Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Nassause Domeinraad vanaf 1581

1.08.11
Onder redactie van M.C.J.C. van Hoof, E.A.T.M. Schreuder, B.J. Slot
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1997
This finding aid is written in Dutch.

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

1.08.11
Auteur: Onder redactie van M.C.J.C. van Hoof, E.A.T.M. Schreuder, B.J. Slot
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1997
(c)

Periode:

1218-1842
merendeel 1581-1811

Omvang:

488,25 meter; 16863 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Een klein gedeelte is gesteld in talen als het Latijn , Frans en het Duits

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven en gedrukte documenten. Kennis van het 13e t/m 18e eeuwse handschrift is noodzakelijk: de Nederlandstalige stukken van vóór ca. 1700 zijn geschreven in het gotische cursiefschrift, met name in de oud-Hollandse klerkencursief.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De Nassause Domeinraad was het bestuurscollege dat het beheer over de domeinen van de familie Oranje-Nassau uitoefende. Deze landgoederen strekten zich uit over het gehele territorium van de Republiek, maar lagen overwegend in Holland, Zeeland, (Noord-)Brabant en Gelderland. Ook in Duitsland, Luxemburg en Frankrijk (vnl. het prinsdom Orange) had men bezittingen. Oorspronkelijk was de domeinraad gevestigd te Breda en later vanaf eind zestiende, begin zeventiende eeuw te Den Haag aan het Binnenhof. De Raad- en Rekenkamer, zoals zij ook wel werd genoemd, telde vijf tot zeven leden met daarnaast een griffier of secretaris als belangrijkste ambtenaar.
Het beheer van de goederen vergde een uitgebreide verantwoording door tal van rentmeesters die ter plekke waren belast met o.a. het toezicht op heerlijke rechten, als bijvoorbeeld het recht op de wind of op de visvangst. Al deze rechten en bevoegdheden leverden bij elkaar aanzienlijke inkomsten op ter bekostiging van de hofhouding (paleizen, kunstcollectie e.d.). Voor het verdere beheer was in elk domein tevens een grote hoeveelheid functionarissen aangesteld variërend van hoveniers tot predikanten. Dit gold eveneens het terrein van bestuur en rechtspraak met de aanstelling van schout en schepenen.
Het archief bevat de notulen van de domeinraad; thesauriersrekeningen (m.b.t. de uitgaven) en het ambtboek met gegevens over aanstellingen in elk domein. Verder zijn er per domein reeksen rentmeestersrekeningen, gebundelde correspondentie over tal van onderwerpen van bestuurlijk-juridische aard en losse stukken (meestal met een financiële inslag). Op een aantal series bestaan zowel eigentijdse als latere nadere toegangen.

Archiefvormers:

  • Aalst, heer van
  • Acquoy, Heer van
  • Agentschap van Financiën, Bureau der Nationale Domeinen, herkomstig van de vorst van Nassau
  • Ameland, Heer van
  • Antwerpen, Burggraaf van
  • Baarle-Nassau, Heer van
  • Baarn, Heer van
  • Bentheim, Heer van
  • Bergen op Zoom, Heer van
  • Borculo, Heer van
  • Borsele, Heer van
  • Bourgogne, Heer van
  • Boxmeer, Heer van
  • Bracque, Heer van De
  • Breda, Heer van
  • Bredevoord, Heer van
  • Brussel, Paleis te
  • Buren, Graaf van
  • Bütgenbach, Heer van
  • College van Administratie der Goederen in Holland gelegen van de Prins van Oranje
  • College van Administratie over de door de Fransen geabandonneerde Goederen van de Vorst van Nassau
  • Cortenbach, Heer van
  • Cortgene, Heer van
  • Cranendonk en Eindhoven, Baron van
  • Culemborg, Heer van
  • Dasburg, Heer van
  • Dieren, Heer van
  • Diest, Heer van
  • Directie der Publieke Domeinen en Geestelijke Goederen
  • Directie der Staatsdomeinen in Holland
  • Dongen, Heer van
  • Eemnes, Heer van
  • Friesland, Heer van
  • Geertruidenberg, Heer van
  • Geertruidenberg, Kastelein van
  • Gorzen Orizand, Heer van
  • Grave en Cuijk, Heer van
  • Gravenhage, 's, Oude Hof in het Noordeinde
  • Gravenhage,'s, Huis Den Bosch
  • Grimbergen, Heer van
  • Het Loo, Heer van
  • Hohenlohe, Van
  • Holede, Heer van
  • Hulsterambacht, Heer van
  • IJsselstein, Heer van
  • Intendant van de Nassause Domeinen in de Zuidelijke Nederlanden
  • Kruidberg, Hofstede de
  • Lannoy, Heer van
  • Leerdam, Graaf van
  • Lek, Heer van de
  • Lekkerkerk, Heer van
  • Lichtenvoorde, Heer van
  • Liesveld, Heer van
  • Lingen, Heer van
  • Meerhout, Heer van
  • Meurs, Graaf van
  • Ministerie van Financiën, Administratie der Nationale Domeinen, herkomstig van de vorst van Nassau
  • Monster, Heer van
  • Monsterambacht, Heer van
  • Montfort, Heer van
  • Naaldwijk, Heer van
  • Nassau, Van
  • Nassause Domeinraad
  • Nassause Domeinraad, Ontvanger-Generaal
  • Nassause Domeinraad, Thesaurier en Rentmeester-Generaal der Domeinen
  • Nederheim, Heer van
  • Neerem, Heer van
  • Niervaart, Heer van
  • Nieuwburg, Huis ter
  • Nispen, Heer van
  • Noord-Beveland, Heer van
  • Oosterhout, Heer van
  • Oploo, Heer van
  • Orange, Prince d'
  • Orange, Prins van
  • Oranje, Van
  • Oranje-Nassau, Van
  • Paifve, Heer van
  • Peen, Heer van
  • Polanen, Heer van
  • Princeland, Heer van
  • Prinsenland, Heer van
  • Raad en Rekenkamer
  • Ravestein, Heer van
  • Rollencourt, Heer van
  • Roosendaal, Heer van
  • Russon, Heer van
  • Rutten, Heer van
  • Scherpenisse, Heer van
  • Secretariaat van Staat voor de Financiën, Secretarie de Nationale Domeinen, herkomstig van de vorst van Nassau
  • Sichem, Heer van
  • Sint-Maartensdijk, Heer van
  • Sint-Maartensdijk, Kapittel van Sint Maarten
  • Soest, Heer van
  • Soestdijk, Heer van
  • St. Vith, Heer van
  • Stadhouders van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel
  • Steenbergen, Heer van
  • Steenwijk, Heer van
  • Ter Eem, Heer van
  • Thesaurier-Generaal en Raden van Financiën, Bureau der Nationale Domeinen, herkomstig van de vorst van Nassau
  • Tholen, Heer van
  • Veere, Markies van
  • Vianden, Graaf van
  • Vlissingen, Heer van
  • Vorst, Heer van
  • Vriesland, Heer van
  • Wernhout, Heer van
  • Westcappel, Heer van
  • Westland, Heer van
  • Willemstad, Heer van
  • Zelhem, Heer van
  • Zevenbergen, Heer van
  • Zichem, Heer van
  • Zuid-Beveland, Heer van
  • Zwaluwe, Heer van

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

    • De Domeinraad had de zorg en toezicht op het beheer van alle domeinen in eigendom van de Nassaus. Voor de zorg en het toezicht op de domeinen in de Oostenrijkse Nederlanden stelde de prins van Oranje een speciale functionaris aan met de titel van intendant(-generaal), in de stukken ook wel directeur(-generaal), raad(-generaal) of agent(-generaal) genoemd. Deze functionaris voor de domeinen in de Oostenrijkse Nederlanden, in het vervolg aangeduid met intendant, was belast met het toezicht op de rentmeesters en officieren (drosten, schouten, meiers en andere functionarissen), het adviseren van de Domeinraad over verbeteringen in het bestuur en beheer van de domeinen en veranderingen in de magistratuur van steden, dorpen en heerlijkheden, het opstellen van pacht- en verkoopvoorwaarden van gronden en wat dies meer zij. De intendant diende zelf regelmatig rapport te doen aan de Domeinraad van zijn bevindingen.(

      Zie ook: NDR inv.nr. 616, folio 263 e.v.: Instructie voor Jean Matthias Jacmain d'Ortho, 25 augustus 1749.

      ) De domeinen in de Oostenrijkse Nederlanden waren Grimbergen, Diest, Zichem, Meerhout & Vorst, burggraafschap Antwerpen, Paleis te Brussel; allen in het tegenwoordige België gelegen. Een aantal intendanten was tevens belast met de zorg voor de domeinen in het toenmalig Luxemburg: Vianden, Dasburg, St. Vith en Bütgenbach, alsmede Lannoy, nu gelegen in dat deel van het vroegere graafschap Henegouwen dat thans aan Frankrijk toebehoort.

      De intendant was geen rekenplichtig functionaris, zoals een rentmeester dat was. Alleen de intendant d'Ortho moest -waarschijnlijk eenmalig- een rekening indienen.

      In de 18e eeuw maakte de Domeinraad ten behoeve van zijn taakverdeling een geografische indeling van de domeinen in vier departementen. Elk departement viel onder het jaarlijks toezicht van een lid van de Domeinraad: (ordinaris) (raad-)commissaris genoemd. Het derde departement bestond uit twee gedeelten, te weten het gedeelte Zeeuwse domeinen en het gedeelte domeinen in de Oostenrijkse Nederlanden. Voor de laatste werd een uitzondering in het toezicht gemaakt: 'De Domeijnen geleegen in Oostenrijks Braband reeds door een Raed geadministreert werdende zoude geen jaerlijks opzigt nodig hebben, en genoeg zijn die om de drie jaeren eens na te gaen.' (

      NDR inv.nrs.771 en 786.

      )Overigens werden de domeinen in de Oostenrijkse Nederlanden ook wel vaker dan eenmaal in de drie jaar vereerd met een commissie van een lid van de Domeinraad.(

      Zie NDR inv.nrs. 15208-15214.

      )
      Waarschijnlijk hing dat samen met het functioneren van de toenmalige intendanten D' Ortho en Crabeels.

      Gedurende een periode van ca. 60 jaren, waarschijnlijk tussen 1653-1732, werd er geen intendant aangesteld. Wel werd er een 'agent van de raad' benoemd. Deze had echter niet dezelfde bevoegdheden als de intendant. De voornaamste opdracht van de agent te Brabant en Vlaanderen was het rapporteren over het verloop van door of tegen de Domeinraad gevoerde processen, het uitvoeren van vertrouwelijke opdrachten, en het indien gevraagd adviseren van de Domeinraad.

      Met de aanstelling van Edmond Willem Cox deed de figuur van intendant weer zijn intrede. Cox had zelfs de titel 'extra-ordinaris raad'.

      Intendanten waren:(

      Ontleend aan het 'Ambtboek', NDR inv.nr. 685.

      )

      tot 1653 de directeur-generaal Adriaan Verelst. (

      Van diens aanstelling zijn verder geen stukken in het archief te vinden.

      )
      1732-1749 Edmond Willem Cox
      1749-1760 Jean Matthias Jacmain d'Ortho
      1763-1769 B.J. Sanchez d'Aguilar
      1769-1775 Nicolaas Joseph Sanchez d'Aguilar
      1776-1790 Simon Ludovicus Sanchez d'Aguilar
      1790-1795 G.W. van Motman
      Agenten waren:(

      Ontleend aan het Ambtboek, NDR inv.nr. 685.

      )
      1653-1676 Pierre Lasnier
      1676-1727 Hendrik van Asten
      1727-1750 Johannes Lambertus van Ravesteijn
      1760-1762 Joseph Oswald Crabeels d' Haesrode(

      Ontleend aan de verbalen over de jaren 1761 en 1762 van C. Verdun, lid van de Domeinraad, NDR inv.nr. 15209.

      )
      De intendanten

      Niet alle intendanten functioneerden naar tevredenheid. Zo ging Jean Matthias Jacmain d'Ortho failliet en liet een ongeregelde administratie achter.(

      Over Jacmain d'Ortho zie: R. Spork, 'Jean Matthias Jacmain d'Ortho, raad voor de domeinen in de Oostenrijkse Nederlanden (1749-1761)' in: Nederlands Archievenblad. Tijdschrift van de Vereniging van Archivarissen in Nederland. jrg 92,1 (1988), pp. 43-59.

      ) Joseph Oswald Crabeels kreeg daarop de opdracht een memorie van de gesteldheid van de domeinen en met name wat betreft de handhaving van de rechten van de prins, op te stellen. Aan deze opdracht voldeed hij niet.(

      NDR inv.nr. 15209, verbaal over 1762.

