gahetNA in het Nationaal Archief

Wassenaer van Duvenvoorde, van

3.20.87
J.C. Kort
Nationaal Archief, Den Haag
2002
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.20.87
Auteur: J.C. Kort
Nationaal Archief, Den Haag
2002
CC0

Periode:

1226-1996

Omvang:

38,00 meter; 3299 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands en Middelnederlands

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven en gedrukte teksten. De Nederlandstalige stukken van vóór ca. 1700 zijn geschreven in het gotische cursiefschrift, met name in de oud-Hollandse klerkencursief. De Duitse stukken zijn grotendeels in het Kurrentenschrift geschreven.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De familie Van Wassenaer behoort tot de belangrijkste adellijke families van Nederland. Reeds vroeg bekleedden zij hoge functies aan het grafelijk hof. Onder latere generaties ontstonden diverse zijtakken met bekende familienamen zoals Van Duvenvoorde, Raaphorst en Van Polanen. Het archief is primair verdeeld naar de verschillende takken van het geslacht Van Wassenaer: Duvenvoorde (alias Van Wassenaer), Van Wassenaer Starrenburg, Van Wassenaer van Catwijck enz. Bij elk van deze takken zijn er stukken over aanverwante families en rubrieken betreffende eigendommen en bezittingen, huizen en heerlijkheden. Het archief bevat met name stukken over huis Duivenvoorde en over de heerlijkheden Voorschoten, Valkenburg, Katwijk en 't Zand. Bij de bezittingen lag de nadruk op Zuid-Holland, maar ook over huizen, heerlijkheden en eigendommen in andere provincies zijn stukken aanwezig. Leden van het geslacht Van Wassenaer vervulden talrijke functies in Holland: baljuw van (hoge) heerlijkheden, dijkgraaf in Rijnland en Delfland, lid van de Staten van Holland e.d. Vanaf eind zestiende eeuw bekleedden enkele personen hoge militaire posten in leger en vloot.

Archiefvormers:

  • Almonde, Van
  • Appeldoorn, Van
  • Balveren, Van
  • Beide Katwijken en het Zand, heren van
  • Bourgogne, Van
  • Brakel, Van
  • Brederode, Van
  • Broekhuizen, Van
  • Cats, Van
  • Delen, Van
  • Doornik, Van
  • Duvenvoorde, Van
  • Eck van Pantaleon, Van
  • Gemen, Van
  • Goris
  • Haaften, Van
  • Haastrecht, Van
  • Hinojosa, De
  • Horst, Van der
  • Huis Duivenvoorde
  • IJsselmuden, Van
  • IJsselstein, Van
  • Kats
  • Leefdaal, Van
  • Leenkamer Raaphorst
  • Lek, Heer van de
  • Liere, Van
  • Maarn, Van der
  • Meerwijk, Van
  • Middachten, Van
  • Millinc
  • Mulart
  • Musch
  • Pijnssen
  • Poll, Van de
  • Polomey, Van
  • Pompe
  • Randwijk, Van
  • Renesse, familie Van
  • Riemsdijk, Van
  • Sas
  • Sasbout
  • Schaep
  • Scherpenzeel, Van
  • Spangen, familie Van
  • Ten Bosch
  • Tengnagel
  • Torck
  • Turk
  • Tuyll van Serooskerken, Van
  • Vijgh
  • Voorschoten, heer van
  • Voorst, Van
  • Wachtendonk, Van
  • Wassenaer Starrenburg, Van
  • Wassenaer, Van
  • Wassenaer van Catwijck, Van
  • Wassenaer van Rosande, Van
  • Wassenaer van Sint-Pancras, Van
  • Wassenaer-Warmond, Van
  • Wijhe, Van
  • Woude, Van den
  • Zoudenbalch
  • Zwieten, Van

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Geschiedenis van het archiefbeheer

De geschiedenis van de bewaring van het archief der diverse takken van de familie Van Duvenvoorde en vervolgens de verspreiding daarvan is ingewikkeld, omdat zij zelden afdoende te documenteren is. Daarom moet dit relaas ten dele hypothetisch blijven.

De oudste tak Van Wassenaer

Toen Johan van Wassenaer († 1523) zijn goed onder zijn beide dochters Maria en Margaretha verdeelde, bepaalde hij dat eerstgenoemde zijn gehele erfenis zou toevallen, verminderd met 400 Rijnse guldens jaarlijks, die haar zuster zou ontvangen(

Regesten Twickel, nr. 162 d.d. 3 juni 1522.

). Uit de erfenis van haar grootmoeder Johanna van Halewijn kreeg de jongste dochter 53 pond groten Vlaams jaarlijks, een beurs en de inhoud van een fluwelen koffertje(

Regesten Twickel, nr. 162 d.d. 12 februari 1528.

)
. Margaretha van Wassenaer (ca. 1515-1556) werd aldus vrijwel onterfd. Zij huwde in 1524 Jan van der Marck, heer van Lummen († 1552), en overleed in 1556. Haar zoon was de watergeus Willem van der Marck alias Lumey, die de schrale erfenis niet vergeten zal zijn.

De grafzerk van Jan van der Marck werd in 1865 overgebracht naar het Capucijnerklooster te Edingen(

Obreen, pp. 52-53.

), thans Studium Arenbergense. Om zekerheid te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van archief Van Wassenaer wendde ik mij in 1998 tot de archivaris aldaar maar ontving negatief antwoord. Margaretha van Wassenaer had blijkbaar evenmin enig aandenken in schriftelijke vorm ontvangen.

Maria van Wassenaer (ca. 1513-1544) huwde in 1527 Jacob de Ligne en bracht het niet onaanzienlijke kapitaal van haar familie naar Henegouwen, waar deze familie thans nog het kasteel Beloeil bezit. Het archief was in zijn geheel naar De Ligne gegaan en werd blijkens een ongedateerde lijst(

Inv. 7.

) in zijn huis te Brussel bewaard. Omdat de laatst beschreven stukken dateren van 1619, moet het van na die tijd zijn. Het oudste stuk was van 1251(

Kruisheer, OHZ., II, 894, in de lijst abusievelijk op 1241 vermeld.

