Heren van Voorne
- Archiefinventaris
- Inleiding
- Inventarisnummers
- Bestanden
- Alle scans (24)
3.19.56
J.C. Kort
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1972
Beschrijving van het archief
Naam archiefblok:
Heren van Voorne, Burggraven van Zeeland
Heren van Voorne
Periode:
1272-1371
Omvang:
0,30 meter; 28 inventarisnummers.
Taal van het archiefmateriaal:
Het merendeel der stukken is in het Nederlands.
Soort archiefmateriaal:
Normale geschreven en gedrukte teksten. Dit zijn middeleeuwse stukken geschreven in het Oudhollandse gotische cursief.
Archiefbewaarplaats:
Nationaal Archief, Den Haag
Samenvatting van de inhoud van het archief:
Het archief bevat stukken betreffende de rechten en bevoegdheden van de heren van Voorne, met onder meer akten van belening, en stukken betreffende het bestuur van de heerlijkheid en het beheer van de bijbehorende goederen, waaronder akten betreffende leenzaken, een aan Den Briel uitgegeven keur en akten betreffende handel, scheepvaart en kerkelijke zaken. Daarnaast bevat het enige akten betreffende de heren van Heenvliet en de heer van Arkel en het register "Voorne A.B.", een register dat voornamelijk akten bevat die van de heren van Voorne zijn uitgegaan.
Archiefvormers:
- Heren van Voorne
Archiefvorming
Inhoud en structuur van het archief
Inhoud
Het register Voorne A.B., 1284-1367, Cas L.
Deze band bestaat uit 109 bladen perkament, waarvan 106 genummerd zijn van 1 tot 106 en 3 ongenummerd gebleven zijn. Geslagen om folio 65 en folio 66 bevindt zich een ingeschoven akte op perkament en na folio 6 verso en folio 68 verso beide malen een ingeschoven blad perkament, respektievelijk folio 7 en ongenummerd. Twaalf bladen zijn onbeschreven. Het trekt de aandacht, dat in de foliering een kleine onregelmatigheid geslopen is na folio 89. In plaats van XC is CX gezet. Bij C wordt de gewone orde weer hersteld.
De vier gedeelten, die in dit register te onderscheiden zijn, worden op hun beurt weer verdeeld in katernen:
| Deel | Katern |
|---|---|
| deel I: perkament 33 x 26 cm. | a: f° 1 - 16 |
| b: f° 17 - 19 | |
| c: f° 20 - 37 | |
| deel II: perkament 33 x 26 cm. | d: f 38 - 44 met 1 ongefolieerd blad als omslag |
| deel III: perkament 36 x 26 | e: f° 45 - 50, na 1371 ingeschoven |
| f: f° 51 - 60 | |
| g: f° 61 - 70 | |
| h: f° 71 - 80 | |
| i: f° 81 - 110 (lees: 90) | |
| deel IV perkament 36 x 26 | j: f° 111 (lees 91) - 106, waar tussen f° 116 - 119 (lees: 96 - 99) en 100 - 102 perkament 34 x 26. |
Hiervan bevat deel I de gelijktijdige registratie van Gerard, heer van Voorne, deel II een afschrift van de registratie van Dirk van Montjoie en Machteld van Voorne, deel III de aanvankelijk overgeschreven, later gelijktijdige leenadministratie van Machteld, vrouwe van Voorne, tenslotte gevolgd door de eerst overgeschreven en later gelijktijdige administratie inzake bestuurlijke aangelegenheden van Machteld van Voorne.
Van het register Voorne A.B. bestaat in de Leen- en Registerkamer van Holland een afschrift, getiteld Voorne B. (
LRK. nr. 91. Th. van Riemsdijk, De tresorie en kanselarij van de graven van Holland en Zeeland uit het Henegouwsche en Beyersche huis, 's-Gravenhage 1908, p. 659. Zie hoofdstuk 7.
Op de band van het register Voorne A.B. treft men enige aanduidingen aan. De jaartallen 1284 en 1367 zijn de data van het eerste en laatste stuk, volgens de methode van Cornelis Oem. (
LRK nr. 409, vooral f° 88.
