Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Nassause Domeinraad vanaf 1581

1.08.11
Onder redactie van M.C.J.C. van Hoof, E.A.T.M. Schreuder, B.J. Slot
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1997
This finding aid is written in Dutch.

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

1.08.11
Auteur: Onder redactie van M.C.J.C. van Hoof, E.A.T.M. Schreuder, B.J. Slot
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1997
(c)

Periode:

1218-1842
merendeel 1581-1811

Omvang:

488,25 meter; 16863 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Een klein gedeelte is gesteld in talen als het Latijn , Frans en het Duits

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven en gedrukte documenten. Kennis van het 13e t/m 18e eeuwse handschrift is noodzakelijk: de Nederlandstalige stukken van vóór ca. 1700 zijn geschreven in het gotische cursiefschrift, met name in de oud-Hollandse klerkencursief.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De Nassause Domeinraad was het bestuurscollege dat het beheer over de domeinen van de familie Oranje-Nassau uitoefende. Deze landgoederen strekten zich uit over het gehele territorium van de Republiek, maar lagen overwegend in Holland, Zeeland, (Noord-)Brabant en Gelderland. Ook in Duitsland, Luxemburg en Frankrijk (vnl. het prinsdom Orange) had men bezittingen. Oorspronkelijk was de domeinraad gevestigd te Breda en later vanaf eind zestiende, begin zeventiende eeuw te Den Haag aan het Binnenhof. De Raad- en Rekenkamer, zoals zij ook wel werd genoemd, telde vijf tot zeven leden met daarnaast een griffier of secretaris als belangrijkste ambtenaar.
Het beheer van de goederen vergde een uitgebreide verantwoording door tal van rentmeesters die ter plekke waren belast met o.a. het toezicht op heerlijke rechten, als bijvoorbeeld het recht op de wind of op de visvangst. Al deze rechten en bevoegdheden leverden bij elkaar aanzienlijke inkomsten op ter bekostiging van de hofhouding (paleizen, kunstcollectie e.d.). Voor het verdere beheer was in elk domein tevens een grote hoeveelheid functionarissen aangesteld variërend van hoveniers tot predikanten. Dit gold eveneens het terrein van bestuur en rechtspraak met de aanstelling van schout en schepenen.
Het archief bevat de notulen van de domeinraad; thesauriersrekeningen (m.b.t. de uitgaven) en het ambtboek met gegevens over aanstellingen in elk domein. Verder zijn er per domein reeksen rentmeestersrekeningen, gebundelde correspondentie over tal van onderwerpen van bestuurlijk-juridische aard en losse stukken (meestal met een financiële inslag). Op een aantal series bestaan zowel eigentijdse als latere nadere toegangen.

Archiefvormers:

