gahetNA in the National Archives

Oorlog / Situatieplans Vestingen

4.OSPV
V. van den Bergh, R.M. Haubourdin
Nationaal Archief, Den Haag
1999
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

4.OSPV
Auteur: V. van den Bergh, R.M. Haubourdin
Nationaal Archief, Den Haag
1999
CC0

Periode:

17e - 19e eeuw

Omvang:

664 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Het archief bevat kaarten en tekeningen, gedrukt en in manuscript.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief van de Situatieplans van Vestingen van het archief der Genie van het Ministerie van Oorlog of Defensie bevat ltekeningen, doorsneden, plattegronden, profieltekeningen en situatieplannen van forten, vestingen, citadellen, dijkposten, batterijen, kustbatterijen en verschansingen in en rondom diverse gebieden, met hun ligging in Nederland. Er is een geografische index.

Archiefvormers:

  • Directeur-Generaal der Fortificaties, 1688-1795
  • Controlleur-Generaal van 's Lands Werken en Fortificatiën van Holland, ca., 1630-1795
  • Raad van State, 1588-1795
  • Comité tot de Algemene Zaken van het Bondgenootschap te Lande, 1795-1798
  • Departement van Oorlog, 1798-1813
  • Ministerie van Oorlog, 1813-1928
  • Ministerie van Defensie, 1928-1940
  • Inspecteur-Generaal der Fortificatiën, 1814-1826
  • Chef der Algemene Directie der Genie, 1826-1841
  • 1e Inspectie der Fortificatiën, 1849-1866
  • 2e Inspectie der Fortificatiën, 1849-1866
  • Inspecteur-Generaal van Fortificatiën, 1866-1875
  • Inspecteur der Genie, 1875-1941

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Literatuur.

Beemt, F.H. van den, Boekema, D. (red.), Uitgave dienst Gebouwen, Werken en Terreinen, 's-Gravenhage 1988.

Brand, H. en J. (red.), Utrecht/Antwerpen 1986.

Burger, E., 's-Gravenhage 1990. (niet gepubliceerd ARA Tweede Afd.) (Bibliotheek ARA 174C64).

Burger, E., 's-Gravenhage 1991. (ARA Tweede Afd. niet gepubliceerd). (Bibliotheek ARA 173D14).

Kloosterboer, P., , Centraal Archievendepôt Ministerie van Defensie, 's-Gravenhage 1988. (CAD nr. 19).

Koeman, C., Alphen aan de Rijn 1983.

Mohr, A.H., 's-Gravenhage/Zutphen 1983. (Uitgave Stichting Menno van Coehoorn).

, 's-Gravenhage 1813-1914.

Ringoir, H., Uitgave Sectie Militaire Geschiedenis Landmachtstaf, 's-Gravenhage 1980.

Roy van Zuydewijn, R. de, , 's-Gravenhage 1988.

Scholten, F.W.J., Alphen aan den Rijn 1989.

Scholtens, H.H., , CAD. 's-Gravenhage 1979.

Sneep, J. e.a. (red.), Zutphen 1982.

Westra, F., , (Alphen a/d Rijn) 1992.

Woud, A. van der, , Amsterdam 1987.

als bedoeld in art. 20 der Wet van 21 december 1853 (Staatsblad no. 128), en het maken van Staten, als voorschreven in art. 11...(

ARA 2.13.45 min. v. Oorlog inv. nr. 3850 d.d.29-11-1887 nr. 56.

)

I. Voorschriften betrekkelijk het vervaardigen van het plan.

De schaal is vijf en twintig of vijftig el op den duim.

  • het vestingwerk;
  • de grenzen van de kadastrale perceelen binnen de verboden kringen;
  • de verboden kringen;
  • de gebouwen, getimmerten, afsluitingen, beplantingen, dijken, kaden, wegen, bruggen, duikers, sluizen, rivieren, kanalen, sloten, en dergelijke werken binnen de grote kring;

  • door dikke zwarte lijnen, de lijnen van welke afstanden tot de verboden kringen zijn gemeten;
  • door gele lijnen, de buitengrenzen van het vestingwerk of van 'sRijks militaire grond;
  • door rode lijnen, de verboden kringen, de grenzen van de percelen waarop, hoezeer die percelen binnen een verboden kring liggen, de wet niet van toepassing is, alsmede de lijnen, bedoeld in artikel 9 van de wet;
  • door verschillende gestippelde lijnen, de grenzen van de provinciën en gemeenten;
  • door rood (carmijn), de gebouwen van steen;
  • door rood (vermiljoen), de gebouwen gedeeltelijk van steen;
  • door oranje, de gebouwen en getimmerten op stenen voet;
  • door donker bruin, de gebouwen en getimmerten van hout;
  • door grijs, de gebouwen en getimmerten van hout en riet of stro; en van hout en leem;
  • door licht bruin, de hooibergen;
  • door donker groen, de bossen;
  • door licht groen, het hakhout;
  • door donker geel, de tuinen met bomen;
  • door stippen van donker groen, enkele bomen of bomen langs wegen geplant;
  • op de gbruikelijke wijzen, de hagen, afsluitingen, wegen enz.

