gahetNA in het Nationaal Archief

Oorlog / Situatieplans Vestingen

4.OSPV
V. van den Bergh, R.M. Haubourdin
Nationaal Archief, Den Haag
1999
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

4.OSPV
Auteur: V. van den Bergh, R.M. Haubourdin
Nationaal Archief, Den Haag
1999
CC0

Periode:

17e - 19e eeuw

Omvang:

665 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Het archief bevat kaarten en tekeningen, gedrukt en in manuscript.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief van de Situatieplans van Vestingen van het archief der Genie van het Ministerie van Oorlog of Defensie bevat ltekeningen, doorsneden, plattegronden, profieltekeningen en situatieplannen van forten, vestingen, citadellen, dijkposten, batterijen, kustbatterijen en verschansingen in en rondom diverse gebieden, met hun ligging in Nederland. Er is een geografische index.

Archiefvormers:

  • Directeur-Generaal der Fortificaties, 1688-1795
  • Controlleur-Generaal van 's Lands Werken en Fortificatiën van Holland, ca., 1630-1795
  • Raad van State, 1588-1795
  • Comité tot de Algemene Zaken van het Bondgenootschap te Lande, 1795-1798
  • Departement van Oorlog, 1798-1813
  • Ministerie van Oorlog, 1813-1928
  • Ministerie van Defensie, 1928-1940
  • Inspecteur-Generaal der Fortificatiën, 1814-1826
  • Chef der Algemene Directie der Genie, 1826-1841
  • 1e Inspectie der Fortificatiën, 1849-1866
  • 2e Inspectie der Fortificatiën, 1849-1866
  • Inspecteur-Generaal van Fortificatiën, 1866-1875
  • Inspecteur der Genie, 1875-1941

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Geschiedenis van het archiefbeheer

4. De herkomstgeschiedenis van het kaarten- en tekeningenarchief der Genie 1795-1950.

In de periode van ca. 1795 tot 1940 zijn verschillende opeenvolgende bestuursorganen belast geweest met de defensie van Nederland. Aangezien bij reorganisatie de archieven van de oude opgeheven instelling werden overgedragen aan het nieuwe defensieorgaan, heeft herhaaldelijk verdeling plaats gevonden van het kaarten-en tekeningenbestand van de Genie, waaronder de Situatieplans van Vestingen. Dit heeft grote invloed gehad op de samenstelling, ordening en structuur van het kaarten-en tekeningenarchief van de Genie, dat voor de definitieve overdracht aan het ARA in 1950-1955 herhaaldelijk verspreid is geraakt. Aanvankelijk werden na 1795 alle militaire kaarten en tekeningen van de oude generaliteitsinstellingen in Den Haag bij het departement van Oorlog in 1798-1800 bijeengebracht. In 1808 werd het Genie-achief naar Depôt-generaal in Amsterdam overgebracht, dat vervolgens in 1810-1811 naar Parijs werd afgevoerd. In 1815-1816 werden deze kaarten en tekeningen met de overige "Hollandse" archieven -incompleet-teruggehaald in opdracht van koning Willem I.

Na de afscheiding van België, werd het zogenaamde Belgische archief met de kaarten en tekeningen van de Belgische vestingen tot 1830 uit het Genie-archief verwijderd en in 1839-1840 afgevoerd. De overige buitenlandse kaarten werden in 1864 bij een volgende afsplitsing van het Genie-archief aan het Topografisch Bureau overgedragen, zodat bij de Genie de kaarten, tekeningen, memories enz. met betrekking tot Nederland achterbleven.

Uit dit kaarten- en tekeningen-archief van de Genie werden incidenteel nummers vernietigd of gelicht voor de administratie, totdat het na de capitulatie van mei 1940 tenslotte als "oorlogsbuit" in beslag werd genomen door de Duitse bezetter. In 1940 werd in tegenstelling tot 1810 het Genie-archief niet weggevoerd maar op last van de Duitse bezetters centraal opgeslagen te Delft. In 1940 werd hier begonnen met de ordening van de archieven van Defensie en legeronderdelen door Nederlandse officieren, die in het kader van de demobilisatie eind 1940 werden belast met de inventarisatie. Samenvattend wordt de volgende reconstructie gegeven van de wisselende lotgevallen van het kaartenen- tekeningenarchief van de Genie tot aan de definitieve overdracht in 1950 aan het Algemeen Rijksarchief. (zie schema bijlage 1.).(

C. Koeman, Collections of maps and atlases in the Netherlands, (1961), 196-197.

)

4.1 1688-1795 Raad van State.