Wij onderscheiden in het register Voorne A.B. in een zekere chronologische reeks de volgende handen, die tot 1371 de akten hebben ingeschreven of notities hebben gemaakt:
- f° 1 - 31 gelijktijdig 1328 - 1330; bv. twee gelijktijdige reeksen anno 1330 folio 4 en 23. Kenmerken aanhef: Gheraerd, here van Vorne, burchgrave van Zelant.
- f° 1 - 35V gelijktijdig 1328 - 1336; bv. anno 1328 folio 17V. Kenmerkende aanhef: Gherard, here van Vorne, borghrave van Zelant.
- f°5-30V gelijktijdig 1330 - 1331. Kenmerkende aanhef: Gheeraerd, here van Vorne, borchgrave van Zelant.
- f° 13, 15, 28, gedateerd 1328 - 1332. Kenmerkende aanhef: Gheraerd, here van Vorne, borgrave van Zeeland.
- f° 18, 26 gelijktijdig 1338.
- f° 7, 17 gelijktijdig 1345.
- f° 31, akte, gedateerd 1337.
- f° 42 twee notities z.j. waarschijnlijk 1356.
- f° 37 - 44 akten, gedateerd 1279 - 1354 in afschrift. f° 51 - 105 akten, gedateerd 1253 - 1357 in afschrift van 1356 tot 1357 vermeerderd:
- f° 52 - 103V en f° 6V gelijktijdige akten 1358 - 1359.
- f° 55V - 102V gelijktijdige akten 1359 - 1362.
- f° 51V - 65 gelijktijdige notities 1361 - 1362.
- f° 52V - 105V gelijktijdige akten 1363 - 1370.
- f° 76V een gelijktijdige akte 1366 en enige notities.
Vergezeld van een opschrift (
"Dese brieve siin gheregistriert sint mijn vrouwe van Voerne aflivich wortdat was anno LXXII". Rekeningen grafelijke rekenkamer nrs. 1359-1361. LRK nr. 124, vooral caput Noord-Holland f 74 vlgg. Oorspronkelijk: A.P. van Schilfgaarde, Het archief der heeren en graven van Culemborg, 's-Gravenhage 1949, Inv. nr. 6100, reg. nrs. 237, 239, 238 en 638. Th. van Riemsdijk, Tresorie p. 365; vgl. LRK. nr. 410 (Gapinge) f 114 beiden; LRK nr. 114 (Philippus A) voor de klerk alleen.
Omdat het onderzoek van Van Riemsdijk wat andere resultaten te zien heeft gegeven dan het onze, dienen wij nog nader op de zaak in te gaan. Hierbij kunnen wij gebruik maken van een aantal aanknopingspunten, die ons zowel door het register zelf als ook door losse stukken daarbuiten geboden worden. In de eerste plaats valt daarbij te denken aan de stukken in het archief der heren van Voorne zelf. Bij vergelijking blijken een aantal hiervan vervaardigd te zijn in wat wij de kanselarij zullen noemen. Dit zijn:
- Inv. nrs. 18 a° 1321 en 6 a° 1328, geschreven door B
- Inv. nr. 24 a° 1352, geschreven door M
- Inv. nr. 9 a° 1355, geschreven door H
- Inv. nrs. 11, 12, 14, 20, 22 en 28 a° 1365 - 1371, geschreven door K
Buiten het archief van de heren van Voorne worden aangetroffen:
- GA. den Briel, C 5, lade 2 nr. 5 ao 1321; C 6, lade 1 nr. 6 a° 1330; C 7, lade 1 nr. 7 a° 1333; C 12, lade 1 nr. 12 a° 1342 (
Druk: K. van Alkemade en P. van der Schelling, Beschrijving van de stad Brielle en den lande van Voorn, Rotterdam, 1729, dl. II, nrs. 29, 30, 32 en 34.