Het nummeren van de percelen en de gedeelten van percelen geschiedt op en neer, van het vestingwerk naar een kring, en van dien kring naar het vestingwerk. De nummers zijn doorlopend; de getallen binnen de kleine kring zijn kleiner dan die tussen de kleine en middelbare kring, en deze laatste zijn kleiner dan die tussen de middelbare en grote kring. De nummers op het plan worden met zeer zwarte inkt geschreven. Op het plan wordt een verklaring van de tekens geplaatst.

Het opschrift van het Plan is:
"Plan van de perceelen en gedeelten van perceelen, liggende binnen de verboden kringen van... vervaardigd ter voldoening aan artikel 20 der wet van den 21sten December 1853 (Staatsblad no 128).

Gewijzigd voorschrift van 1887:

I Voorschriften betrekkelijk de wijze van behandeling in het Algemeen.

  1. Zodra een werk geklassificeerd is onder de vestingwerken van de 1e, 2e of 3e klasse, moet, door de zorg van den betrokken eerst-aanwezend-ingenieur, een plan van de verboden kringen van dat vestingwerk worden opgemaakt, en ter goedkeuring aan den Minister van Oorlog worden toegezonden. Van het goedgekeurde kringplan moet, mede door den zorg van vermelden ingenieur, een door hem te waarmerken kopie, ten behoeve van het Archief van het Departement van Oorlog, worden vervaardigd.
  2. Ingeval in de klassificatie van eenig vestingwerk zoodanige verandering wordt gebracht, dat het vroeger goedgekeurde kringplan van dat werk onjuist of onvolledig wordt, behoeft echter in den regel deswege geen nieuw kringplan te worden vervaardigd. Bij voorkeur moet, als zulks gevoegelijk kan geschieden, het bestaande kringplan wordenbijgewerkt, en ter goedkeuring van die bijwerking, aan den Minister van Oorlog worden toegezonden. Bij deze bijwerking moeten nieuwe kringlijnen met blauwen inkt worden getekend, en moeten de oude kringlijnen, die komen te vervalen, met blauwe streepjes worden doorgehaald.
  3. In den regel zal, ten opzichte van den voor eenig vestingwerk te maken Staat, op volgende wijze moeten worden gehandeld. De Staat wordt zo net mogelijk in minute op gemaakt aan een den Minister van Oorlog ter beoordeling opgezonden. Nadat de minute voor zoveel noodig is gewijzigd, wordt daarnaar de netstaat vervaardigd, en deze onder bijvoeging van de minute, ter nadere beoordeling aan den Minister van Oorlog toegezonden. Daarna wordt de minuten als duplicaat, bestemd voor het archief van den betrokken eerstaanwezend-ingenieur, en wordt de netstaat- nadat hij overeenkomstig art. 17, alinea 1, der kringwet, door genoemden ingenieur voor deugdelijk is verklaard en de bladen van den Staat door dezen officier(rechts van het woord "blad") zijn geparafeerd- ter inzage voor de belanghebbenden gelegd in den betrokken Gemeente of, achtereenvolgend, in de betrokken Gemeenten...
II Voorschriften betrekkelijk het vervaardigen van kringplans.
  1. Het opschrift van het Kringplan is:
    "Plan betrekkelijk de verboden kringen van (naam van het vestingwerk, overeenkomstig het Koninklijk Besluit betreffende de klassificatie), opgemaakt ter voldoening aan art. 20 der Wet van 21 December 1853 (Staatsblad no. 128), naar aanleiding van 'sKonings Besluit van ...(Staatsblad no...) Schaal 1:2500."
  2. De nieuw te vervaardigen kringplans worden opgemaakt door overneming en samenvoeging van de noodige gedeelten van kadastrale plans, des noodig onder bijwerking, na plaatselijke opneming, in geval deze plans niet geheel aan elkander sluiten. De kadastrale perceelnummers moeten met zeer zwarten inkt worden gesteld.
  3. Op het kringplan worden wijders aangegeven:
    • de noordlijn, die in de regel recht naar boven moet worden genomen;
    • met dikke zwarte lijnen, de lijnen van welke de afstanden tot de verboden kringen zijn gemeten;
    • met gele tint, de militaire Landsgronden;
    • met helder rode lijnen, de verboden kringen, de grenzen van de percelen waarop, hoezeer die percelen binnen een verboden kring liggen, de kringwet niet toepasselijk is, alsmede de lijnen bedoeld in art. 9 der Wet;
    • door helder rode cijfers, de volgnummers der kringpercelen, als bedoeld in de eerst kolom van de staat.
  4. De bedoelde nummering, met volgnummers van de percelen en perceelsgedeelten geschiedt op en neer van het vestingwerk naar eenen kring, en van dien kring naar het vestingwerk. De nummers zijn doorlopend.