De basis van het kaarten- en tekeningenarchief van de Genie werd in de 18e eeuw gelegd door de Raad van State, dat als bestuursorgaan was belast met de landsverdediging en de militaire zaken van de Generaliteit. De Raad van State had tevens het beheer en controle over de vestingwerken en gebouwen die ten laste van de Generaliteit in de gehele Republiek werden aangelegd. Hiervoor had de Raad sinds 1688 militaire ingenieurs in dienst, die vanaf 1714 voor de aanbesteding en uitvoering van werken behalve de bestekken en kostenbegroting ook de nodige plans, profillen en grondtekeningen van de vestingbouwwerken moesten inzenden ter goedkeuring van de Raad in Den Haag. Vanaf 1740 werd door de Raad de inlevering van kaarten, tekeningen en memories door ingenieurs bij het verlaten van de dienst en overlijden verplicht gesteld. Dit besluit was het begin van een archiefvorming bij de Raad, waar de secretaris werd belast met het beheer van de ingezonden kaarten en tekeningen. In de loop van de 18e eeuw werd op deze wijze bij de Raad een kaarten-en tekeningenarchief gevormd dat afzonderlijk van de resoluties en brieven werd bewaard en opgeborgen in speciale ladenkast naast de raadkamer van het college in Den Haag. Blijkens oude inventarissen uit 1749 is bij de Raad van State in de 18e eeuw een omvangrijk kaarten- en tekeningenarchief aangelegd. Hiervoor werd in 1790 de ingenieur J. van Westenhout benoemd tot kaartbeheerder bij de Raad van State. Behalve in Den Haag werden ook in de vestingen door de militaire ingenieurs tekeningen, plattegronden, kaarten en memories voor de verdediging van de vesting werden bewaard in de garnizoensarchieven.(

ARA 1.01.19 R.v.State inv. nr. 244 resolutie van 9-2-1740; ibidem inv.nr. 2593 lijst van W.T. Hattinga uit 1749. Ibidem inv. nr. 371 res. 15-11-1790. ARA 2.13.13.04. Inspecteur-Generaal Fortificatiën, 1813-1826, inv.nr. 179 lijst uit 1795-1798. In totaal zijn in deze lijst 385 kaarten en tekeningen beschreven, en 169 overige losse kaarten en oude stukken in een kist van "weinig belang". Scholten, (1989), 140-145.

)

4.2 1795-1811 Depôt-generaal van Oorlog.

Na 1795 werd het tekeningenarchief gevormd bij de Raad van State in stand gehouden en zelfs uitgebreid onder het nieuwe Bataafse bestuur. Het Comité tot de Algemene Zaken van het Bondgenootschap te Lande, dat de militaire taken had overgenomen van de opgeheven Raad van State, gelastte reeds op 18 april 1795 de Genie-officieren ontslagen uit de militaire dienst tot inlevering van: ...alle papieren, hetzij kaarten, plans, projecten, profillen, tekeningen van Arsenalen, pulvermagazijen, sluizen, memories als andersints den Lande concerneerende...(

ARA, 2.01.14.02 Departement van Oorlog voor 1813, inv. nr. 1294B. Extract resol. 18-4-1795.

)

In de loop van de 18e eeuw was het onder de militaire ingenieurs gebruikelijk om de kaarten en tekeningen getekend in dienstverband als hun particulier eigendom te beschouwen en onder zich te houden ook bij overplaatsing. Ondanks diverse voorschriften van de Raad van State tegen deze praktijk werden door ingenieurs toch complete particuliere kaarten- en tekeningenverzamelingen gevormd, die pas jaren later werden ingeleverd ter aanvulling van het kaartarchief van de Raad van State. Ook na 1795 bleef deze praktijk in gebruik.

In 1795 werd voor het kaarten- en tekeningenarchief van de Raad van State, door het Comité te Lande, de ingenieur Van Westenhout opnieuw als beheerder aangesteld. Als Directeur van militaire plans en kaarten maakte hij in 1795-1796 een eerste inventarisatie van de ingezonden kaarten van de militaire ingenieurs. Bovendien werd aandacht besteed aan de materiële bewaring van de plans en kaarten, die vanwege hun grootte onhandelbaar waren, op linnen werden geplakt en in portefeuilles en kasten opgeborgen(

ARA 1.0.19 R.v. State resoluties van 9-2-1740; 9-7-1783; 22-3-1785. ARA 2.01.14.01 Comité te Lande inv.nrs. 1 en 22 Resolutie 29-3-1795 nr.49. ARA 2.13.13.04 Genie inv. nr. 179. Het betrof de archieven van de volgende ingenieurs: B.Aardenburg; J.C. Brill; Guichnon de Chatillon; J.I. Geijler; W. Holthuijs; J.H. Hottinger; S. Kupfer; M.J. de Man; J.L. van der Meer; J. Pierlinck; J. Scholten; C. Schuller; M.A. Snoek; C. van Sorgen; G. Spengler; J.P. van Suchtelen; W. Tiddens; N. Tieboel.

