gahetNA in het Nationaal Archief

Oorlog / Plans Vestingen

4.OPV
R.M. Haubourdin, E.R. Ooijevaar
Nationaal Archief, Den Haag
1999
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

4.OPV
Auteur: R.M. Haubourdin, E.R. Ooijevaar
Nationaal Archief, Den Haag
1999
CC0

Periode:

17e - 20e eeuw
merendeel 18e - 19e eeuw

Omvang:

5618 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands en het Frans. Een klein gedeelte is gesteld in het Latijn.

Soort archiefmateriaal:

Het archief bevat kaarten en tekeningen, gedrukt en in manuscript

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief van de Plans van Vestingen van het archief der Genie van het Ministerie van Oorlog of Defensie bevat onder andere detailtekeningen, doorsneden, plattegronden, profieltekeningen en situatieplannen van linies, stellingen, steden, forten, vestingen, citadellen, dijkposten, batterijen, kustbatterijen en verschansingen in Nederland. Er is een geografische index.

Archiefvormers:

  • Directeur-Generaal der Fortificaties 1688-1795
  • Contrarolleur-Generaal van 's Lands Werken en Fortificatiën van Holland, ca. 1630-1795
  • Raad van State 1588-1795
  • Comité tot de Algemene Zaken van het Bondgenootschap te Lande 1795-1798
  • Departement van Oorlog 1798-1813
  • Ministerie van Oorlog 1813-1928
  • Ministerie van Defensie 1928-1940
  • Inspecteur-Generaal der Fortificatiën 1814-1826
  • Chef der Algemene Directie der Genie 1826-1841
  • 1e Inspectie der Fortificatiën 1849-1866
  • 2e Inspectie der Fortificatiën 1849-1866
  • Inspecteur-Genraal van Fortificatiën 1866-1875
  • Inspecteur der Genie 1875-1941

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Bijlage 1. Schalen

Tabel met zoekresultaten in archieven
SchaalAfbeelding voorwerpen
2:1Instrumenten voor opmeting en werktuigen.
1:1Beslagwerken, modellen giet- en smeedwerk; klein radar en ronselwerk; kunstig steen-; timmer- en schrijnwerk; onderdelen van gereedschappen en werktuigen
1:2Handgereedschap werktuigen en mallen
1:5Kleine werktuigen: dommekrachten, handgreedschappen van mineurs, sappeurs, aarde- en zodewerkers, timmerlieden en smidsen, gereedschap gloeiovens, kunstrijk metaal- en ijzerwerk aan bruggen sluizen ed.
1:10Middelbare werktuigen: bokken; kaapstanders; windassen; pontons; ponton- en smidswagens; moeilijke verbindingen van kunstrijke timmer-, steenhouwers-, scheepsmakers- en schrijnwerkers-arbeid.
1:20Grote werktuigen:stoommachines; gloeiovens; molens werkende gedeelten van sluizen, bruggen en molens; rijs- en aarde werken bij de sappes; houtwerk voor de mijnen; gedeelten van kapwerken en constructies.
1:50Werktuigen uit grote delen samengesteld: kranen, heimachines; castrametratie: tenten kookhutten en veldbatterijen; koffers; baricades; blinderingen; barrieres; beschoeiingen en pakbermen; kribben; tuinen; beslagwerken; schanskorven; mijnen-stelsels; uitwerking explosies; vaste-, ophaal-, en draai-bruggen; sluizen; beren en waterleidingen; gehele molens; onderdelen van metsel- en timmerwerken en constructiën.
1:200Revetementen van half front, gedetacheerde werken en forten, soutereins, kazematten, arsenalen, magazijnen, kazernen, hospitalen, wachthuizen, poorten en gemetselde vestingtorens, mijnwerken, reliefplans voor de vestingbouw.
1:500Enkele fronten van attacque of kleine fortificatie-werken, als tenailles en caponières, posten, vestingtorens en batterijen, inrichtingen van metselwerken en onderaardse verdediging, en aardewerken [...] kleine legerplaatsen en wagenparken, opmetingen voor de waardering der gronden. Reliefplans.
1:1000Alle vestingwerken, forten, posten en linies van defensie, met de generale profielen en coteringen tot het traceren van deze werken, de werken van belegeraars en belegerden van de derde of laatste paralel af, profielen over de lengte, van inundatien, legerplaatsen, van een regiment, eskadron of batailon sappeurs en andere terreingedeelten.
1:2000Vestingen, forten, posten, linies en retranchementen met omgeving en situatie op 1 Km. afstand, met inundaties, aanvals- en verdedigingswerken in hun geheel of in gedeelten, en verder de militaire gronden voor gebouwen of beplantingen, veldwerken, de plans wegens het bouwen onder de vestingen.
1:5000Topografische tekeningen van vestingen, met omliggende forten, posten en liniën van defensie en situatie rondom dezelve, voor de samenhang der projecten, belegeringsarbeid, van het openen der loopgraven tot aan de derde paralel, geretrancheerde legerplaatsen en posten.
1:10.000Topografische tekeningen van vestingen enz, met hunne situatiën op 5 mijlen (kilometers) afstand, circumvalentie- en contravallentoie-liniën, werken van attacque en defensie, verschanste legerplaatsen en positiën, militaire routes, generale topografie van de frontieren en het vijandelijk terrein, legerplaatsen van een gehele divisie der armee.
1:20.000Topografische tekeningen van vestingen enz, met hunne situatiën op 10 mijlen (km) afstand, positiën van de vijand bij het berennen, blokkeren, bombarderen en belegeren, militaire reconnaissances der frontieren en aangrenzen vijandelijk land, legerplaatsen van een gehele armee, uitgestrekte inundatien.
1:50.000Militaire kaarten wegens de aaneenschakeling van vestingen met andere sterktens, legerplaatsen en positiën om het onderlinge verband van deze en van de bewegingen der armeen aan te geven, gesteldheid van het terrein.
1:100.000Kaarten van gedeeltens van fortificatie-directien en van frontieren in dezelve vallende, waarin verscheidene vestingen, posten en linten gelegen zijn, benevens de positiën en bewegingen der armeën.
1:200.000Kaarten van gehele fortificatie-directien met het gedeelte der frontieren daarin gelegen, de militaire operatiën
1:500.000Kaarten van gehele frontieren en fortificatie-inspectiën, bevattende verscheidene directien, en van de militaire operatien in dezelve, als ook tot het construeren van de netten der driehoeken bij de geodesische metingen.
1:1.000.000Kaarten van het algemeen systema van verdediging en van de verdeling van het rijk ten aanzien van de dienst der fortificatiën, of andere algemene admistratien.

