gahetNA in het Nationaal Archief

Admiraliteiten - Zoeken: Admiraliteit

119 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.

1.01.46
J. de Hullu
Nationaal Archief, Den Haag
1924
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

1.01.46
Auteur: J. de Hullu
Nationaal Archief, Den Haag
1924
CC0

Periode:

1586-1795

Omvang:

132,67 meter; 3463 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Een klein deel is gesteld in het Frans en het Engels.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven en gedrukte teksten. De Nederlandstalige stukken van vóór ca. 1700 zijn geschreven in het gotische cursiefschrift, met name in het oud-Hollandse klerkencursief.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De Nederlandse marine was gedurende de periode van de Republiek verdeeld over vijf admiraliteitscolleges: drie in Holland (Rotterdam, Amsterdam en Hoorn/Enkhuizen), één in Zeeland en één in Friesland. Gezamenlijk zorgden zij voor de bouw, het onderhoud en de uitrusting van de vloot en de werving van opvarenden. De financiering kwam deels tot stand uit eigen middelen - via tal van kantoren verspreid over het hele land werd belastinggeld uit konvooien en licenten geïnd - en deels via jaarlijkse bijdragen van de provincies. De vloot had in eerste instantie een defensieve taak ter bescherming van de koopvaardij en pas in de tweede plaats een offensieve.
Het archief bevat resolutieboeken van de diverse admiraliteiten, commissieboeken met aanstellingen van personeel en brievenboeken van diverse regeringsinstanties als de Staten-Generaal, Raad van State en Staten van Holland. Ook is er correspondentie met binnen- en buitenlandse personen, overige rechtscolleges en van de scheepsbevelhebbers. Er zijn eveneens stukken i.v.m. de rechtspraak over goederen en personen (criminele en civiele rollen) en rekeningen m.b.t. de ontvangsten en uitgaven, waaronder bijvoorbeeld verkoop van prijsgoederen. Tevens bevat het archief een groot aantal scheepsjournalen, met name voor de periode van de achttiende eeuw. Er zijn, tot slot, een aantal eigentijdse toegangen in de vorm van repertoria en indices.

Archiefvormers:

  • College ter Admiraliteit op de Maze
  • College ter Admiraliteit te Amsterdam
  • College ter Admiraliteit in Zeeland
  • College ter Admiraliteit in West-Friesland en het Noorderkwartier
  • College ter Admiraliteit in Friesland

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Geschiedenis van het archiefbeheer

Van het begin af, zou men haast zeggen, heeft er op de archieven onzer admiralitscolleges een noodlot gerust. In den nacht van 22 op 23 februari 1604 werden de griffie en raadkamer van het Rotterdamsche College geteisterd door een brand, daardoor ook alle de registers, memorialen en wat daaraan dependeert meestendeel bedorven, verbrand ja t'eenemaal schier geconsumeerd zijn".(

Resolutie Admiraliteit Maze 23 Februari 1604.

) Bij den geweldigen brand, tusschen 12 en 13 Januari 1771 op het Admiraliteitshuis te Harlingen uitgebarsten, zijn ,,de geheele secretarie benevens alle de aldaar berustende papieren en documenten verbrand en verloren geraakt, hebbende men door de hevigheid van den brand niets daarvan kunnen bergen".(

Nieuwe Nederlandsche Jaarboeken 1771 blz. 56-58.

)
Op 8 Januari 1844 volgde een nog veel grootere verwoesting bij den brand, die het Departement van marine in de asch legde. Een overzicht van hetgeen tot op dien fatalen dag van de admiraliteitsarchieven in het Departementsgebouw aanwezig was, en van wat aan de vernieling is ontkomen, vindt men in de voorrede van de eerste uitgave van De Jonge's Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen. Van ,,een menigte registers en losse stukken", door de ramen naar buiten geworpen, ,,half verbrand of gezengd, van het water der spuiten doorweekt, met slijk, sneeuw en ijs overdekt", zocht men ,,onder de leiding" van den commies-chartermeester De Zwaan ,,het meest bruikbare bijeen, ,,'t welk onmiddellijk naar het Rijksarchief overgebracht werd, waar (schrijft De Jonge) onder mijn oog door dien verdienstelijken ambtenaar met oneindige moeite en geduld de boeken voorzichtig los gemaakt, de brieven en andere stukken uitgelegd of op rekken gehangen en gedroogd werden".(

De Jonge t.a.p.