      )
      De opdracht ging vervolgens naar Feijen, drossaard van Zichem en voormalig klerk van D'Ortho. In 1760 klaagde de raad Verdun in zijn verbaal over de vele misbruiken die het gevolg waren van het gebrek aan toezicht op de functionarissen en officianten in de domeinen.(

      NDR inv.nr. 15209.

      )

      In 1763 verbeterde de situatie zich. De administratie -en daarmee ook de inkomsten- van de domeinen in de Oostenrijkse Nederlanden werd op orde gesteld. Als oorzaak van de misbruiken in de administratie wordt door B.J. Sanchez d'Aguilar opgevoerd dat: '.. Hoogstdezelve (de prins van Oranje, red.) in desselfs ampten en bedieningen () geen andere persoonen zeedert veele jaren heeft gemployeert als luyden van een lage extractie en geboorte; of geheel ontbloot van middelen; of andersints zulke luyden die geen aanzien, crediet of relatien hadden. Ten dien eijnde noemende 'Ortho, de beyde Crabeels, Bols, Cordeijs, Midavin en veele andere van vroeger datums.' Sanchez veronderstelde dat vanwege hun geringe aanzien deze lieden in de uitoefening van hun ambten niet eerlijk waren.(

      NDR inv.nr. 15209, verbaal over het jaar 1763, p. 54.

      )

      Overigens had intendant J.M. Jacmain d'Ortho nog speciale taken. Een daarvan betrof het conflict met het huis van Isenghien. Namens het huis van Oranje-Nassau voerde hij samen met de raad Verdun onderhandelingen met het huis Isenghien over een oplossing van dit geschil.(

      Spork, 'Jean Matthias Jacmain d'Ortho', p. 50.

      )

      Isenghien

      De goederen van Anna van Egmond, afkomstig van haar moeder Françoise de Lannoy, zouden bij kinderloos overlijden van Anna's kinderen weer aan haar familte van moederszijde komen. Deze bepaling was de oorzaak van het langdurige conflict tussen de Nassaus en de Isenghiens. Alle goederen, behalve Lannoy, waren namelijk door Philips Willem verkocht.(

      Drossaers II, I, p. 134-135.

      ) Lannoy kvvam in 1618 na de dood van Philips Willem aan Philips de Mérode, afstammeling van Marguerite de Lannoy. Zijn dochter IsabelIa-Margaretha de Mérode, getrouwd met de graaf van Isenghien, maakte aanspraken op de opbrengst van de verkoop van alle erfgoederen. Deze aanspraken werden bevestigd in een vonnis van de Grote Raad van Mechelen. Omdat het huis van Oranje-Nassau nalatig was in de betaling van de verschuldigde sommen, lieten de Isenghiens tot tweemaal toe (in 1683 en 1702) beslag leggen op de Luxemburgse goederen.(

      Jean Milmeister Le comté de Vianden dans le conflit de Nassau et Isenghien (Luxembourg, 1973).

      )
      Het conflict eindigde in 1759 met het accoord tussen de hertog van Brunswijk en de prins van Isenghien, waarbij deze laatste tegen een ruime schadeloosstelling de Luxemburgse domeinen weer aan de prins van Oranje gaf.

      Ook hield D'Ortho zich bezig met de verbetering van de rivier de Demer (Diest en Zichem): het verbreden en verdiepen van de rivier en het herstellen en verhogen van de dijken ter bestrijding van de wateroverlast en ter voorkoming van het droogvallen.(

      Spork, 'Jean Matthias Jacmain d'Ortho', p.50.

      )

      De juristen

      Voor de prins van Oranje was tevens een aantal juristen werkzaam in de Oostenrijkse Nederlanden zoals de procureurs bij de Grote Raad van Mechelen en bij de Grote Raad van Brabant en raden-advocaat die de belangen van de prins van Oranje voor de verschillende hoven en raden dienden te behartigen.

      Procureurs en advocaten bij de Grote Raad van Mechelen.

      (

      Ontleend aan het Ambtboek, NDR inv.nr. 685.

      )

      1685-1702 Guillaume Cuijpers, advocaat
      1702-1717 Matheus van Milanen, advocaat
      vanaf 1717 N. le Plat, procureur
      vanaf 1761 Rumoldus Neefs, procureur
      Procureurs bij de Grote Raad van Brabant te Brussel:

      1657-1661 Johan van der Elst
      1661-1663 Zeger van Sittart
      1663-1724 Hendrik van Asten (tevens agent van Z.H.)
      1762-1764 T.J. Sanchez d'Aguilar
      1764-.. Louis Sanchez d'Aguilar
      Raden/advocaat te Brussel

      1657-1662 Willem de Groot
      1662-1670 Guillaume van der Burgd die Castro
      1670-1671 Nicolaas Blankert
      1671-1672 mr. Christine
      1672-1717 De Plekker
      Aanwijzingen voor de gebruiker

      In dit deel van de inventaris vindt u de stukken van de Domeinraad betreffende de administratie van de intendant en van de juridische adviseurs beschreven. Het gaat hier dus om stukken, gezonden aan de Domeinraad. Ook staan hier stukken beschreven afkomstig van de intendanten. Deze stukken, zoals de brievenboeken van de intendant J.M. Jacmain d'Ortho, zijn na hun ontslag als intendant door hun opvolger overgenomen en uiteindelijk bij de Domeinraad in 's-Gravenhage terecht gekomen. Waarschijnlijk gebruikte de Domeinraad deze stukken ter controle van de administratie van de intendant. Daarom zijn deze stukken niet van dit archief afgezonderd.

      De informatie in de stukken betreft meestal meerdere domeinen tezamen. Voor gegevens betreffende afzonderlijke domeinen kan men het beste de betreffende hoofdstukken raadplegen.

      Volgens de registers met aantekeningen betreffende de domeinen zouden er verbalen moeten zijn van de inspectiereizen die de raad C. Verdun had gemaakt naar Luxemburg. In dit deel van het archief zijn deze echter niet aanwezig.

      Verantwoording van de inventarisatie

      Deze stukken zijn in 1990 door W.G.T. van den Berg en R. Spork beschreven in de inventaris van de archieven Nassause Domeinraad Zuidelijke Nederlanden (1213) 1577-1795 (1812). In 1992 werd besloten deze stukken in te voegen bij de inventaris van het archief van de Nassause Domeinraad vanaf 1581.

      Bij de controle van de door Van den Berg beschreven stukken, bleek dat een aantal inventarisnummers beter gesplitst, danwel bij elkaar gevoegd kon worden. De indeling van Van den Berg en Spork is niet gehandhaafd. Deze wijkt namelijk af van de voor deze inventaris gebruikte. De stukken die nu onder de rubriek Algemeen worden geplaatst, waren door Van den Berg en Spork geplaatst onder Bestuur. De rubrieken Financiën en Bestuur zijn opgeheven.

      Tevens is een aantal stukken, door Van den Berg en Spork beschreven onder de rubriek Luxemburg en Lannoy, onder de nieuwe rubriek Algemeen geplaatst. Daardoor is er nu nog slechts één rubriek waar de gebruiker stukken betreffende de domeinen in de Oostenrijkse Nederlanden gezamenlijk kan zoeken. De stukken betreffende de afzonderlijke domeinen zijn geplaatst in afzonderlijke rubrieken.

      De nu gebruikte indeling in dit onderdeel van de inventaris wijkt ook af van de gebruikelijke indeling van de hoofdstukken per domein. Dit wordt gerechtvaardigd door het bijzondere karakter van de administratie van de intendant. De intendant is niet rekenplichtig. Alleen de rentmeesters waren rekenplichtig aan de Domeinraad. Zijn bemoeienis met het beheer was er een op afstand. Daarom zijn de waarschijnlijk eenmalige rekeningen van D'Ortho geplaatst onder de rubriek Beheer.

      Daarnaast hield de intendant toezicht op de processen die voor de rechtscolleges van Oostenrijks-Brabant werden gevoerd. Daarom is er een rubriek Rechtspraak opgevoerd.

      De duidelijkst zichtbare afwijking is te vinden in het ontbreken van de rubriek Verwerving en vervreemding. Stukken betreffende de verwerving van de domeinen zijn geplaatst onder de betreffende domeinen.

      Ook de rubriek Bestuur ontbreekt. Daarom is van de rubriek Functionarissen een aparte rubriek gemaakt.

      Literatuur J. Cuvelier, Les origines de la fortune de la maison d'Orange-Nassau. Contribution a l'histoire du capitalisme du Moyen Age. Brussel,1921. Dr. S.W.A. Drossaers, Het archief van den Nassausche Domeinraad, Eerste deel. Den Haag, 1948. Dr. S.W.A. Drossaers, Het archief van den Nassausche Domeinraad, Tweede deel. Den Haag, 1955. H.M.B. Jacobs, W.M. Lindemann, Th. F. van Litsenburg, Raad van Brabant. Deel I; Inleiding op de inventaris. Amsterdam, 1977. N. Japikse, De geschiedenis van het Huis van Oranje Nassau. 2 delen. Den Haag, 1937-1938. J. Kuyper, 'De domeinen van het Huis van Oranje'. In: Haagsch Jaarboekje, 11, Den Haag, 1899, pp. 345-370. F.J.L. Krämer, 'De bezittingen van het Huis van Oranje-Nassau in de zeventiende eeuw'. In: De Navorscher, Jaargang 43 (Nieuwe serie Jaargang 26), Nijmegen, 1893, pp. 119-140. H. Riemens, Het Amortisatie-Syndicaat. Een studie over de staatsfinanciën onder Willem I. Amsterdam, 1935. E. de Seyn, Geschied- en Aardrijkskundig woordenboek der Belgische gemeenten. Twee delen. Turnhout, z.j. [ca. 1951]. R. Spork, Jean Matthias Jacmain d'Ortho, raad voor de domeinen in de Oostenrijkse Nederlanden (1749-1761). In: Nederlands Archievenblad, Maart 1988, nr.1. pp. 43-59. A. Wauters, Histoire des environs de Bruxelles. Dl.II. Bruxelles, 1855.
    • In 1582 leidden herhaalde verzoeken van prins Willem I aan de Staten-Generaal en de afzonderlijke gewesten, tot een regeling van een vergoeding aan de prins wegens zijn schulden. Die schulden waren het gevolg van zijn investeringen in veldtochten tegen de Spaanse vijand in de jaren daarvoor.

      Het gewest Holland besloot in 1582 afzonderlijk met Willem I een regeling te treffen voor een vergoeding van diens schulden. Daarmee was een regeling met de Staten-Generaal namens de verbonden gewesten van de baan. Het resultaat van de onderhandelingen met de afzonderlijke gewesten was dat Willem I in 1582 alleen van Vlaanderen en Brabant vergoeding kreeg toegezegd. De onderhandelingen met de andere gewesten verliepen moeizamer. Vlaanderen schonk hem Aalst. De afzonderlijke leden van het gewest, de steden Brugge, Gent en Ieperen, schonken hem geestelijke goederen. De Staten van Brabant schonken Willem I de abdij van Affligem en het markiezaat van Bergen op Zoom.

      Onderdeel van de schenking van geestelijke goederen door Vlaanderen waren de goederen in Hulsterambacht van de abdij Ter Duinen.

      Willem I heeft niet veel plezier gehad van deze goederen, omdat ze lagen in door Spanje bezette gebieden. Op de lange duur bleven alleen de abdij Ter Duinen en Bergen op Zoom in zijn bezit. De overige bezittingen werden in 1584, na het neerslaan van de opstand in Vlaanderen, aan hun rechtmatige eigenaren teruggegeven. Deze goederen zijn nooit meer in het bezit van het huis van Oranje teruggekeerd. (

      Scherft, Het sterfhuis, pp. 12 e.v. Zie ook het hoofdstuk 'Hulsterambacht', inleiding.

      )

      De hieronder beschreven akten vormen een klein deel van de stukken betreffende de schenking door Brabant en Vlaanderen. De stukken betreffende de abdij Ter Duinen staan beschreven in het hoodstuk 'Hulsterambacht'. De stukken betreffende Bergen op Zoom staan beschreven in het hoofdstuk 'Bergen op Zoom'. Aangezien het huis van Oranje nooit daadwerkelijk de overige bezittingen in bezit heeft kunnen nemen bevinden zich, afgezien van de aankomsttitels, geen andere stukken in het archief van de Nassause Domeinraad.

    • openIII. ANTWERPEN

      Het burggraafschap van Antwerpen werd in de 13e eeuw door het huwelijk van de dochter van de burggraaf met een heer van Diest aan de baronie van Diest verbonden. Het ambt van burggraaf betrof een deel van Antwerpen: de Borgt. Van het ambt was alleen nog een titel en een leenboek over. Het leenboek betrof huizen en erven in het stadsdeel de Borgt. (

      NDR inv. nr. 15216, pp. 139-140.