) geschreven door B - GA Kampen, Inv. nr. 2044 (
J. Don, De archieven der gemeente Kampen, Kampen 1963.
), a° 1321, geschreven door B - ARA, Abdij Leeuwenhorst, 16 maart 1322, geschreven door B
- ARA, Archief heren van Putten, Inv.nr.28, reg.nr.23 a° 1338, geschreven door E
- GA den Briel, C 9, lade 1 nr. 9 a° 1338, geschreven door F
- GA den Briel, C 14, lade nr. 1 nr. a° 1346 en C 16, lade 1 nr. 16 ao 1358, geschreven door I
- ARA., Archief Nassause Domeinraad, dl. II (
S.W.A. Drossaers, Het archief van de Nassause Domeinraad,dl. II, 's-Gravenhage 1955.
), Inv. nrs. 836 en 838, reg. nrs. 313, 340 en 354 a° 1363 - 1369, geschreven door K - GA Dordrecht, Oud-archief Inv. nr. 361 (
J.L. van Dalen, Inventaris van het Archief der gemeente Dordrecht, Dordrecht 1909.
), reg. nr. 288 a° 1369, geschreven door K - RA Arnhem, Archief heren en graven van Culemborg, Inv. nr. 6100, reg. nrs. 234 en 239 a° 1371, geschreven door K
- ARA., LRK. nr. 440 omslag (
Inv. nr. (193).
), geschreven door L.
Na de voorgaande opvoering van het beschikbare materiaal kan vastgesteld worden, dat in ieder geval vanaf 1328 twee schrijvers aanwezig zijn om de akten van de heer van Voorne te registreren. Men kan vermoeden, dat hiermee de twee geestelijken van de hofkapel te Oostvoorne belast zijn. Dat inderdaad zoveel plaatsen aldaar ingesteld zijn, wordt in 1349 uit de doeken gedaan. (
Reg. nr. 75. Th. van Riemsdijk, Tresorie p. 561; H.P. Coster, De kroniek van Johannes de Beka, haar bronnen en haar eerste redactie, Utrecht 1914, p. 27. Inv. nrs. 5 en 23. Inv. nr. 14. Archief Nassause Domeinraad, II, Inv. nr. 836, reg. nr. 313 a° 1363. Inv. nr. 24.
Het is dus alleszins aannemelijk geworden, dat het register Voorne A.B. gevormd is in de hofkapel te Oostvoorne. Zelfs worden ons namen overgeleverd van degenen onder wier leiding dit plaats gevonden mag hebben. Voor de tijd van Gerard van Voorne kennen wij meester Simon, zijn klerk (
Inv. nr. (205) en Inv. nr. 29 f° 42. Zie Inv. nr. (9). Abdij Leeuwenhorst, 30 mei 1331. Getuigenlijst bij reg. nr. 84. Rekeningen grafelijke rekenkamer nr. 1358 fo 61.
Nadat op deze wijze het aandeel van de hofkapel in de vorming van ons register naar voren is gebracht, moet een andere groep funktionarissen belicht worden, die in het ontstaan van ditzelfde register de hand heeft gehad. Wij menen de rentmeesters. (
Vgl. R. Fruin (Th.Az.), De leenregisters van Bewesten Schelde 1470-1535, 's-Gravenhage 1911, p. 3 en pp. 14-15.
Een eerste invloed, die de rentmeesters uitgeoefend zullen hebben, bestaat in het invoeren van rubrieken overeenkomstig de verschillende rentmeesterschappen. Inderdaad vindt men nog een spoor van een blijkbaar oudere, verdrongen registratie zonder enige geografische indeling, waarbij onder de mannen, die een leen houden van de hofstede van Voorne bv. ook lieden buiten Voorne vermeld worden. (
Inv. nr. 29 f° 4 vlgg. en f° 51 vlgg. bv. f° 52v.
| Register | Rentmeesterschap |
|---|---|
| 1) Oostvoorne | + Voorne |
| 2) Westvoorne | + Voorne |
| 3) Heenvliet en Putten | |
| 4) Schouwen, waaronder Nd.-Beveland | + Zeeland beoosten Schelde |
| 5) Duiveland | + Zeeland bewesten Schelde |
| 6) Walcheren | + Zeeland bewesten Schelde |
| 7) Zuid-Beveland | + Zeeland bewesten Schelde |
| 8) Wolphaartsdijk | |
| 9) Zuid-Holland | |
| 10) Noord-Holland | + Voorne |
| 11) (West-)Friesland | |
| 12) Acquoy, Gelre en Utrecht | + wellicht rentmeesterschap |
Het bestaan van afzonderlijke rentmeesterschappen voor Zeeland beoosten en bewesten Schelde wordt bevestigd respektievelijk in de jaren 1329 en 1330. (
Reg. nrs. 221 a° 1329 en 415 a° 1330. Inv. nr. (196); vgl. reg. nrs. 646 en 649.