)
en het geheel was geborgen in vijftien laden, genummerd A tot en met P. Behalve stukken van de familie en Wassenaar wordt ook archief van de heerlijkheden Katwijk en Wimmenum vermeld.

In de volgende lijst van 1769(

Inv. 8 p. 163.

) van het archief op Beloeil worden slechts weinig stukken betreffende Wassenaar genoemd. De stukken betreffende Katwijk en Wimmenum zijn na hun verkoop in 1615, respectievelijk 1612 aan de nieuwe bezitters overgedragen zoals blijkt uit hun aanwezigheid in de archieven van deze heerlijkheden. Die van Wimmenum zijn eigendom van Jan Pieter Six te Hilversum(

Kopieën van delen in RA. Noord-Holland.

)
. Een grotere hoeveelheid archief betreffende de heerlijkheid Wassenaar en de familie werd in 1735 aan de graaf Van Wassenaer overgedaan. De lijst van verzonden stukken bleef op Beloeil maar werd ons niet bekend. Zeker is, dat beide partijen geen haast hebben gemaakt de betreffende archivalia te verwerven dan wel af te staan, omdat de heerlijkheid Wassenaar reeds in 1657 was gekocht.

In 1735 werd dit archief ter hand gesteld aan de graaf Van Wassenaer, te identificeren als Unico Willem van Wassenaer Obdam (1692-1766). Niets in diens archief wijst op de transaktie, enkele stukken worden toch in een collectie stukken van het familiearchief Wassenaer Obdam(

Inv. 893.

) vermeld. Hierin wordt het archief beschreven zoals het na 1764 geplaatst was in vijf kasten en enige pakken waarschijnlijk in het huis van de familie aan de Kneuterdijk. Het is geschreven met de hand van rentmeester Daniel van der Wilp († 1768)(

Twickel, 7063.

)
. Op een gegeven moment, waarschijnlijk in 1816 bij de verkoop van het huis aan koning Willem I(

A.J. Brunt, Inventaris van het huisarchief Twickel, Zwolle/Delden 1993, p. XXXI.

)
werd dit fonds gedecimeerd. Bewaard werden stukken, waarin de naam van de familie voorkwam, zo werden huwelijksvoorwaarden Van Raasfelt gescheurd, wel bleef een akte Van Raaphorst gespaard. De scheurder wist blijkbaar, dat die familie was.

De uitkomst van het werk was desastreus. Van de 685 nummers werden 665, waaronder vele rekeningen, vernietigd. Er restten daarna twintig charters, waarin de naam van de familie voorkwam(

Twickel, inv. 12, 17, 22, 131-133, 136, 143, 144, 157, 194, 202a, 347, 348, 355, 848, 909 en 2201.

). Ook de oudste charters van 1251 en 1276 moesten er aan geloven.

De omschrijvingen van omstreeks 1764 waren gelukkig zo goed, dat wij in staat waren van het archief van de familie Van IJsselstein van Ten Bosch, die ook tot de voorouders van de hooftak Duvenvoorde behoorde, behoorlijke omschrijvingen te maken(

Bijlage C.

). Van andere families zoals Van Arnhem en Van Huchtenbroek, die niet verwant waren aan de hoofdtak, is dit nagelaten.

Andere stukken van de oude familie Van Wassenaer zijn blijkbaar langs andere weg op kasteel Twickel terechtgekomen. Het waren persoonlijke stukken vanaf 1354 tot 1540(

Twickel, inv. 803-821.

), die onder meer behoorden aan Jan van Wassenaer († 1496), Katharina van Wassenaer (gest. 1538) en Joost van Kruiningen († 1543). Nu loopt een merkwaardige zaak in het oog: ook in het archief Duvenvoorde waren enkele stukken van deze personen(

Inv. 5-6

)
aanwezig, hoewel zij niets met Duvenvoorde uitstaande hadden! Het zal nog vreemder worden, daar Twickel op zijn beurt stukken van de familie Van Duvenvoorde en de jongere takken daarvan bezit over de jaren 1484-1737(

Twickel, inv. 822-847

)
. Voorts zijn daar stukken betreffende Katwijk van na de verkoop van 1654(

Twickel, inv. 7733-7734, p. 1095

)
. Hoe is dit te verklaren? Kan er sprake zijn geweest van zorgeloosheid bij het archiefbeheer in de tijd dat rentmeester Jan van Zanten aan het eind van de achttiende eeuw zowel voor Obdam als voor Duvenvoorde werkte in huizen, die schuin tegenover elkaar aan de Kneuterdijk stonden? Of eventueel zijn voorganger Adriaan van der Does, die in de jaren 1793-1794 beide functies ook vervulde? Of was het de drang van verzamelaars in de familie om familiestukken te behouden? Gezien de aanwezigheid van de oude inventaris Obdam van 1764 in het fonds Rosande lijkt de laatste mogelijkheid ons de meest waarschijnlijke.

Hoe dit zij, toen W.J.J.C. Bijleveld en H. Obreen in 1914 kasteel Beloeil bezochten op zoek naar het oude Wassenaerarchief, troffen zij niets aan, hoewel de gehele inboedel van het kasteel een brand van 1900 had overleefd(

Leidsch Jaarboekje, 1915, pp. 96-103

) .

Van Duvenvoorde alias Van Wassenaer

De familie van Duvenvoorde stamt af van Filips, jongere zoon van Filips van Wassenaer, en is daarom naar de telling van Obreen een afsplitsing in de tweede generatie.

Tot het begin van de negentiende eeuw zijn geen beschrijvingen van dit archief overgeleverd. Indirect worden wij wel ingelicht over het bestaan van het archief, toen aan het einde van de zestiende eeuw enkele stukken eruit werden afgeschreven door Dirk Woutersz., pastoor van Wassenaar, en P.C. Bockenberg(

Kruisheer, OHZ., II, 466 toelichting.

). Op groter schaal gebeurde dat in 1660 door Daniel François Hagens(

Inv. 15.