      )

      Het leenhof bestond uit leenmannen, stadhouders en een griffier. Er zijn geen rekeningen van het leenhof overgebleven.

      Stukken betreffende het burggraafschap van Antwerpen vóór 1581 staan beschreven in Drossaers I.

    • sluitIV. BRUSSEL

      Het paleis te Brusse! kwam in het bezit van het huis van Nassau door het huwelijk van Engelbrecht I met de erfdochter van Polanen. Engelbrecht II liet het gebouw slopen en bouwde een nieuw paleis. (

      M.H. Bottenheim, 'De verblijven der Nassau's in de Nederlanden', in: Koninklijk Oudheidkundig Genootschap. Jaarverslag LXXX (1938), p. 4.

      ) Het lag op een van de heuvels van de Koudenberg in Brussel, Berg van 't Hof geheten. In de nabijheid stonden huizen van andere adellijke geslachten en het paleis van de hertogen van Brabant. Het hof werd dikwijls door de Nassaus bewoond. In 1567 confisqueerde Philips II het hof, evenals de andere goederen van Willem I in de Nederlanden.

      Als gevolg van de Pacificatie van Gent, kon prins Willem van Oranje in 1577 terugkeren in Brussel. Hij nam weer zijn intrek in zijn paleis. Na vier maanden moest hij in 1578 Brussel weer verlaten. Na zijn dood in 1584 erfde Philips Willem het paleis. Pas in 1596, na zijn vrijlating uit Spaanse gevangenschap, was Philips Willem in staat het paleis te bewonen. Na zijn dood in 1618 kwamen al zijn bezittingen, waaronder het paleis, aan prins Maurits die hij als zijn universeel erfgenaam had benoemd. Vanaf die tijd heeft geen Oranje meer het paleis bewoond. Gedurende de Tachtigjarige Oorlog was het paleis geconfisqueerd, met uitzondering van het Twaalfjarig Bestand. In die tijd ging een deel van het paleis in vlammen op. Een ander gedeelte werd bewoond door Jan van Nassau, die van de aartshertogen de genaaste bezittingen van de Oranjes had gekregen. (

      Zie hiervoor het hoofdstuk Diest.

      ) Na de Vrede van Munster kwam het paleis weer in het bezit van het huis van Oranje. Het paleis heeft sindsdien verschillende bwoners gehad: de hertog van Marlborough, prins Eugène van Savoie, de hertogin van Aremberg en aartshertogin Maria Elisabeth.(

      J. Cuvelier, 'La Chapelle Saint-Georges à Bruxelles' in: L'Illustrations de la Belgique, du Grand-Duché de Luxembourg et de la Colonie. (1925), pp. 6-7.

      )
      De laatste gebruiker van het 'hotel de Nassau' was Karel van Lotharingen, die het hof in 1756 had gekocht van prinses Anna van Hannover, voogdes van Willem V, met de bepaling dat in de door Hendrik III van Nassau in 1524 voltooide St. Joriskapel wekelijks een mis zou worden opgedragen. (

      Japikse, De geschiedenis van het huis van Oranje-Nassau, dl I, pp. 109,156, dl II, p. 132 en 'Brussel en het Oranjehuis' (I), in: Haagsche Courant van 28 mei 1960.

      )

      Het paleis werd beheerd door een conciërge.

      Conciërges waren:

      1653-1661 Jan van der Elst
      1661-1666 J.B. Verelst
      1666-1677 Johanna Westerberg
      1677-1714 Jean Marie van der Elst
      1714-1741 Sebastian Francois Charles
      1741-1749 Vincent la Chapelle
      1749-1751 J.B. Vain
      1751-1756 Laurens Simons
      Verwante Archieven

      Stukken betreffende het paleis vóór 1581 staan beschreven in: Dr. S.W.A. Drossaers, Het archief van den Nassausche Domeinraad I, inv.nrs. 1195-1236.

    • Verwerving

      Dasburg kwam, tegelijk met Vianden, St. Vith en Bütgenbach, in het bezit van de Nassaus door vererving van de kinderloos gestorven Elizabeth van Vianden aan de kleinzonen van Adelheid van Nassau uit haar huwelijk in 1331 met Otto II van Nassau, stichter van de Dillenburgse linie. Door het huwelijk van Simon van Sponheim met Maria van Vianden, de moeder van Elizabeth en Adelheid van Vianden, waren deze plaatsen samen met Vianden in één hand verenigd(

      Zie: Drossaers I,I, pp. 140 e.v. en M.Mazel, 'Het graafschap Vianden' in: Prof. Dr. F.J.L. Krämer e.a. Je maintiendrai. Een boek over Nassau en Oranje (Leiden, 1905), pp. 88-102.

      )In 1795 werd Dasburg tot nationaal domein verklaard.

      Grondgebied en benaming

      Dasburg, nu gelegen in het huidige Duitsland, ligt evenals Vianden aan de rivier de Our. Dasburg was een vrijheid die grensde aan het graafschap Vianden. De vrijheid werd in leen gehouden van Luxemburg. Dasburg bestond uit een kasteel en ongeveer 36 dorpen verdeeld in drie meierijen: Daleiden, Bentscheid of Eschfeld en Leijdenborn.

      Rechten en bevoegdheden

      In Dasburg had de heer in het algemeen dezelfde rechten als in Vianden. Ook had de heer lijfeigenen. Voorts had de heer een banmolen en een banoven. De kastelein en hoogschout in Dasburg genoten van de heer een aantal rechten, zoals de 'eerste verhoren' en de jacht en visserij.(

      NDR inv.nr. 765, folio 329 e.v.

      )

      De heer benoemde de volgende functionarissen:(

      Ontleend aan het Ambtboek, NDR inv.nr. 686.

      )

      • forestier du bois
      • griffier en controlleur
      • hoogschout en opziender over de bossen
      • kastelein
      • klerk jure
      • manrichter van het leenhof
      • ontvanger of rentmeester van de domeinen
      Beheer

      Het huis van Oranje heeft niet ononderbroken het beheer over Dasburg kunnen voeren. Tussen 1683-1698 en tussen 1702-1759 had het huis Isenghien beslag gelegd op deze goederen. Na 1807 werd het domein beheerd door de intendant-generaal van de Hollandse domeinen in de Franse departementen Forêts en Ourthe.(

      Zie de rekening van F.J. van de Wall.

      )

      De rentmeesters van het domein Dasburg waren: (

      Ontleend aan het Ambtboek en de rekeningen van de rentmeesters

      )

      1638-1643 Jacob Groelaard
      1643-1648 Herman Ernst
      1648-1689 Jean Jacques Biever
      1689-1640 Christoffel Biever
      1741-1783 George Frederic August baron de Montigny
      1784-1807 Charles de Montigny
      1808-1810 F.J. van der Wall
      Aanwijzingen voor de gebruiker

      Behalve in dit hoofdstuk zijn gegevens betreffende Dasburg te vinden in deel 1, rubriek Stukken van Algemene aard. In die rubriek bevinden zich registers van uitgaande stukken, notulen en repertoria (nadere toegangen).

      ln de Verzameling Binnenlandse Kaarten, Hingman, VTH, inv.nr. 3845, bevindt zich een kaart van Dasburg.

      Bijlage

      Inhoudsopgave van de rekening(

      Ontleend aan de rekening over 1768, NDR inv.nr. 15315.

      )

      1. Chapitre de recette en seigle des moulins et fours bannal
      2. Chapitre de recette en seigle de taille
      3. Chapitre de recette en seigle des Digmes
      4. Chapitre de recette en avoine de taille
      5. Chapitre de recette en avoine des dymes
      6. Chapitre de recette en avoine des cens
      7. Chapitre de depense en seigle pour gages
      8. Chapitre de depense en seigle pour freinte
      9. Chapitre de depense en seigle vendu
      10. Chapitre de depense en avoine pour gages
      11. Chapitre de depense en avoine pour freinte
      12. Chapitre de depense en avoine vendu.
      13. Chapitre de recette en argent des tailles de may
      14. Chapitre de recette en argent de tallies de St. Remy
      15. Chapitre de recette en argent des chaires grasses
      16. Chapitre de recette en argent des cens et Curveé de vin
      17. Chapitre de recette en argent des Prez
      18. Chapitre de recette en argent des forns de taille
      19. Chapitre de recette en argent de la trouve des abeilles
      20. Chapitre de recette en argent de poivre et gingembre
      21. Chapitre de recette en argent des glandeés
      22. Chapitre de recette en argent des amandes
      23. Chapitre de recette en argent des rachapts
      24. Chapitre de recette en argents des confiscations et 10e deniers
      25. Chapitre de recette en argent des sels vendu
      26. Chapitre de recette en argent des poces gras
      27. Chapitre de recette en argent des gelines censates lin et oeuffs
      28. Chapitre de recette en argent des pouilles de haute justice
      29. Chapitre de recette en argent des chapons
      30. Chapitre de recette en argent du bois vendu
      31. Chapitre de recette en argent des grains vendu
      32. Chapitre des depences en argent en pension
      33. Chapitre de depences en argent pour gages
      34. Chapitre de depences en argent pour accoultrement
      35. Chapitre de depences en argent pour reparation
      36. Chapitre de depences en argent pour messagerie
      37. Chapitre de depences en argent pour heritage abandonnée
      38. Chapitre de depences en argent pour la rendition de ce compte
    • openVI DIEST
      Verwerving

      In 1499 ruilde Willem van Gulik de heerlijkheid Diest, het land van Zichem, Zelem, Meerhout en Vorst en het burggraafschap Antwerpen voor Vucht, Gangelt en Millem die in bezit waren van Engelbrecht II van Nassau. De heerlijkheid Diest bleef sindsdien eigendom van de Nassaus tot 1795. Burggraaf van Antwerpen was een titel van de heren van Diest.

      Ook als heren van Diest bezaten de prinsen van Oranje-Nassau de beide helften van Meerhout en Vorst. Meerhout en Vorst werden namelijk in twee delen in leen gehouden van de hertog van Brabant.(

      Drossaers I, I. p. 151 en 155 e.v. en F.A. van Dijck, De heerlijkheid Diest of het bewogen leven van een kleine stad (Diest, 1979), p. 30.

      ) Zichem, Meerhout en Vorst en het burggraafschap van Antwerpen werden ieder apart geadministreerd en staan in aparte hoofdstukken in deze inventaris beschreven.

      Diest behoorde tot de goederen, die aan Philips Willem toekwamen na de dood van zijn vader Willem van Oranje. Als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog werd de heerlijkheid echter door de Spaanse koning geconfisqueerd tot in 1609 het Twaalfjarig Bestand tot stand kwam.

      Na het Twaalfjarig Bestand in 1621 en de hervatting van de vijandelijkheden tussen de Nederlanden en Spanje, werden de Brabantse goederen van de Oranjes weer geconfisqueerd. De geconfisqueerde goederen waaronder Diest, werden door Isabella, landvoogdes van de Spaanse Nederlanden, in 1625 aan Jan van Nassau geschonken. Na de dood van Jan van Nassau nam diens weduwe Ernestine de Ligne voor haar minderjarige zoon de heerlijkheid in bezit.(

      F. di Martinelli, Diest in de 17e en 18e eeuwen (Diest, 1897), p. 57.

      ) In 1648, met de totstandkoming van de Vrede van Munster, kwamen de Brabantse goederen, waaronder Diest weer in handen van het huis van Oranje-Nassau.(

      A. Wauters, Histoire des environs de Bruxelles ou description historique des localités qui formaient autrefois l'ammannie de cette ville. 2 dln. (Bruxelles, 1855), II, p. 197.

      )

      In 1794 werd de heerlijkheid Diest door de Fransen in beslag genomen.

      In 1597 gaf prins Philips Willem Zelem, ook wel Zelhem of Zeelhem geschreven, in pandschap aan Robert de Moens, zijn secretaris. Na zijn dood erfde diens weduwe het pandschap. In 1645 echter verkreeg Constantijn Huygens, secretaris van Frederik Hendrik en lid van de Domeinraad, de akte van pandschap van Zelem. Prins Willem II verklaarde na de dood van Frederik Hendrik, Huygens tot eigenaar van Zelem.(

      Hofman, Constantijn Huygeits, p. 213 en Eug. de Seyn, Geschied- en aardrijkskundig Woordenboek der Belgische Gemeenten. 2 dln. (Turnhout z.j), II, p. 1562.