)

De opheffing van oude generaliteitsinstellingen na 1795, had tot gevolg dat met de desbetreffende archieven ook de kaarten en tekeningen afkomstig van deze instellingen werden samengevoegd. In 1798 werden eerst de kaarten en tekeningen die waren verzameld door de stadhouders Willem IV en V van het oude hof overgebracht naar het departement van Oorlog. De stadhouderlijke kaartenverzameling, die vanaf 1695 was aangelegd, werd samengevoegd met de militaire kaarten afkomstig van de Raad van State en de ingenieurs, die eveneens in 1795 waren overgebracht naar het departement van Oorlog.(

In 1795 zijn niet alle kaarten uit de bibliotheek van stadhouder Willem V in beslag genomen door de Fransen, zoals vermeld bij Scholten (1989) p.140-145. Ten onrechte want in 1798 worden de kaarten gelicht voor de samenstelling van de Krayenhoff-kaart, en in 1800 laat Van Hooff deze stadhouderlijke collectie opnieuw ordenen.

)

De kaarten en tekeningen van het voormalige gewest Holland en de Gecommitteerde Raden bleven aanvankelijk berusten onder het Departement Hollandse fortificatiën. Onder directie van kolonel-ingenieur C.R.Th. Krayenhoff werd deze fortificatie-dienst na 1795 voortgezet tot aan de opheffing in 1798. Toen leverde Krayenhoff de "Hollandse" militaire kaarten in bij het nieuwe provinciebestuur, dat tenslotte in 1800 de kaarten van o.a. de Gecommitteerde Raden overdroeg aan het departement van Oorlog.(

ARA 3.02.26 Financiële Commissie van het vm. gewest Holland inv.nr. 196 en ARA 4.OMM inv.nr. N 214 Memorie van 6-3-1800 door de Financiële Commissie van Holland aan het Uitvoerend Bewind. Staat en notitie van alle plans, kaarten, memoriën en verdere stukken tot het Defensiewezen der Republiek in het gemeen behorende en nog onder directie der Finantieele Commissie over het voormalige gewest Holland behorende.

)

De inzending van de militaire archieven en de kaarten, atlassen, tekeningen, maquettes enz. sinds 1795 had een opeenstapeling tot gevolg ...in een der vertrekken van het Agentschap van Oorlog in zeer verwarden staat... Hoewel de overgenomen kaarten in 1796 waren geïnventariseerd door ingenieur J. van Westenhout, was met diens ontslag in 1797 ook de functie van Directeur van militaire plans en kaarten opgeheven. De aanstelling in 1798 van een chartermeester bij het departement van Oorlog voor het archiefbeheer die tevens werd belast met het kaart- en tekeningenbeheer, bracht hierin geen verbetering. In 1800 zag de Directeur-generaal van fortificatiën H. van Hooff zich genoodzaakt om de chartermeester opdracht te geven alle plans en kaarten opnieuw te ordenen. Ook deze inventarisatie leidde niet tot een goed kaartbeheer want reeds twee jaar later was een nieuwe herordening nodig. In 1802 werd op voorstel van Van Hooff besloten om alle plans, kaarten en memories, ook die sinds 1795 reeds waren opgelegd in archief, uit de charters te lichten en voortaan apart te bewaren. Hiermee werd het afzonderlijke beheer van de kaarten en tekeningen gescheiden van het geschreven archief zoals reeds voor 1795 bij de Raad van State het geval was geweest weer in ere hersteld.(

ARA 2.13.13.04 Genie inv. nr 179. Geleidebrief Van Hooff van 26-4-1800 aan de Agent van Oorlog. ARA 2.01.14.02 Oorlog voor 1813 inv. nr. 440 Verbaal van 29-1-1802 nr. 2398. Na 1802 werden de plans, kaarten, memories e.d.apart geordend en bijgeschreven in de inventaris van militaire plans aangelegd door J. van Westenhout in 1795-1796.

)

Na de pensionering van Van Hooff in 1803 werden de taken van de directeur-generaal van fortificatiën overgenomen door een Bureau de Genie dat bij het departement werd ingesteld. Dit Bureau hield tevens toezicht over het beheer van de kaarten en tekeningen die ter deponering naar het departement van Oorlog werden ingezonden. Hiervoor werd opnieuw de funktie van Directeur van Militaire plans en kaarten ingesteld. Omdat in 1803 ook de kaarten en tekeningen die afkomstig waren van het voormalige Comite te Lande uit 1795-1798 ter inventarisatie werden overgedragen, kreeg de directeur een opzichter als assistent toegevoegd. Tot hun taak behoorde ook de taxatie van de militaire papieren, kaarten en plans die door de militaire ingenieurs na ontslag of overlijden werden ingezonden, en waarvoor een vergoeding werd toegekend aan de familie als pensioen.(

ARA 2.01.01.05 Staatsbewind. inv. nr. 198 resolutie van 15-3-1803 nr. 3; Resolutie van 14-6-1803 nr. 45a, benoeming Snouckaert van Schouwenburg tot Directeur van Militaire Charters, Kaarten en plans. Ibidem inv. nr. 88 resolutie van 18-7-1803 nr. 41. Bij het Bureau de Genie werden ingenieurs van der Plaat en J. van Westenhout benoemd, de laatste was in 1798 ontslagen.

