gahetNA in het Nationaal Archief

Justitie / Londens Archief - Zoeken: %22Radio%20Oranje%22

7 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.

2.09.06
CAS 428, S.F.M. Plantinga
Nationaal Archief, Den Haag
2001
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.09.06
Auteur: CAS 428, S.F.M. Plantinga
Nationaal Archief, Den Haag
2001
CC0

Periode:

1936-1953
merendeel 1940-1945

Omvang:

60,50 meter; 24179 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands en het Engels.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het ministerie van Justitie was verantwoordelijk voor de juridische aspecten van de economische oorlogsvoering. De basis daarvoor werd gelegd in het Koninklijk Besluit Rechtsverkeer in Oorlogstijd (A6), dat bepaalde dat rechtsverkeer met vijandelijk gebied slechts mogelijk was met toestemming van de Commissie Rechtsverkeer in Oorlogstijd (CORVO), en A1, waarin geregeld werd dat Nederlands bezit in het buitenland, waarvan de eigenaren in bezet gebied waren, onder beheer kwam van door de Nederlandse regering ingestelde commissies. Andere taken van Justitie waren de Politie-Buitendienst, de Bijzondere Nederlandse Gerechten in Groot-Brittannië en het toezicht op Radio Oranje en de Nederlandse delinquenten in Britse gevangenissen. Naarmate de oorlog vorderde werd de juridische voorbereiding van de terugkeer steeds belangrijker, zoals onder meer het Besluit Bijzondere Staat van beleg (D60), wat de basis vormde voor de instelling van het Militair Gezag, en het Besluit Herstel Rechtsverkeer (E100). Behalve informatie over bovengenoemde kwesties is er ook materiaal over het afwikkelingsbureau dat van 14 juni 1945 tot 15 januari 1946 werkzaam was om de resterende taken van het departement in Londen af te wikkelen. In dat deel van het archief zijn honderden dossiers van personen en bedrijven waarmee na de oorlog een financiële afwikkeling plaatsvond.
Speciaal genoemd moet worden dat het archief duizenden persoonsdossiers bevat met informatie over de politieke betrouwbaarheid van Nederlanders die zich tijdens de oorlog in geallieerd gebied bevonden.

Archiefvormers:

  • Ministerie van Justitie te Londen 1940-1945

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Verantwoording van de bewerking

De twee oorspronkelijke toegangen hadden een aantal bezwaren. Om aan deze bezwaren tegemoet te komen is in 1999-2000 het archief door de Centrale Archief Selectiedienst (CAS) te Winschoten opnieuw geïnventariseerd.

Uitgangspunt was het archief zoals dat in 1973 was overgedragen met de originele inventarislijsten. Er is om praktische redenen voor gekozen om niet de ontbrekende dossiers elders op te sporen en deze alsnog bij het archief te voegen. De orde die aangebracht was bij de inventarisatie van 1967-1968 is gehandhaafd. De beschrijvingen van de inventarislijsten zijn enigszins uitgebreid, onder meer door de dossiers afzonderlijk te dateren, onduidelijke beschrijvingen te verbeteren en eventueel aan te vullen.

Omdat het archief voor een groot gedeelte bestaat uit dossiers betreffende een natuurlijke of een rechtspersoon (

De dossiers uit de rubrieken B, C, J, PBD, P, S en AA-ZZ hebben grotendeels personen of bedrijven tot onderwerp en beslaan ruim 76% van het archief.

), is per rubriek een uitgebreide alfabetische index gemaakt. De verwachting is dat hierdoor voor een zeer groot gedeelte het tijdrovende zoekwerk met behulp van de oude originele inventarislijsten en het alfabetische kaartregister overbodig is gemaakt.

Het overgrote deel van het archief is geschreven in de Nederlandse taal. Slechts met personen die in de Engelse administratie werkzaam waren, werd in de Engelse taal gecorrespondeerd.