Verklaring van de militaire begrippen met betrekking tot aanleg en onderhoud van vestingwerken en gebouwen.

Acces
weg of begaanbare terreinstrook, die door een niet-begaanbaar of voor een aanval ongeschikt terrein voert.
Arsenaal
magazijn of tuighuis in een vesting; opbergen bewaarplaats van oorlogsbehoeften (het armementv - Armamentaruim)
Asperge-versperring
tegen tanks en voertuigen aangelegde wegversperring, bestaande uit schuin naar voren gerichte, in betonblokken gevatte en vastgezette zware profielijzeren balken.
Banket
verhoging achter een borstwering van een vestingwal of loopgraaf, dienende als opstellingsplaats voor geweerschutters om over de borstwering te kunnen schieten.
Bastion
vijfhoekige gemetselde of aarden uitbouw van een verdedigingsmuur of wal.
Batterij
een aantal stukken geschut, of plaats waar geschut wordt opgesteld.
Bedekte weg
een door een aarden wal (glacis) of borstwering beschermde weg langs de buitenste gracht, die de vesting omringd.
Beer
gemetselde waterkering in de hoofdgracht tussen het binnenwater en het buitenwater.
Bekledingsmuur
gemetselde muur, dienende om taluds steiler te kunnen opzetten.
Bestrijken
met geschut of infanteriewapens onder vuur kunnen nemen van een terreinstrook of water.
Blokhuis
klein, meestal vierkant, uit zware balken of boomstammen samengesteld verdedigingswerk, voorzien van schietgaten en van boven door balken en een aarden dekking tegen vijandelijk werpgeschut gedekt.
Bolwerk
de Nederlandse naam voor bastion.
Borstwering
verhoogd gedeelte van een verdedigingsmuur of wal, meestal tot borsthoogte reikend.
Bres
opening in de muur of vestingsval door (vijandelijk) geschutvuur, een ontplofte mijn of op een andere manier gemaakt.
Bresbatterij
aantal kanonnen voor het schieten van bressen; ook wel: bedding voor het opstellen van de kanonnen, die vuurconcentraties moesten uitbrengen op een deel van de muur met het doel een bres te schieten.
Buitentalud
helling van de wal naar de berm en gracht toe.
Buitenwerken
verschillende soorten verdedigingswerken los van de hooldwal, doch wel omsloten door dezelfde bedekte weg.
Bunker
(duitse) verzamelnaam voor verscheidene soorten gevechtsopstellingen, onderkomens e.d., doorgaans uitgevoerd in gewapend beton.
Caponnière
gemetselde uitbouw aan de wal van een polygonaal verdedigingswerk of een vooruitgeschoven verdedigingswerk vóór het midden van de hoofdwal.
Citadel
kleine vesting op een beheersend punt bij of binnen een stad gelegen.
Contrescarp
het al of niet meteen muur beklede talud aan de veldzijde van de hoofdgracht.
Contrescarpgalerij
ringvormig gebouw van zwaar metselwerk, aan de buitenzijde voorzien van een zware gronddekking, aangelegd als bescherming rondom een torenfort tegen de steeds groter wordende uitwerking van de artillerie.
Coupure
doorsnijding van of doorgang in een wal of muur.
Courtine
gedeelte van de hoofdwal tussen twee bastions.
Couvre face
een klein verdedigingswerk ter dekking van een bastion of een ravelijn.
Defensiekanaal
afwaterings- of scheepvaartkanaal, dat tevens dienstbaar wordt gemaakt voor de landsverdediging. De waterdiepte en de breedte van de waterspiegel zijn zodanig, dat het kanaal een volledige hindernis vormt tegen tanks en tegen het doorschrijden van infanterie. Wordt met behulp van verdedigingswerken zoveel mogelijk ingepast in verdedigingslinies.
Dode hoek
terreingedeelte vóór een verdedigingswerk, dat door de verdedigers niet met vuur kan worden bestreken.
Dwarswal
zie traverse
Emplacement
geschutopstelling.
Enceinte
dat deel van een vesting, dat binnen de muren of wallen ligt, dus zonder voor- of buitenwerken.
Enveloppe
doorgaande beschermingswal rondom een vesting.
Escarp
het al dan niet met een muur beklede talud aan de vestingzijde van de hoofdgracht.
Facen
de naar buiten gerichte delen van een bastion, die in de saillant samenkomen. Ook bij ravelijnen, flèches, redans en lunetten spreekt men van facen.
Flank
gedeelte van een bastion, dat grenst aan de hoofdwal.
Flankbatterij
batterij welke zijwaarts is gesitueerd en de centrumbatterijen direct kan steunen bij een aanval van de vijand. Ook wel: batterij welke in het polygonaal stelsel de aan de frontzijde grenzende zijden van een fort kan bestrijken.
Flankement
bij verdedigingswerken onderscheidt men:
Groot flankement
vuur ten bate van en tot steun aan nevenforten en de in de linie tussen de forten gelegen verdedigingswerken;
Klein flankement
ook wel grachtsflankement: flankement dat - Flankeren - van terzijde dekken, onder vuur nemen, bestrijken.
Fleche
klein, in de keel open veldwerk.
Fort
naar alle zijden verdedigbaar, gesloten vestingwerk, waarvan de verdediging zelfstandig kan worden gevoerd.
Front
zie vestingfront
Frontier
-steden, -vestingen, -schansen: vestingen en verdedigingswerken langs de landsgrenzen.
Galerij