)

In 1806 werden de Genie-kaarten en tekeningen van het Departement van Oorlog onder-gebracht bij het Depôt-generaal van Oorlog, opgericht naar Frans voorbeeld door koning Lodewijk Napoleon. Het Depôt-generaal, dat onder leiding stond van directeur C.R.Th. Krayenhoff, had tot hoofdtaken het verzamelen en bewaren van alle gegraveerde of getekende topografische kaarten, memories, verkenningen. Hiertoe behoorde ook de werkzaamheden ter voltooiing van de nieuwe topografisch-militaire kaart van Nederland, die sinds 1798 onder leiding van Krayenhoff in voorbereiding was. Tevens had het Depot tot taak de beschrijving van de krijgsgeschiedenis van Holland. Hiervoor werd al het archiefmateriaal betreffende de defensie bij het Depot in Den Haag verzameld, waaronder ook de kaarten en tekeningen van de ministeries van Oorlog en Marine en van Koloniën.

  • het Topografisch Bureau: voor het beheer en de uitgave in druk van alle kaarten van het koninkrijk;
  • het Bureau der Maritieme plans en kaarten, voor de zeekaarten en tekeningen van het Departement van Marine;
  • het Topografisch Bureau der Koloniën, voor het beheer van de kaarten, plans en memoriën van het Departement van Koophandel en Koloniën.

In 1807 werd aan het Depot een vierde bureau toegevoegd speciaal voor het archiefmateriaal van de Artillerie en Genie, dat in een afzonderlijk lokaal van het Depot werd opgeborgen en gecatalogiseerd. Deze centralisatie van het archiefbeheer leidde tevens tot uniforme regels voor de registratie, archivering en ontsluiting bij het Depot in 1808.(

ARA 2.01.01.05 Staatsbewind inv. nr. 85 Resolutie van 14-6-1803 nr. 45A. aanstelling directeur militaire plans enz. ARA 2.01.14.05 Depot-generaal van Oorlog, inv. nr.1 KB van 18-7-1806 nr. 29-30 oprichting Depot; inv. nr. 3 KB van 5-6-1807 nr. 7 Bureau Artillerie en Genie; inv.nr. 21 Instructie 4-3-1808 Chef-conservator der charters bij het Depot.

)

Na inlijving van 1810 werd het Hollandse Depot-Generaal van Oorlog opgeheven en samengevoegd met het Franse Depôt de la Guerre, waardoor de Hollandse archieven en het gehele kaarten- en tekeningenmateriaal eind 1810 van Amsterdam naar Parijs werd afgevoerd. In Parijs werd De Man, die in 1806-1810 onder-directeur van het Hollandse Depot was geweest, belast met het beheer van de Hollandse archieven.(

ARA 2.01.14.05 Depot-Generaal van Oorlog, inv. nrs. 33-32. De lijsten (nrs. 12-17) van plans en kaarten uit het Depot-generaal van Oorlog afgevoerd vermelden ca. 400 plans van veldslagen; 769 diverse plans; 132 topografische kaarten; 200 bouwtekeningen, 27 atlassen en 50 maquettes van vestingen.

)

4.3 1814-1826 Archief van Oorlog en Topografisch Bureau.

Na de vrede met Frankrijk werd De Man in 1815 in dienst van koning Willem I opnieuw naar Parijs gestuurd om het in 1810-1811 verdwenen archiefmateriaal van het Hollandse Depot-generaal terug te vorderen ten behoeve van het Archief van Oorlog en Topografisch Bureau dat in 1814 was opgericht. Hoewel door De Man in 1815-1816 het grootste gedeelte van Hollandse kaartmateriaal uit het Depôt werd gerestitueerd, werd slechts een gedeelte van het totale aantal Genie-tekeningen dat in 1810 naar Parijs was afgevoerd terugbezorgd. Omdat het Archief van Oorlog voor de opslag van de gerestitueerde kaarten en tekeningen die in 24 kisten in 1816 werden ontvangen geen kasten had, werd een gedeelte thuis opgeslagen bij De Man. Behalve de vestingplans werden 50 maquettes van Hollandse vestingsteden uit Parijs ontvangen, die tot 1840-1841 bij de KMA te Breda werden beheerd, maar waarvan de huidige vindplaats onbekend is.(

ARA. 2.13.68.04 Archief van Oorlog en Top. Bureau, inv. nr. 16. De verzendlijst uit 1815-1816 vermeldt ca. 50 nrs. plans van gebouwen en fortificaties, terwijl in 1810 ca. 200 nrs. werden afgevoerd uit het Depot. Ook ontbraken enkele delen met bouwtekeningen uit 1751 van de Raad van State. Archief van Oorlog en Top. Bureau inv. 33. Lijst van 50 maquettes. 2.13.01 inv. nr. 4097 Verbaal 4-3-1899 nr. 33 De Man bewaarde o.a. de Atlas Halma in 1816-1838 thuis. Scholten, (1989) 140-145.