Voorschriften betrekkelijk het vervaardigen van Kringplans,

Beemt, F.H. van den, Boekema, D. (red.), Uitgave dienst Gebouwen, Werken en Terreinen, 's-Gravenhage 1988.

Brand, H. en J. (red.), Utrecht/Antwerpen 1986.

Burger, E., 's-Gravenhage 1990. (niet gepubliceerd ARA Tweede Afd.) (Bibliotheek ARA 174C64).

Burger, E., 's-Gravenhage 1991. (ARA Tweede Afd. niet gepubliceerd). (Bibliotheek ARA 173D14).

Kloosterboer, P., , Centraal Archievendepôt Ministerie van Defensie, 's-Gravenhage 1988. (CAD nr. 19).

Koeman, C., Alphen aan de Rijn 1983.

Mohr, A.H., 's-Gravenhage/Zutphen 1983. (Uitgave Stichting Menno van Coehoorn).

, 's-Gravenhage 1813-1914.

Ringoir, H., Uitgave Sectie Militaire Geschiedenis Landmachtstaf, 's-Gravenhage 1980.

Roy van Zuydewijn, R. de, , 's-Gravenhage 1988.

Scholten, F.W.J., Alphen aan den Rijn 1989.

Scholtens, H.H., , CAD. 's-Gravenhage 1979.

Sneep, J. e.a. (red.), Zutphen 1982.

Westra, F., , (Alphen a/d Rijn) 1992.

Woud, A. van der, , Amsterdam 1987.

als bedoeld in art. 20 der Wet van 21 december 1853 (Staatsblad no. 128), en het maken van Staten, als voorschreven in art. 11...(

ARA 2.13.45 min. v. Oorlog inv. nr. 3850 d.d.29-11-1887 nr. 56.

)

I. Voorschriften betrekkelijk het vervaardigen van het plan.

De schaal is vijf en twintig of vijftig el op den duim.

  • het vestingwerk;
  • de grenzen van de kadastrale perceelen binnen de verboden kringen;
  • de verboden kringen;
  • de gebouwen, getimmerten, afsluitingen, beplantingen, dijken, kaden, wegen, bruggen, duikers, sluizen, rivieren, kanalen, sloten, en dergelijke werken binnen de grote kring;

  • door dikke zwarte lijnen, de lijnen van welke afstanden tot de verboden kringen zijn gemeten;
  • door gele lijnen, de buitengrenzen van het vestingwerk of van 'sRijks militaire grond;
  • door rode lijnen, de verboden kringen, de grenzen van de percelen waarop, hoezeer die percelen binnen een verboden kring liggen, de wet niet van toepassing is, alsmede de lijnen, bedoeld in artikel 9 van de wet;
  • door verschillende gestippelde lijnen, de grenzen van de provinciën en gemeenten;
  • door rood (carmijn), de gebouwen van steen;
  • door rood (vermiljoen), de gebouwen gedeeltelijk van steen;
  • door oranje, de gebouwen en getimmerten op stenen voet;
  • door donker bruin, de gebouwen en getimmerten van hout;
  • door grijs, de gebouwen en getimmerten van hout en riet of stro; en van hout en leem;
  • door licht bruin, de hooibergen;
  • door donker groen, de bossen;
  • door licht groen, het hakhout;
  • door donker geel, de tuinen met bomen;
  • door stippen van donker groen, enkele bomen of bomen langs wegen geplant;
  • op de gbruikelijke wijzen, de hagen, afsluitingen, wegen enz.