      )

      Grondgebied, benaming en bestuur

      De baronie Diest bestond uit de stad en vrijheid Diest en het buitengebied, de Kaggevinnen genaamd. Diest was van oorsprong een allodiaal goed, maar werd in de 14e eeuw bij de bisschop van Keulen verheven. De stad had in 1229 haar eerste stadsrechten gekregen van Arnold III, heer van Diest.(

      Van Dijck, De heerlijklieid Diest, p. 39.

      )

      De stad en vrijheid bestonden uit de stad Diest en omliggende landerijen. Diest lag aan de rivier de Demer, in het kwartier van Leuven in het gewest Brabant.

      De stad en vrijheid werden bestuurd door een drossaard, schout, burgemeester, schepenen en tienmannen.(

      NDR inv.nr. 765, folio 360 e.v.

      ) De stad was omwald met verdedigingswerken.

      De Kaggevinnen waren verdeeld in twee gebieden: de Kaggevinne Lovens ten zuiden van de rivier de Demer en de Kaggevinne Kempens ten noorden van de Demer. De Kaggevinnen werden bestuurd door een meier en zeven schepenen: drie uit de Kaggevinne Kempens, drie uit de stad en vrijheid Diest en drie uit de Kaggevinne Lovens.(

      NDR inv.nr. 764, folio 237-238

      )

      De voogdij van Webbecom maakte deel uit van het domein. Deze voogdij lag tegen de stad en vrijheid Diest aan.

      In Diest had de abdij van Tongerlo cijnsroerige goederen en een laathof.(

      NDR inv.nr. 15216.

      )

      Rechten en bevoegdheden

      De heer van Diest bezat in de heerlijkheid de hoge, middelbare en lage jurisdictie. Hij had het recht cijnzen te heffen over een groot deel van de goederen. De heer bezat twee watermolens, een in de rivier de Demer, een in een zijarm van de Demer en hij bezat ook een windmolen. In de stad Diest had hij een landgoed, de Warande (jachtgebied) genaamd. Op het landgoed had een kasteel gestaan, wat echter vervallen was geraakt. Ook bezat de heer weiden en andere stukken grond. Voorts had het huis van Oranje de waag, het vleeshuis en het korenhuis in Diest.

      Het huis van Oranje had het recht van vrije warande of jachtrecht, dat bewaard werd door de warandmeester van Diest. Ook de visserij en verscheidene tollen behoorden tot de heerlijkheid.

      Van de voogdij van Webbecom bezat de heer van Diest de helft van het weggeld en de helft van de jacht. De andere helft was eigendom van de hertog van Brabant.(

      NDR inv.nr. 765, folio 368 e.v

      )

      In de Kaggevinnen had de heer het recht op benoeming van de meier en de magistraat. Ook bezat de heer een cijnsboek over ongeveer de helft van de goederen, met het recht van pondpenningen, en had hij er bos en weidegronden.(

      NDR inv.nr. 764, folio 237-238.

      )

      De lenen van Diest werden geadministreerd in het Leenhof van Diest door een stadhouder van de lenen en schepenen van de lenen. Het Leenhof was onafhankelijk van het Leenhof van Brabant. Het Leenhof fungeerde ook als Leenhof van het land van Zichem, in welke hoedanigheid het wel afhankelijk was van het Leenhof van Brabant. Door deze situatie wilde het wel gebeuren dat er inbreuken werden gepleegd op de onafhankelijkheid van het leenhof van Diest.(

      NDR inv.nr. 15216, folio 36.

      )

      Als heer van Diest bezat het huis van Oranje ook het land van Zichem, Meerhout en Vorst en het burggraafschap van Antwerpen. Deze domeinen maakten verder geen deel uit van het domein Diest. Dat domein bestond alleen uit de stad en vrijheid Diest, de buitengebieden de Kaggevinnen en de voogdij van Webbecom. Wel waren de leenboeken van Diest en Zichem samengevoegd.

      Tot de baronie van Diest behoorde ook de heerlijkheid Holede, gelegen bij Tienen. Deze heerlijkheid werd door prins Philips Willem aan zijn secretaris Jan Cools verpand voor 12.000 gulden. Prins Maurits loste het pandschap in. Vervolgens werd de heerlijkheid aan Hugo de Croeser, gouverneur van het prinsdom Orange, gegeven 'in recompens dat hij het casteel en de Stad aan Z.H. heeft overgegeven(

      NDR inv.nr. 766, folio 719

      )

      De heer benoemde in Diest de volgende functionarissen:(

      Ontleend aan het Ambtboek, NDR inv.nr. 685.

      )

      • Drossaard
      • Schout
      • Schepenen
      • Meier
      • Secretaris
      • Boswachter
      • Griffier van de lenen
      • Stadhouder van de lenen
      • Opperjagermeester
      • Jachtbewaarder (garde de chasse)
      • Kastelein
      • Pastoor van het begijnhof
      • Schepen van het leenhof
      Stadhouders/griffiers van de domeinen Diest en Zichem:

      1...-1637 Jan Coenen
      1637-1653 Daniël Cools
      1653-1655 Adriaan Nicolaasz Verelst
      1655-1669 Justus Colemor
      1669-1691 Johannes Franciscus Colemor
      1691-1692 Justus Colemor
      1692-1730 Hendrik Jacob Proost
      1730 (mei-november) Jacob Cox
      1730-1740 Arnoldus Godefridus Cox
      1740-1759 Jean François Cordeijs
      1759-1767 Ferdinand Damiën Henry Cordeijs
      1767-1777 Johannes Edmundus Cox
      1777-1... Hendrik Smeulders
      1777-.... Franciscus Fernandez de Paramo
      Beheer

      Het domein Diest werd door een rentmeester beheerd. De rentmeester vervulde vaak ook de functie van opperjagermeester, stadhouder van de lenen, e.d.

      De lenen werden geadministreerd door de stadhouder en griffier van het Leenhof Diest en Zichem. Hij deed rekening van pondpenningen en heergewaden tot 1626. Holede werd tot 1621, toen het werd gegeven aan Hugo de Croesere, gouverneur van Orange, geadministreerd in het Leenhof van Diest. De lenen van Meerhout werden door het Leenhof geadministreerd tot 1626. Vanaf die tijd werden deze lenen apart geadministreerd. Het leenhof van Diest was gevestigd in het huis op de Warande.

      Rentmeesters van het domein Diest waren:

      in 1503 Jan Ewels
      1533-1584 Dirk van Halle
      1584-15.. Jan van Sestich
      15.. -1589 Jan van Liere
      1590-1599 Nicolas van der Stoup
      16.. -1653 Daniël Cools
      1653-1654 Adriaan Nicolaasz. Verelst
      1655-1663 Justus Colemor
      1664-1682 Johannes Franciscus Colemor
      1682-1706 Godefridus Johannes van Surpele
      1707-1717 Eustachius Franciscus van Surpele
      1717-1742 Johannes Baptist de Wilde
      1743-1779 Arnoldus Godefridus Cox
      1779-1805 Johannes Edmundus Cox
      1805-1808 C. Cox
      Aanwijzingen voor de gebruiker

      In dit hoofdstuk staan de stukken betreffende Diest beschreven. In de hoofdstukken Stukken van algemene aard en Gezamenlijke domeinen in de Oostenrijkse Nederlanden en Luxemburg bevinden zich ook stukken en gegevens betreffende het domein Diest.

      Stukken betreffende de leenzaken van Diest en Zichem zijn vanwege de hierboven genoemde vermenging van de administraties geplaatst onder Diest.

      De cijnsboeken van Diest bestaan uit twee series: de cijnsboeken van de stad en de vrijheid Diest en de cijnsboeken van de Kaggevinnen. In 1754 werden de cijnsboeken vernieuwd. Het vernieuwen van de cijnsboeken was bedoeld om misbruiken als het verduisteren van cijnsgoederen tegen te gaan en veranderingen vast te leggen.

      Stukken van voor 1581 staan beschreven in de inventaris: dr. S. W. A. Drossaers, Het archief van den Nassausche Domeinraad. Deel I. Het archief van den Raad en Rekenkamer te Breda tot 1581. 's Gravenhage 1948.

      In het archief van de Stadhouderlijke Secretarie zijn onder inv.nrs. 354-357 de bijlagen tot het rapport van J.M. Jacmain d'Ortho uit 1760 over het uitdiepen van de rivier de Demer te vinden. Hierbij bevinden zich ook kaarten van het stroomgebied van de Demer. Het betreffende rapport ontbreekt. Het archief van de Stadhouderlijke Secretarie berust in het Algemeen Rijksarchief.

      Verwante Archieven

      Andere archieven van Diest uit de heerlijkheidsperiode zijn te vinden in het Stadsarchief van Diest, Grote Markt, 3290 Diest.

      Literatuur M. van der Eycken, Geschiedenis van Diest. Diest, 1980 P.J. Goetschalckx, 'Eenige aantekeningen rakende de geschiedenis van Sichem'. In: Bijdragen tot de geschiedenis bijzonderlijk van het aloude Hertogdom Brabant, Hoogstraten, 1902, pp. 523-562. J. Habets, 'De heeren van Zeelhem bij Diest, volgens de leenregisters van de zaal van Curingen'. In: De Dietsche Warande. Tijdschrift voor Nederlandse Oudheden, Staatsgeschiedenis, Kunst en Letteren. Achtste deel, Amsterdam, 1869, pp. 552-563. M. Raymakers, (ed.), 'Chronicon Diestense'. In: Compte Rendu des séances de la Commission Royale d'histoire ou recueil de ses Bulletins, 3e série, tome II, Brussel, 1861, pp. 393-521. J. de Sturler, Un fief de I'Archevêché de Cologne en Brabant: La Seigneurie de Diest. In: Bulletin de la Commission Royale d'histoire, tome CI, Brussel, 1936, pp. 137-186.
      Bijlage Inhoudsopgave van de rekening

      (

      Ontleend aan de rekening over 1768, NDR inv.nr. 15582

      )

      Register van deze ontfang deeser reekeninge

      1. Van chijnsen in gelde der stad en vrijheid van Diest.
      2. Van chijnsen in gelde onder Caggevinne Kempens
      3. Van chijnsen in gelde onder Caggevinne Lovens
      4. Van nieuwe chijnsen gecreërt 't sedert den jaere 1759
      5. Van verhuerde weijden en bempden
      6. Van verhuerde thollen
      7. Van verhuerde waeteren en visserijen
      8. Van verhuerde schaarbosschen
      9. Van den lombarde tot Diest
      10. Van recognitien
      11. Van maeckelaers van paerden
      12. Van verhuerde waeter en windmolens
      13. Van den schorsmolen
      14. Van tarwe ende van corene
      15. Van sleijtinge der molensteenen
      16. Van erfrenthen in rogge
      17. Van diversche parthijen in evenen
      18. Van 't Ballastbosch
      19. Van chijnsen in garsste
      20. Van capuijnen en van hinnen
      21. Van ontfangh van wasschen
      22. Van saut komende van den waeterthol
      23. Van stroije
      24. Van patrijsen ende van conijnen
      25. Van endvogels
      26. Van verhuerde goederen
      27. Van vrugten en vervallen in de warande
      28. Van vercogte heijde
      29. Van confiscatien
      30. Van pontpenningen
      31. Van den corenhuijse
      32. Van vercogte tarwe en coren
      33. Van gelde voorts komende uijt chijnsen in rogge ende in garste onder beijde de Caggevinnen
      34. Van uijtgewonnen erven
      35. Van chijnsen gecreërt 't sedert den jaere 1612
      36. Van chijnsen gecreërt 't sedert den jaere 1683
      37. Van chijnsen gecreërt 't sedert den jaere 1714
      38. Van vercogte denneboomen
      39. extraordinairen ontfang
      Register van den uijtgave deeser reekeningen

      1. Van uijtgave in gelde van den bempden geleegen in de Ganselaecken tusschen Zelck en Webbecom
      2. Van diversche commeren uijtgaende op de warande
      3. Van diversche commeren uijtgaende op de warande
      4. Van diversche commeren uijtgaende op de warande
      5. Van diversche commeren uijtgaende op de warande
      6. Van diversche commeren uijtgaende op de warande
      7. Van erfrenthen in gelde
      8. Van erffelijcke gemaekte legaaten
      9. Van erfrenthen in gelde
      10. Van erfrenthen
      11. Van erfrenthen op de erve tegensover den Borght
      12. Van ordinarissche renthen
      13. Van gagien en tractementen
      14. Van geconsolideerde chijnsen op de erven door den heere van diest selve beseeten
      15. Van penningen bereekent en niet ontfangen
      16. Van tarwe ende van corene
      17. Van erfrenthen in rogge
      18. Van erfrenthen in evenen
      19. Van fauten in rogge
      20. Van fauten in evenen
      21. Van uijtgave in capuijnen
      22. Van uijtgave aende erve daer den windmolen op gebouwt is.
      23. Van uijtgave van geëvinceerde gronden en fauten van chijnsen
      24. Van uijtgave in fauten van molenpagten, verhuerde weijden, thollen, bosschen, etc.
      25. Van uijtgave aen daghelijksche ende nootsaekelijcke reparatien als aen de mueren van 's heeren warande, aen 's heeren waeter en windmolens, aen den corenhuijse, aen de waage, vleesch-huijse, weijden, bempden, bosschen, weghen, straeten, bruggen, rivieren, beecken en leijgragten
      26. Van uijtgave aen beeden, XXste penningen, mixte lasten, subsidien, karre ende waeghenvragten
      27. Extraordinairen uijtgave
      28. Uijtgave ter tresorie
    • Verwerving

      De baronie Grimbergen kwam in het bezit van het huis van Nassau door het huwelijk van graaf Otto II van Nassau met Adelheid van Vianden.