  • Aalst, heer van
  • Acquoy, Heer van
  • Agentschap van Financiën, Bureau der Nationale Domeinen, herkomstig van de vorst van Nassau
  • Ameland, Heer van
  • Antwerpen, Burggraaf van
  • Baarle-Nassau, Heer van
  • Baarn, Heer van
  • Bentheim, Heer van
  • Bergen op Zoom, Heer van
  • Borculo, Heer van
  • Borsele, Heer van
  • Bourgogne, Heer van
  • Boxmeer, Heer van
  • Bracque, Heer van De
  • Breda, Heer van
  • Bredevoord, Heer van
  • Brussel, Paleis te
  • Buren, Graaf van
  • Bütgenbach, Heer van
  • College van Administratie der Goederen in Holland gelegen van de Prins van Oranje
  • College van Administratie over de door de Fransen geabandonneerde Goederen van de Vorst van Nassau
  • Cortenbach, Heer van
  • Cortgene, Heer van
  • Cranendonk en Eindhoven, Baron van
  • Culemborg, Heer van
  • Dasburg, Heer van
  • Dieren, Heer van
  • Diest, Heer van
  • Directie der Publieke Domeinen en Geestelijke Goederen
  • Directie der Staatsdomeinen in Holland
  • Dongen, Heer van
  • Eemnes, Heer van
  • Friesland, Heer van
  • Geertruidenberg, Heer van
  • Geertruidenberg, Kastelein van
  • Gorzen Orizand, Heer van
  • Grave en Cuijk, Heer van
  • Gravenhage, 's, Oude Hof in het Noordeinde
  • Gravenhage,'s, Huis Den Bosch
  • Grimbergen, Heer van
  • Het Loo, Heer van
  • Hohenlohe, Van
  • Holede, Heer van
  • Hulsterambacht, Heer van
  • IJsselstein, Heer van
  • Intendant van de Nassause Domeinen in de Zuidelijke Nederlanden
  • Kruidberg, Hofstede de
  • Lannoy, Heer van
  • Leerdam, Graaf van
  • Lek, Heer van de
  • Lekkerkerk, Heer van
  • Lichtenvoorde, Heer van
  • Liesveld, Heer van
  • Lingen, Heer van
  • Meerhout, Heer van
  • Meurs, Graaf van
  • Ministerie van Financiën, Administratie der Nationale Domeinen, herkomstig van de vorst van Nassau
  • Monster, Heer van
  • Monsterambacht, Heer van
  • Montfort, Heer van
  • Naaldwijk, Heer van
  • Nassau, Van
  • Nassause Domeinraad
  • Nassause Domeinraad, Ontvanger-Generaal
  • Nassause Domeinraad, Thesaurier en Rentmeester-Generaal der Domeinen
  • Nederheim, Heer van
  • Neerem, Heer van
  • Niervaart, Heer van
  • Nieuwburg, Huis ter
  • Nispen, Heer van
  • Noord-Beveland, Heer van
  • Oosterhout, Heer van
  • Oploo, Heer van
  • Orange, Prince d'
  • Orange, Prins van
  • Oranje, Van
  • Oranje-Nassau, Van
  • Paifve, Heer van
  • Peen, Heer van
  • Polanen, Heer van
  • Princeland, Heer van
  • Prinsenland, Heer van
  • Raad en Rekenkamer
  • Ravestein, Heer van
  • Rollencourt, Heer van
  • Roosendaal, Heer van
  • Russon, Heer van
  • Rutten, Heer van
  • Scherpenisse, Heer van
  • Secretariaat van Staat voor de Financiën, Secretarie de Nationale Domeinen, herkomstig van de vorst van Nassau
  • Sichem, Heer van
  • Sint-Maartensdijk, Heer van
  • Sint-Maartensdijk, Kapittel van Sint Maarten
  • Soest, Heer van
  • Soestdijk, Heer van
  • St. Vith, Heer van
  • Stadhouders van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel
  • Steenbergen, Heer van
  • Steenwijk, Heer van
  • Ter Eem, Heer van
  • Thesaurier-Generaal en Raden van Financiën, Bureau der Nationale Domeinen, herkomstig van de vorst van Nassau
  • Tholen, Heer van
  • Veere, Markies van
  • Vianden, Graaf van
  • Vlissingen, Heer van
  • Vorst, Heer van
  • Vriesland, Heer van
  • Wernhout, Heer van
  • Westcappel, Heer van
  • Westland, Heer van
  • Willemstad, Heer van
  • Zelhem, Heer van
  • Zevenbergen, Heer van
  • Zichem, Heer van
  • Zuid-Beveland, Heer van
  • Zwaluwe, Heer van

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Geschiedenis van het archiefbeheer

Beheer van het archief door de Domeinraad en opvolgers

Het archief van de Raad en Rekenkamer van de graaf van Nassau berustte te Breda onder het beheer van de rentmeester. Na 1518 kwam het beheer van het archief in handen van de griffier van de Raad. In 1563 vaardigde prins Willem I een instructie uit voor de Raad en Rekenkamer. In deze instructie worden ook enige aanwijzingen gegeven inzake het beheer van het archief.