in de escarp- en contrescarpmuren gebouwde gangen, voorzien van schietgaten, waaruit de vesting-gracht kan worden bestreken.
Gebastioneerd front
bij een gebastioneerd vestingwerk: een courtine met aangrenzende halve bastions. Zie ook vestingfront.
Gebastioneerd stelsel
vestingbouwkundig systeem waarbij bastions of bolwerken worden toegepast.
Gecreneleerde muur
van schietgaten voorziene muur.
Gedetacheerde forten
afzonderlijk liggende forten, die te ver van andere vestingwerken zijn verwijderd om door deze bestreken of verdedigd te kunnen worden; zij zijn dus op zelfverdediging aangewezen.
Gereveteerd
met metselwerk bekleed.
Gesloten werk
verdedigingswerk dat aan alle zijden door een hoofdwal is ingesloten en is voorzien van verdedigbare toegangen.
Getenailleerd stelsel
in het midden der 17e eeuw ontwikkeld svsteem van vestingbouw, waarbij de courtines ontbreken en de flanken geheel of nagenoeg in het verlengde der facen zijn getrokken, zodat de flankering beter tot zijn recht komt.
Getrokken geschut
geschut met een loop, waarvan de profilering spiraalvormig is.
Glacis
flauw hellend buitentalud van de wal, gelegen langs de bedekte weg of contrescarp van een vesting of fort, dienende tot dekking van de bedekte weg en om te voorkomen, dat de belegeraars gedekt oprukken. De helling moet van de wallen der vesting kunnen worden bestreken.
Gracht
al dan niet met water gevulde ingraving, die als hindernis een vestingwal omgeeft. In Nederland met zijn lage ligging waren de grachten meestal met water gevuld. Droge grachten kwamen voor in hoger gelegen terreinen.
Glad geschut
geschut met gladde loop.
Halve maan
klein verdedigingseiland in de hoofd-gracht ter dekking van een bastion.
Hefkoepel
bomvrije stalen kanonopstelling, die in horizontale en verticale richting kan worden bewogen.
Hoofdgracht
gracht rondom de hoofdwal.
Hoofdwacht
centraal gelegen gebouw van waaruit alle wachten binnen een vesting of garnizoen werden geregeld.
Hoofdwal
aarden of gemetselde wal, die een vesting direct omsluit.
Hoornwerk
buitenwerk van een vesting, bestaande uit een gebastioneerd front en twee lange, doorgaans evenwijdige flanken, aansluitend aan de vestinggracht.
Inundatie
kunstmatige onderwaterzetting als verdedigingsmiddel.
Inundatiekom
afgesloten gebied, dat onder water gezet kan worden.
Inundatiesluis
voor defensiedoeleinden gebouwde sluis, waarmee in tijden van oorlog de inundatie kan worden ingesteld en geregeld.
Kazemat
bomvrije ruimte voor geschut in een rondeel of een bastion; ook klein zelfstandig erdedigingswerk met geschut uitgerust.
Keel
open achterzijde van een rondeel, waltoren, bastion, ravelijn, e.d.
Kringenwet
wet uit 1814 en 1853 die bepaalde dat buiten de wallen en grachten - tot zekere afstand - niet mocht worden gebouwd en geen zware begroeiing mocht worden geplant: zgn. verboden kringen.
Kringstelling of kringvesting
kring van gedetacheerde forten, op zodanige afstand van de stadswallen, dat deze niet door de aanvaller onder artillerievuur konden worden genomen vóórdat de forten waren gevallen.
Kroonwerk
buitenwerk van een vesting, bestaande uit twee gebastioneerde fronten en twee lange zijvleugels, aansluitend aan de gracht van de vesting.
Kustbatterij
geschutopstelling langs de kust van waar uit havenmonden, vaargeulen e.d. bestreken konden worden.
Landmijn
met explosieve stof gevuld voorwerp, meestal op geringe diepte in de grond ingegraven, dat bij aanraking, lichte druk of door een op afstand bediende ontsteking, ontploft.
Linie
reeks van verdedigingswerken, die elkaar onder-steunen.
Loopgraaf
diepe, uitgegraven greppel met opgeworpen borstwering, dienende om zich te dekken tegen vijandelijk vuur, dan wel om de vijand veilig te naderen of onder vuur te nemen.
Lunet
een afzonderlijk, breed, ondiep werk met twee facen, die naar binnen gebroken zijn, waardoor twee flanken ontstaan; in de keel open, dan wel op eenvoudige wijze beveiligd.
Maaiveld
natuurlijk peil van het terrein.
Mineren
werkzaamheden, verband houdende met het maken van mijngangen, mijnputten, mijnkamers, dan wel het aanleggen van mijnstelsels.
Monnik
gemetseld of natuurstenen obstakel op een beer.
Mortier
type geschut waarmee men projectielen onder een steile baan kan verschieten.
Muurtoren
toren in of tegen een verdedigingsmuur.
Mijn
voorwerp gevuld met explosieve stof, ook een ondergrondse gang of ruimte, waarin mijnen werden gelegd.
Mijnstelsel
samenstel van mijngangen met mijnen of tegenmijnen, aangelegd volgens een hiervoor vastgesteld plan.
Ontmantelen
slechten van een verdedigingswerk.
Open vestingwerk
werk dat aan de achterzijde (keel) niet van een wal is voorzien. Voorbeelden: linie, redan, redoute, lunette, tenaille, fléche, batterij, hoornwerk, kroonwerk.
Oreillon (ook wel orillon)
ronde uitbouw aan de schouderhoeken van een bastion. Diende om het geschut, dat was opgesteld op de flanken van het bastion, te beschermen tegen vuur van de aanvaller. Ook wel bolwerksoor.