Uitgangspunt voor de bewerking bij de CAS was het archief in zodanige staat te brengen dat het een wezenlijke verbetering van de toegankelijkheid zou opleveren. Het gebruik van de oude Londense plaatsingslijsten en het alfabetische kaartregister moesten daarbij tot het verleden gaan behoren. Dit hield in dat het zwaartepunt van de bewerking bij de indicering van de subrubrieken kwam te liggen. Tevens was een goede materiële verzorging van het archief noodzakelijk. Aangezien met het Algemeen Rijksarchief werd afgesproken dat er uit het archief geen bescheiden voor vernietiging zouden worden aangewezen werd er bij de bewerking geen gebruik gemaakt van selectielijsten.

Bij de bewerking werd uitgegaan van de bestaande ordening van het archief. Leidraad vormde daarbij de Londense plaatsingslijsten. Dit hield in dat de indeling van de hoofdstukken volgens de verschillende rubrieken, zoals verwoord in het vorige hoofdstuk, gehandhaafd bleef. Rubrieken waar geen dossiers meer van aanwezig waren ('T', 'V' en 'RM') werden niet vermeld. Om een onderscheid te maken in de beide 'P'-rubrieken werd besloten de eerste 'P'-serie als 'PBD' aan te duiden met daarin bescheiden afkomstig van de Politie Buitendienst en zijn voorganger de CID. De tweede 'P'-serie bleef als rubriek 'P' gehandhaafd. Nieuw was het tussenvoegen van de rubriek 'D' (Diversen) tussen de rubriek 'S' (Strafzaken) en de nu als Afwikkelingsbureau aangeduide rubriek 'AA/ZZ'. De stukken die in de rubriek Diversen werden opgenomen waren bescheiden die oorspronkelijk niet van een lettersymbool waren voorzien en los werden aangetroffen. Tot slot werd de eveneens nieuwe rubriek 'ET' (Eigentijdse Toegangen) aan de inventaris toegevoegd. In deze rubriek werden een alfabetische index op naam, bedrijfsnaam en onderwerp van het ministerie van Justitie te Londen, de oorspronkelijke inventarislijsten uit Londen en de indicateurs van het na-oorlogse afwikkelingsbureau opgenomen. Het archief heeft een omvang van 67 strekkende meter. (

De verantwoording van de bewerking werd geschreven door de Centrale Archief Selectiedienst (CAS).

)

Het gebruik van deze inventaris

Voor degene die onderzoek in dit archief wil doen, volgen hieronder een aantal praktische handreikingen.

Een uitgebreid overzicht van de bemoeienissen van het ministerie van Justitie is te vinden in de twee bijlagen van deze inleiding. Zij bevatten twee door Van Angeren geschreven, niet gepubliceerde, brieven aan de Parlementaire Enquêtecommissie met een uitgebreide samenvatting van het werk van het ministerie (bijlage 1), en een informatieve brief van De Jager aan Van Angeren over de taak van Justitie in Londen met betrekking tot de economische oorlogvoering (bijlage 2).

Het archief bestaat uit een aantal series, rubrieken, die aangeduid zijn met een letter. Binnen een rubriek zijn in Londen volgnummers aan de dossiers gegeven.

Onderdeel van de huidige inventaris zijn alfabetische indices per rubriek. Bij het zoeken naar een dossier moet rekening gehouden worden met het feit dat het gezochte onderwerp in meerdere rubrieken voor kan komen. Het is daarom nuttig om alle daarvoor in aanmerking komende rubrieks-indices te raadplegen. De indices op de desbetreffende rubrieken en dossiers verwijzen rechtstreeks naar het inventarisnummer.

De beschrijvingen in de inventaris van de dossiers geven ook de jaren aan waarop het dossier betrekking heeft. Achter de beschrijvingen in de inventaris is tussen haken [] steeds de oude uit Londen afkomstige rubrieksletter met het dossiernummer opgenomen.

Mochten de indices geen oplossing bieden voor de vraagstelling, dan bestaat de mogelijkheid om te zoeken volgens de oude methode.