)

Belangrijk Hollands kaartmateriaal was in 1814 reeds voor de komst van De Man bij de opmars van de Pruissen naar Parijs uit het Franse Depôt de la Guerre als oorlogbuit meegenomen, waaronder de Hottinger-kaart en de Hattinga-atlassen die pas in 1823 werden gerestitueerd. (

ARA Staatssecretarie inv nr. 1577 van KB 13-1-1823 nr. 108

)Overigens is in 1810-1811 niet al het archiefmateriaal van de Genie in Parijs beland. Een groot aantal kaarten was in de verschillende vestingen onder de ingenieurs blijven berusten en werd in 1814 bij de capitulatie van de vestingen door de Fransen overgedragen met de rest van de geniegoederen. Hieronder bevonden zich vele kaarten en tekeningen die in 1795-1810 uit het Archief van Oorlog waren uitgeleend aan ingenieurs in de vestingen. (

ARA 2.13.13.04 Genie inv. nr. 181. Inventarislijsten van overname van de archieven, plans, memories en verdere stukken in de vestingen van de Franse Genie aan de Nederlandse ingenieurs 1814. In totaal betrof het ca. 500 nrs. met kaarten en tekeningen, deels van oudere datum.

)

Aangezien sinds 1810 het kaart-en tekeningenmateriaal van de Genie verspreid en in wanorde was geraakt, werd in 1814 het archiefbeheer gecentraliseerd door de oprichting van het Archief van Oorlog en het Topografisch Bureau van het departement van Oorlog onder directie van M.J. de Man. Het Archief van Oorlog kreeg tot taak het beheer van alle militaire kaarten, tekeningen en memories zowel bij het Departement, als verspreid aanwezig in de vestingen. De ingenieurs werden verplicht om met de garnizoenspapieren ook de kaarten en tekeningen behorend tot het Archief van Oorlog jaarlijks naar het Departement in te zenden, ter registratie en stempeling bij het Topografisch Bureau. Het Topografisch Bureau had tevens tot taak de kartering en de uitgave in druk van militaire kaarten van Nederland en de koloniën. Ook de praktijk van vervreemding van kaarten en tekeningen door de genie-ingenieurs werd aan banden gelegd door de instructies voor Korps der Genie in 1815.(

ARA 2.13.01 Ministerie van Oorlog 1813-1913, inv.nr. 14555 Instructies Directeur, Archivist of chartermeester Archief van Oorlog en Topografisch Bureau. Ministerie van Oorlog 1813-1913, inv.nr. 14555 Instructie dienst Ingenieurs volgens KB van 14-1-1815. Nr. 30 art 27-30 stempelen van plans en kaarten. Recueil Militair, 1815, p. 169.

)

4.4. 1826-1940 Archief der Genie

Bij reorganisatie van 1826 werd het Archief van Oorlog en het Topografisch Bureau gesplitst. Het Archief behield de centrale depot-functie voor alle plans, kaarten en memories die na 1826 verplicht moesten worden ingeleverd door de ingenieurs. (

Recueil Militair, 1826 II 380-381. ARA 2.13.13.04 Genie inv. nr. 180 KB van 14-10-1826 Nr. 161. deponering van kaarten van: Le Fevre de Montigny 1821; D.G.B. Dalhoff 1824; C.R.T. Krayenhoff 1824; W. Lobry; J.P. van Woensel; E.G. van der Plaat; J.G. Siderius; 1838 De Man. Ook na 1826 werden er kaarten niet stipt ingeleverd, zoals blijkt uit de veilingen van de inboedel van o.a. Krayenhoff in 1840 zie C. Koeman, Collections, (1961) 80.

)Het beheer en de aanleg van een militaire verzameling voor de krijgsgeschiedenis kwam te berusten bij de Algemene Directie van de Genie, die in 1826 de werkzaamheden overnam van de Inspecteur-generaal van fortificatiën C.R.Th. Krayenhoff. Het Topografisch Bureau behield na 1826 de taak van kaartproduktie en werd in 1848 een zelfstandige afdeling van het Departement van Oorlog.