)
. Dit was een deel van het archief, dat bedoeld was om de afstamming van de familie Van Duvenvoorde van de oudere tak Wassenaer te bewijzen en niet het gehele archief. Dit archief was blijkbaar in wezen, toen Willem Frederik Hendrik van Wassenaer (1752-1799) er in 1774 onderzoek in wilde doen. Toestemming tot raadpleging vroeg en verkreeg hij van Alexander Jan Torck (1733-1793), die zijn archief te Den Haag achter slot en grendel hield in meerdere kasten(

Inv. 1562.

)
.

Al in de achttiende eeuw had Willem Frederik Torck (1691-1761) archief van Den Haag naar Rosendaal laten brengen, toen sprake was van een pak stukken,"getekend A, rakende de boedel Duvenvoorde in lade A in de kast achter de deur in het kantoor op Rosendaal(

Inv. 132.

). Reeds in 1722 dus bij de afhandeling van de boedel van zijn schoonvader zag Torck stukken door en legde er een provisorische beschrijving bij(

Inv. 411

)
. Minder specifiek maar toch duidelijk genoeg voor transport van stukken Duvenvoorde naar Rosendaal zijn enige lijsten uit de achttiende eeuw(

Inv. 771.

)
.

Pas in 1809 voltooide rentmeester Jan van Zanten een lijst van oude papieren van Reinout Jan Christiaan Torck (1765-1810), die bewaard werden in diens huis aan de Kneuterdijk. Hij was met het werk begonnen in 1806 en had de stukken blijkbaar meegenomen want na afloop werden ze wederom in het grote huis aan de Kneuterdijk gedeponeerd. De lijst bevat 148 nummers, waarvan drie nummers (62, 77 en 90) voor ons doel afvallen want zij betreffen het huis Rosendaal en de familie Torck. Daar veel pakketten zijn onderverdeeld, gaat het voor de familie Van Wassenaer in totaal om 333 beschrijvingen, waarvan 170 nummers in het tegenwoordige bestand konden worden herkend. Dat was vaak niet eenvoudig en soms ondoenlijk getuige nr. 13: "allerhande" of nr. 53: "een paquet papieren raakende meestal de families Van Almonde en Pijnssen, bestaande in blafferts van derzelver goederen, inventarissen etc." Ook schijnt het, dat de rentmeester de stukken in het Latijn buiten beschouwing heeft gelaten. De bewaarde stukken in die taal zijn immers aan de achterzijde voorzien van de uniforme tekst: "latijn". (Mogelijk de man van de andere inventaris van 1764). Ook liet Van Zanten de beschrijving van stukken na, die hij aanmerkte als "slapers". Deze categorie, waaraan hij blijkbaar weinig belang hechtte, bleef tot onze verbazing in zijn geheel bewaard. Deze kennis dienen wij wel te verwerven via bestudering van de achterzijden der stukken, waarop de rentmeester de nummers placht te noteren.

Bij nummer 100 meldde Van Zanten in de lijst: "enige brieven, bij den hoog edelen heer van Voorschooten gelezen en gezegd te bewaren". Dat geeft voor de bewaring de beste perspectieven maar in de praktijk valt het tegen: ongeveer de helft en daarbij de dikste pakken is verdwenen.

Merkwaardige zaken hier gelijk bij Twickel. Vermeld wordt de akte van huwelijksvoorwaarden van Jan van Doornik met Maria van Duvenvoorde(

Inv. 796, in de lijst nr. 140/b.

), die inderdaad in de inventaris van Duvenvoorde van 1920 was opgenomen. Het heeft daar de positie van een verzameld stuk, omdat het op geen andere manier op Duvenvoorde terecht kon komen. Daarnaast valt nr. 139/1 van de lijst op: die betreft Frederik Hendrik van Wassenaer (1701-1771). Hij behoorde tot de tak Catwijck en om die reden zijn stukken niet in het huis Duvenvoorde te verwachten.

Opvallend is voorts, dat de stukken afgeschreven bij Hagens, in de lijst van Jan van Zanten niet voorkomen. Deze bleven waarschijnlijk bijeen en ze werden de rentmeester niet meegegeven. Blijkens inv. 16 werden de stukken Hagens behalve nr. 1 (de tekst van 1226) nogmaals van maart tot mei 1775 naar de originelen afgeschreven door J.F. Royer, secretaris van het Hof van Holland, en nagezien door David Mijs, notaris. Dat zal het resultaat zijn geweest van het onderzoek, dat Willem Frederik Hendrik van Wassenaer in 1774 in het pand aan de Kneuterdijk verrichtte. Sinds die tijd zijn de originelen niet meer gezien.

Door de omstandigheid, dat de baljuw, schout en secretaris van Voorschoten ook rentmeester van de heer was, bleven op de secretarie van Voorschoten stukken van Duvenvoorde achter. Deze werden in 1948 bij inventarisatie gevonden en vervolgens geschonken aan het Algemeen Rijksarchief(

VROA., 1948, p. 26, XII, nrs. 12-33.

).

Een volgende aanvulling kwam in 1959 van Ludolphine Henriette Schimmelpenninck van der Oye (1891-1965)(

VROA., 1959, p. 44, XV, nr. 1.

). Deze bestond grotendeels uit stukken, afkomstig van latere eigenaren van Duivenvoorde.

Het huis Duvenvoorde aan de Kneuterdijk werd in 1912 verkocht. Uiterlijk in dat jaar werd het huis ontruimd. Een deel verhuisde naar het kasteel Duivenvoorde, hoewel dat niet aan Torck behoorde. Ongeveer twee meter ging naar Rosendaal in Velp. Enkele stukken werden daar omstreeks 1900 door Obreen gesignaleerd, de grote massa merkte hij niet op. In 1948 vervoegde de eigenaar van Duivenvoorde Willem Anne Assueer Jacob Schimmelpenninck van der Oye (1889-1957) zich op Rosendaal, dat beschadigd uit de oorlog was gekomen en vroeg en kreeg de stukken Obreen mee. Hij droeg ze - negen en veertig in totaal - direct over aan het Algemeen Rijksarchief, waar ze samen met enige andere stukken het eerste supplement Duvenvoorde gingen uitmaken(

VROA., 1949, p. 29, XXXI.

).

