Heren van Altena
- Archiefinventaris
- Inleiding
- Inventarisnummers
- Bestanden
- Alle scans (193)
3.19.02
H. Hardenberg
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1932
Beschrijving van het archief
Naam archiefblok:
Heren van Altena
Heren van Altena
Periode:
1212-1646
Omvang:
0,80 meter; 124 inventarisnummers.
Taal van het archiefmateriaal:
Het merendeel der stukken is in het Nederlands.
Soort archiefmateriaal:
De stukken zijn deels geschreven in het gotische cursiefschrift, met name in de oud-Hollandse klerkencursief.
Archiefbewaarplaats:
Nationaal Archief, Den Haag
Samenvatting van de inhoud van het archief:
Het archief van de Heren van Altena bevat persoonlijke stukken van de afzonderlijke familieleden als testamenten en commissiebrieven, en diverse charters in verband met beleningen, vonnissen en verzoeningen. Daarnaast zijn er registers overgeleverd met gegevens over het beheer van de rechten en bezittingen van land en goederen in de Hollandse heerlijkheden van Altena (voornamelijk Woudrichem), Horne, Ghoor en enkele bezittingen in Zuid-Holland, Gelderland en Limburg. De oudste charters stammen uit de dertiende eeuw.
Archiefvormers:
- Van Altena
- Dirk van Altena (?-1242)
- Gerard van Horne (1301-1322)
- Willem van Horne (1322-1351)
- Dirk van Horne (1345-1351)
- Willem van Horne (1351-1357)
- Dirk, gezegd Loef van Horne (1357-1369)
- Willem van Horne (1369-1386)
- Willem van Horne (1417-1436)
- Frederik, graaf van Meurs (1436-1440)
- Jacob, graaf van Horne (1440-1469)
- Jacob, graaf van Horne (1469-1486)
- Johanna van den Gruythuyse, gravin van Horne (1486-1502)
- Jacob, graaf van Horne (1504-1531)
- Johan, graaf van Horne (1531-1540)
- Philips van Montmorency, graaf van Horne (1540-1568)
- Herman, graaf van Nieuwenaar en Meurs (1577-1578)
- Walburga, gravin van Nieuwenaar en Meurs (1578-1590)
Archiefvorming
Inhoud en structuur van het archief
Verantwoording van de bewerking
Bij de datering der stukken is uitgegaan van de gedachte, dat de heren van Altena vóór de tweede helft der 13e eeuw niet de Paasstijl gevolgd hebben. Grond voor deze onderstelling leveren twee oorkonden, welke beide het jaartal 1230 dragen, en waarvan de inhoud slechts zin heeft, indien men aanneemt, dat zij korte tijd na elkaar zijn opgemaakt, hetgeen de mogelijkheid van het gebruik van de Paasstijl uitsluit (
Inv.no. 1 en 2.
Uit latere oorkonden blijkt evenwel, dat omstreeks 1300 de Paasstijl gebezigd werd (
Brom, loc. cit., no. 2938, 2945 en 2947. Inv.no. 14.
Rest nog de vraag, welke stijl zij dan wel bezigden. Hoewel ik geen afdoende bewijzen daarvoor heb gevonden, komt mij als het meest waarschijnlijk voor, dat de heren van Altena oorspronkelijk de Jaardagstijl gevolgd hebben, en in 1452 wederom tot die stijl waren teruggekeerd.



Reacties