren reeksen resoluties, notulen, rekesten met daarop genomen beslissingen en ook gerechtsrollen (met sententies). Verder zijn er journalen van gouverneurs en commandeurs, reglementen en instructies en aanstellingen van ambtenaren. Ook is er veel correspondentie, met name in de vorm van uitgaande brieven. Voor financiële instellingen als de weeskamer zijn er onder meer grootboeken, kasboeken, venduboeken en boedels.Van religieuze instellingen zijn er gegevens over dopen-, trouwen- en begraven. Er zijn protocollen van secretariële en notariële akten en akten van hypotheek. Het archief bevat ook vrijbrieven (manumissies) betreffende het officieel vrijkopen of vrijgeven van slaven. Tevens zijn er de nodige gegevens over de lokale scheepvaart (inclusief de kaapvaart): handel, stranding, passagiers, desertie e.d.
Er zijn diverse eigentijdse toegangen als registers en repertoria.

Archiefvormers:

  • College van Commercie en Zeezaken van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • College van de Wees-, Onbeheerde- en Desolate Boedelkamer van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • College voor Commercie en Zeevaart van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Commandeur van Aruba
  • Commandeur van Bonaire
  • Commissarissen en Raden van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Commissarissen van Mindere Questiën en Verschillen van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Directeur ad interim van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Directeur en Raden van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Engelse Civiel Gouverneur van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Engelse Gouverneur en Commandant van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Engelse Governor and Commander in Chief van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Engelse Luitenant-Gouverneur van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Engelse Ontvanger van de Zegelrechten van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Evangelisch-Lutherse Gemeente te Curaçao
  • Gouverneur van Curaçao, Bonaire en Aruba, 1804-1807
  • Gouverneur-Generaal van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Grote Raad van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Hervormde Gemeente te Curaçao
  • Hof van Civiele en Criminele Justitie van Demerary
  • Hoofdontvanger van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Kleine Raad van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Magazijnmeester van alle Magazijnen op Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Militaire Commandant van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Nederlands-Portugees-Israëlitische Gemeente te Curaçao
  • Ontvanger-Generaal van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Portugees-Joodse Gemeente te Curaçao
  • Raad Boekhouder-Generaal van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Raad Contrarolleur-Generaal van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Raad Controleur-Generaal van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Raad van Civiele en Criminele Justitie van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Raad van Politie van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Raad van Politie van Curaçao, Bonaire en Aruba, Secretaris fungerend als Notaris
  • Raad voor Administratie van het Pensioenfonds voor Ambtenaren in de Nederlandse Westindische Koloniën te Curaçao
  • Receiver of Stamp-duties of Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Rooms-Katholieke Kerk te Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Schutterij van Curaçao
  • Vendumeester en Ontvanger der Recognities van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Vendumeester van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Weeskamer van Curaçao, Bonaire en Aruba
  • Bennebroek Gravenhorst, J.
  • Teylingen, P.Th. Van
  • Jutting, J.N.C.
  • Lourentszoon, Hendrik Pletsz
  • Schagen, Jan van
  • Gruijs, Gerrit

Archiefvorming

Geschiedenis van het archiefbeheer

De geschiedenis van het Oud-archief Curaçao

De archieven van Curaçao en onderhorige eilanden Bonaire en Aruba tot 1828 zijn voor het merendeel in 1917, in het kielzog van de Surinaamse archieven, naar Nederland overgebracht volgens het Koninklijk Besluit van 22 december 1915.

Aangezien zich onder de reeds naar Nederland overgebrachte Surinaamse archieven ook archiefbescheiden van na 1816 bevonden, werd middels een tweede Koninklijk Besluit van 7 juli 1919 ook de overbrenging van de Surinaamse en de Curaçaose archieven tot 1828 mogelijk gemaakt. (

Staatsblad (1915) nr. 519; (1919) nr. 469.

)

Van de 35 kisten met Curaçaose archieven werden er 26 in 1917 naar Nederland overgebracht. De wegens gebrek aan laadruimte op Curaçao achtergebleven 9 kisten met de archieven van vóór 1816 en de daarbij gevoegde archieven van 1816-1828 (voor zover nog niet in Nederland aanwezig) werden in de jaren 1920, 1921 en 1931 naar Nederland getransporteerd.