De grote massa bleef tot Rosendaal behoren en werd in 1969 voorlopig op fiches beschreven door C.L. Punt. Voor de eenheid van het archief had baron Schimmelpenninck in 1948 het beste alle stukken Duvenvoorde mee kunnen nemen want nu mochten dringende verzoeken om teruggave niet op enige medewerking van de rijksarchivaris in Gelderland rekenen. Zij zijn zo goed mogelijk, rekening houdend met de moeilijke toegankelijkheid, met nieuwe beschrijvingen en cursieve nummering in de inventaris opgenomen.

Een ander deel van het archief werd bij inventarisatie van het oudere deel van het huisarchief Keppel door A.P. van Schilfgaarde aangetroffen. Omdat niet zeker was wanneer de stukken op Keppel waren gearriveerd, werden ca. veertig verhuisdozen ongeordende stukken Keppel vanaf 1850 doorgezien. Er werd echter niets aangetroffen. Eén stuk uit de lijst Van Santen werd tenslotte in 1955 van de gemeente Leidschendam ontvangen. Hoe die het verkreeg is in raadselen gehuld.

In de tussentijd had aan het einde van de achttiende eeuw Willem Frederik Hendrik van Wassenaer (1752-1799) enige teksten aan de hoogleraar Te Water geleverd(

Te Water, IV, pp. 167-222.

). Behalve enkele stukken uit het fonds Rosande en afschriften van Twickel en de genealogie Hagens beschikte Willem over een aantal originele stukken van de familie Van Duvenvoorde vanaf 1303. Behalve door deze druk zijn zij thans onbekend, bovendien is onduidelijk hoe hij ze verkreeg.

Eveneens onduidelijk zijn drie akten van aanstelling voor Frederik Willem van Wassenaer (1658-1703)(

Inv. 136; HS Rotterdam, nrs. 2366-2368.

), waarvan het fonds Rosande ook drie akten bevatte. Hun herkomst is in het Gemeentearchief van Rotterdam onbekend, omdat zij op de aanwinstenlijst van ca. 1900 niet gevonden zijn. Evenmin bekend is de herkomst van stukken van Karel Lodewijk van Wassenaer (1685-1751) betreffende zijn functie van baljuw van Den Haag(

Inv. 162.

)
, die verkregen zijn van het Gemeentearchief van Den Haag.

Van Santhorst

De familie Van Santhorst stamde af van een jongere zoon van Dirk van Wassenaer (1215-1243) en is daarom een afsplitsing van de familie in de derde generatie. Deze stierf uit omstreeks 1450. Van het archief tot 1450 resteren thans vier charters in het fonds Santhorst, aanwezig in het huisarchief Twickel.

Van Groeneveld

De familie Van Groeneveld stamde af van een jongere zoon van Dirk van Wassenaer (1215-1243) en is daarom een afsplitsing van de familie in de derde generatie. Deze familie stierf in 1627 in de Zuidelijke Nederlanden uit. Het archief, dat thans nog bekend is, loopt over de jaren 1321 tot 1503 en is opgenomen in het archief van de familie Van Sypesteyn(

S.M. van Zanten Jut, Inventaris van het familiearchief Van Sypesteyn, Loosdrecht 1969.

), aanwezig in het Gemeentearchief van Haarlem. Het betreft ongeveer twintig charters.

Van Polanen

De familie Van Polanen stamde af van een jongere zoon van Filips van Duvenvoorde, stamvader van de familie Van Duvenvoorde. Het is dus een afsplitsing van de familie in de derde generatie. Deze familie stierf in 1445 met Johanna van Polanen uit. Het archief is thans onderdeel van het archief van de Nassause Domeinraad en beslaat daarin naar schatting een meter van voornamelijk charters, waarvan het oudste dateert van 1295. Een ouder stuk was vermoedelijk opgenomen in de leenregisters van Duvenvoorde, die begonnen in 1264(

Inv. 561 en 562.

). Waarschijnlijk betreft die akte het goed, dat Jan van Duvenvoorde voor zijn erfdeel ontving.

Ook in andere fondsen kwamen stukken van de familie Van Polanen terecht. In 1625 werd uit het voormalige archief van de Domeinraad een collectie stukken betreffende de visserij in de Lek overgedragen. Deze bevindt zich thans in het archief van de N.V. Maatschapopij Van Nassau la Lecq en telt ruim dertig charters vanaf 1293. Het archief is aanwezig op het Algemeen Rijksarchief. Voorts bevinden zich enkele stukken vanaf 1376 in het archief van het huis Bergh te 's-Heerenberg en worden ruim tien charters vanaf 1342 in het Koninklijk Huisarchief te Den Haag bewaard in de collectie G 17:"Originele oude charters, testamenten, koopbrieven van verschillende aard en betreffende verschillende personen".

Van Duvenvoorde van Duivestein

Deze familie stamde af van Dirk van Duvenvoorde, jongere zoon van Arent van Duvenvoorde (1348-1380) en was daarmee een afsplitsing van de familie in de zesde generatie. Deze familie stierf in 1632 uit. Het archief werd in 1660 nog benut door Hagens(

Bijlage A, nr. 17.

). Ook werd het archief gebruikt door Dirk Utenhage(

"De Nederlandsche Leeuw", 1999, kolom 433-436.

)
voor de genealogie, die hij in 1633 van deze familie samenstelde. Ook toen was het charter van 1383 het oudste stuk in het archief, dat sindsdien spoorloos verdwenen is.

Van Wassenaer van Warmond en Van Wassenaer van Alkemade

De familie Van Wassenaer van Warmond stamde af van Jan van Duvenvoorde (1468-1544), jongere zoon van de familie Van Duvenvoorde in de negende generatie. Deze familie stierf met Anna Hendrina van Wassenaer (1679-1722) uit. Haar nalatenschap ging aanvankelijk in 1726 naar Maria Isabella van Beijeren van Schagen, die gehuwd was met François Paul Emile d'Oultremont te Warfusée. Daarna diende een verre neef van Anna zich als erfgenaam bij testament aan: Willem Albert van Wassenaer (1718-1764), die zich op het huis Warmond vestigde. Pas in 1774 werd het huis aan de familie Van Leyden verkocht. Het archief van het huis, waarin een fragment van het archief van de familie, is deponeerd bij het Gemeentearchief van Leiden.