Pantserkoepel
bomvrije stalen geschutopstelling.
Polygonaal fort
fort, gebouwd volgens de beginselen van het polygonaal stelsel.
Polygonaal stelsel
in de 19e eeuw door De Montalambert ontwikkeld versterkingssysteem, waarbij de bastions zijn vervallen en het werk een eenvoudige regelmatige veelhoekige vorm kreeg; de flankering van de grachten geschiedde door vuur uit laaggelegen gekazematteerde gebouwen in het midden van elk front voor de hoofdwal uitstekend of op de hoeken van de fronten.
Polygoon
term in de vestingbouwkunde voor vestingontwerpen met een gebastioneerd tracé. De lijn die de saillanten van de bastions verbindt wordt de buitenpolygoon genoemd, de lijn die de verlengden van de courtines met elkaar verbindt wordt de binnenpolygoon genoemd.
Post
door een eenvoudige versterking beschermde plaats met kleine bezetting, die een bewakings of verdedigingstaak had.
Poterne
overdekte doorgang door een hoofdwal dienende voor verbinding met de voorwerken.
Profiel
vertikale doorsnede over wal, gracht en andere delen van een vestingwerk. Het lengte- en het dwarsprofiel gaven, met het tracé (grondplan) de gedaante van het werk.
Ravelijn
verdedigingseiland in de hoofdgracht, ter dekking van de courtine.
Redoute
eenvoudig, rechthoekig, gesloten veldwerk met aarden wal, al of niet van een natte gracht voorzien.
Reduit
zelfstandig verdedigingswerk in een fort of vesting, bedoeld als laatste vededigingspunt (toevlucht).
Remise
bomvrije schuilplaats voor geschut.
Retranchement
uit een wal of walmuur bestaande afsnijding, in beginsel aangelegd om, indien de vijand door een bres is binnengedrongen, de verdediging nog te kunnen voortzetten.
Revetement
bekleding met metselwerk (bemanteling).
Rondeel
halfronde, gemetselde uitbouw aan een verdedigings-muur, voorloper van het bastion.
Saillant
hoek tussen de twee facen van een bastion, redan, lunet, e.d.
Sapperen
graven van loopgraven onder vijandelijk vuur, zonder zich bloot te geven.
Schans
een zelfstandig, aarden verdedigingswerk, dat van zeer uiteenlopende vorm kan zijn.
Schootsveld
terrein dat door een vuurwapen kan worden bestreken.
Schouderhoek
hoek tussen face en flank van een bastion.
Sperfort
fort, aangelegd om de toegang tot een bepaald acces te verdedigen.
Stelling
terreinstrook, waarin een samenhangend stelsel van elkaar steunende verdedigingswerken, gemeen-schappen, schuilplaatsen, natuurlijke en kunstmatige hindernissen, commandoposten, verbindingen, opslag-plaatsen enz. Zie ook linie.
Sterreschans
schans in een vier-, vijf-, zes- of acht-puntige vorm.
Talud
helling of glooiing, ook wel docering, van een wal of glacis:
  1. naar de gracht toe: buitentalud
  2. naar de binnenruimte: binnentalud.
Tegenmijn
lading, welke onder de grond wordt aangebracht om een vijandelijke ondergrondse aanval af te slaan.
Tenaille
binnenwaarts onder stompe hoek gebroken wal; veelvuldig aangelegd als onderdeel van gebastioneerde stelsels ter bescherming van de muren van de courtines en van de aansluitende flanken van bastions tegen bresschieten.
Terreplein
binnenruimte van een vestingwerk, dus de ruimte binnen de wallen.
Torenfort
twee of drie verdiepingen hoge toren van zwaar metselwerk, omgeven door wallen en gracht.
Tracé
het beloop; ook wel grondplan, ontwerp.
Traverse
loodrecht op de hoofdwal staande aarden wal tot dekking tegen mogelijk zijwaarts invallende schoten of scherfwerking.
Verboden kringen
zie Kringenwet.
Versterken
terreinstroken of bewoonde plaatsen voor-zien van versterkingen, verdedigings- of vestingwerken.
Vesting
versterkte stad of versterkte legerplaats met permanente militaire bezetting.
Vestingfront
gedeelte van een, volgens het gebastioneerde systeem, versterkte vesting, dat zich bevindt tussen twee bolwerkshoeken en door twee kapitalen is ingesloten; het bevat derhalve steeds twee halve bastions en een courtine, alsmede de zich daarvoor bevindende buitenwerken.
Vesting Holland
in staat van verdediging gebracht gebied van N- en Z-Holland en Utrecht begrends door het IJsselmeer in het noorden, en de Nieuwe Hollandse Waterlinie in het oosten, door de riviermonden in het zuiden en de Noordzee in het westen.
Vestingwet
wet van 18 april 1874 waarbij werd vastgesteld welke steden of vestingwerken voortaan nog deel zouden uitmaken van de landsverdediging.
Voorwerk
werk buiten het eigenlijke vestingwerk gelegen.
Wachter
bewaker van een vestingwerk in vredestijd zonder militaire bezetting en niet in staat van verdediging.
Wal
hoge, meestal van een borstwering voorziene, aarden ophoging rond een vestingwerk.
Wapenplaats
bij een hoekpunt gelegen verbreed deel van de bedekte weg, dienende tot verzamelplaats van gewapende manschappen, wapens enz.
Waterlinie
aaneengesloten reeks van onderwaterzettingen en verdedigingswerken.
Waterpoort
stadspoort die een waterweg bewaakte; ook een poort boven een sluis of wateruitlaat.