Na de inname van Breda door de Spanjaarden in 1581 werd de Domeinraad in Breda opgeheven. Prins Willem I installeerde buiten Breda een nieuwe Domeinraad. Het archief van de Domeinraad tot 1581 bleef echter in Breda achter. Na het overlijden van Willem I in 1584 werden, na een langdurig geschil, in 1609 de domeinen in drieën gesplitst tussen Philips Willem, Maurits en Frederik Hendrik. (

J.H. Hora Siccama, 'Geschiedenis der Domeinen' in: Je Maintiendrai, red. prof. dr. F.J.L. Krämer, E.W. Moes en dr. P. Wagner, (II) Leiden, 2 dln, z.d.

) Er zijn dan ook drie domeinraden actief. Uit deze tijd zijn weinig stukken bewaard gebleven.

De goederen komen na de dood van Philips Willem (1618) en Maurits (1625) weer in één hand, die van Frederik Hendrik. De Domeinraad was in 's-Gravenhage gevestigd. Het archief tot 1581 bevond zich nog in Breda. Na de bevrijding van Breda in 1637 werd een groot deel van het archief naar Den Haag gezonden. Er waren nog wel stukken achtergebleven op het kasteel van Breda, maar dat lijken uitzonderingen. Het archief kwam te berusten in de charterkamer van de prins boven de raadkamer van het Hof van Holland. De prinsen van Oranje gaven meermalen instructies voor het in goede orde bewaren van het archief. Het archief vormde immers het bewijsmateriaal voor de rechten op de goederen. Aanwijzingen voor het bewaren van de stukken staan ondermeer in de instructies uit 1631, 1677 en 1758 voor de Nassause Domeinraad. (

NDR inv.nr. 686, 771.

) De originele charters dienden apart geborgen te worden. Voorts dienden alle stukken per domein opgeborgen te worden in loketkasten. Ook werden er aanwijzingen gegeven wie bevoegd was de stukken te raadplegen en uit te lenen.

In Den Haag werd in de 17e eeuw het archief geïnventariseerd in 44 inventarissen en werden de charters in regestvorm beschreven. In 1682 werden deze laatste inventarissen door griffier Tollius gecollationeerd met de stukken. (

NDR inv.nr. 835-840 en 823.

) Deze inventaris, die in 1790 door de toenmalige griffier Ferrand werd gecontroleerd en aangevuld, kan beschouwd worden als de belangrijkste inventaris. Hij bestaat uit zes delen en beschrijft voornamelijk charters en 'losse' stukken, akten, pachtcondities e.d.. Er staan geen rekeningen in beschreven.

Elk deel van de inventaris Tollius/Ferrand is ingedeeld naar domein, in aansluiting op de ordening van het archief. Iedere rubriek beschrijft de stukken betreffende een domein, met een verwijzing naar de kast en het loket waarin de stukken zich bevonden. Enkele rubrieken betreffende een domein zijn onderverdeeld in subrubrieken. De rubrieken zijn genummerd van 1-200. Het zesde en laatste deel betreft de stukken van het 'Doorluchtige Huis'. De hoofdstukken in dit deel zijn niet genummerd. Het betref hier stukken, die voor het merendeel zijn overgebracht naar het Koninklijk Huisarchief (huwelijken, scheidingen, erfkwesties, testamenten, opvoeding, commissies etc.). De inventaris van Tollius/Ferrand, met uitzondering van het zesde deel, functioneerde tot in 1997 als toegang op een deel van het archief van de Nassause Domeinraad. Bij het opmaken van een lijst van de in het archief aanwezige registers in 1763, werd de verdwijning van registers van voor 1637 aangetekend, zonder dat bekend was sinds wanneer de registers verdwenen zouden zijn. (

NDR inv.nr. 768, folio 1383.

) Deze registers zijn nooit terug gevonden en ontbreken nu nog.