      Grimbergen had twee heren als gevolg van de verdeling tussen twee broers Berthout in de 12e eeuw.(

      De Seyn, Geschied- en aardrijkskundig woordenboek der Belgische gemeenten, I. p 508

      ) De goederen van de ene tak kwamen via het huis van Vianden aan het huis Oranje-Nassau. De goederen van de andere tak behoorden aan de heren van Boutershem, later de heren van Bergen, genoemd naar Bergen op Zoom, een van hun bezittingen.(

      Drossaers I, I, p. 146. Zie ook: A. Wauters, Histoire des environs de Bruxelles, II, pp. 157 e.v.

      )

      In het vervolg van dit hoofdstuk worden met Grimbergen de goederen van de Nassaus bedoeld.

      Als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog werd Grimbergen een aantal malen door de Spanjaarden geconfisqueerd. De eerste maal in 1572, wanneer Willem van Oranje naar de Noordelijke Nederlanden vlucht. In 1577 werd Willem I weer in zijn rechten hersteld. Tussen 1585-1599 werd Grimbergen wederom geconfisqueerd. In 1599 werd de baronie gerestitueerd aan prins Philips Willem, rechthebbende op deze bezitting. (

      A Wauters, Histoire des environs de Bruxelles, II, p.194.

      )

      Na het Twaalfjarig Bestand in 1621 en de hervatting van de vijandelijkheden werden de Brabantse goederen, waaronder Grimbergen, opnieuw door de Spanjaarden geconfisqueerd. De geconfisqueerde goederen werden door Isabella in 1625 aan Jan van Nassau geschonken. In 1648, met de totstandkoming van de Vrede van Munster, kwamen de Brabantse goederen, waaronder Grimbergen weer in handen van de Oranjes. (

      A. Wauters, Histoire des environs de Bruxelles, II, p. 197.

      )

      Als gevolg van de Spaanse successie-oorlog werd Grimbergen tussen 1702 en 1706 geconfisqueerd door de Franse kandidaat voor de Spaanse troon Philips V. (

      Spork en Van den Berg, Inventaris, bij oud-inventarisnummer 271.

      )

      In 1559 verkocht de prins van Oranje Rumst met Boom, Willebroek en Heindonk, een leen van Grimbergen, aan Melchior Schets.

      In 1757 werd Grimbergen verkocht aan Ferdinand, hertog van Croy, die door huwelijk en vererving het andere gedeelte van Grimbergen al in handen had. Alleen het dorp Londerzeel bleef buiten deze verkoop. In 1764 werd ook Londerzeel verkocht. (

      Wauters, Histoire des environs de Bruxelles, II p. 209.

      )

      Grondgebied en benaming

      Grimbergen ligt in het huidige België in het noordwesten van de province Brabant. Het domein omvatte Grimbergen, Meise, Strombeek, Eppegem, Brussegem, het dorp Londerzeel, Rumst, Buggenhout, Tisselt, Baasrode, Willebroek, Boom, Ruisbroek, Heindonk en het gehucht Borght. (

      De Seyn, Geschied- en aardrijkskundig woordenboek, p. 509 en Wauters, Histoire des environs de Bruxelles, p. 212.

      ) Het domein strekte zich uit van Vilvoorde aan de Senne tot aan de westelijke grens van de huidige provincie Brabant.

      Grimbergen lag in een vruchtbaar gebied. Naast tarwe en rogge werd er koolzaad verbouwd. Onderdeel van het bezit van de Nassaus in Grimbergen was het dorp Borght. (

      Daniel J. Delestre, Uit het verleden van Grimbergen (Grimbergen, 1978), pp. 22-23.

      )

      Rechten en bevoegdheden

      In hun kwaliteit als heren van Grimbergen bezaten de prinsen van Oranje en de heren van Bergen een Leenhof te Grimbergen waarin hen tevens de hoge en lage rechtspraak toebehoorden. Het Leenhof omvatte de parochies Meise, Strombeek, Eppegem, Brussegem, Londerzeel, Rumst, Buggenhout, Tisselt, Baasrode, Willebroek en Boom. Van dit Leenhof waren in totaal 482 leengoederen afhankelijk, waarvan het kleinste deel van beide heren van Grimbergen afhankelijk was en de rest in twee -vrijwel gelijke- delen afhankelijk was van ofwel het huis Oranje-Nassau, ofwel het huis Bergen.

      Tot de lenen van uitsluitend het huis Oranje-Nassau behoorden ondermeer het gehucht Borght en het dorp Londerzeel, de dorpen Rumst en Heindonk, leengoederen in Laken, Strombeek, Meise, Eppegem en Brussegem (de hoge jurisdictie). (

      De Seyn, Geschied- en aardrijkskundig woordenboek, p. 509. en Wauters, Histoire des environs de Bruxelles, p. 213.

      ) Als heren van Grimbergen bezat het huis Oranje-Nassau verschillende goederen, die werden verpacht.

      Voor een deel van de van Grimbergen afhankelijke goederen gold dat zij in het bezit waren van twee of meer heren, in wisselende combinaties. Dat maakt een preciese afbakening van grondgebied en bezit tussen de twee heren van Grimbergen moeizaam. Hieronder worden de belangrijkste van Nassau-Grimbergen afhankelijke goederen behandeld.

      In Meise was het hof van Immerzeel afhankelijk van Nassau-Grimbergen. Het omvatte tuinen, weidegronden, vijvers en een heerlijkheid geheten Meise, Rode en Nieuwenrode, met hoge en lage jurisdictie en cijns in Meise, Rode, Ten Bosch en Strombeek. In Meise werden de verschillende goederen voor een deel in bezit gehouden samen met de heren van Bouchout en/of de heren van Bergen. Zo werden er in Meise en Rode cijnzen geheven: een van de Nassaus, een van de Nassaus en de heren van Bergen tesamen en een van de Nassaus, de Bergens en de heren van Bouchout tesamen. Voor het overige was Meise voor een groot deel in het bezit van de heren van Bouchout. (

      Wauters, Histoire des environs de Bruxelles, p. 269.

      )

      In Strombeek ontving het huis Oranje-Nassau cijns en bezat grond. Bovendien had het huis recht op de benoeming van de schepenbank. In 1590 werd deze schepenbank enige tijd samengevoegd met die van Grimbergen. (

      Wauters, Histoire des environs de Bruxelles, p. 218.

      )

      In Eppegem benoemde het huis Oranje-Nassau de schepenbank. Voorts hadden de Nassaus in Eppegem het recht van cijns, van tienden, de visserij in de Senne en de Baarbeek alsmede het recht tol te heffen op de brug over de Senne. (

      Wauters, Histoire des environs de Bruxelles, p. 536.

      )

      De Nassaus bezaten in Londerzeel alle heerlijke rechten, met uitzondering van het recht in tijden van oorlog de klok te luiden. Zij bezaten een twintigste recht op de oogst, een watermolen en een windmolen. Onderdeel van Londerzeel waren twee kleine heerlijkheden, die afhankelijk waren van het hof van Dendermonde.(

      .De Seyn, Geschied- en aardrijkskundige woordenboek, p. 806 en Wauters, Histoire des environs de Bruxelles, pp. 327 e.v.

      )

      In Grimbergen benoemden de twee heren gezamenlijk de zeven schepenen. In Meise werd de hoge jurisdictie gedeeld met het huis Bouchout. In Buggenhout waren twee schepenbanken: een behoorde aan de Halewijns, de andere aan de heren van Grimbergen.

      Beheer

      De rentmeesters van het domein Grimbergen:

      • 1660-1685 Hendrik Diemer de Meester
      • 1685-1719 Guillaume Foullon
      • 1720-1751 Johannes Lambertus van Ravesteijn
      • 1751-1754 Johannes Andreas van Ravesteijn (provisioneel)
      • 1755-1757 Joseph Midavin
      Aanwijzingen voor de gebruiker

      Het deelbestand Grimbergen is verre van volledig. De rekeningen van de rentmeester ontbreken op twee over de jaren 1755-1756 na. Het is mogelijk dat deze rekeningen met de verkoop van het domein in 1757 zijn overgegaan naar de koper van het domein.

      Anders dan de andere domeinen zijn er van Grimbergen geen gegevens terug te vinden in het Ambtboek (inv.nrs. 685-687) en in de registers met historische aantekeningen (inv.nrs. 764-769.) Deze registers en het Ambtboek zijn na 1757 aangelegd, dus na de verkoop van Grimbergen.Wel zijn er stukken betreffende Grimbergen te vinden in de registers van uitgaande stukken en in de notulen van de Domeinraad, zie daarvoor de rubriek Stukken van algemene aard.

      Andere archieven van Grimbergen en de andere plaatsen in deze oude heerlijkheid berusten in het Algemeen Rijksarchief te Brussel en bij de gemeenten Grimbergen, Meise en Londerzeel. De archieven bij de gemeenten zijn niet vrij toegankelijk. (

      .Zie: J. Debruyn, Gids van stads- en gemeentearchieven in België. Dl. I. Nederlandstalige en tweetalige gemeenten (Brussel, 1985).

      )

      Bijlage Inhoudsopgave van de rekening

      (

      Ontleend aan de rekening over 1755, NDR inv.nr. 15722.

      )

      Ontfanck

      1. Ontfanck tot Grimbergen in het particulier
      2. Ontfanck tot Grimbergen in het gemeijn waervan d'een hellie[h]t is comende aen Sijne Hoogheijt den heer Prince van Oragnie ende Nassau ende d'andere helli[ch]t aen den heere Prince van Grimbergen.
      3. Ander ontfanck tot Beijghem in het besonder
      4. Anderen ontfanck tot Strombeke in 't particulier
      5. Anderen ontfanck tot Bruijsseghem
      6. Andere ontfanck tot Zellake ende Beijgaerden oock in het besonder
      7. Anderen ontfanck der heerelijcke cheijnten tot Londerzeel
      8. Anderern ontfanck tot Eppeghem
      9. Anderen in de vrijheijt de Borght
      10. Anderen ontfanck tot Meysse in 't particulier
      11. Andere ontfanck tot Meysse in het gemeijn met den heere Prince van Grimberghen
      12. Anderen ontfanck tot Sinte Brixius Rode in het particulier Sijne Hoogheijt competeren
      13. Andere ontfanck tot Rode ghemeijn met den voornoemden Prince van Grimberghen
      14. Anderen ontfanck van graenen
      15. Anderen ontfanck van rogghe tot Meijsse ende Rode
      16. Anderen ontfanck van rogghe tot Bruijsseghem
      17. Anderen ontfanck van evene ende rogge tot Londerzeel
      18. Anderen ontfanck van evene tot Eppeghem
      19. Anderen ontfanck ingelde van de goederen die met eenen sesjaerigen termijn verhuert worden
      20. Anderen ontfanck tot Eppeghem van de goederen die met eenen sesjaerigen termijn insgelijcx verhuert worden
      21. Andere ontfanck van Sijne Hoogheijts goederen tot Londerzeel
      22. Anderen ontfanck der heerelijke schooven tot Londerzeel
      23. Anderen ontfanck van Sijne Hoogheijts molens tot Meijsse ende Londerzeel
      24. Anderen ontfanck vande schattinghe der molens
      25. Anderen ontfanck van uijtgedaeghde goederen
      26. Anderen ontfanck van bastaerde goederen, verdoolde beesten, gevondene ende g'abandonneerde goederen als andersints
      27. Anderen ontfanck van vercochte eester bosschen binnen de prochie van Londerzeel ende het schaerhout staende op eenige dammen in turfweijde genaemt Den Princebempt tot Eppeghem alsmede van andere boomen staende op s'heerenstraete
      28. anderen gemenghden ontfanck
      Uijtgaaf teghens den voorschreven ontfanck

      1. Uijtgaaf soo ordinaris als extraordinaris
      2. Anderen uijtgaaf van renten ghehipotiqueerd op de domeijnen van Breda, Diest ende Grimbergen
      3. Anderen uijtgaaf van gagien ende pensioenen geassigneerd op dit recept
      4. Anderen uijtgaaf gedaen aen reparatien soo tot Londerzeel, Meysse als elders
      5. Anderen uijtgaaf van processen, houden van sithdaegen
      6. Anderen gemenghden uijtgaaf
      7. Anderen uijtgaaf van onvindtbaere cheijnsen ende andere die uijtgewonnen ende verhuert sijn
      8. Anderen uijtgaaf aen vaccatien aen d' Edele Mogende heeren tot het aenhooren deser rekeninge als van andere extraordinaire vaccatien gedaen soo door den rendant als anderssints.
    • openVIII LANNOY

      Lannoy kwam aan de Nassaus bij het huwelijk van Willem van Oranje met Anna van Egmond in 1551. Lannoy maakte samen met Rollencourt, Wahaignies, Cocquenplus en Contise deel uit van het moederlijk erfdeel van Anna van Egmond.