Het alfabetisch kaartregister (inventarisnummers 24137-24180) geeft verwijzingen naar de oude uit Londen afkomstige rubrieksletter en het dossiernummer. Met regelmaat bevat een kaartje meerdere van dergelijke verwijzingen, maar vaak zijn indertijd de verschillende dossiers samengevoegd tot één dossier. Het kaartregister geeft niet aan in welk dossier uiteindelijk de stukken zijn opgeborgen.

Bovendien bevinden zich op een kaartje ook regelmatig verwijzingen naar dossiers welke niet in dit archief zijn aangetroffen, daarin ook niet thuis horen gezien de systematiek van het archief, en waarvan ook niet duidelijk is geworden waar deze zich momenteel bevinden; wellicht wordt verwezen naar dossiers of documenten van of bij toenmalige inlichtingendiensten in Londen.

Wanneer het kaartregister verwijst naar een letter 'L' met een dossiernummer (bijvoorbeeld L 1234), dan wordt daarmee de oude, eerste 'P' rubriek bedoeld, de huidige 'PBD' rubriek in deze inventaris. Een registratie als 'P-74' verwijst naar de oude tweede 'P' rubriek, waarvan de benaming ook in de huidige inventaris gehandhaafd is.

Indien het oude alfabetisch kaartregister geen soelaas biedt bij het onderzoek, dan is het ook nog mogelijk om de oude originele uit Londen afkomstige onderwerpslijsten te raadplegen (inventarisnummer 24181). Deze lijsten geven per rubriek en dossiernummer een zeer summiere beschrijving van de onderwerpen. Tevens zijn hierin de beschrijvingen aanwezig van de dossiers welke in Londen bij het ministerie van Justitie gevormd zijn, maar bij de eerste inventarisatie van 1967-1968 niet meer in het archief werden aangetroffen. Soms vindt men in deze laatste gevallen verwijzingen naar de nieuwe vindplaats, meestal naar het na-oorlogse archief van het ministerie van Justitie. Deze niet meer in het archief aanwezige dossiers zijn in de huidige inventaris niet beschreven.

Besluitvorming bij het ministerie van Justitie stond niet op zichzelf. Dit betekent dat ook in archieven van andere Nederlandse overheidsorganen die in Londen gevestigd waren, stukken over een zelfde onderwerp aanwezig kunnen zijn.

Te denken valt hierbij onder meer aan de archieven van de ministerraad (ARA, 2.02.05.02), de ministeries van Algemene Oorlogvoering voor het Koninkrijk (ARA, 2.03.01), Buitenlandse Zaken, Oorlog (ARA, 2.13.71), Marine, en de Netherlands Shipping and Trading Committee (ARA, 2.06.084).

Ook privé-archieven, zoals dat van J.R.M. van Angeren (ARA, 2.21.183.02) en van P.S. Gerbrandy (ARA, 2.21.068) kunnen oplossingen bieden voor vragen (

Men raadplege verder: Erik Somers en Mark Pier, Archievengids van de Tweede Wereldoorlog, Zutphen 1994.

).

Hoewel na de bevrijding van Nederland en de terugkeer van de regering een afwikkelingsbureau van het ministerie van Justitie in Londen bleef en daarvan ook in de dossiers van dit archief veel documenten zijn aan te treffen, moet men er rekening mee houden dat in het na-oorlogse archief van het ministerie en in de archieven van zijn instellingen en diensten dossiers zijn terecht gekomen uit de Londense tijd, of dat een vervolg op een dossier aan te treffen is in archieven van andere overheidsorganen. Zo gingen bijvoorbeeld taken van de Politie-Buitendienst over naar het Bureau Nationale Veiligheid van het Militair Gezag en werden Corvo-zaken met ingang van 1 december 1948 overgenomen door de Raad voor het Rechtsherstel (

KB 12-11-1948 nr 23, Staatscourant 26-11-1948 nummer 230.

).

Ordening van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in