Bijlage 2. Vestingbouwkundige termen

Tabel met zoekresultaten in archieven
SchaalAfbeelding voorwerpen
2:1Instrumenten voor opmeting en werktuigen.
1:1Beslagwerken, modellen giet- en smeedwerk; klein radar en ronselwerk; kunstig steen-; timmer- en schrijnwerk; onderdelen van gereedschappen en werktuigen
1:2Handgereedschap werktuigen en mallen
1:5Kleine werktuigen: dommekrachten, handgreedschappen van mineurs, sappeurs, aarde- en zodewerkers, timmerlieden en smidsen, gereedschap gloeiovens, kunstrijk metaal- en ijzerwerk aan bruggen sluizen ed.
1:10Middelbare werktuigen: bokken; kaapstanders; windassen; pontons; ponton- en smidswagens; moeilijke verbindingen van kunstrijke timmer-, steenhouwers-, scheepsmakers- en schrijnwerkers-arbeid.
1:20Grote werktuigen:stoommachines; gloeiovens; molens werkende gedeelten van sluizen, bruggen en molens; rijs- en aarde werken bij de sappes; houtwerk voor de mijnen; gedeelten van kapwerken en constructies.
1:50Werktuigen uit grote delen samengesteld: kranen, heimachines; castrametratie: tenten kookhutten en veldbatterijen; koffers; baricades; blinderingen; barrieres; beschoeiingen en pakbermen; kribben; tuinen; beslagwerken; schanskorven; mijnen-stelsels; uitwerking explosies; vaste-, ophaal-, en draai-bruggen; sluizen; beren en waterleidingen; gehele molens; onderdelen van metsel- en timmerwerken en constructiën.
1:200Revetementen van half front, gedetacheerde werken en forten, soutereins, kazematten, arsenalen, magazijnen, kazernen, hospitalen, wachthuizen, poorten en gemetselde vestingtorens, mijnwerken, reliefplans voor de vestingbouw.
1:500Enkele fronten van attacque of kleine fortificatie-werken, als tenailles en caponières, posten, vestingtorens en batterijen, inrichtingen van metselwerken en onderaardse verdediging, en aardewerken [...] kleine legerplaatsen en wagenparken, opmetingen voor de waardering der gronden. Reliefplans.
1:1000Alle vestingwerken, forten, posten en linies van defensie, met de generale profielen en coteringen tot het traceren van deze werken, de werken van belegeraars en belegerden van de derde of laatste paralel af, profielen over de lengte, van inundatien, legerplaatsen, van een regiment, eskadron of batailon sappeurs en andere terreingedeelten.
1:2000Vestingen, forten, posten, linies en retranchementen met omgeving en situatie op 1 Km. afstand, met inundaties, aanvals- en verdedigingswerken in hun geheel of in gedeelten, en verder de militaire gronden voor gebouwen of beplantingen, veldwerken, de plans wegens het bouwen onder de vestingen.
1:5000Topografische tekeningen van vestingen, met omliggende forten, posten en liniën van defensie en situatie rondom dezelve, voor de samenhang der projecten, belegeringsarbeid, van het openen der loopgraven tot aan de derde paralel, geretrancheerde legerplaatsen en posten.
1:10.000Topografische tekeningen van vestingen enz, met hunne situatiën op 5 mijlen (kilometers) afstand, circumvalentie- en contravallentoie-liniën, werken van attacque en defensie, verschanste legerplaatsen en positiën, militaire routes, generale topografie van de frontieren en het vijandelijk terrein, legerplaatsen van een gehele divisie der armee.
1:20.000Topografische tekeningen van vestingen enz, met hunne situatiën op 10 mijlen (km) afstand, positiën van de vijand bij het berennen, blokkeren, bombarderen en belegeren, militaire reconnaissances der frontieren en aangrenzen vijandelijk land, legerplaatsen van een gehele armee, uitgestrekte inundatien.
1:50.000Militaire kaarten wegens de aaneenschakeling van vestingen met andere sterktens, legerplaatsen en positiën om het onderlinge verband van deze en van de bewegingen der armeen aan te geven, gesteldheid van het terrein.
1:100.000Kaarten van gedeeltens van fortificatie-directien en van frontieren in dezelve vallende, waarin verscheidene vestingen, posten en linten gelegen zijn, benevens de positiën en bewegingen der armeën.
1:200.000Kaarten van gehele fortificatie-directien met het gedeelte der frontieren daarin gelegen, de militaire operatiën
1:500.000Kaarten van gehele frontieren en fortificatie-inspectiën, bevattende verscheidene directien, en van de militaire operatien in dezelve, als ook tot het construeren van de netten der driehoeken bij de geodesische metingen.
1:1.000.000Kaarten van het algemeen systema van verdediging en van de verdeling van het rijk ten aanzien van de dienst der fortificatiën, of andere algemene admistratien.