De invoeging van nieuwe gebieden in het register heeft steeds enige moeilijkheden opgeleverd zoals duidelijk te merken is. Zo worden leenmannen in Zuid-Beveland aanvankelijk ingeschoven bij Duiveland (
Inv. nr. 29 f° 26.
Het is interessant iets op te merken over begin- en sluitingstijd van de rekeningen, hoewel de oudst overgeleverde dateert van 1373 - 1374. (
Rekeningen grafelijke rekenkamer nr. 1358 (rekening van Pieterman Dirksz. en nabestaanden a° 1373, 1374 en gedeeltelijk 1375). Inv. nr. (193). Reg. nrs. 86 en 87 a° 1357 en 93 en 94 a° 1359 en 98 en 99 a° 1360.
Voor de verloren rekening tijdens Gerard van Voorne (
Inv. nr. (187). Reg. nr. 219.
Het spreekt vanzelf, dat van een rentmeesterschap pas dan sprake kan zijn, wanneer uit een bezitting direkte vaste inkomsten getrokken kunnen worden. Een ander soort administratie treffen wij aan in de vorm van de manlijsten, die her en der verspreid in het register gevonden worden. Wel kunnen kosten verbonden zijn aan lenen,wanneer dit rentelenen zijn, maar de inkomsten ziet men slechts incidenteel bij de leenverheffing.
Van deze manlijsten bezitten wij in het register volledige of minder volledige afschriften. De originelen worden bij diverse gelegenheden vermeld. Voor Gerard van Voorne bij een kwestie over visrechten in de Dubbel (
S.W.A. Drossaers, Het archief van den Nassauschen Domeinraad, dl. 1, 's-Gravenhage 1948, Inv. nr. 703, reg. nr. 279 a° 1337. Inv. nr. (273) a° 1341. Reg. nr. 297 z.j. Bv. LRK nr. 111 (register BB Blois, begonnen november 1356).
Het is belangwekkend om er achter te komen, wanneer de manlijsten ontstaan mogen zijn. Op grond van de mannen,die daarin voorkomen, is dit meestal wel mogelijk. Folio 8 laat ons een lijst van mannen van Zuid-Holland zien en folio 17 geeft er nog een. Reeds zijn deze lijsten op goede gronden gedateerd op het jaar 1304, in de loop waarvan zij tot stand zullen zijn gekomen. (
C. Hoek, Het huis te Crooswijck ("Ons Voorgeslacht", jrg. 18, 1963, pp. 301-2; C. Hoek, De hofstad bij Crooswijck, later genaamd het huis Rubroeck ("Ons Voorgeslacht", jrg. 21, 1966, p. 329). C. Hoek, Leenmannen van de heer van Putten en Strijen ("Ons Voorgeslacht", jrg. 25, 1970, p. 62).
Een voorbeeld van een omgewerkte manlijst en een, die gelijktijdig is bijgehouden, levert folio 68V met daarnaast een ingeschoven blad. Dit blad heeft de gegevens, aangetroffen folio 68V maar ontdaan van de bijwerkingen, overgenomen en daarnaast de lijst aangevuld met gegevens van elders. Dit voorbeeld doet ons zien, dat deze werkwijze ons voor problemen kan stellen, die opgelost kunnen worden door de betreffende lijst man voor man door te lichten. Interessant is in dit verband een lijst folio 67, een lijst van mannen van Zuid-Holland. Het is duidelijk dat deze lijst, geheel met dezelfde hand geschreven, niet voor 1355, de enig vermelde datum, overgeschreven kan zijn. In dit verband treft het, dat de laatst geciteerde, Hubert de Schenk van Culemborg, niet alleen niet onder het hoofd Zuid-Holland thuis hoort, maar ook reeds in 1347 stierf. (
Zie Van Schilfgaarde, Heren van Culemborg, Inv. nr. 2.