In mei 1900 had mr. A. Telting, commies bij het Algemeen Rijksarchief, in opdracht van de minister van Koloniën verslag uitgebracht over zijn reizen in 1899 naar Suriname en Curaçao in verband met het treffen van een regeling ten behoeve van het ordenen en het inventariseren van de aldaar aanwezige oude archieven. (

VROA 1900 pp. 899-906.

)

Ook de materiële staat van de oude archieven kwam in zijn rapport aan de orde. In tegenstelling tot de oude Surinaamse archieven, liet hij zich vrij positief uit over de Curaçaose archieven. Het in 1890 opgetrokken stenen gebouw voldeed volgens hem aan de eisen die in een tropisch klimaat worden gesteld. Voor de komende jaren zou er voldoende ruimte beschikbaar zijn. De archieven waren door een ambtenaar van de gouvernementssecretaris enkele jaren eerder "rubrieksgewijze onder verschillende hoofden ingedeeld".

De heer Th. Morren, oud-commies van het ARA, had in 1916 in opdracht van het ministerie van Koloniën persoonlijk de overbrenging van de archieven ter plaatse overzee geregeld. In een brief d.d. maart 1916 aan de Algemeen Rijksarchivaris mr. R. Fruin sprak hij zijn voldoening uit over het "ordentelijk gebouw", waarin de oude archieven werden bewaard. (

Archief van het Algemeen Rijksarchief (1800-1940) nr. 176 (ingekomen op 28 april 1916, nr. 359).

) Een speciaal geval vormde het archief van de in 1875 opgeheven Wees- en Boedelkamer dat naar zijn mening in zijn geheel overgebracht zou moeten worden. Een advies dat werd opgevolgd.

Voordat de archieven van Curaçao op het Algemeen Rijksarchief konden worden geplaatst, werden zij na aankomst in Amsterdam direct doorgezonden naar Utrecht voor ontsmetting in verband met nog in de archiefstukken aanwezig ongedierte.

De door Bijlsma in de inleiding genoemde lijsten van in de loop der jaren verdwenen archiefbescheiden zijn als bijlage I bij deze inventaris opgenomen. De lijst van "de boeken en papieren ( ... ) rakende de secretarie" is door Hamelberg gepubliceerd. (

Hamelberg, Documenten (1901), pp. 181-183.

)

Geschiedenis van de inventarisatie van het Oud-archief Curaçao

Voor de periode van 1913-1931 kan men in de VROA regelmatig vernemen hoe het met de overbrenging en met de inventarisering van de Westindische archieven gesteld is. Een archivaris laat gaarne de bronnen spreken, zeker als ze in een zo duidelijke taal als die van de Algemeen Rijksarchivaris mr. R. Fruin zijn gesteld.

Nadat Fruin in 1913 verslag heeft uitgebracht over het rapport van mr. A. Telting anno 1900 over de Surinaamse archieven begin hij in 1914 aandacht te geven aan de Curaçaose archieven. (

VROA 1914 I, pp. 45-46.

)

In 1917 constateert Fruin dat "van geen enkel bestuurscollege het archief volledig is overgebracht, zodat ook het wel hierheen overgebrachte gedeelte voor alsnog niet kan worden geordend". (

VROA 1917 I, pp. 29-30.

)

Twee jaren later schrijft hij "gelijk ik in mijn verslag over 1917 berichtte, waren in dit jaar niet alle uit de kolonie Curaçao voor Nederland bestemde, door de heer Morren uitgezochte archivalia aangekomen. Negen kisten bleken van een zodanig formaat te zijn, dat zij door HM's Holland niet konden worden meegenomen. Sedert was de inhoud der kisten in 31 kleinere overgepakt, en deze zijn in den loop van 1919 met de Zeeland hierheen overgebracht en te Utrecht ontsmet. Daarmede zijn alle archivalia, die krachtens het Koninklijk besluit van 22 december 1915 Staatsblad no. 519 door het gouvernement der West-Indische eilanden voor overbrenging naar het moederland waren aangewezen, hier aangekomen. Inmiddels zijn zowel het zo- even aangehaalde Koninklijk besluit als dat van den zelfden datum Staatsblad no. 518 betreffende de overbrenging der Surinaamsche archieven bij de Koninklijke besluiten van 7 juli 1919 Staatsblad no. 468 en 469 in dier voege gewijzigd, dat de archieven der koloniën Suriname en Curaçao zullen moeten worden overgebracht, voor zoover zij anterieur zijn aan 1 augustus 1828, en de notariële archieven die in de beide koloniën aanwezig zijn, dat alsnog de West-Indische archieven uit de jaren 1816-1828 in het Algemeen Rijksarchief zullen worden opgenomen". (

VROA 1919, p. 21.