In 1758 werden er twee commissarissen aangesteld om orde te brengen in het archief en inventarissen van het aanwezige op te maken. Hun instructie geeft gedetailleerde aanwijzingen hoe het archief van de Domeinraad geïnventariseerd diende te worden. Daaruit blijkt dat naast de stukken betreffende het 'Doorluchtige Huis' en de goederen, zich ook stukken betreffende de politieke rechten, het stadhouderschap, de Oost- en West-Indische Compagnie bij het archief van de Domeinraad bevonden. De stukken moesten per domein worden opgeborgen in loketkasten. Waren er van een domein veel stukken dan diende de stukken te worden geordend in subrubrieken. De stukken betreffende meerdere domeinen tezamen kwamen te liggen bij het domein wat als eerste genoemd werd. In de archieven van de overige in het betreffende stuk genoemde domeinen werd een simpel afschrift van het betreffende stuk geborgen. Generale stukken werden apart onder een rubriek opgeborgen in de loketkasten. Van de stukken dienden per domein een inventaris gemaakt te worden, of een bestaande gereviseerd, die bij de betreffende stukken kwam te liggen. Ook moest er een generale inventaris worden opgemaakt, die volgens de ordening van het archief moest worden ingedeeld. Dat desondanks de stukken niet altijd zorgvuldig werden opgeborgen mag blijken uit een ontwerp voor de inrichting van de griffie van de domeinraad door de griffier Ardesch uit 1786. Daarin schrijft hij: ' ... dewijl de ondervinding meer dan eens heeft geleert, dat wanneer, dan door de een, dan door de ander de bij den Raad gerequireert wordende stukken van de liassen zijn afgenomen de een het dikwils op den ander laat aankomen, om die naderhand wederom aan de liassen en wel onder de vereijschte datums, te rijgen, waardoor die stukken dan hier en daer komen te slingeren en lichtelijk in 't ongereede konnen geraaken ... '.

In 1767 verhuisde de Domeinraad naar het gebouw van de gewezen kastelenij bij de Grenadierspoort. In die tijd werd ook een repertorium op de rekeningen in het archief van de Domeinraad vervaardigd. (

NDR inv.nr. 827

)

Na het vertrek van Willem V naar Engeland in 1795 werden de Nassause domeinen geconfisqueerd door de provinciale overheden. Het archief bleef vooralsnog op zijn plaats. De ambtenaren van de Hollandse administratie werd uitdrukkelijk verboden enig archiefstuk af te staan aan de gewestelijke rechtsopvolgers van de Domeinraad. In 1796 werd het beheer en de administratie weer onder centraal gezag geplaatst. De bedreiging dat het archief zou worden opgesplitst was hiermee van de baan.

In 1798 werden de domeinen tot nationaal eigendom verklaard. In dat jaar werd een klerk door de Agent van Financiën gemachtigd om alle stukken 'van geen belang' of door ouderdom onleesbaar te vernietigen. (

NDR inv.nr.210, resolutie van 1 augustus 1798, nr. 10.

) Waarschijnlijk zijn er toen heel veel stukken verdwenen, vooral ingekomen en uitgaande brieven.

Voor de overdracht van het archief naar het departement van Financiën werd er in 1808 een inventaris van de overblijvende stukken opgemaakt door Albert Verbeek, secretaris. In 1822 kwam het archief, tezamen met het archief van de secretarie van de Friese stadhouders onder beheer van het Amortisatiesyndicaat in Amsterdam.

Oude ordening van het archief

Het archief van de Nassause Domeinraad is chronologisch en naar onderwerp geordend. De ruggengraat van het archief wordt gevormd door de chronologisch geordende notulen/besluiten van de Raad en zijn opvolgers.

De ingekomen stukken bij de domeinraad werden naar domein aan liassen geborgen bij de rekeningen van de rentmeesters. Op de stukken werd een verwijzing naar de datum van behandeling in de vergadering aangebracht. Deze liassen zijn waarschijnlijk voor het grootste gedeelte vernietigd aan het eind van de 18e eeuw. De ingekomen stukken betreffende het reilen en zeilen van de administratie van de Raad, het in 's-Gravenhage aangestelde personeel en raden en betreffende financiële zaken werden geliasseerd bewaard onder de noemer 'Gemengd' of 'Administratie'. Daarnaast was er een rubriek 'Het Doorluchtige Huis', waarbij de stukken betreffende de familieaangelegenheden en particuliere zaken van de leden van het huis van Oranje werden geborden.