Dit brengt ons op de methodiek om de mannen met hun lenen in lijsten vast te leggen. Wanneer de man en zijn goed onder hetzelfde hoofd gebracht kunnen worden, bestaan er geen moeilijkheden. Wordt de zaak zo, dat een man ook beleend wordt met een goed buiten zijn woonplaats, dan wordt zijn naam gehandhaafd op zijn woonstede. Zoals men begrijpt levert deze methode, gezichtspunt van de leenadministratie, vanuit het oogpunt van de rentmeester bezwaren op. Inkomsten, door mannen op deze manier getrokken uit meer dan één rentmeesterschap, maken aldus de financiële administratie lastiger. Men kan zich voorstellen, dat een dergelijke ontwikkeling zich voorzet en de administratie weet te verstoppen. In de bijgewerkte delen van de lijsten maar ook uit de akten met toevoegingen blijkt dit gevaar maar al te duidelijk. Het komt tot uiting in deel III van het register, dat de leenadminsitratie tijdens Machteld, gedeeltelijk gelijktijdig, bevat. Dit ondanks twee opdrachten "In nomine Domini amen", die men aantreft folio 51 recto en folio 72 verso. Ondanks de omstandigheid, dat een nieuw hoofd meestal aan de verso-zijde begonnen werd om een vorige rubriek meer ruimte te laten en ondanks de splitsing, aangebracht tussen lijsten en daar bij behorende akten. In onze regestenlijst hebben wij echter opnieuw een poging gedaan zo nauwkeurig mogelijk akten en lijsten, beide onder hun rubrieken, te onderscheiden. (
Zie hoofdstuk 6.
Tenslotte kunnen wij nog de aandacht vestigen op enige merkwaardige kanten aan ons register. Daar is vooreerst de volgorde, waarin de akten in het oudste gedeelte zijn ingeschreven. Normaal is, dat de akten zouden zijn opgetekend in de volgorde, waarin zij voorkomen, maar dit blijkt niet altijd het geval. Folio 21V levert daarvan een interessant voorbeeld. Eerst werd nummer 2 ingeschreven, vervolgens nr. 3 en tenslotte nr. 1, duidelijk te onderkennen omdat voor de laatste notitie, die de eerste plaats inneemt, niet meer genoeg ruimte over was gebleven om deze ruim te schrijven. Minder duidelijk maar toch herkenbaar doet zich hetzelfde geval folio 1 voor. Daar werd begonnen met nummer 2 en nummer 1 werd pas later bijgevoegd.
Hier en daar treft men, alweer in dit oudste gedeelte, enige doorhalingen aan. Bv. folio 23, waar een akte, ingeschreven door hand A, niet de goedkeuring van B heeft kunnen wegdragen. Voorts trekt de aandacht, dat soms bij het overschrijven van de akten een gedeelte, bv. de eerste letter, nagetekend is. Zie bv. folio 4V. akte anno 1254, te vergelijken met de hand F van de grafelijke kanselarij. (
J.G. Kruisheer, De oorkonden en de kanselarij van de graven van Holland tot 1299, 's-Gravenhage-Haarlem 1971, p. 432 foto's 64-66.
Een verschil tussen het oude register van Gerard van Voorne en het leenregister van Machteld bestaat tenslotte in de reden van inschrijving der akten. In het oudste deel worden voornamelijk retroakta geregistreerd, in het jongere register daarentegen meer gelijktijdige akten van belening. Folio 4V treft men bv. in het oude register een akte aan (
Reg. nr. 5. Inv.nr. (237): 1331 juli 14 (tsonnendages na sinte Margrieten dach, in den Hage).
Hier willen wij het bij laten, daar niet alle aspekten van het register Voorne A.B. hier behandeld hoeven te worden.



Reacties