Na 1840 werd de Algemene Directie der Genie als zelfstandige orgaan opgeheven en als Afdeling Materieel der Genie toegevoegd aan het Departement. Als gevolg hiervan werd het Archief van Oorlog samengevoegd met het Archief van de afdeling Genie tot een archief, dat sindsdien het Archief der Genie werd genoemd. In 1851 werd de afdeling Genie gereorganiseerd tot Bureau Materieel der Genie, in 1878 vervolgens tot de 6e afdeling en tenslotte van 1880 tot 1940 tot 5e Afdeling Genie van het Departement van Oorlog. Deze 5e afdeling Genie was onderverdeeld in drie bureau's voor personeel en kazernering; comptabiliteit en vestingwerken dat tevens was belast met het beheer van het Archief der Genie. (

E. Burger, Institutionele geschiedenis van de leiding van het wapen der Genie 1841-1914 (Den Haag 1991) 21.

)

De uitbreiding van de taken en bouwproduktie van de Genie had tot gevolg dat het aantal kaarten en tekeningen in de archieven gestaag toenam, zodat reeds in 1847-1849 tot incidentele vernietiging van vestingplans en kaarten uit het Archief van de Genie werd overgegaan. (

ARA 2.13.01 min. v. Oorlog Verbalen inv. nr. 3362. bericht van 16-11-1847 nr. 68 chef Afd. Genie vernietiging van 474 plans van geen waarde voor de dienst. Oorlog Verbalen inv.nr. 3374 Verslag van 8-8-1849 45b, van majoor Welsink belast met de leiding der werkzaamheden betr. het bureau Materieel der Genie omtrent het afvoeren en vernietigen van (sitiuatie)kaarten tot het archief van Afd. Genie van Oorlog.

)

In 1864 werd door de minister van Oorlog besloten tot een nieuwe taakverdeling tussen het Archief van de Genie en het Topografisch Bureau. Het leidde tot een volgende archiefverdeling waarbij uit het Archief der Genie de kaarten, tekeningen en memories betreffende het buitenland werden afgesplitst en overgedragen aan het Topografische Bureau, later Topografische dienst. Het Archief der Genie behield slechts de kaarten, tekeningen en memories van Nederland als gevolg van de beperking van het takenpakket in 1864. (

ARA 2.13.46 Topografische Dienst inv.nr. 55 Nota voor de Bureaux Genie en Topografie van 30 april 1864 nr.34 S. Zie ook Koeman, C. (1961) 196-197.

)

Naar aanleiding van de ontmanteling van de oude vestingen die volgens de Vestingwet in 1874 werden opgeheven, werd na 1875 een begin gemaakt met de periodieke schoning van de Genie-archieven. (

ARA 2.13.01 min. v. Oorlog Verbalen inv. nr. 3615 Verbaal van 28-10-1875 nr. 53G Goedkeuring voorstel tot beperking van de omvang der archieven van de Genie door periodieke vernietiging van bescheiden, met opgave van categorieën en bewaartermijnen.

)In 1886 werd een groot aantal kaarten en tekeningen van geslechte vestingen en gebouwen die niet meer bij de Genie in beheer waren uit de Genie-archieven geselecteerd en ter vernietiging voorgedragen. Aangezien het oud-archiefmateriaal uit de 18e eeuw afkomstig van de Raad van State betrof, werd vanwege de historische waarde door de minister van Binnenlandse Zaken geen toestemming verleend voor de vernietiging van dit bestanddeel, echter met uitzondering van de gedrukte tekeningen en stukken. In 1886-1887 werd het op het departement van Binnenlandse Zaken gedeponeerd bij de afdeling Kunsten en Wetenschappen. In 1908 volgde de overdracht naar het ARA, maar werd apart beheerd van de overige kaarten en tekeningen van de Genie die in 1950 werden overgedragen. (

ARA 2.04.13 Ministerie van Binnenlandse Zaken, Afd. Kunsten en Wetenschappen 1875-1918, inv. nr. 2426 Stukken betr. de overdracht van kaarten van de Genie 1886-1908. 2.13.01. Ministerie v. Oorlog, inv. nr. 14105 index 1886, inv. nr. 14111 index 1887.; nrs. 3844 exh. 15-7-1886 nr. 20; 3845 exh. 25-7-2886 nr. 16 ontlasting Genie-archieven van vestingplans en tekeningen. Sinds 1908 op het ARA beheerd als bestand Oorlog Binnenlandse Zaken 4.OBZ, nrs. 1099-1126.

)

Behalve door vernietiging werden na 1895 uit het Archief der Genie tevens tekeningen gelicht ten behoeve van de Inspecteur der Genie, die na raadpleging niet werden geretourneerd maar afzonderlijk bewaard bij het Technisch Bureau. (

ARA 4.OITB Haubourdin, R.M., Plaatsingslijst van tekeningen van de Inspectie der Genie, Technisch Bureau. Burger, (1991) p.20-30.

) Het Genie-archief nam in omvang in de 20-er jaren van deze eeuw niet toe, doordat er geen archiefstukken van de Genie-diensten ter deponering werden ontvangen. In 1924 werd besloten om de archiefbescheiden van gebouwen en werken die niet meer bij de Genie in beheer waren of zonder adminstratieve waarde voor Genie-diensten over te dragen aan het zogenaamde Krijgsgeschiedkundig Archief. Dit Archief was aan het eind 19e eeuw in Den Haag opgericht ten behoeve van de militaire geschiedschrijving van Nederland. Hiervoor werd een bibliotheek opgezet en tevens werd een verzameling 18e-19e eeuwse documenten, handschriften en archiefstukken aangelegd. (

75 jaar Militaire Geschiedschrijving, in: Jaarboek van de Koninklijke Landmacht (1966) 317-325. ARA 3.09.03 inv. nr. 674 Mededeling van 10-10-1924 departement v. Oorlog Ve afd. Genie nr.98 overdracht archiefstukken berustend onder Genie-autoriteiten aan het Krijgsgeschiedkundig Archief. Legerorder, 1920 nr. 188; Legerorder 1924 nr. 171.