      Deze goederen, afkomstig van haar moeder Françoise de Lannoy, zouden bij kinderloos overlijden van Anna's kinderen weer aan haar familie van moederszijde komen.

      Zo kwam Lannoy na de dood van prins Philips Willem in 1618 aan Philips de Mérode, afstammeling van Marguerite de Lannoy. De andere goederen waren al door prins Philips Willem verkocht. (

      Drossaers II, I p. 134-135.

      ) Deze verkoop leidde uiteindelijk tot het langdurige conflict tussen de Nassaus en de Isenghiens.

      Van Lannoy is maar een stuk in het archief van de Nassause Domeinraad bewaard gebleven. Gezien de korte periode dat Lannoy in bezit was van de Oranje-Nassaus is dat niet vreemd. De stukken betreffende Lannoy zullen samen met het goed overgedragen zijn aan Philips de Mérode.

    • Verwerving en vervreemding

      De heerlijkheid Meerhout en Vorst werd in twee delen in leen gehouden van de hertog van Brabant. Meerhout en Vorst was samen met Diest en Zichem, Zelem en het burggraafschap van Antwerpen door Engelbrecht II van Nassau verworven van Willem van Gulik.(

      Zie onder Diest en het Leenhof van Diest en Zichem.

      )

      Het ene deel van de heerlijkheid bestond uit de helft van het dorp Meerhout en tweederde van de watermolen, de windmolen, de lenen, renten e.d. Het andere deel van de heerlijkheid bestond uit de andere helft van het dorp Meerhout, met de cijnzen, het slot van Wantswinckel en het dorp Vorst in z'n geheel.

      De twee delen van de heerlijkheid werden in de 14e eeuw door huwelijk verenigd in het huis van de heren van Diest. (

      Nassause Domeinraad, inv.nr. 15216, pp. 110 e.v.

      )

      In 1795 werd het domein door Frankrijk in bezit genomen.

      Grondgebied en benaming

      Meerhout en Vorst lagen in de Brabantse Kempen. Meerhout werd ten oosten begrensd door de voogdij van Balen en Olmen, ten zuiden door het graafschap van Loon en ten westen en ten noorden door het land van Geel. Meerhout ligt tussen twee waterlopen, ten noorden de Nethe, ten zuiden de Paalbeek, die de grens vormde met het graafschap van Loon.

      Vorst ligt ten westen van Meerhout. Ten noorden werd Vorst begrensd door het land van Geel, ten zuiden door Tessenderloo en ten westen door Veirle. In Vorst werd vooral de landbouw bedreven.

      De heerlijkheid bestond uit een aantal gehuchten en akker- en weilanden, bos en heidevelden. Een deel van de hei werd Kijfheide genoemd omdat de grens lange tijd onderwerp van een geschil tussen Meerhout en Vorst en het land van Geel was. Meerhout stond bekend om de boter, die het leverde aan afnemers in de wijde omtrek.

      De gehuchten onder Meerhout waren: Lille, Boekenrode, Gestel, Wantswinkel, Genelaer, Geenebroek, Zittaart, Gebercks, Heijkant en Geeneplas.

      Meerhout werd geregeerd door een drossaard en zeven schepenen. Met de secretaris vormden zij de hoofdbank. Daarnaast waren er twee laatbanken: de ene werd de laatbank van Sours tot Gestel genoemd en behoorde aan de heer van Meerhout en Vorst en de andere, de kapittelbank genoemd, behoorde aan het kapittel St. Gomarrus te Lier. De drossaard en secretaris waren tevens meier en secretaris van de laatbank van Sours tot Gestel. (

      NDR inv.nr. 15216, pp. 109 e.v.

      )

      Rechten en bevoegdheden

      In de heerlijkheid Meerhout en Vorst had de heer hoge, middelbare en lage jurisdictie en het jachtrecht. De heer had er cijnzen, met recht van pondpenningen; in Meerhout voor ongeveer tweederde van de goederen, in Vorst ook voor ongeveer tweederde deel van de goederen en in Ham en Kwaadmechelen. Verder had de heer nog cijnzen in Herselt onder het markiezaat van Westerlo die de heerlijkheid van de Weijen werden genoemd. De cijnzen werden namelijk niet in leen gehouden en vormden dus een vrije heerlijkheid, welke via het huis van Weijen bij het huis van Diest en dus bij Meerhout en Vorst was gekomen.

      Ook had het huis van Oranje als heer van Meerhout en Vorst een laat- of cijnshof in Ham en Kwaadmechelen. Waarschijnlijk waren deze cijnzen een overblijfsel van de heerlijkheid Kwaadmechelen en Ham in het graafschap van Loon, die eens aan de heren van Meerhout had toebehoord. (

      .NDR inv.nr. 15216, p. 112.

      )

      Het huis van Oranje had verder nog wei- en bosgronden en tweederde van de watermolen en molenhuis en een windmolen. (

      NDR inv.nr. 767, folio 1126.

      ) Ook lagen er heidegronden in Meerhout, waarvan de heer het eigendomsrecht had (dominium directum) en de gemeente van Meerhout het gebruiksrecht (dominium utile). (

      NDR inv.nr. 15216, p. 115.

      )
      Te Meerhout en Vorst had de prins van Oranje eveneens het recht van de jacht. In de heerlijkheid had hij ook lenen; in de jaren 1626-1735 werd geen rekening gedaan over het innen der pondpenningen en heergewaden. (

      NDR inv.nr. 767, folio 1126.

      )
      De heer benoemde in Meerhout en Vorst de volgende functionarissen: (

      Ontleend aan het Ambtboek, NDR inv.nr. 686.

      )

      Meerhout

      • Drossaard
      • Griffier van de Lenen
      • Leenbode
      • Procureur voor de wethouders
      • Raad van de Luxemburgse domeinen
      • Rentmeester
      • Secretaris
      • Stadhouder van de Lenen
      • Voster
      Ham en Kwaadmechelen

      • Griffier van de Lenen
      • Meier
      Vorst

      • Dienaar
      • Drossaard
      • Gnffier van de Lenen
      • Leenbode
      • Procureur voor de wethouders
      • Rentmeester
      • Secretaris
      • Stadhouder van de Lenen
      • Vorster
      Beheer

      Rentmeesters van de domeinen Meerhout en Vorst waren: (

      Ontleend aan het ambtsboek NDR inv.nr. 686 en de rekeningen.

      )

      16e eeuw Daneel van Bincken
      ? -[1624] Baltazar van Spangenberg
      1624-1636 Johan Coenen
      1637-1678 Johan Huijgens
      1678-1706 Petrus Nicolas van Honsbergen
      1706-1718 Johannes Franciscus Rijckens
      1718-1735 Andreas Viskens
      1735-1754 Johannes Baptistus Marcellis
      1754-1764 Johannes Franciscus Bols
      1764-1791 Lambertus Jacobus van Hamme
      1791-1793 Henricus Johannes van Hamme
      1796-1800 Arnoldus Godefridus Cox
      1800-1811 Charles Cox
      Aanwijzingen voor de gebruiker

      • In dit hoofdsruk worden destukken betreffende Meerhout en Vorst beschreven. In deel I, hoofdstuk Stukken van algemene aard en in deel 9, hoofdstuk Gezamenlijke domeinen in de Zuidelijke Nederlanden bevinden zich ook stukken en gegevens betreffende het domein Meerhout.
      • Stukken van voor 1581 staan beschreven in de inventaris van dr. S.W. A. Drossaers, Het archief van den Nassausche Domeinraad. Deel I. Het archiefvan den Raad en Rekenkamer te Breda tot 1581. 's-Gravenhage 1948.
      • Andere archieven betreffende Meerhout en Vorst uit de periode van de Nassause Domeinraad berusten in het Rijksarchief te Antwerpen.
      Bijlage Inhoudsopgave van de rekeningen:

      (

      Ontleend aan de rekening over het jaar 1768, NDR inv.nr. 15898.

      )

      Index der capitulen deser rekeninge.
      Van ontfang

      1. Ontfang van chijnsen en erfrenten in geld te Meerhout en te Meerhout-Gestel
      2. Ontfang van chijnsen en erfrenten te Voorst
      3. Ontfang van chijnsen te Hersel, Hamme en Quaadmechelen
      4. Ontfang van pagthoven
      5. Ontfang der bleekbosschen te Herselt
      6. Ontfang van visscherijen
      7. Ontfang van vorsterijen
      8. Ontfang van de warande te Meerhout
      9. Ontfang van de heerlijkheijd van de Weijere
      10. Ontfang van confiscatien
      11. Ontfang van pondpenningen te Meerhout
      12. Ontfang van pondpenningen te Voorst
      13. Ontfang van pondpenningen te Hamme en Quaadmechelen
      14. Ontfang van slijtinge van molensteenen
      15. Ontfang in rogge
      16. Ontfang van den watermolen
      17. Ontfang van haver en evene
      18. Ontfang in gerste
      19. Ontfang in garsten
      20. Ontfang in cappoenen en hanen
      21. Ontfang van den windmolen
      22. Ontfang van houtgewas
      23. Ontfang extraordinaris
      Index der capitulen van uijtgave

      1. Tractement van den rentmeester
      2. Uijtgaaf aen fouten van chijnsen
      3. Uijtgaaf aen reparation aen den watermolen
      4. Uijtgaaf aen reparation aen de hoeve van Woutswinkel
      5. Uijtgaaf aen reparatien aen den windmolen
      6. Uijtgaaf in koorn
      7. Uijtgaaf aen XXe penningen
      8. Uijtgaaf ordinaris
      9. Uijtgaaf aen plantagien
      10. Uijtgaaf extraordinaris
    • De heerlijkheden Rutten, Nederheim en Peen, gelegen in het Prinsdom Luik, werden ook wel aangeduid met de namen Russon, Neerem en Paifve. Rutten maakte vanouds deel uit van de heerlijkheid Herstal, die in 1458 door Antoine de Croy werd verkocht aan Jan graaf van Nassau. Maria van Nassau (1538-1599) was de laatste Nassau die deze heerlijkheden bezat. Deze oudste zuster van Willem van Oranje was gehuwd met Willem IV graaf van den Bergh. Hun dochter Anna van den Bergh (1579-1630), vrouwe van Rutten, Nederheim en Peen, vermaakte de heerlijkheden aan haar neef Herman Frederik van den Bergh. Via hem kwam het bezit in handen van de familie van Limburg Stirum.

      Herstal werd in 1732 definitief aan de koning van Pruisen afgestaan.

    • Verwerving

      Sankt Vith en Bütgenbach kwamen, tesamen met Vianden en Dasburg, in het bezit van de Oranje-Nassaus door vererving van de kinderloos gestorven Elizabeth van Vianden aan de kleinzonen van Adelheid van Nassau uit haar huwelijk in 1331 met Otto II van Nassau, stichter van de Dillenburgse linie. Door huwelijk van Simon van Sponheim met Maria van Vianden, moeder van Adelheid van Vianden werden Sankt Vith en Bütgenbach in een hand met Vianden verenigd. (

      Zie Drossaers I, I, pp. 140 e.v en M.Mazel, 'Het graafschap Vianden' in: Prof. Dr. F.J.L. Kramer e.a. Je maintiendrai. Een boek over Nassau en Oranje {Leiden, 1905), pp. 88-102.

      ) In 1795 werden Sankt Vith en Bütgenbach tot nationaal domein verklaard. Tot 1811 bleven zij onder het beheer van de rechtsopvolgers van de Domeinraad.

