gahetNA in the National Archives

Abdij Rijnsburg

3.18.20
J. Bruggeman
Nationaal Archief, Den Haag
1931
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.18.20
Auteur: J. Bruggeman
Nationaal Archief, Den Haag
1931
CC0

Periode:

1179-1574

Omvang:

4,50 meter; 1256 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

De stukken zijn gesteld in het Nederlands en in het

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven en gedrukte teksten. De Nederlandstalige stukken zijn geschreven in het gotische cursiefschrift, met name in de oud-Hollandse klerkencursief.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief van de adellijke vrouwenabdij bevat onder meer een lijst van benoemde abdissen van Rijnsburg, pauselijke bullen en aflaatbrieven, privilegebrieven van de Hollandse graven, rekeningen, eigendomsbewijzen van huizen en land in Zuid-Holland en Zeeland, en stukken in verband met tienden en lenen van de abdij.

Archiefvormers:

  • Adellijke vrouwenabdij van Rijnsburg van de Orde van S. Benedictus

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

uit: IRA (Inventarissen Rijks Archieven) IV (1931) p. 169-256.

De abdij (

Vgl. Maria Hüffer, De adellijke vrouwenabdij van Rijnsburg, 1133-1574, 1923, en de daar aangehaalde bronnen en litteratuur. Over den jaarstijl der abdij zie men haar artikel in Historisch Tijdschrift V, (1926), blz. 230-258.

) werd gesticht door Petronella, weduwe van graaf Floris II van Holland, op wier verzoek uit het Saksische klooster van Stötterlingenburg in het noorden van het Harzgebergte eenige nonnen van de Benedictijnenorde kwamen om het nieuwe klooster te bevolken, waarna de 16den September 1133 Andreas van Kuik, bisschop van Utrecht, de kerk van de nieuwe Benedictinessenabdij wijdde onder den titel van de H. Maagd. Door Paus Innocentius.II werd in 1140 aan de abdij exemptie verleend, waardoor zij regelrecht stond onder jurisdictie van de H. Stoel. Desondanks traden meermalen de Utrechtsche bisschoppen als scheidsrechters op, bekrachtigden de benoeming van pastoors, gaven toestemming tot investituur der nonnen en bevestigden de benoeming van de abdis. Bij bul van Paus Alexander VI van 5 Maart 1500 werd het getal der nonnen op 40 bepaald, die niet aan ordinaris kloostergeloften gebonden waren. Haar toelating werd verbonden aan de adeldom van vaders en moederszijde en van vier grootouders.

In 1536 werd de abdij in een collegium van kanonessen veranderd onder goedkeuring van Karel V, waardoor in de Alteratie de goederen niet als kloostergoed werden aangemerkt en behandeld, maar aan de Ridderschap van Holland vervielen onder verband van alimentatie van de overgebleven zusters.

in de zomer van 1572 had men reeds veel overlast van de Spanjaarden te verduren en in Februari 1573 had er een schermutseling tussen de Leidenaars. en den vijand plaats, waarbij ook enkele gebouwen der abdij schade leden: De Leidsche burgemeester deed materialen, balken en kunstwerk naar Leiden voeren, waarheen het archief misschien reeds vroeger in veiligheid gebracht was, zoals uit den na te noemen inventaris mag afgeleid worden. Nadat omstreeks dezen tijd de ontvanger van de abdij gevlucht was, werd het beheer der abdijgoederen opgedragen aan Dirk Gerritsz. van Kessel, door den Prins van Oranje aangewezen. Van de Staten ontving de ontvanger zijn bevelen en legde aan deze rekenschap van zijn beheer af. Hierin kwam sedert geen verandering, ondanks requesten van de conventualen in 1573 om haar goederen te mogen gebruiken, zoals bij de abdij Leeuwen-horst gebeurde, waar der administratie aan het klooster bleef en door den eigen ontvanger gevoerd werd. Nog in 1577 deed de abdij van Rijnsburg een poging om het gebruik der goederen terug te krijgen, doch tevergeefs.

in de loop van 1574 werd de abdij door de nonnen voorgoed verlaten, die naar Utrecht en elders bij familie haar toevlucht zochten. De parochiekerk van Rijnsburg werd reeds vóór April 1574 verwoest, terwijl de abdij spoedig daarna in vlammen opging. De laatste abdis, Stephana van Rossum, gestorven 27 December 1603, voerde ook na de verstrooiing nog haar weidsche titels en riep de nonnen buiten de abdij bijeen. Na haar benoemde de Ridderschap nog 2 abdissen, waarna die waardigheid geheel gesupprimeerd werd.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in