Vanaf 1798 werden de ingekomen stukken in één serie samengebracht, geordend op de datum van de eerste behandeling van een ingekomen stuk in de vergadering en voorzien van een doorlopend nummer. Ingekomen stukken van later datum werden bij het eerste stuk gevoegd en kregen het nummer van dat stuk. In de notulen wordt bij de behandeling van de stukken verwezen naar het nummer van de stukken. Uitgaande stukken werden afbeschreven in verschillende registers, die werden ingedeeld naar domein. De onderwerpen, behandeld in die stukken, zijn ook terug te vinden in de notulen, op of rond de datum van het stuk. De stukken in de registers zijn vaak opgenomen op datum van expeditie, terwijl de behandeling in de Domeinraad een dag of meer vroeger plaatshad. Iedere serie registers betrof een deel van het goederencomplex van de Oranje-Nassaus.

De eigentijdse toegangen op de registers van notulen en uitgaande stukken worden gevormd door repertoria. In de repertoria zijn korte samenvattingen van de stukken en notulen opgenomen, ook weer ingedeeld naar domein en 'Gemengd'. Deze repertoria vormen een redelijk bruikbare toegang op de registers, zij het dat de stukken per domein chronologisch staan beschreven en niet verder zijn onderverdeeld in rubrieken. De repertoria zijn waarschijnlijk in de tweede helft van de 18e eeuw opgemaakt.

Daarnaast werd er in die periode een soort index op de notulen en registers van uitgaande stukken betreffende de daarin voorkomende benoemingen en commissies van functionarissen gemaakt, het zogeheten Ambtboek. De stukken betreffende de zaken die aan de prins werden voorgelegd vindt men in de registers 'Poincten'. Naast deze 'Poincten' vindt men in het archief brieven, die de Domeinraad heeft verzonden aan de prinsen van Oranje betreffende de afdoening van zaken, waarvoor een goedkeuring van de prins was vereist. Na afdoening werden deze brieven opgeborgen in het archief van de Raad. Ook brieven, gericht aan de prins van Oranje, waarvoor de Domeinraad door de prins om advies werd gevraagd zijn in het archief opgeborgen.

De stukken betreffende de afzonderlijke domeinen en goederen werden per domein opgeborgen. Rekeningen van de rentmeesters en de verbalen van de leden van de raad van hun inspectietochten werden apart in serie bewaard. Bij de rekeningen behoorden ook de bijlagen. Deze zijn voor een groot deel versnipperd geraakt in het archief. Zo waren de condities van verpachtingen oorspronkelijk bijlagen bij de rekeningen.

Naast de rekeningen en de bijlagen dienden de rentmeesters ook andere stukken, zoals b.v. registers van cijnzen, van leven en brievenboeken aan de domein over te geven. De rentmeesters dienden meermalen een inventaris te maken van hun archief. Van overleden rentmeesters werd er vaak een inventaris van de boedel gemaakt. Vanaf de tweede helft van de 18e eeuw dienden de rentmeesters ook rapporten en memories over de leveren aan de Domeinraad. Deze werden in een register gebonden bewaard. Door de thesaurier werden aparte registers bijgehouden van de ingekomen en uitgaande stukken en van de ordonnanties (betalingsopdrachten van de Domeinraad aan de thesaurier). (

Deze ordonnanties zijn geïndiceerd op leverancier.

) Daarnaast bracht de thesaurier, anders dan de griffier en de auditeur, rechtstreeks advies uit aan de Prins van Oranje en aan de Domeinraad op zijn taakgebied: de financiën. De Raad en Rekenmeesters der geëxtraheerde goederen vormden een apart archief, zoals ook in hun instructie uitdrukkelijk staat vermeld. Ook de rekenmeesters over de administratie van de domeinen herkomstig van het huis van Oranje-Nassau (1807-1811) vormden eigen archief.