)

Tenslotte werden in 1933 een groot aantal vesting-en situatieplans verwijderd uit het Genie-archief ten behoeve van het Nederlands Legermuseum "Generaal Hoefer" in het kasteel Doorwerth bij Renkum. Het betrof plans van gebouwen en vestingplans die in bruikleen aan het Legermuseum werden gegeven omdat deze hier beter tot hun recht zouden komen dan in de stoffige archiefkasten op zolder van het Departementsgebouw aan het Plein te Den Haag. (

ARA 4.20101 Genie-dossier. Verzendlijsten aan het Museum 1933-1934 vermelden 826 nrs. van Vestingplans en situatieplans. Zie ook het Jaarverslag van het Weermachtsarchief 1940-1941 p. 4.

)

4.5 1940-1950 Nederlands Weermachtsarchief en Algemeen Rijksarchief.

Na de capitulatie werd eind mei 1940 de bibliotheek en het archief van het ministerie van Defensie met de Genie-kaarten en tekeningen op de zolder van het Departementsgebouw aan het Plein te 's-Gravenhage ontruimd voor de inkwartiering van de Duitse legerleiding en tijdelijk overgebracht naar panden elders in de stad. (

ARA 2.13.01 min. v. Defensie inv. nr. 5244 Kabinetsorder nr. 9 van 21-5-1940 Archief en bibliotheek van Defensie verhuisd van het Plein 4 naar Koninginnegracht 13 te Den Haag.

)

Aangezien de Nederlandse archieven van Defensie als "krijgsbuit" in aanmerking kwamen voor inbeslagname door de Duitse bezetter, werd door het Afwikkelingsbureau van het departement van Defensie, dat was belast met de demobilisatie, de inlevering gelast van de Defensie-archieven van de landmacht en de marine tot 1940. Deze archieven, waaruit niets mocht worden vernietigd, werden voorlopig centraal opgeslagen in een oude sigarenfabriek van de firma Hillen te Delft.

Reeds in november 1940 gaf de Duitse Wehrmacht toestemming om de verzamelde archieven te laten beheren door gedemobliseerde Nederlandse officieren, en zag af van inbeslagname. In verband met de omvang van de Defensie-archieven die in Delft werden ingeleverd, bleek spoedig dat een grotere organisatie nodig was voor de ordening en het archiefbeheer. Door de Duitse Commmissaris voor de demobilisatie van de Nederlandse Weermacht werd per 1 december 1940 hiervoor het Weermachtsarchief opgericht, dat weliswaar een Nederlandse directie kreeg maar onder Duits toezicht stond. Aangezien het Weermachtsarchief tot hoofdtaak had het verzamelen, beheren en ordenen van alle archieven van de weermacht werden tevens de kaarten en tekeningen van het Genie-archief eind 1940 overgedragen aan deze nieuwe archiefdienst. (

ARA 2.21.061 Collectie Fabius inv. nr. 365. Jaarverslag over 1940-1941 van het Weermachtsarchief door G. Fabius, directeur Weermachstarchief.

)

Dit was echter niet het geval met de archieven van de Eerstaanwezend ingenieurs en opzichters in de vestingen, die in oktober 1940 werden opgeheven. In het kader van de demobilisatie werden de ingenieurs ontslagen en de tekeningen en archieven overgedragen aan de Duitse militaire instanties die waren belast met de verdere afwikkeling van de Eerstaanwezendschappen. De militaire gebouwen, werken en terreinen voorheen in beheer van het ministerie van Defensie werden in 1941 overgedragen aan de Dienst voor Bijzonder Beheer ressorterend onder de Directie van de Waterstaat. (

Volgens inlichtingen CAD Defensie, brief van 10-4-1995 (DV1694). Zuid (Breda).

)De tekeningen van bouwwerken die in 1940 in de archieven van de ingenieurs in de vestingen berustten, zijn niet ingeleverd bij het Nederlands Weermachtsarchief en mogelijk verloren gegaan. (

ARA 2.13.01 inv.nr. 5098. Bevel van 30-10-1940 van de Duitse commissaris voor de demobilisatie tot opheffing van de bureaux van de Eerstaanwezendschappen.