Uit het bovenstaande blijkt, dat archief van de familie Van Wassenaer-Van Warmond zich in theorie op drie plaatsen kan bevinden. Een zekere plaats is het huidige huisarchief, waarin het hier bedoelde familiearchief behoudens kleine fragmenten ontbreekt. Voorts kan het archief zijn overgebracht naar kasteel Warfusée te Saint-Georges (sur Meuse) bij Hoei. Daar is inderdaad een rijk verluchte genealogie(

Inv. 794.

) aangetroffen, die in bezit van Anna Hendrina van Wassenaer was, maar overigens ontbrak van archief elk spoor.

De derde kans voor het archief was de tak Alkemade, eveneens uitgestorven. Inderdaad bleef een exemplaar van de genealogie Hagens(

Inv. 16.

) in deze familie(

W.J.J.C. Bijleveld, Op zoek naar een verloren memorie-register der van Wassenaer's, in: "De Nederlandsche Leeuw", 1925,kolom 313-316.

)
. Het werd foutief als memorie-register aangeduid maar omdat het afkomstig was van Louise Auguste Elisabeth Marie Colette de Montmorency, weduwe van Joseph van Lotharingen-Elboeuf, is wel aannemelijk dat het de genealogie Hagens betreft. Daarna is het deel blijkbaar in handen gekomen van Willem Lodewijk Worbert van Wassenaer Starrenburg (1852-1913), verhuisde na zijn dood naar kasteel Oolde en werd in 1948(

VROA., 1948, p. 29, XXIV, nr. 3.

)
naar het Algemeen Rijksarchief overgebracht.

Bij zijn onderzoek trof Bijleveld op kasteel Eicks bij Bonn inderdaad enige stukken of notities aan bij de familie Geyr von Schweppenburg, die erfgenaam was van de tak Alkemade door huwelijk in 1802 van Maximiliaan Joseph Geyr von Schweppenburg (1777-1856) met Clementine Auguste van Wassenaer (1784-1857). De familie maakte nog melding van een schilderij van Rembrandt voor Albert van Wassenaer (1599-1657); toen Bijleveld de familie Geyr bezocht, was ook dit onbekend. Voor het overige gaf de familie te kennen, dat het archief Wassenaer verspreid of verloren was.

Een klein deel van het archief van Johan van Duvenvoorde (1547-1610) kwam voorts terecht in het archief van de familie Cousebant(

Inv. 804, 818 en 823.

). Ook hier liep de vererving via de tak Alkemade, waarvan Elisabeth Julia Jacoba van Wassenaer (1744-1799) het door haar huwelijk in 1763 met Florentius Justus Franciscus Cousebant (1735-1799) aanbracht.

Op vergelijkbare wijze kwamen stukken in het archief van de Cannenburg terecht(

Inv. 846, 847 en 852.

) en wel door huwelijk in 1658 van Odilia van Wassenaer uit de tak Alkemade met Elbert van Isendoorn à Blois (†1680). Het betreft twee nummers van de tak Warmond en één van de eigen tak Alkemade.

Naast de te verwachten plaatsen voor het archief waren er toevallige. Op kasteel Vornholz in Westfalen Kreis Warendorf kwamen stukken van de familie Van Doornik terecht. Deze familie was verwant aan de familie Van Duvenvoorde door huwelijk van Jan van Doornik in 1539 met Maria van Duvenvoorde. Door deze verbinding en opvolgende voogdij verkreeg de familie Van Doornik stukken van de familie Van Duvenvoorde. Tenslotte verwierf het Algemeen Rijksarchief in 1890(

VROA., 1890, p. 24, nr. 21f.

) een charter uit de collectie van Thomas Phillipps, dat eerder behoorde tot de collectie van Cornelis Booth (1605-1678). Het is denkbaar, dat Booth het van de familie heeft gekregen. Naar zijn aard behoort het bij dit fonds, waarbij het daarom is gevoegd.

Hoewel van het archief van de tak Warmond betrekkelijk weinig resteert, kunnen wij ons van de omvang een redelijke voorstelling maken. Dit komt omdat Johan van Duvenvoorde (1547-1610) eigenhandig omstreeks 1600 een nauwkeurige lijst van zijn charters opstelde(

Inv. 891.

), van 1611 tot 1618 voortgezet door Odilia Valkenaar (1563-1620), zijn vrouw. Deze charters waren ondergebracht in het grote kantoor van Warmond in acht laden, voorzien van de letters A tot H. De beschrijving van de inhoud van lade D ontbreekt echter.

Een volgende inventaris dateert van omstreeks vijftig jaar later en omschrijft ook alleen charters, nu in laden A tot C. Een aanvullende lijst geeft beschrijvingen van stukken en papieren in de kist op het kantoor van Johan van Wassenaer (1622-1687). Het gaat om 34 rubrieken, onderverdeeld naar meer dan 157 beschrijvingen, meestal rekeningen. Zo besloeg het archief in de tweede helft van de zeventiende eeuw naar schatting 3 meter.

In 1660 werd het archief benut door Hagens(

Inv. 15, fol. 52v vlgg.

) .

Van Wassenaer-Van ten Bosch

De familie Van Wassenaer-Van ten Bosch stamde af van Antonie van Duvenvoorde, jongere zoon van de familie Van Duvenvoorde in de elfde generatie. Deze tak stierf met Maria Jacoba van Wassenaer in 1744(

Inv. 20.

) uit, die ongehuwd te Den Bosch overleed. In 1660 maakte Hagens(

Inv. 15, fol. 48v-49.

)
gebruik van het archief, dat toen behoorde aan Arent Adam van Wassenaer en schreef de nummers 62 en 63 van de charters daarin af. Naderhand verwierf het Algemeen Rijksarchief in 1826 uit de nalatenschap van professor Jona Willem te Water (1740-1822) een leenregister van Ten Bosch. Dit register had Te Water in 1780 te leen gekregen van "een heer te Goes"(

Inv. 1562.

)
en bij zijn overlijden was het blijkbaar nog steeds in zijn bezit.

In het archief Rosande kwam een testament van Antonie van Wassenaer(

Inv. 895.

) terecht maar het overgrote deel van het archief in thans onbekend.