Het archief van de Domeinraad verhuisde in 1808, tezamen met het archief van de secretarie van de Friese stadhouders, van 's-Gravenhage naar Amsterdam, waar het departement van Financiën werd gevestigd. In 1822 kwam het archief onder beheer van het Amortisatiesyndicaat dat in dat jaar was opgericht. Een deel van deze archieven werd in 1826-1828 overgedragen aan het Rijksarchief. Het betrof het archief van de stadhouderlijke secretarie en stukken van de Nassause Domeinraad betreffende bezittingen buiten Nederland, zoals prinsdom Orange, Diest, burggraafschap Antwerpen. In deze periode ontstond er ook een dispuut tussen het Koninklijk Huis enerzijds en het Rijksarchief anderzijds over de uiteindelijke bestemming van de archieven van de vorsten van Oranje-Nassau en hun familie als privépersonen, als stadhouders en als heren en bezitters van goederen in Nederland en daarbuiten. Het geschil werd beslecht met een voorstel van de minister van Binnenlandse Zaken waarbij de stukken die 'dadelijk betrekking hadden tot het geslacht van Oranje-Nassau of die voor dat geslacht van meerder belang waren dan voor 's Lands algemene geschiedenis dan voor het geslacht van Oranje-Nassau waren, het eigendom van 's Rijksarchief zouden blijven.' Koning Willem I kon zich met dit voorstel verenigen. (

R.C. Bakhuizen van den Brink, Overzigt van het Nederlandsche Rijksarchief ('s Gravenhage 1854), p. 42.

) In 1834 werd tot schifting van dit van het Amortisatiesyndicaat afkomstige en op het Rijksarchief berustende archief van de Nassause Domeinraad overgegaan. Het Koninklijk Huis verwierf hierbij 267 'stukken' (bestanddelen) en op het Rijksarchief bleven 275 stukken achter. De toenmalige rijksarchivaris Bakhuizen van den Brink had zijn bedenkingen tegen de uitkomst van de schifting op basis van het voorstel van de minister van Binnenlandse Zaken. Hij vond de schifting onnauwkeurig. Bakhuizen van den Brink vond echter troost bij de beschikking van de koning dat het de rijksarchivaris vrij stond afschriften van stukken in het Huisarchief te maken. (

Bakhuizen van den Brink, Overzigt, pp. 44 e.v.

)

Volgens de lijst kwamen de volgende stukken bij het Koninklijk Huisarchief terecht (

Archief van het ARA, inv.nr. 10, 11 september 1834 en doos 3.4.

):

  • stukken van particuliere aard (geboorte, overlijden, huwelijk),
  • stukken betreffende militaire zaken,
  • stukken betreffende het stadhouderschap, voornamelijk in Groningen, Friesland en Drenthe,
  • diverse stukken,
  • correspondentie met verwanten, vorsten, vorstelijke personen, ambassadeurs,
  • brieven van en aan regenten en regeerders, meest in Friesland en Groningen,
  • stukken betreffende de nalatenschap van Willem III,
  • stukken betreffende het prinsdom Orange,
  • stukken betreffende het huisvan Oranje,
  • stukken betreffende het huis van Nassau,
  • stukken betreffende de moederlijke en vaderlijke goederen van prins Philips Willem,
  • brieven van en aan onderscheidene personen van het huis van Oranje-Nassau.

Het Rijksarchief behield:

  • stukken betreffende Groningen en Ommelanden, Friesland en Drenthe, plakkaten, statuten, reglementen, resoluties en stukken betreffende de staatscolleges,
  • stukken betreffende het leger en oorlogszaken,
  • stukken betreffende afzonderlijke plaatsen in Friesland en Groningen,
  • staten van oorlog,
  • resoluties van de Staten-Generaal.

Het betrof vooral stukken, afkomstig van de Friese tak van het huis van Oranje-Nassau, die rond 1770 naar Den Haag waren overgebracht. Een groot deel van het archief van de Nassause Domeinraad berustte nog in Amsterdam. Toen het Amortisatiesyndicaat in 1840 werd opgeheven kwamen de archieven van de Nassause Domeinraad te berusten bij de afdeling Domeinen van het ministerie van Financiën. In 1844 stelde de commies Van der Jagt een rapport op over de archieven in beheer bij het departement van Financiën en opgeslagen in Amsterdam. (

ARA, Archief Amortisatie Syndicaat, inv.nr. 1608 [L].