      Grondgebied en benaming

      Sankt Vith en Bütgenbach liggen in het huidige België. Zij vormden een heerlijkheid. Bütgenbach was van oorsprong een afzonderlijke heerlijkheid, waar echter niet veel meer van over was. Het werd gerekend tot de heerlijkheid Sankt Vith. Deze heerlijkheid werd gevormd door de stad Sankt Vith en zeven 'banken' (ressorten). Iedere bank had de hoge jurisdictie. Onder de bank van Neuendorf viel de vrijheid Sankt Vith. De banken van Bullingen en Recht hingen wat betreft de hoge jurisdictie af van de bank Bütgenbach.

      De meier van Sankt Vith werd benoemd door de abt van Stavelot. De schepenen deden hun eed in handen van de meier aan de abt en aan de prins van Oranje. (

      .NDR inv.nr. 769, folio 1814.

      )

      Een belangrijke economische activiteit van de bewoners was het transport. De landbouw was vrij schraal.

      Rechten en bevoegdheden

      In Sankt Vith en Bütgenbach hield de heer de hoge jurisdictie en het recht van jacht en de visserij, welke evenals in Vianden en Dasburg was uitbesteed aan de hoogschout. (

      .NDR inv.nr. 769, folio 1814 e.v.

      ) De heer benoemde er de volgende functionarissen: (

      . Ontleend aan het Ambtboek, NDR inv.nr. 686.

      )

      • In Sankt Vith:
      • Controlleur
      • Griffier
      • Hoogschout
      • Klerk jure
      • Leenman
      • Manrichter van het Leenhof
      • Meier van recht
      • Meier van wampag
      • Ontvanger of rentmeester van de domeinen
      • Schepen
      • Sergeant van de justitie
      • Schout van Amel
      • Schout van Bullingen
      • Schout van Brunsveld
      • Voue of schout
      • In Bütgenbach:
      • Controlleur
      • Griffier
      • Klerk
      • Rentmeester
      • Schout
      Beheer

      Het huis van Oranje heeft niet ononderbroken het beheer over St. Vith en Bütgenbach gevoerd. Tussen 1683-1698 en tussen 1702-1759 had het huis Isenghien beslag gelegd op deze goederen. De rentmeesters van de domeinen Sankt Vith en Bütgenbach waren: (

      Ontleend aan het ambtboek.

      )

      1638-1643 Jacob Groelaard
      1643-1649 Herman Ernst
      1649-1675 Jean de Bra
      1675-1698 Henry de Baringh
      1698-1759 Jean Henry de Baringh
      1759-1782 Beninge de Baringh
      1783-1807 Philip Ignace de Baringh
      1808-1810 F.J. van der Wall
      Aanwijzingen voor de gebruiker

      In dit hoofdstuk staan de stukken betreffende Sankt Vith en Bütgenbach beschreven. In de verzameling Kaarten Hingman (aanwezig op het Algemeen Rijksarchief), VTH, inv.nr. 3831 bevindt zich een kaart van Sankt Vith uit de 19e eeuw.

      Andere archieven uit deze periode bevinden zich in de gemeentearchieven van Sankt Vith en Bütgenbach en in het Rijksarchief van Luik.

      • Bütgenbach, Weywertz Zum Brand 40, 4750 Bütgenbach
      • Sankt Vith, Rue Prmcipale 43,4780 Sankt Vithj
      Bijlage Inhoudsopgave van de rekening.

      (

      Ontleend aan de rekening over het jaar 1768, NDR inv.nr. 16010.

      )

      Recette en grain

      1. Recette en seigle des fermes des moulins
      2. Recette en seigle des dismes
      3. Recette en seigle des cens
      4. Recette extraordinaire en seigle
      5. Recette en avoine dittes tailles ou schaafthavers
      6. Recette en avoine des dismey en la cour d'Amel et Recht
      7. Recette en avoine des dismeys en la cour de Pronsfelt
      8. Recette en avoine des disrnes en la cour de Bütgenbach
      9. Recette en avoine des pasturages et
      10. Recette en avoine des cens en la cour d' Amel et Pronsfelt
      11. Recette en avoine des cens en la cour de Bütgenbach et Bullange
      12. Recette en dismey des Toppennambours ou poires des terres
      Depense en grain

      1. Depense ordinaire en seigle
      2. Depense extraordinaire en seigle
      3. Depense en seigle de frainte
      4. Depense en seigle vendu
      5. Depense en avoine pour gages des officiers
      6. Depense en avoine des heritage abandonneés
      7. Depense en avoine vendu
      8. Depense en avoine de frainte
      9. Depense en poires des terres pour gages
      10. Depense en poire de terres vendu
      Recette en argent

      1. Recette en argent des tailles de meij
      2. Recette en argent des tailles de St. Remy
      3. Recette en argent de la claire grasse
      4. Recette en argent du droit d'avis
      5. Recette en argent des thonlieux
      6. Recette en abroiage ou Banwein
      7. Recette en parchons de bois
      8. Specifications des praires de champs
      9. Recette en corvey des vins
      10. Recette en argent de pastures
      11. Recette en argent des poriques des moulins
      12. Recette en argent des cens a Neundorff
      13. Recette en argent des cens en la cour d' Amel
      14. Recette en argent des eens en la mayerie de Recht
      15. Recette en argent des cens a Bügelsdorf de Brucken
      16. Recette en argent des cens a Pronsfelt
      17. Recette en argent des cens de la cour de Bullange
      18. Recette en cens a Wamspach
      19. Recette en argent des eens en la cour de Bütgenbach
      20. Recette en cire de miel
      21. Recette en chapons des moulins
      22. Recette en chapons
      23. Recette en gelines et oeufs
      24. Recette en argent des fiefs
      25. Recette en cervoires
      26. Recette en argent des amandes
      27. Recette en poisons
      28. Recette en argent provenant du seigle vendu
      29. Recette en argent provenant de l'avoine vendu
      30. Recette en argent provenant des toppinanbours vendu
      31. Recette en argent des confiscations
      32. Recette en argent des autres droits appartenant a Son Altesse Sereniss.
      33. Recette en argent des heritage abandonneés
      Depenses en argent

      1. Depense en argent opour fiefs
      2. Depense en argent pour gages
      3. Depense en argent pour gages des officiers
      4. Depense en argenl pour accoustrements
      5. Depense en argent pour fraix de messages
      6. Depense en argent pour reparations
      7. Depense en argent pour fraix de justice
      8. Depense en argent meleé.
    • Amalia van Solms ontving in 1648 met de Vrede van Munster Turnhout als een erfelijk leen van de Spaanse Habsburgers. Na haar dood erfde haar kleinzoon Willem III het domein. Het vruchtgebruik kwam in 1676 toe aan Maria van Zimmeren, de jongste dochter van Amalia. Na haar dood verviel de gehele baronie aan Willem III.

      In 1711 kwam Turnhout in het bezit van Frederik I van Pruisen. Het Hof van Brabant vonniste ten gunste van hem in het geschil met de Friese Nassaus over Turnhout als deel de nalatenschap van Willem III. In 1732 met de totstankoming van het verdrag van Partage tussen Willem IV en Frederik-Willem I van Pruisen, deed Willem IV definitief afstand van Turnhout.(

      Harry de Kok, Turnhout, Nassau en de scheiding van de Nederlanden. Turnhout 1985.

      )

      Turnhout is maar kort in het bezit geweest van de Oranje-Nassaus. Het beheer van de baronie werd buiten het beheer van het complex goederen van het huis van Oranje-Nassau door de Domeinraad gehouden. Turnhout was een particulier bezit van Amalia van Solms. Gedurende de tijd van Willem III werd de administratie van het beheer wel opgenomen in de administratie door de Domeinraad.

      Stukken betreffende het beheer van Turnhout zijn ook te vinden in de inv.nrs. 913 en 608-618; registers van uitgaande stukken aan de belanghebbenden.

      Er zijn maar weinig stukken betreffende Turnhout in het archief van de Nassause Domeinraad bewaard gebleven.

    • openXIII VIANDEN
      Verwerving

      Elizabeth van Vianden stierf in 1417 kinderloos. Haar bezit -Vianden met St. Vith, Dasburg en Bütgenbach - liet zij na aan de kleinzonen van haar zus Adelheid. Adelheid van Vianden was getrouwd met Otto II van Nassau, stichter van de Dillenburgse linie. Haar kleinzonen waren dus Nassaus. Zij erfden Vianden gezamenlijk. In 1450 was de enige bezitter van Vianden graaf Jan IV van Nassau.(

      Zie: Drossaers I,I, pp. 140 e.v. en M. Mazel, 'Het graafschap Vianden'.

      )

      Het graafschap Vianden werd in 1566 door Philips II geconfisqueerd. Pas na de dood van graaf Pierre-Ernest de Mansfeld, die door Philips II als beheerder was aangesteld, kwam het graafschap weer in handen van een Oranje-Nassau: Philips-Willem.(

      Jean Milmeister, 'Le comté de Vianden sous la Maison de Nassau', overdruk uit Hémecht 2/70, p. 217.

      ) Deze liet de Luxemburgse goederen na aan zijn halfbroer Maurits.

      In 1683 en in 1702 werd door de graaf van Isenghien beslag gelegd op het graafschap Vianden, als gevolg van het geschil tussen het huis Isenghien en het huis van Oranje Nassau over de aanspraken op het erfdeel van Françoise de Lannoy, moeder van Anna van Egmond. In 1759 werd het geschil beëindigd en het beslag opgeheven.(

      Jean Milmeister, Le comté de Vianden dans le conflit de Nassau et Isenghien (Luxembourg, 1973).

      )

      In 1789 werd Luxemburg door de Fransen bezet. In 1795 werd Vianden tot nationaal bezit verklaard en door François Jacques van de Wall, intendant-generaal voor de Hollandse domeinen in de Franse departementen in bezit genomen. In 1806 werd het graafschap gevoegd bij de domeinen van Lodewijk Napoleon. Deze ruilde Vianden met zijn broer Napoleon voor de abdij van Echternach en Oost-Friesland. Napoleon schonk het graafschap in 1810 aan Laurent François Marie de Marboeuf, officier in zijn leger. Na diens dood in 1812 op Russische bodem, verviel het graafschap weer aan Napoleon. In 1815 echter wees het Congres van Wenen het groothertogdom Luxemburg toe aan koning Willem I. Daarmee kwam ook Vianden, zij het kleiner dan voorheen, weer aan een Oranje-Nassau.(

      Milmeister, Nassau et Isenghien, 193.

      )

      Grondgebied en benaming

      Vianden ligt in het tegenwoordige Luxemburg en bestond uit de stad Vianden, het kasteel en uit 90 dorpen en gehuchten in zeven meierijen. De hoge jurisdictie in het gehele graafschap werd namens de heer uitgeoefend door een overambtman. De meierijen waren: Geichlingen en Wallendorf, Carlshausen, Geckler, Mittendorff, Nussbaum en Lahr. Aan het hoofd van een meierij stond een meier. Een meierij kon omvatten de hoge of lage jurisdictie, het grondgebied, of de dienstbaren (lijfeigenen).(

      NDR inv.nr. 767, folio 1135.

      )

      De hoofdbank van Vianden werd door verscheidene andere heerlijkheden en lagere rechtbanken erkend, hetgeen betekende dat deze instellingen advies over vonnissen bij de hoofdbank van Vianden dienden te halen. Voorts fungeerde in het graafschap nog een aantal grondbanken die aan een andere heer dan de graaf van Vianden behoorden.(

      NDR inv.nr. 769, folio 1774 e.v.

      )

      Vianden was vanouds een souverein graafschap. In de 13e eeuw werd het leenroerig aan de graaf van Luxemburg. Nadat het hertogdon Luxemburg in handen kwam van de Bourgondiërs, verloor Vianden ook zijn souvereiniteit.(

      Mazel, 'Het graafschap Vianden, pp. 98 e.v.

      ) De stad Vianden wordt doorsneden door de rivier de Our. Op de rechteroever ligt het oudste gedeelte van de stad -de hoge stad geheten- met het kasteel en op de linkeroever het jongere gedeelte van de stad -de lage stad geheten.

      Het kasteel kwam, na vanaf de 15e eeuw niet meer als residentie van de graven van Vianden te hebben gefungeerd, te vervallen en werd een ruïne.