Van Wassenaer Starrenburg

De familie Van Wassenaer Starrenburg stamde af van Pieter van Wassenaer (1616-1669), jongere zoon van de familie Van Duvenvoorde in de dertiende generatie. Zij stierf uit in 1833 maar werd voorgezet door de zogenaamde Worberts van Wassenaer van een in 1834 gewettigde afstammeling. Op haar beurt stierf deze tak uit in 1913 met Willem Lodewijk Worbert van Wassenaer Starrenburg (1852-1913). Kort daarop gaf Willem Lodewijk van Welderen Rengers, wonend te Laren bij Zutphen op het huis Oolde, de stukken van de familie Van Wassenaer Starrenburg, die behoorden aan zijn moeder Auguste Caroline Isabelle Worbert van Wassenaer Starrenburg (1854-1919), in bewaring aan het Algemeen Rijksarchief. Zij waren in feite gelicht uit het archief van Oolde(

W.A. Wijnaendts van Resandt, Inventaris der huisarchieven op Oolde, z.pl z.j..

). Nogmaals arriveerden in 1921(

VROA., 1921, p.75.

)
en 1948(

VROA, 1948, p. 30, XXV.

)
enige stukken Starrenburg van Oolde bij het Algemeen Rijksarchief. Eerder waren reeds enige stukken op het kasteel Bergh(

VROA., 1932, p. 35, VII, nrs. 1-2.

)
gevonden en overgedragen. Stukken van de heerlijkheid Maasland en Maassluis werden bijgevoegd in 1951(

VROA., 1951, p. 19, XII.

)
en 1960(

VROA., 1960, p. 43, XIV

)
en waren afkomstig W.M. de Brauw te Den Haag en C.W. Royaards te Schoorl.

Van het archief zijn geen lijsten overgeleverd behalve een bescheiden lijst van recente stukken in de nalatenschap van Lodewijk Jan Worbert van Wassenaer Starrenburg (1778-1836)(

Inv. 959, fol. 29-30v.

). Toch laten dorsale aantekeningen op charters zien, dat deze stukken wel degelijk in hun geheel zijn doorgezien. Wij herkenden in deze notities de typische hand van Cornelis van Aerssen, heer van Voshol (1646-1728). De aanleiding, tot het werk van Van Aerssen zal het overlijden van Willem Lodewijk van Wassenaer (1676-1720) zijn geweest, die gehuwd was met Maria Cornelia van Aerssen (1691-1760). Het merkteken waarborgt zo de aanwezigheid van het charter in het archief Van Wassenaer Starrenburg.

Juist als bij Warmond raakte een hoeveelheid stukken verspreid over andere fondsen met slechts een vaag verband. Ik noem de archieven van de huizen Offem, Ruurlo, Twickel en Leur (fonds Bylandt). Het is opmerkelijk, dat stukken van Aanverwante Families niet werden meegenomen. Opmerkelijk is tenslotte, dat archief van de laatste generaties geheel of grotendeels ontbreekt. Ook bij een collectie stukken, die in 1913 uit de nalatenschap van Willem Lodewijk Worbert van Wassenaer Starrenburg werd gekocht, ontbreken zij(

G.J. ter Kuile, Archief van Haersolte en andere familie-archieven afkomstig van de Vereeniging tot Beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis, Zwolle 1957.

). Willem Lodewijk Worbert scheen wel tot het verzamelende deel van de familie te behoren. Niet alleen werd in zijn nalatenschap het exemplaar van de genealogie Hagens, afkomstig van de tak Alkemade, aangetroffen maar blijkbaar ook de fraai verluchte lijst van burggraven van Leiden van de hand van Dirk Woutersz.(

Inv. 3; VROA., p. 29, XXIV, nr. 2.

)
aangetroffen.

Van Wassenaer van Catwijck

De familie Van Wassenaer van Catwijck stamt af van Willem van Wassenaer (1671-1719), jongere zoon van de familie Van Duvenvoorde. Van hem stammen alle nog bestaande Wassenaers af. De fondsen Rosande en Katwijk met alle supplementen maken hun archief uit.

Het fonds Rosande werd in 1891 door Jan Derk van Wassenaer van Rosande (1851-1914) aan het Algemeen Rijksarchief in bewaring gegeven. Het fonds Katwijk werd in 1940 door Godfried Hendrik Leonard van Wassenaer van Catwijck (1894-1954) in bewaring gegeven. Zo was de toestand van het archief, dat tot 1858 één geheel vormde, in zoverre hersteld dat het zich in één depot bevond. Als zodanig was het in de Hof van Katwijk bewaard en beschreven door Willem Lodewijk van Wassenaer (1738-1787)(

Inv. 3241.

). Het was geborgen in zes en veertig lades, waarvan enige opgaves ontbreken. Ook werden lades met een zekere regelmaat hergebruikt of heringedeeld bijvoorbeeld omdat goed van de hand werd gedaan. Bij de verkoop van de heerlijkheid Oudegein, de heerlijkheid IJzendoorn en het huis Echteld werden immers stukken aan de nieuwe eigenaar meegegeven.

In 1835 en waarschijnlijk in 1829 bij de verkoop van de Hof was het archief van Katwijk naar kasteel Hoekelum in Bennekom overgebracht. Het was toen ingedeeld volgens een en dertig laden(

Inv. 3242.

). Toen in 1858 het archief werd verdeeld, kreeg Otto van Wassenaer (1823-1887) de stukken betreffende de heerlijkheid Katwijk, die zich bevonden in de laden 2-4, 14-16, 21, 25-27, 29-31 en van lade 1 de nummers 4 en 6-14. Hieronder rekende men ook de stukken betreffende het hoogheemraadschap Rijnland, die met weinige uitzonderingen naar Otto gingen.

Evenals in Voorschoten was ook in Katwijk de functie van baljuw, schout en secretaris verenigd met die van rentmeester van de heer maar anders dan daar had dat andere gevolgen. Waren in Voorschoten op de secretarie enige stukken van de heerlijkheid achtergebleven, in Katwijk treft men het overgrote deel van het dorpsarchief aan bij het archief van de heer(

L. Hovy en A.C. Meijer, Inventaris van de archieven der gemeente Katwijk, 1856-1931 (1975), Katwijk 1981, p. 1-10.

), zodat de gemeente slechts enkele stukken van vóór 1800 bezit.