) Volgens zijn rapport bevond zich een groot deel van het archief van de Nassause Domeinraad in de lokalen van het departement, deels in ongeordende staat. De stukken betreffende Vianden en St. Vith, Dasburg en Bütgenbach werden in 1849 overgedragen aan de Commissie voor de nalatenschap van koning Willem II. Stukken betreffende Soestdijk werden aan het Koninklijk Huis overgedragen. (

Zie inventarissen van Van Geijt, commies bij de Permanente Commissie van het Amortisatiesyndicaat, Collectie oude inventarissen, Nassause Domeinraad, Doos 1, 40.1 en 40.2.

)

Het departement van Financiën droeg in 1860, 1861 en 1863 stukken, aanwezig in het St. Jorishof te Amsterdam, aan het Rijksarchief over. (

Archief ARA, inv.nr. 24, 4 september 1860 en inv.nr. 29, 2 mei 1863.

) Hiertussen bevonden zich naast stukken afkomstig van o.a. de Raad van State, Hollandse domeinen, Grafelijkheidsdomeinen in Zeeland, ook stukken afkomstig van de Nassause domeinen. Het ging hierbij om de volgende stukken:

  • leenregisters, cijnsboeken, pachtboeken van goederen in Holland, Zeeland, in Gelderland, in Noord-Brabant, in het tegenwoordige België,
  • rekeningen van goederen in Holland, in Zeeland, in Gelderland, in Utrecht, in Friesland, in Noord-Brabant, in Limburg, in het tegenwoordige België en Duitsland,
  • algemene rekeningen en diversen,
  • charters betreffende rechten van eigendom,
  • kaarten van de goederen gelegen in Holland, in Gelderland, in Utrecht, in Noord-Brabant,
  • diverse kaarten,
  • rekeningen van de rentmeester van Veere,
  • rekeningen van de thesaurie van Veere,
  • rekeningen van de rentmeester van Zichem,
  • rekeningen van de rentmeester van Meerhout,
  • rekeningen van de rentmeester van Grimbergen,
  • rekeningen van de lenen van Grimbergen,
  • registers van resoluties van de Domeinraad betreffende Diest,
  • register van brieven betreffende Diest, Zichem, Meerhout, Vorst, Grimbergen,
  • cijnsboeken van Zichem,
  • registers van koopkondities etc. van Diest, Zichem, Meerhout en Vorst,
  • stukken betreffende de Brabantse domeinen,
  • stukken betreffende Ijsselstein, Zevenbergen, Hooge en Lage Zwaluwe, Bentheimse goederen, Soestdijk en Elst, Breda, Leerdam, Buren, Maartensdijk, Eindhoven, Klundert, Veere, Oosterhout, Steenbergen, Roosendaal en Prinsenland, Grave en Cuijk, Willemsstad, Bredevoort, Geertruidenberg, Vlissingen,
  • stukken betreffende Veere,
  • stukken betreffende Diest, Zichem, Meerhout, Vorst en Grimbergen.

Daarna zijn met een zekere regelmaat stukken afkomstig van de Nassause Domeinraad door het ARA verworven. Hieronder waren stukken in de collectie van Nispen, die in 1941 door het Algemeen Rijksarchief werd verworven.

Toch is niet het gehele archief van de Nassause Domeinraad aan het Rijksarchief overgedragen. In het Koninklijk Huisarchief bevinden zich stukken, die deel uitmaakten van het archief. Deze zijn op een andere wijze dan via het ministerie van Financiën aan het Huisarchief gekomen. Met name de stukken, beschreven in de inventaris van Tollius onder de kop 'Het Doorluchtige Huis' berusten in het Koninklijk Huisarchief. Deze stukken maakten onderdeel uit van het archief van de Nassause Domeinraad, wegens hun belang voor het beheer van de goederen van het huis van Oranje Nassau.

De verwerving van het archief

Het archiefblok bevat archiefstukken onder verschillende rechtstitels verworven.

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in