)

In 1920 bericht de Algemeen Rijksarchivaris: "de binders en de hulpbinders zijn ook in 1920 voortdurend met hun bind- en herstellingswerk bezig geweest. Eén der binders was daarbij weder nagenoeg uitsluitend belast met de verzorging der West-Indische archieven. Hij hield zich in de eerste plaats bezig met de archieven van den burgelijken stand, die van Curaçao, St. Eustatius en St. Martin naar het Algemeen Rijksarchief zijn overgebracht. ( ... ) Deze archivalia toch zullen vermoedelijk het drukst geraadpleegd worden, voornamelijk door genealogen; zij moeten dus het eerst in zulk een staat worden gebracht, dat zij bij raadpleging niet verder geschonden worden. ( ... ) De verzorging der West-Indische archieven zal nog veel tijd en moeite vereischen. Het papier der archieven heeft door verdroging zijne cohaesie verloren en knapt bij het omslaan eener bladzijde of het doorbladeren van een register af, zoo daarbij niet met groote voorzichtigheid te werk wordt gegaan. Nog erger staat het natuurlijk met de papieren, die door insecten beschadigd zijn of door de inwerking der inkt. Het is niet doenlijk alle defecte of zwakke bladen te beplakken en men zal moeten volstaan met het tussenleggen van dunne vellen tot bescherming der bladen. Gelukkig heeft het Algemeen Rijksarchief door tusschenkomst van den minister van Buitenlandse Zaken weder als van ouds eene belangrijke hoeveelheid van het onmisbare Japansche papier mogen verwerven. Dit is te gelukkiger, omdat de nieuwelings overgenomen archieven van Curaçao in even deerniswaardigen toestand verkeeren als die van Suriname. Die, van St. Eustatius en St. Martin overgenomen, verkeeren gelukkig in beteren toestand".

Nog in hetzelfde jaar 1920 rapporteert Fruin in de volgende bewoordingen over de inventarisering: "Nadat in den aanvang van 1920 de volledige verzameling van de archieven der West-Indische eilanden tot 1816 door de tweede zending van verpakte stukken op het Algemeen Rijksarchief was aangekomen, kon terstond met de inventariseering er van worden aangevangen."

Voor de beschrijving van Curaçao en onderhoorige eilanden Bonaire en Aruba en dat van St. Eustatius droeg zorg Mr. Bijlsma. Doordat nog in het najaar van 1920 het gedeelte van het Curaçaose archief over 1816-1833, waarvan de overbrenging bepaald was door het Koninklijk besluit van 7 juli 1919 no. 469, op het Algemeen Rijksarchief arriveerde, kon ook dit gedeelte in de beschrijving worden begrepen. De inventaris van het Oud-archief Curaçao met onderhoorige eilanden Bonaire en Aruba tot 1828 kwam gereed. Bij de Curaçaose archieven bevindt zich, behalve de collectie tot 1838, die overgenomen is krachtens de Koninklijke besluiten, bovendien het geheele archief van de in 1875 opgeheven Wees- en Boedelkamer met dat van de in 1870 opgeheven Hypotheekbank van Curaçao. Het komt mij gewenscht voor, met de stukken van Curaçao na 1828 op dezelfde wijze te handelen als indertijd geschied is met de Surinaamsche archieven na 1828: er zijn toen lijsten van deze stukken opgemaakt en van de minister van Koloniën heb ik daarna toestemming gekregen ze op den voorzolder van het Rijksarchiefgebouw te doen opbergen. Bij de opberging kunnen dan tevens de boedelpapieren, die in 40 portefeuilles dossiersgewijze, maar overigens zonder eenige orde bewaard zijn, aan de hand van de thans opgemaakte lijsten, in chronologische volgorde worden gerangschikt." (

VROA 1920 II, pp. 708, 15.