Het nummeren van de percelen en de gedeelten van percelen geschiedt op en neer, van het vestingwerk naar een kring, en van dien kring naar het vestingwerk. De nummers zijn doorlopend; de getallen binnen de kleine kring zijn kleiner dan die tussen de kleine en middelbare kring, en deze laatste zijn kleiner dan die tussen de middelbare en grote kring. De nummers op het plan worden met zeer zwarte inkt geschreven. Op het plan wordt een verklaring van de tekens geplaatst.

Het opschrift van het Plan is:
"Plan van de perceelen en gedeelten van perceelen, liggende binnen de verboden kringen van... vervaardigd ter voldoening aan artikel 20 der wet van den 21sten December 1853 (Staatsblad no 128).

Gewijzigd voorschrift van 1887:

I Voorschriften betrekkelijk de wijze van behandeling in het Algemeen.

  1. Zodra een werk geklassificeerd is onder de vestingwerken van de 1e, 2e of 3e klasse, moet, door de zorg van den betrokken eerst-aanwezend-ingenieur, een plan van de verboden kringen van dat vestingwerk worden opgemaakt, en ter goedkeuring aan den Minister van Oorlog worden toegezonden. Van het goedgekeurde kringplan moet, mede door den zorg van vermelden ingenieur, een door hem te waarmerken kopie, ten behoeve van het Archief van het Departement van Oorlog, worden vervaardigd.
  2. Ingeval in de klassificatie van eenig vestingwerk zoodanige verandering wordt gebracht, dat het vroeger goedgekeurde kringplan van dat werk onjuist of onvolledig wordt, behoeft echter in den regel deswege geen nieuw kringplan te worden vervaardigd. Bij voorkeur moet, als zulks gevoegelijk kan geschieden, het bestaande kringplan wordenbijgewerkt, en ter goedkeuring van die bijwerking, aan den Minister van Oorlog worden toegezonden. Bij deze bijwerking moeten nieuwe kringlijnen met blauwen inkt worden getekend, en moeten de oude kringlijnen, die komen te vervalen, met blauwe streepjes worden doorgehaald.
  3. In den regel zal, ten opzichte van den voor eenig vestingwerk te maken Staat, op volgende wijze moeten worden gehandeld. De Staat wordt zo net mogelijk in minute op gemaakt aan een den Minister van Oorlog ter beoordeling opgezonden. Nadat de minute voor zoveel noodig is gewijzigd, wordt daarnaar de netstaat vervaardigd, en deze onder bijvoeging van de minute, ter nadere beoordeling aan den Minister van Oorlog toegezonden. Daarna wordt de minuten als duplicaat, bestemd voor het archief van den betrokken eerstaanwezend-ingenieur, en wordt de netstaat- nadat hij overeenkomstig art. 17, alinea 1, der kringwet, door genoemden ingenieur voor deugdelijk is verklaard en de bladen van den Staat door dezen officier(rechts van het woord "blad") zijn geparafeerd- ter inzage voor de belanghebbenden gelegd in den betrokken Gemeente of, achtereenvolgend, in de betrokken Gemeenten...
II Voorschriften betrekkelijk het vervaardigen van kringplans.
  1. Het opschrift van het Kringplan is:
    "Plan betrekkelijk de verboden kringen van (naam van het vestingwerk, overeenkomstig het Koninklijk Besluit betreffende de klassificatie), opgemaakt ter voldoening aan art. 20 der Wet van 21 December 1853 (Staatsblad no. 128), naar aanleiding van 'sKonings Besluit van ...(Staatsblad no...) Schaal 1:2500."
  2. De nieuw te vervaardigen kringplans worden opgemaakt door overneming en samenvoeging van de noodige gedeelten van kadastrale plans, des noodig onder bijwerking, na plaatselijke opneming, in geval deze plans niet geheel aan elkander sluiten. De kadastrale perceelnummers moeten met zeer zwarten inkt worden gesteld.
  3. Op het kringplan worden wijders aangegeven:
    • de noordlijn, die in de regel recht naar boven moet worden genomen;
    • met dikke zwarte lijnen, de lijnen van welke de afstanden tot de verboden kringen zijn gemeten;
    • met gele tint, de militaire Landsgronden;
    • met helder rode lijnen, de verboden kringen, de grenzen van de percelen waarop, hoezeer die percelen binnen een verboden kring liggen, de kringwet niet toepasselijk is, alsmede de lijnen bedoeld in art. 9 der Wet;
    • door helder rode cijfers, de volgnummers der kringpercelen, als bedoeld in de eerst kolom van de staat.
  4. De bedoelde nummering, met volgnummers van de percelen en perceelsgedeelten geschiedt op en neer van het vestingwerk naar eenen kring, en van dien kring naar het vestingwerk. De nummers zijn doorlopend.

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in