Verklaring van de militaire begrippen met betrekking tot aanleg en onderhoud van vestingwerken en gebouwen.

Acces
weg of begaanbare terreinstrook, die door een niet-begaanbaar of voor een aanval ongeschikt terrein voert.
Arsenaal
magazijn of tuighuis in een vesting; opbergen bewaarplaats van oorlogsbehoeften (het armementv - Armamentaruim)
Asperge-versperring
tegen tanks en voertuigen aangelegde wegversperring, bestaande uit schuin naar voren gerichte, in betonblokken gevatte en vastgezette zware profielijzeren balken.
Banket
verhoging achter een borstwering van een vestingwal of loopgraaf, dienende als opstellingsplaats voor geweerschutters om over de borstwering te kunnen schieten.
Bastion
vijfhoekige gemetselde of aarden uitbouw van een verdedigingsmuur of wal.
Batterij
een aantal stukken geschut, of plaats waar geschut wordt opgesteld.
Bedekte weg
een door een aarden wal (glacis) of borstwering beschermde weg langs de buitenste gracht, die de vesting omringd.
Beer
gemetselde waterkering in de hoofdgracht tussen het binnenwater en het buitenwater.
Bekledingsmuur
gemetselde muur, dienende om taluds steiler te kunnen opzetten.
Bestrijken
met geschut of infanteriewapens onder vuur kunnen nemen van een terreinstrook of water.
Blokhuis
klein, meestal vierkant, uit zware balken of boomstammen samengesteld verdedigingswerk, voorzien van schietgaten en van boven door balken en een aarden dekking tegen vijandelijk werpgeschut gedekt.
Bolwerk
de Nederlandse naam voor bastion.
Borstwering
verhoogd gedeelte van een verdedigingsmuur of wal, meestal tot borsthoogte reikend.
Bres
opening in de muur of vestingsval door (vijandelijk) geschutvuur, een ontplofte mijn of op een andere manier gemaakt.
Bresbatterij
aantal kanonnen voor het schieten van bressen; ook wel: bedding voor het opstellen van de kanonnen, die vuurconcentraties moesten uitbrengen op een deel van de muur met het doel een bres te schieten.
Buitentalud
helling van de wal naar de berm en gracht toe.
Buitenwerken
verschillende soorten verdedigingswerken los van de hooldwal, doch wel omsloten door dezelfde bedekte weg.
Bunker
(duitse) verzamelnaam voor verscheidene soorten gevechtsopstellingen, onderkomens e.d., doorgaans uitgevoerd in gewapend beton.
Caponnière
gemetselde uitbouw aan de wal van een polygonaal verdedigingswerk of een vooruitgeschoven verdedigingswerk vóór het midden van de hoofdwal.
Citadel
kleine vesting op een beheersend punt bij of binnen een stad gelegen.
Contrescarp
het al of niet meteen muur beklede talud aan de veldzijde van de hoofdgracht.
Contrescarpgalerij
ringvormig gebouw van zwaar metselwerk, aan de buitenzijde voorzien van een zware gronddekking, aangelegd als bescherming rondom een torenfort tegen de steeds groter wordende uitwerking van de artillerie.
Coupure
doorsnijding van of doorgang in een wal of muur.
Courtine
gedeelte van de hoofdwal tussen twee bastions.
Couvre face
een klein verdedigingswerk ter dekking van een bastion of een ravelijn.
Defensiekanaal
afwaterings- of scheepvaartkanaal, dat tevens dienstbaar wordt gemaakt voor de landsverdediging. De waterdiepte en de breedte van de waterspiegel zijn zodanig, dat het kanaal een volledige hindernis vormt tegen tanks en tegen het doorschrijden van infanterie. Wordt met behulp van verdedigingswerken zoveel mogelijk ingepast in verdedigingslinies.
Dode hoek
terreingedeelte vóór een verdedigingswerk, dat door de verdedigers niet met vuur kan worden bestreken.
Dwarswal
zie traverse
Emplacement
geschutopstelling.
Enceinte
dat deel van een vesting, dat binnen de muren of wallen ligt, dus zonder voor- of buitenwerken.
Enveloppe
doorgaande beschermingswal rondom een vesting.
Escarp
het al dan niet met een muur beklede talud aan de vestingzijde van de hoofdgracht.
Facen
de naar buiten gerichte delen van een bastion, die in de saillant samenkomen. Ook bij ravelijnen, flèches, redans en lunetten spreekt men van facen.
Flank
gedeelte van een bastion, dat grenst aan de hoofdwal.
Flankbatterij
batterij welke zijwaarts is gesitueerd en de centrumbatterijen direct kan steunen bij een aanval van de vijand. Ook wel: batterij welke in het polygonaal stelsel de aan de frontzijde grenzende zijden van een fort kan bestrijken.
Flankement
bij verdedigingswerken onderscheidt men:
Groot flankement
vuur ten bate van en tot steun aan nevenforten en de in de linie tussen de forten gelegen verdedigingswerken;
Klein flankement
ook wel grachtsflankement: flankement dat - Flankeren - van terzijde dekken, onder vuur nemen, bestrijken.
Fleche
klein, in de keel open veldwerk.
Fort
naar alle zijden verdedigbaar, gesloten vestingwerk, waarvan de verdediging zelfstandig kan worden gevoerd.
Front
zie vestingfront
Frontier
-steden, -vestingen, -schansen: vestingen en verdedigingswerken langs de landsgrenzen.
Galerij
in de escarp- en contrescarpmuren gebouwde gangen, voorzien van schietgaten, waaruit de vesting-gracht kan worden bestreken.