Het archief van de tak Catwijck, waarop de rechten van Rosande in 1914 waren overgegaan, werd na 1940 herhaaldelijk aangevuld met name in 1955, 1960, 1963 en na aanvang van dit project van 1997-1999 door Louise van Wassenaer. Toegevoegd werd voorts een collectie stukken betreffende de visserij van Dordsmonde, afkomstig van Matthijs Pompe(

Inv. 2412-2422

) alsmede enkele stukken uit het familiearchief Matenesse, die geruild waren voor stukken Rosande(

J.C. Kort, het archief van de familie Van Matenesse en van de heerlijkheid Matenesse, Den Haag 1988, p. XVI.

)
. In de collectie Pompe was een klein bestand bijeengebracht, dat in 1910 was geveild. Het Algemeen Rijksarchief schafte toen de twee oudste stukken aan(

VROA., 1910, p. 67, XVII, nr. 1.

)
. Het resterende gedeelte, voorzien van dezelfde dorsale notities, kreeg het Rijksarchief in 1976 ten geschenke van wijlen A. van der Poest Clement te Schiedam(

VROA., 1976, p. 72, nr. 12

)
.

Op vergelijkbare wijze werd het archief door koop op veilingen of door schenkingen vermeerderd. Het resultaat was een collectie uitgegane brieven en uitgeknipte handtekeningen e.d.(

Inv. 18.

), waarvan de herkomst veelal niet is vast te stellen. Bij uitzondering is bekend, dat inv. 1707 uit de auctie Nahuys op 16 februari 1897 bij Frederik Muller werd gekocht. Het was tevens bekend, dat de familie prijs stelde op stukken, waarin de naam van de familie voorkwam. Zo stuurde Gijsbert Carel Duco d'Aumale van Hardenbroek (1862-1934) in het kader van de uitdunning van zijn familiearchief in 1900 een charter van de familie Van Matenesse, waarin de naam van zijn familie niet voorkwam maar wel de naam Wassenaer, zij het slechts van het leenhof(

Inv. 776

)
. Van belangstelling voor het archief getuigt tenslotte de aankoop door Arent Jacob Otto van Wassenaer van Catwijck (1930-1996) van akten van belening, uitgegaan van het leenhof van Warmond(

Inv. 892 en 3244

)
, hoewel deze stukken in strikte zin niet tot het archief behoorden.

Een zonderlinge aanwinst was een blad perkament, dat het Gemeentearchief van Den Haag in 1934 aan het Algemeen Rijksarchief schonk(

VROA., 1934, p. 21, V, nr. 9.

). Dit blad werd door G.J.W. de Jongh herkend als onderdeel van een Katwijks cartularium(

Inv. 2627

)
, waarvan het in 1835 al geen deel meer uitmaakte(

Inv. 3242, lade 4, nr. 31.

)
.

Enkele stukken werden aan derden afgestaan. Zo vond de rijksarchivaris van Gelderland in 1919 in het fonds Rosande (XVIq) een gerechtssignaat van Kesteren en Zoelen van 1476-1477(

VROA., 1919, II, p. 59.

) . Dit signaat werd het rijksarchief in 1948(

VROA., 1948, pp. 50-51, II, nrs. 1-4.

)
afgestaan samen met enige losse stukken(

Rosande, XVIcc.

)
, die dan ook in de collectie handschriften werden geplaatst.

Een gouden medaille op het overlijden van een lid van de familie Van Liere(

Rosande, XIVa.

) ging naar het Koninklijk Penningkabinet.

Van Wijhe

Een belangrijk bestanddeel van het fonds Rosande was het archief van de familie Van Wijhe. Dit archief, waarin stukken van een groot aantal verwante families, erfde de familie Van Wassenaer door het huwelijk van Willem van Wassenaer (1712-1783) in 1751 met Johanna Wilda van Wijhe (1720-1754). Na haar overlijden werd dit bestand geïnventariseerd(

Inv. 1501, fol. 103-163.

). Het oudste stuk was van 1349 en is ook thans nog aanwezig(

Inv. 2140

)
. Ook voor het overige lijkt dit archief vrijwel compleet te zijn overgeleverd, alleen de titels van het huis Echteld zijn aan de nieuwe eigenaar overgedragen.

Het archief Van Wijhe bleef vooralsnog op het huis Echteld, waar het door zeker twee onderzoekers werd geraadpleegd. De eerste was Willem Anne van Spaen (1750-1817), van 1814-1817 president van de Hoge Raad van Adel. Als onderzoeker was actief van omstreeks 1770 tot 1810. In zijn genealogieën, aanwezig bij de Raad(

Collectie Van Spaen, V, fol. 333.

), geeft hij de inhoud van de akte van scheiding van de nalatenschap van Joachim van Wijhe († 1544)(

Inv. 2311

)
correct weer, zodat hij het origineel moet hebben geraadpleegd.

Ook Albert Carel Snouckaert van Schauburg (1763-1841) raadpleegde het archief te Echteld. Snouckaert was lid van de Hoge Raad van Adel vanaf de instelling van dat college in 1814 en ook zijn genealogische collectie wordt daar bewaard. Bij zijn genealogie Wijhe geeft hij aan op het huis eigen genealogieën van de familie te hebben gezien, die hem voor de oudste delen echter verdacht leken. Blijkbaar doelde hij op de stambomen, die in deze inventaris zijn opgenomen onder nummer 2137. Het huis Echteld werd in 1817 overgedragen, waarna het archief naar Katwijk werd overgracht. Snouckaert moet Echteld daarom tussen 1814 en 1817 hebben bezocht.