)

Het Weermachtsarchief was vanaf april 1941 gehuisvest in het oude HBS-schoolgebouw aan het Bleijenburg nr. 38 tegenover het Rijksarchief in Den Haag. Bij het Nederlands Weermachtsarchief, zoals het archief vanaf eind 1941 werd genoemd, werden tijdens de oorlog ca. 30 gedemobiliseerde Nederlandse beroepsofficieren te werk gesteld. In het kader van een stage-opleiding tot archiefambtenaar bewerkten vijf officieren de Genie-archieven tot 1845 die voor overdracht aan het Rijksarchief toegankelijk werden gemaakt. (

ARA 2.13.01 inv. nr. 4742 de Duitse autoriteiten belasten op 9 november 1940 het Hoofd regelingsbureau van Defensie met het beheer van de archieven van de Nederlandse land- en zeemacht verzameld in Delft. Het Weermachtsarchief werd opgericht in 1-12-1940, met als directeur Lt. Kol der Artillerie b.d. G. Fabius onder toezicht van De Beauftragte für die Heeresarchive beim Wehrmachtsbeheflshaber in den Niederlanden, Von Braun. Zie ook Jaarverslagen Nederlands Weermachtsarchief 1940-1944.

)

Ook de bewerking van de Genie-kaarten en tekeningen werd in 1941 ter hand genomen door Luit. kol. W.H. Schukking, nadat het Weermachtsarchief eerst de kaarten en tekeningen die in 1933 bruikleen waren gegeven aan het Legermuseum had teruggevraagd. Hierdoor zijn een groot aantal van deze vestingsplans gered van de vernietiging, want de rest van de museum-collectie ging eind 1944 verloren bij een bombardement op het Kasteel Doorwerth. Door Schukking werden de Genie-kaarten en tekeningen geordend en opgeborgen in portefeuilles, maar de bewerking kon niet door hem worden voltooid doordat hij zich in mei 1942 met de andere officieren van het Weermachtsarchief in krijgsgevangenschap begaf. Tijdens de oorlog werd in 1943 echter wèl de catalogus van de vestingplans voltooid. In feite zijn de Genie- kaarten en tekeningen door de overbrenging naar het Nederlands Weermachtsarchief in de periode 1940-1945 vrijwel ongeschonden gebleven, zeker in vergelijking met de elders berustende "geschreven" archieven van het departement van Defensie waarvan in 1945 veel verloren is gegaan. Tevens kwam door de demobilisatie een versnelde overdracht tot stand van de militaire kaarten en tekeningen van opgeheven Nederlandse legeronderdelen. (

ARA 2.13.01 inv. nr. 4768 Bericht directeur Ned. Legermuseum afgifte archiefstukken aan de directeur van het Weermachtsarchief, inv. nr. 5071 Bericht 3 mei 1945 aan de directeur over de verwoesting Legermuseum op 27-12-1944: "Die Sammlungen liegen unter trümmern".

)

Na de Duitse capitulatie en bevrijding werd in 1945 het Nederlands Weermachtsarchief opgeheven en samengevoegd met het Krijgsgeschiedkundig Archief en Instituut van de Generale staf, omdat het archief in eerste instantie ten dienste stond van de krijgsgeschiedenis. Hieruit ontstond later het Archief van de Koninklijke Landmacht, dat de Genie-kaarten en tekeningen beheerde tot de definitieve overdracht aan het Algemeen Rijksachief in 1950-1951. De situatieplans van geklassificeerde vestingwerken die nog in beheer waren van Defensie werden echter van de overdracht uitgesloten en in 1950 gelicht uit de Situatieplans . Bovendien waren hieruit reeds in 1946 plans gelicht ten behoeve van diverse EAI-schappen. Hoogstwaarschijnlijk zijn de geheime vestingplans uit 1950 bij de Koninklijke Landmacht blijven berusten en later overgedragen aan de Tweede Afdeling van het ARA als "verzameling Verboden Kringen Koninklijke Landmacht" 1815-1932 beheerd. Deze "verzameling" is buiten deze inventarisatie en micro-verfilming gebleven en te raadplegen via nr. toegang 2.13.37 (

VROA XV (1942); VROA XIX (1946). ARA 2.13.01 inv. nr. 5071 Verbaal d.d. 16-7-1945.Afd. II bureau 2 nr. 18. Indeling van Ned. Weermachtsarchief onder bevel van de Chef van de Generale Staf. later Krijgsgeschiedkundige Afdeling. De directeur van Weermachtsarchief gesteund door de Algemeen Rijksarchivaris pleitte tevergeefs om voortzetting van zijn archiefdienst. ARA KT dossier 201.01 OSPV: Aantekening W.H. Schukking april 1950 De Situatieplans van de vestingwerken die als geheim werden als geheim geklassificeerd volgens de aanschrijving van Minister van Oorlog d.d. 26-8-1948 voorschrift nr. 1585 Vertrouwelijk. Het betrof 334 nrs. die niet allemaal werden terugbezorgd.

)

Overzicht van kaartenarchieven

De verwerving van het archief

De rechtstitel is (nog) onbekend.

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in