Gebastioneerd front
bij een gebastioneerd vestingwerk: een courtine met aangrenzende halve bastions. Zie ook vestingfront.
Gebastioneerd stelsel
vestingbouwkundig systeem waarbij bastions of bolwerken worden toegepast.
Gecreneleerde muur
van schietgaten voorziene muur.
Gedetacheerde forten
afzonderlijk liggende forten, die te ver van andere vestingwerken zijn verwijderd om door deze bestreken of verdedigd te kunnen worden; zij zijn dus op zelfverdediging aangewezen.
Gereveteerd
met metselwerk bekleed.
Gesloten werk
verdedigingswerk dat aan alle zijden door een hoofdwal is ingesloten en is voorzien van verdedigbare toegangen.
Getenailleerd stelsel
in het midden der 17e eeuw ontwikkeld svsteem van vestingbouw, waarbij de courtines ontbreken en de flanken geheel of nagenoeg in het verlengde der facen zijn getrokken, zodat de flankering beter tot zijn recht komt.
Getrokken geschut
geschut met een loop, waarvan de profilering spiraalvormig is.
Glacis
flauw hellend buitentalud van de wal, gelegen langs de bedekte weg of contrescarp van een vesting of fort, dienende tot dekking van de bedekte weg en om te voorkomen, dat de belegeraars gedekt oprukken. De helling moet van de wallen der vesting kunnen worden bestreken.
Gracht
al dan niet met water gevulde ingraving, die als hindernis een vestingwal omgeeft. In Nederland met zijn lage ligging waren de grachten meestal met water gevuld. Droge grachten kwamen voor in hoger gelegen terreinen.
Glad geschut
geschut met gladde loop.
Halve maan
klein verdedigingseiland in de hoofd-gracht ter dekking van een bastion.
Hefkoepel
bomvrije stalen kanonopstelling, die in horizontale en verticale richting kan worden bewogen.
Hoofdgracht
gracht rondom de hoofdwal.
Hoofdwacht
centraal gelegen gebouw van waaruit alle wachten binnen een vesting of garnizoen werden geregeld.
Hoofdwal
aarden of gemetselde wal, die een vesting direct omsluit.
Hoornwerk
buitenwerk van een vesting, bestaande uit een gebastioneerd front en twee lange, doorgaans evenwijdige flanken, aansluitend aan de vestinggracht.
Inundatie
kunstmatige onderwaterzetting als verdedigingsmiddel.
Inundatiekom
afgesloten gebied, dat onder water gezet kan worden.
Inundatiesluis
voor defensiedoeleinden gebouwde sluis, waarmee in tijden van oorlog de inundatie kan worden ingesteld en geregeld.
Kazemat
bomvrije ruimte voor geschut in een rondeel of een bastion; ook klein zelfstandig erdedigingswerk met geschut uitgerust.
Keel
open achterzijde van een rondeel, waltoren, bastion, ravelijn, e.d.
Kringenwet
wet uit 1814 en 1853 die bepaalde dat buiten de wallen en grachten - tot zekere afstand - niet mocht worden gebouwd en geen zware begroeiing mocht worden geplant: zgn. verboden kringen.
Kringstelling of kringvesting
kring van gedetacheerde forten, op zodanige afstand van de stadswallen, dat deze niet door de aanvaller onder artillerievuur konden worden genomen vóórdat de forten waren gevallen.
Kroonwerk
buitenwerk van een vesting, bestaande uit twee gebastioneerde fronten en twee lange zijvleugels, aansluitend aan de gracht van de vesting.
Kustbatterij
geschutopstelling langs de kust van waar uit havenmonden, vaargeulen e.d. bestreken konden worden.
Landmijn
met explosieve stof gevuld voorwerp, meestal op geringe diepte in de grond ingegraven, dat bij aanraking, lichte druk of door een op afstand bediende ontsteking, ontploft.
Linie
reeks van verdedigingswerken, die elkaar onder-steunen.
Loopgraaf
diepe, uitgegraven greppel met opgeworpen borstwering, dienende om zich te dekken tegen vijandelijk vuur, dan wel om de vijand veilig te naderen of onder vuur te nemen.
Lunet
een afzonderlijk, breed, ondiep werk met twee facen, die naar binnen gebroken zijn, waardoor twee flanken ontstaan; in de keel open, dan wel op eenvoudige wijze beveiligd.
Maaiveld
natuurlijk peil van het terrein.
Mineren
werkzaamheden, verband houdende met het maken van mijngangen, mijnputten, mijnkamers, dan wel het aanleggen van mijnstelsels.
Monnik
gemetseld of natuurstenen obstakel op een beer.
Mortier
type geschut waarmee men projectielen onder een steile baan kan verschieten.
Muurtoren
toren in of tegen een verdedigingsmuur.
Mijn
voorwerp gevuld met explosieve stof, ook een ondergrondse gang of ruimte, waarin mijnen werden gelegd.
Mijnstelsel
samenstel van mijngangen met mijnen of tegenmijnen, aangelegd volgens een hiervoor vastgesteld plan.
Ontmantelen
slechten van een verdedigingswerk.
Open vestingwerk
werk dat aan de achterzijde (keel) niet van een wal is voorzien. Voorbeelden: linie, redan, redoute, lunette, tenaille, fléche, batterij, hoornwerk, kroonwerk.
Oreillon (ook wel orillon)
ronde uitbouw aan de schouderhoeken van een bastion. Diende om het geschut, dat was opgesteld op de flanken van het bastion, te beschermen tegen vuur van de aanvaller. Ook wel bolwerksoor.
Pantserkoepel