)
Toen de Minister van Marine de daarna nog overgebleven papiermassa van de straat verlangde te zien opgeruimd, vraagden hem de heeren Jhr. J.W. van Sypesteyn en W.J. baron d'Ablaing van Giessenburg vergunning om die tot zich te mogen nemen, met ,,het gevolg dat de hoop, als voor den Lande nietswaardig", aan hen beiden ,,mondeling werd afgestaan, mits (hem) zoo spoedig doenlijk opruimende". Zij lieten de massa, met verlof van Prins Hendrik der Nederlanden, overbrengen naar den stal van diens paleis, waar zij voorloopig opgeborgen werd. Bij het uitzoeken stond hun, op hun verlangen, ter zijde een van de ambtenaren van het rijksarchief om, ingeval er nog het een of ander voor den dag mocht komen, van belang voor het land, dit aan het Rijksarchief af te geven. Inderdaad zijn ,,verscheidene registers, commissieboeken enz. enz. op die wijze"door hen ,,tevoorschijn gehaald"en aan het Rijksarchief teruggegeven. hun eigen voorkeur bepaalde zich ,,tot meestal losse stukken, met handteekeningen van bekende personen voorzien, welke de commies (De) Zwaan als nietswaardig beschouwde". Nadat de beide heeren hun zucht om ,,handteekeningen te verzamelen" hadden bevredigd, ,,heeft de commies (De Zwaan) gezorgd, dat het overige, in de duinen begraven werd".(

Brief van W.J. baron d'Ablaing van Giessenburg voornoemd dd. 9 November 1878, in Ingekomen brieven Algemeen Rijksarchief 1878 nr. 243.

)
Vroeger (in 1869) waren alreeds uit de nalatenschap van den heer van Sypesteyn verscheidene admiraliteitsarchivalia op het Algemeen Rijksarchief teruggekeerd, en zooals uit de jaarverslagen blijkt is in den loop des tijds hetzelfde geschied met vele van die, welke bij den brand in de handen van anderen waren geraakt. Al deze, door schenking, aankoop of anderszins op het Algemeen Rijksarchief teruggekeerde, bescheiden zijn nu hereenigd met het archief van dat College, waarvan zij eenmaal deel hebben uitgemaakt nadat vooraf op elk stuk was aangeduid wanneer en op wat wijze het weder in het bezit van het Rijksarchief is gekomen.

Waar zoo vele van de allerbelangrijkste documenten betreffende de geschiedenis van ons zeewezen voor goed zijn te loor gegaan, scheen het raadzaam aan den inventaris van de archieven der Admiraliteitscolleges bij wijze van aanhangsel nog een beschrijving toe te voegen van de papieren, nagelaten door admiraliteitsambtenaren, vlootvoogden, zeeofficieren of anderen - particuliere stukken met andere woorden, die in meerdere of mindere mate de gapingen kunnen aanvullen, door den brand van 1844 veroorzaakt. Een reden te meer om zoo te handelen was hierin gelegen dat, overeenkomstig de vroegere begrippen van archiefbeheer, verscheidene van deze papieren en collecties indertijd met de admiraliteitsarchieven waren vereenigd geworden tot één geheel - het zoogenaamde Admiraliteis- of Marine-archief - en in éénzelfden catalogus met doorloopende nummering beschreven. Om dezelfde reden is insgelijks opgenomen een beschrijving van een aantal op admiraliteits- en zeezaken betrekking hebbende stukken, die men al mede bij het zoogenaamde Admiraliteits- of Marine-archief had gevoegd en voor dat doel gelicht had uit de Verzamelingen Bisdom, Van der Heim, Van der Hoop en andere collecties. Eindelijk bevat deze inventaris ook nog een opgaaf van die bescheiden betreffende admiraliteits- en zeezaken, welke het Algemeen Rijksarchief als losse aanwinsten verworven heeft vóór 1888. Voor opneming van de in 1888 en later verkregen losse aanwinsten van dezen aard bestond geen reden: zij zijn beschreven in de gedrukte aanwinstenlijsten achter de jaarverslagen en een op het Algemeen Rijksarchief aanwezig repertorium wijst hierin den weg.

De stukken, door hem verworven, heeft de heer d'Ablaing omstreeks 1878 aan het Rijksarchief ten geschenke gegeven.(

Brief van W.J. baron d'Ablaing van Giessenburg voornoemd dd. 9 November 1878, in Ingekomen brieven Algemeen Rijksarchief 1878 nr. 243.

)

Het archief is bij Koninklijk Besluit of ministeriële beschikking overgebracht.

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in