Twee stukken van het archief Wijhe gingen een afzonderlijke en opmerkelijke weg(

Inv. nrs. 2456 em 2457

). Beide werden zij vermeld in de beschrijving van de nalatenschap van Reinier van Wijhe (†1571). Hoewel de tiende in Ingen, waarover deze charters handelen, reeds vóór 1602 van de hand werd gedaan, behield de familie ze waarschijnlijk met genealogische doeleinden. Tenslotte kwamen zij aldus in het huisarchief Eerde in het Rijksarchief van Overijssel terecht. Zij waren daar gekomen via Evert Jan van Wijhe (1678-1735), Seina Margaretha van Wijhe (1714-1787), Evert Jan van Neukirchen alias Nyvenheim (1736-1812) en Albertine Euphrosine Thalie Eglé van Neukirchen alias Nyvenheim (1785-1867), die in 1805 huwde met Andries van Pallandt van Eerde (1781-1827)(

Vriendelijke mededeling van de heer A.J. Gevers te Zwolle

)
.

Van Wassenaer van Sint Pancras

De familie Van Wassenaer van Sint Pancras stamde af van Jacob Emmery van Wassenaer (1674-1724), jongere zoon van de familie Van Duvenvoorde in de vijftiende generatie. De familie stierf in 1935 met Paulina Henrietta Jacoba van Wassenaer (1858-1935) uit. In 1968 schonk haar dochter Carolina Petronella Jacoba Turk te Wassenaar een bescheiden aantal stukken van de familie aan het Algemeen Rijksarchief(

VROA., 1968, p. 65, VI

). Het werd vervolgens voorlopig beschreven door P.A. Henderikx. Gezien het fragmentarische karakter van een en ander valt te vermoeden, dat een aanzienlijk deel van dit archief verloren is gegaan.

Van Wassenaer van Rosenburg

De familie Van Wassenaer van Rosenburg stamde af van Jan Gerrit van Wassenaer (1672-1723) en was een afsplitsing van de familie in de vijftiende generatie. De familie stierf reeds in de tweede generatie uit in 1728, waarna het archief gevoegd werd bij het fonds Rosande.

Van Halfwassenaer

De familie Van Halfwassenaer pretendeerde af te stammen van Andries, bastaard van Johan van Wassenaer (†1523), vermoedelijk ten onrechte. Het archief, dat de jaren 1733 tot 1857 bestrijkt, kwam door huwelijk in 1833 van Leopoldus Josephus Arnoldus de la Court (1795-1865) met Julia Maria Clara van Halfwassenaer (1807-1892) in het familiearchief Van de Mortel-De la Court(

J.C.M. Andrik, Inventaris van het familiearchief Van de Mortel-De la Court (1384-1978), Den Bosch 1982, inv. 653-923.

).

Van Raaphorst

De familie Van Raaphorst stamde af van Dirk, jongere zoon van Kerstant, dapifer, en daarmee broer van Filips van Wassenaer (1200-1223). De familie stierf in 1650 met Hendrik van Raaphorst (ca. 1590-1650) uit. Van het archief zijn alle persoonlijke stukken verdwenen. Er rest nu een serie leenregisters(

Inv. 3388-3399

), die in 1915 door een onbekende bij het Algemeen Rijksarchief werd achtergelaten(

VROA., 1915, p. 51

)
. Uit de serie ontbreken de registers E, G, H en I. In het archief Wassenaer Starrenburg werden enige leenakten, uitgegaan van het leenhof Raaphorst, aangetroffen(

Inv. 3394-3399

)
. Daar het leengoed niet in handen van de familie kwam, moeten de stukken verzameld zijn.

Tenslotte bleek in het Koninklijk Huisarchief in het archief van De Horsten bewijzen van eigendom en bezit van Raaphorst vanaf 1505 aanwezig te zijn, waarvan de beschrijving van een gedeelte voorzover het de families Van Raaphorst en Van Wassenaer betreft, hier is overgenomen.

De verwerving van het archief

Het archiefblok bevat archiefstukken onder verschillende rechtstitels verworven.

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Ik ben op zoek naar de naam van een vrouwelijke componist, die naar ik meen behoorde tot de familie van Wassenaer. Zij leefde in de tijd dat Mozart een bezoek aan Den Haag bracht in de regeerperiode van stadhouder WillemV.
Een jaar geleden heb ik in Den Haag, tijdens een concert, muziek gehoord die zij gecomponeerd heeft. Ik ben op zoek naar haar naam om op deze manier de muziek te achterhalen.

met vriendelijke groet,
Hermine Schuit

Beste hermine,
Een belangrijke componist in de familie van wassenaer is unico Wilhelm van wassenaer geweest, die net als Mozart in de 18e eeuw componeerde. Is het niet hem die u bedoelt?
Vriendelijke groeta, nora

Een vrouwelijke componist Van Wassenaer is niet bekend.
Unico Wilhelm van Wassenaer-Obdam schreef de 6 Concerti Harmonici, oorspronkelijk toegeschreven aan Pergolesi. Plus een drietal blokfluitsonates.
Een wel wat klein oeuvre om hem een belangrijk componist te noemen.
Maar omdat hij de enige Van Wassenaer-Obdam is waarvan althans enige composities bewaard gebleven zijn, is hij binnen de familie van Wassenaer-Obdam natuurlijk weer wel een belangrijk componist.

Bij bovenstaande Johan nr XIII: In: M.D. van Duijvenvoorde: "Duivenvoer", 1e editie 2005 met 2 aanvullingen, schema Duivenvoorde (aanw. KB-Arch Alkmaar-Arnhem-Leiden-Haarlem-den Haag-Dordrecht-HRaad v Adel en CBG) .In dit werk 190 adellijke Duivenvoorde's tot ca 1700 met artikelen en enkele akten. Repertorium R 158:
Johan van Duivenvoorde, geb. ca 1552, geh. 1579 met Johanna van Nijhoff (overl. 7-3-1616), overleden 1626.
Geen kinderen. Acht vermeldingen. In Ned. Hist. 2002 (2003) het artikel: Adellijke kinderen van een dienstbode. Dit art. ook in "Duivenvoer".

Ik ben op zoek naar het tinsboek waarin voorkomen manuaal 84, 85, 86, 95 en 96 die vookomen in de tinsbrief van goederen Veenestein en Nieuw Amerongen verleit op den Hoog Geb Heer Carel George Grave van Wassenaar, dato 18 Maart 1786. (folio 14; nummer 14; sub M.)

Vriendelijke groet, Evert

Geachte heer van Nieuwamerongen. U reactie is voor afhandeling doorgezet naar de collega's van de afdeling Dienstverlening.

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in