bomvrije stalen geschutopstelling.
Polygonaal fort
fort, gebouwd volgens de beginselen van het polygonaal stelsel.
Polygonaal stelsel
in de 19e eeuw door De Montalambert ontwikkeld versterkingssysteem, waarbij de bastions zijn vervallen en het werk een eenvoudige regelmatige veelhoekige vorm kreeg; de flankering van de grachten geschiedde door vuur uit laaggelegen gekazematteerde gebouwen in het midden van elk front voor de hoofdwal uitstekend of op de hoeken van de fronten.
Polygoon
term in de vestingbouwkunde voor vestingontwerpen met een gebastioneerd tracé. De lijn die de saillanten van de bastions verbindt wordt de buitenpolygoon genoemd, de lijn die de verlengden van de courtines met elkaar verbindt wordt de binnenpolygoon genoemd.
Post
door een eenvoudige versterking beschermde plaats met kleine bezetting, die een bewakings of verdedigingstaak had.
Poterne
overdekte doorgang door een hoofdwal dienende voor verbinding met de voorwerken.
Profiel
vertikale doorsnede over wal, gracht en andere delen van een vestingwerk. Het lengte- en het dwarsprofiel gaven, met het tracé (grondplan) de gedaante van het werk.
Ravelijn
verdedigingseiland in de hoofdgracht, ter dekking van de courtine.
Redoute
eenvoudig, rechthoekig, gesloten veldwerk met aarden wal, al of niet van een natte gracht voorzien.
Reduit
zelfstandig verdedigingswerk in een fort of vesting, bedoeld als laatste vededigingspunt (toevlucht).
Remise
bomvrije schuilplaats voor geschut.
Retranchement
uit een wal of walmuur bestaande afsnijding, in beginsel aangelegd om, indien de vijand door een bres is binnengedrongen, de verdediging nog te kunnen voortzetten.
Revetement
bekleding met metselwerk (bemanteling).
Rondeel
halfronde, gemetselde uitbouw aan een verdedigings-muur, voorloper van het bastion.
Saillant
hoek tussen de twee facen van een bastion, redan, lunet, e.d.
Sapperen
graven van loopgraven onder vijandelijk vuur, zonder zich bloot te geven.
Schans
een zelfstandig, aarden verdedigingswerk, dat van zeer uiteenlopende vorm kan zijn.
Schootsveld
terrein dat door een vuurwapen kan worden bestreken.
Schouderhoek
hoek tussen face en flank van een bastion.
Sperfort
fort, aangelegd om de toegang tot een bepaald acces te verdedigen.
Stelling
terreinstrook, waarin een samenhangend stelsel van elkaar steunende verdedigingswerken, gemeen-schappen, schuilplaatsen, natuurlijke en kunstmatige hindernissen, commandoposten, verbindingen, opslag-plaatsen enz. Zie ook linie.
Sterreschans
schans in een vier-, vijf-, zes- of acht-puntige vorm.
Talud
helling of glooiing, ook wel docering, van een wal of glacis:
  1. naar de gracht toe: buitentalud
  2. naar de binnenruimte: binnentalud.
Tegenmijn
lading, welke onder de grond wordt aangebracht om een vijandelijke ondergrondse aanval af te slaan.
Tenaille
binnenwaarts onder stompe hoek gebroken wal; veelvuldig aangelegd als onderdeel van gebastioneerde stelsels ter bescherming van de muren van de courtines en van de aansluitende flanken van bastions tegen bresschieten.
Terreplein
binnenruimte van een vestingwerk, dus de ruimte binnen de wallen.
Torenfort
twee of drie verdiepingen hoge toren van zwaar metselwerk, omgeven door wallen en gracht.
Tracé
het beloop; ook wel grondplan, ontwerp.
Traverse
loodrecht op de hoofdwal staande aarden wal tot dekking tegen mogelijk zijwaarts invallende schoten of scherfwerking.
Verboden kringen
zie Kringenwet.
Versterken
terreinstroken of bewoonde plaatsen voor-zien van versterkingen, verdedigings- of vestingwerken.
Vesting
versterkte stad of versterkte legerplaats met permanente militaire bezetting.
Vestingfront
gedeelte van een, volgens het gebastioneerde systeem, versterkte vesting, dat zich bevindt tussen twee bolwerkshoeken en door twee kapitalen is ingesloten; het bevat derhalve steeds twee halve bastions en een courtine, alsmede de zich daarvoor bevindende buitenwerken.
Vesting Holland
in staat van verdediging gebracht gebied van N- en Z-Holland en Utrecht begrends door het IJsselmeer in het noorden, en de Nieuwe Hollandse Waterlinie in het oosten, door de riviermonden in het zuiden en de Noordzee in het westen.
Vestingwet
wet van 18 april 1874 waarbij werd vastgesteld welke steden of vestingwerken voortaan nog deel zouden uitmaken van de landsverdediging.
Voorwerk
werk buiten het eigenlijke vestingwerk gelegen.
Wachter
bewaker van een vestingwerk in vredestijd zonder militaire bezetting en niet in staat van verdediging.
Wal
hoge, meestal van een borstwering voorziene, aarden ophoging rond een vestingwerk.
Wapenplaats
bij een hoekpunt gelegen verbreed deel van de bedekte weg, dienende tot verzamelplaats van gewapende manschappen, wapens enz.
Waterlinie
aaneengesloten reeks van onderwaterzettingen en verdedigingswerken.
Waterpoort
stadspoort die een waterweg bewaakte; ook een poort boven een sluis of wateruitlaat.

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in