      Rechten en bevoegdheden

      De heer had in het graafschap Vianden de hoge, middelbare en lage jurisdictie. In twee meierijen -Geichlingen en Wallendorf- had de heer uitsluitend de hoge jurisdictie. Deze twee meierijen hadden een andere 'grondheer'. De overige vijf meierijen - Carlshausen, Geckler, Mittendorff, Nussbaum, Lahr- waren zogenaamde 'dienstbare' meierijen. Dat wil zeggen dat de onderdanen lijfeigenen waren. Het lijfeigenschap hield in dat de lijfeigene herendiensten moest verrichten en/of verbonden was aan de grond: de voogdij. De lijfeigene mocht de grond niet verlaten, dan na vrijkoop. Anderzijds mocht de heer de voogdij niet aan een ander toebedelen, zolang er nog familie van de lijfeigene in leven zou zijn en aanspraak maken.(

      NDR inv.nr. 769, folio 1834.

      )

      Buiten het graafschap bezat de heer van Vianden in Neuenburg nog het dorp Krautscheid en enige dienstbare lieden; dus lijfeigen aan de graaf van Vianden.

      Voorts bezat de heer de tienden en had hij bossen in eigendom. Ook had hij recht op de levering van hout uit de 'gemene' bossen. De heer bezat 10 molens in het graafschap.(

      NDR inv.nr. 769, folio 849.

      ) De heer benoemde de volgende functionarissen:(

      Ontleend aan het Ambtboek, NDR inv.nr. 686.

      )

      • Bewaarder van de ammunitie van oorlog op het kasteel
      • Griffier en controlleur van stad en graafschap
      • Justicier (meier)
      • Klerk
      • Leenman
      • Manrichter van het Leenhof
      • Rentmeester of ontvanger van de domeinen
      • Opperintendant
      • Overambtman
      • Stadhouder van de lenen
      Beheer

      Het huis van Oranje heeft niet ononderbroken het beheer over Vianden kunnen voeren. Tussen 1683-1698 en tussen 1702-1759 had het huis Isenghien beslag gelegd op deze goederen. Het domein werd beheerd door een rentmeester.

      De rentmeesters waren:

      1638-1643 Jacob Groelaard
      1643-1648 Herman Ernst
      1648-1653 Gaspar Veijden
      1653-1699 Pieter Roemer
      1699-1759 Jan Roemer
      1759-1762 Coenraad Philip de Breiderbagh de Bertrange
      1762-1792 Christ. Joseph de Baringh
      1792-? F. de Baring
      Aanwijzingen voor de gebruiker

      In dit hoofdstuk staan de stukken betreffende Vianden beschreven. Van Vianden berusten nog weinig stukken in het archief van de Nassause Domeinraad. Veel stukken betreffende Vianden en Sankt Vith zijn in 1849 overgedragen aan de Commissie voor de nalatenschap van koning Willem II en terechtgekomen in het Koninklijk Huisarchief.

      Toch is er in het archief van de Nassause Domeinraad over Vianden meer te vinden dan op het eerste gezicht lijkt. In de 'algemene' series: de notulen, de registers van uitgaande stukken, zijn gegevens te vinden betreffende Vianden. Zie daarvoor de rubriek Stukken van algemene aard.

    • openXIV ZICHEM
      Verwerving

      In 1499 ruilde Willem van Gulik de heerlijkheid Diest samen met het land van Zichem, Zelem, Meerhout en Vorst en het burggraafschap Antwerpen voor Vucht, Gangelt en Millem in bezit van Engelbrecht II van Nassau. De heerlijkheid Diest en het land van Zichem bleven sindsdien in het bezit der Nassaus tot 1795. Het land van Zichem werd als een apart domein beheerd. Tot Zichem behoorde Scherpenheuvel

      Grondgebied en benaming

      Zichem ligt, net als Diest, in het gewest Brabant, in het kwartier van Leuven, aan de rivier de Demer. De heerlijkheid bestond uit de stad Zichem, de stad Scherpenheuvel en het land van Zichem waaronder de dorpen Tielt (een bedevaartsplaats ter ere van Onze Lieve Vrouw), Nieuwrode en Houwaart, Beckevoort, Molenbeek, Wersbeek, Waanrode en Miscom vielen.(

      I.S. Tirion, Tegenwoordige Staat van Oostenrijsche, Fransche en Pruisische Nederlanden (Amsterdam 1738), X, pp. 256 e.v. en De Seyn, Geschied- en aardrijkskundig woordenboek, pp. 1213 en 1566.

      )

      De stad Zichem was in de 17e eeuw, als gevolg van rampen als watervloed, oorlog en pest, in vervallen staat geraakt. In de 17e en 18e eeuw verschilde de stad in niets van een niet al te welvarend dorp. In Zichem stonden nog de resten van het slot en de toren uit de 12e eeuw, door een brand in 1593 verwoest.

      De stad werd bestuurd door een meier en zeven schepenen, die door de heer werden benoemd. De meier was tevens meier van het land van Zichem en van Scherpenheuvel en werd daarom hoofdmeier genoemd. De schepenen kozen twee burgemeesters. De secretaris, tevens secretaris van het land van Zichem en Scherpenheuvel, werd aangesteld door de heer. In het land van Zichem was een laatbank van het kapittel van St. Pieter te Leuven gevestigd. Deze oefende alleen rechten uit betreffende goederen, cijnsroerig aan het kapittel.(

      NDR inv.nr. 15216, pp.73 e.v.

      )

      In 1578 zijn de archieven van de heer van Zichem die nog op het slot bewaard bleven, bij de inname van de stad door de Spanjaarden, door de laatsten meegenomen en zo verloren geraakt, reden waarom er uit die tijd weinig stukken bewaard zijn gebleven van Zichem, Meerhout en Vorst.(

      NDR inv.nr. 15216 pp. 66 e.v.

      )

      Vlakbij Zichem ligt Scherpenheuvel. Scherpenheuvel maakte deel uit van Zichem, tot het in 1606 stadsrechten verkreeg van de aartshertogen Albert en Isabella. Scherpenheuvel is bekend om het Maria of Lieve Vrouwenbeeld, dat daar werd vereerd wegens de wonderen die het zou hebben verricht. De aartshertogen hebben in Scherpenheuvel een basiliek laten bouwen ter verering van het beeldje. De basiliek kwam in 1621 (

      In De Seyn, Geschied- en aardrijkskundig woordenboek is er sprake van het jaartal 1627, waarin de bouw van de basiliek voltooid was. Het jaartal 1621 is ontleend aan NDR inv.nr. 15216, p. 73.

      ) gereed.

      Rechten en bevoegdheden

      De Nassaus had in Zichem de hoge, middelbare en lage jurisdictie. Zij bezaten het Leenhof van Zichem, dat afhankelijk was van het Leenhof van Brabant. Zij deelden de dorpen Nieuwrode en Houwaart met de Prins van Rubempré. Verder bezat de heer het recht op de grote jacht en de vrije warande. Dit recht werd bezeten onder voorwaarden dat de hertog van Brabant vrij mocht jagen.(

      NDR inv.nr 15216.

      )

      Ook bezat de prins van Oranje cijnzen onder Zichem en Scherpenheuvel. De cijnzen onder Zichem waren voor de helft van het kapittel van St. Pieter te Leuven en voor de helft van de prins van Oranje. Dat gold ook voor de watertol van Zichem. De andere helft van de tol werd dan nog gedeeld met de familie Rombouts.(

      Zie hiervoor NDR inv.nr. 16145.

      ) Ook de molen in Zichem was slechts voor een deel in het bezit van het huis van Oranje-Nassau. Een ander recht van de heer was dat van de keur van de dode hand: het recht om na de dood van een eigenaar/bezitter van land een som geld te vorderen.(

      NDR inv.nrs. 764, folio 259; 766, folio 845 en 768, folio 1338.

      )
      De heer benoemde in Zichem de volgende functionarissen:(

      Ontleend aan het Ambtboek, NDR inv.nr. 685.

      )

      • Boswachter
      • Drossaard
      • Kastelein
      • Meier
      • Meier, luitenant
      • Opperjagermeester
      • Rentmeester
      • Schepen van het Leenhof
      • Secretaris
      • Secretaris van Tielt, Houwaart, Wersbeek, Nieuwrode, Beckevoort, Molenbeek, Waanrode en Miscom
      • Stadhouder en Griffier van de Lenen
      Beheer

      De lenen van Zichem werden geadministreerd door de stadhouder en griffier van het Leenhof

      Diest en Zichem. Hij deed rekening van pondpenningen en heergewaden tot 1626. De lenen van Meerhout werden door het Leenhof geadministreerd tot 1626. Vanaf die tijd werden deze lenen apart geadministreerd. Het Leenhof van Diest was gevestigd in het huis op de Warande.

      Rentmeesters van het domein Zichem waren:(

      Ontleend aan het Ambtboek en de rekeningen van de rentmeesters.

      )

      In 1523 Daneel van Binckem
      [1601]-1606 Antonis van Bouckhout
      [1646]-1661 Jan Cools
      1661-1676 Daniël Cools
      1677-1681 Barbara van den Bossche, weduwe van D. Cools
      1682-[1726] Adriaan Cools
      1726-1733 Servaas Wicken
      1734-1737 Gisbert Ferdinand van Leemputten
      1738-1752 Philippus Jacobus Daels
      1753-1755 Philippus Emanuel Crabeels
      1756-1756 Arnoldus Godefridus Cox, provisioneel
      1757-1763 Johannes Franciscus Bols
      1763-1768 François Emanuel Feijen
      1769-1771 Helena Francisca Nuijts, weduwe van F.E. Feijen
      1771-1786 Thomas Jacobus Josephus Spruijt
      1787-1789 Maria Anna Somers, weduwe van Spruijt
      1789-1808 Antonie Joseph d'Elderen
      Aanwijzingen voor de gebruiker

      In dit hoofdstuk staan de stukken betreffende Zichem beschreven. In deel 1, hoofdstuk 1, Stukken van algemene aard en in deel 9, hoofdstuk Gezamenlijke domeinen in de Zuidelijke Nederlanden bevinden zich ook stukken en gegevens betreffende het domein Zichem.

      Stukken betreffende de leenzaken van Diest en Zichem zijn vanwege de vermenging van de administraties van de lenen geplaatst onder Diest, rubriek Het Leenhof van Diest en Zichem.

      Stukken van voor 1581 staan beschreven in de inventaris van dr. S.W. A. Drossaers, Het archief van den Nassausche Domeinraad. Deel I. Het archief van den Raad en Rekenkamer te Breda tot 1581. 's Gravenhage 1948.

      Andere archieven uit de periode van de Nassause Domeinraad berusten in het Algemeen Rijksarchief te Brussel, Ruisbroekstraat 2, 1000 Brussel en in het Stadsarchief Tielt, Tramstraat 2, 8880 Tielt.

      Verantwoording van de inventarisatie

      Omdat het aantal stukken betreffende de verpachting van goederen gering is, is besloten deze stukken te plaatsen onder de rubrieken van de desbetreffende goederen en rechten.

      Bijlage Inhoudsopgave van de rekening

      (

      Ontleend aan de rekening over het jaar 1768, NDR inv.nr. 16268

      )

      Ontfang

      1. Chijnsen te Zichem en Scherpenheuvel
      2. Chijnsen tot Thielt
      3. Chijnsen tot Miscom en Waenrode
      4. Chijnsen tot Beckevort, Wersbeeck, en Molenbeeck
      5. Diversche thollen
      6. Pachten van landen ende beemden
      7. Ambachtgelden te Zichem
      8. Wisselen en lombaer aldaer
      9. Orloven en consenten
      10. Bosschen
      11. Vogelrijen en waranden
      12. visscherijen achter de borgth
      13. Diensten en corweijden
      14. Pontpenningen te Zichem
      15. Idem te Scherpenheuvel
      16. Verbeurde goederen en beleijden
      17. Pontpenningen van goederen gegoed voor scheepens van Loven
      18. Pontpenningen tot Thielt
      19. Pontpenningen te Beckevort
      20. Pontpenningen te Hauwaert
      21. Pontpenningen te Waenrode
      22. Pontpenningen te Miscom
      23. Idem te Wersbeek en Molebeeck
      24. Keuren na doode hand
      25. Exploicten van justitie
      26. Watermolen te Zichem
      27. Pachten tot St. Andries
      28. Ontfang extraordinaris
      Uijtgave

      1. Chijnsen en rentjens
      2. Gagien en tantiesme
      3. Voiagien en procedures
      4. Bosschen en plantagien
      5. Renten op't domeijn
      6. Reparatien aen't slot te Zichem
      7. Idem aende Kerkhofmolen
      8. Idem aende brugge te Waenrode
      9. Aen de wekelijcke misse
      10. Fauten van chijnsen
      11. Oncosten tot ontfang van chijnsen
      12. Uijtgave ordinaris
      13. Aenkleedinge van dienaers
      14. Aen publicque Iasten
      15. Uijtgave extraordinaris
  • openDEEL 13 AANHANGSEL

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in