)

In 1924 kon de Algemeen Rijksarchivaris in zijn verslag mededelen dat nog een collectie uit Curaçao was ontvangen, "die eene aanvulling vormde van de vroeger ontvangen archieven. De thans gezonden collectie bevatte voor een deel ook oude stukken, die blijkbaar wegens den vergevorderden staat van ontbinding, waarin zij verkeerden, destijds waren achtergehouden. De verzameling is beschreven als een supplement tot den inventaris van het Oud-archief van Curaçao en onderhoorige eilanden Bonaire en Aruba, welke bij het jaarverslag over 1920 is gevoegd. Het supplement kwam gereed en is achter dit verslag afgedrukt. Bij het herstellen der vele delen die geheel uit elkaar waren geraakt en waarvan de fragmenten, naar gelang de ordening vorderde, geleidelijk terecht konden worden gebracht, heeft de adjunct-commies Brouwer mr. Bijlsma de helpende hand geboden". (

VROA 1924 I, pp. 32-33.

)

Tot zover de geschiedenis van de archivalia van vóór 1828.

Zagen wij reeds dat het jaar 1816 administratief niet het begin betekende van nieuwe registers en series; het jaar 1828 bleek in de praktijk ook geen duidelijke cesuur op te leveren. Bij KB van 12 mei 1930 (

Staatsblad (1930), nr. 166; de in VROA 1931 I op p. 42 genoemde datum van 12 maart 1930 is onjuist, evenzo no. 566 van het Staatsblad van 1930.

) werd dan ook besloten de koloniale en notariële archieven van Curaçao tot 1 januari 1846 naar het ARA over te brengen.

Nog in 1930 arriveerden de stukken in Nederland.

Uit de verslagen van 's Rijks oude archieven anno 1931 blijkt dat de heer Hoogendijk met de inventarisatie werd belast. Reeds toen was duidelijk dat bij het overzenden van de oude archieven de tijdgrenzen van 1828 en 1846 niet in acht genomen waren (

VROA 1931 I, p. 42.

)

Thans vormen de archivalia van na 1828 een bestand dat een betere inventarisatie behoeft.

Inmiddels is ook gebleken dat het Centraal Historisch Archief te Curaçao nog een groot aantal archivalia van vóór 1828 bevat. In de opnieuw bewerkte inventaris van het Oud-archief Curaçao tot 1828 is zoveel mogelijk aangegeven welke archivalia zich thans nog in het CHA bevinden. Voor de periode 1828-1846 dient een dergelijk onderzoek nog te worden gedaan.

De verwerving van het archief

Het archief is bij Koninklijk Besluit of ministeriële beschikking overgebracht.

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

  • Als aanvulling der stukken, beschreven in de inventaris Oud-Archief Curaçao en onderhorige eilanden Bonaire en Aruba, gepubliceerd als bijlagen bij het verslag van het Algemeen Rijksarchief over 1920, werden in 1924 nog verschillende stukken van Curaçao naar Nederland overbracht. (

    VROA 1924 I, bijlage VIII, blz. 133 - 138.

    )

    Bij deze stukken behoren delen uit de 18de eeuw, die doordat zij zwaar beschadigd waren op Curaçao waren achtergebleven. De nummering van het supplement volgt de nummering van de inventaris Oud-Archief Curaçao.

  • De hierna beschreven en bewerkte stukken werden bij de West-Indische archieven aangetroffen, die voor het merendeel in 1931 naar Nederland uit Curaçao zijn overgebracht. Zij vormen een aanvulling op de archiefbescheiden, die in de gedrukte inventaris en supplement-inventaris van respectievelijk 1920 en 1924 (

    VROA 1920 II, bijlage XII, blz. 475 en 1924 I, bijlage VIII, blz. 133.

    )zijn beschreven. Het supplement van 1934 sluit, wat indeling en nummering betreft, geheel aan bij bovengenoemde gedrukte inventarissen. Aan de "Gedeponeerde Stukken" werd een nieuw nummer 1702 toegevoegd.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in