Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Kaarten Leupe

4.VEL
P.A. Leupe
Nationaal Archief, Den Haag
1867
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

4.VEL
Auteur: P.A. Leupe
Nationaal Archief, Den Haag
1867
CC0

Periode:

16e - 19e eeuw

Omvang:

3112 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Een aantal stukken is gesteld in het Frans, in het Engels en in het Latijn.

Soort archiefmateriaal:

Het archief omvat een kaartenverzameling met zeeatlassen, zee- en landkaarten (gedrukt en in manuscript) en tekeningen.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

In het archief worden naast zeeatlassen en kaartboeken getekende manuscriptkaarten en tekeningen bewaard.
Beroemd is de Spieghel der Zeevaerdt, vervaardigd door Lucas Janszoon Waghenaer (ca. 1533-1606), de eerste gedrukte zeeatlas in 1584 in Leiden uitgegeven door Christoffel Plantijn (zie inv.nr. A).
Het archief is vooral van belang door de aanwezigheid van het grootste deel van het VOC-kaartenarchief, dat apart gevormd is vanwege geheimhouding en formaat. Deze kaarten geven inzicht in de bloei van het kaartenmakersbedrijf in Amsterdam waar de kaartenmakers in opdracht van de VOC werkten zoals Willem Jansz en Johannes Blaeu en de familie Van Keulen. De atlas van Isaac de Graaff is - weliswaar niet in zijn geheel, maar verspreid - in de verzameling terug te vinden.
De rubriek zee-, kust- en rivierkaarten volgt de route die de VOC-schepen aflegden via Europa, Afrika, de Perzische Golf, India en Oost- en Zuidoost Azië.
De kaarten vormen de vroegste bronnen voor China, Japan, Thailand, Cambodja, India, Zuid-Afrika, Formosa, Australië en Nieuw-Zeeland en de eilanden van Indonesië, met het handelscentum van de Oostindische Compagnie in Batavia.
De kaarten van de Westindische Compagnie en de Sociëteit van Suriname vertellen het verhaal van de slavenhandel vanaf St. George d'Elmina, het steunpunt in West-Afrika, naar de kusten van Zuid-Amerika en de Antillen. De Nederlanders zaten tientallen jaren in Brazilië met Johan Maurits van Nassau, veroverden Curaçao en voeren de rivieren van Suriname op om plantages in te richten. Ook maakten zij ontdekkingsreizen naar Chili en Peru. De posten in zowel West als Oost waren naar de laatste militaire inzichten gebouwd en vormden de steunpunten in het handelsimperium.
Uit de vroege 17de eeuw, toen de Nederlanders New York in Nieuw-Nederland stichtten zijn er kaarten van de noordoostkust van Amerika aanwezig. De oudste hiervan, een perkamenten kaart, dateert uit 1613/1614 en betreft die van Adriaan Block met verkenningen van de pas door Henry Hudson ontdekte rivier en Manhattan tot aan de kustlijn van Canada.

Archiefvormers:

  • Comité tot de Oost-Indische Handel en Bezittingen
  • Comité tot de Oost-Indische Handel en Bezittingen, Comptoir Enkhuizen
  • Comité tot de Oost-Indische Handel en Bezittingen, Comptoir Hoorn
  • Comité tot de Zaken Koloniën en Bezittingen op de Kust Guinea en in Amerika
  • Comité tot de Zaken Koloniën en Bezittingen op de Kust Guinea en in Amerika, Boekhouder- en Ontvanger-Generaal
  • Depot-Generaal van Oorlog
  • Directie ad interim voor de Westindische Koloniën
  • Directie van de Sociëteit van Berbice
  • Directie van de Sociëteit van Suriname
  • Ministerie van Koophandel en Koloniën
  • Ministerie van Koophandel en Koloniën, Algemene Directie
  • Ministerie van Marine en Koloniën
  • Ministerie van Marine en Koloniën, Hollandse Divisie
  • Oud Archief Suriname: Gouvernementssecretarie
  • Raad der Amerikaanse Bezittingen en Etablissementen
  • Raad der Koloniën in West-Indië
  • Staten van Holland en West-Friesland
  • Verenigde Oostindische Compagnie, Kamer Amsterdam
  • Verenigde Oostindische Compagnie, Kamer Amsterdam, Departement van de Equipage
  • Verenigde Oostindische Compagnie, Kamer Zeeland
  • Westindische Compagnie, Kamer Amsterdam
  • Westindische Compagnie, Kamer Zeeland
  • Heneman, J.C. (kartograaf van de Sociëteit van Suriname, ca., 1740-1806)
  • Loten, J.G., (gouverneur van Ceylon, 1710-1789)

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

Wij zouden te uitvoerig worden indien wij hier een volledig overzigt wilden geven van de kaarten waaruit deze verzameling bestaat. Daarom verwijzen wij naar de hier achter staande beschrijving en sullen dus slechts van eenige der manuscript kaarten met een paar woorden gewag maken. Onder de kaarten die eene bijzondere vermelden verdienen, behooren die geene die in de beschrijving in de kolom "Aanmerkingen" voorkomen met de letters A.A. (Atlas Amsterdam),(

Deze verwijzingen zijn in de digitale versie van de toegang gewijzigd in de opmerking 'Maakt deel uit van de Atlas Amsterdam, deel x blad y'.

) het werk van den bovengenoemden kaartenmaker Isaac de Graaff. Wij hebben het grootendeels aan de ijverige schippers en stuurlieden der compagnie in Indie te danken, dat wij in het bezit van ruim een honderdtal geteekende kaarten betreffende de bank vóór de Groote Rivier van Batavia, die merendeels in de eerste helft der vorige eeuw vervaardigd zijn. Wij vertrouwen dat hij die zich geroepen gevoelde met behulp van deze eertijds onbekende kaarten het verdienstelijk werk van wijlen den kapitein-luitenant ter zee Bruining over Batavia's Reede(

Verhandelingen en Berigten betrekkelijk het zeewezen enz. 1852 en 1853

)
wilde aanvullen, veel nut uit deze verzameling kaarten trekken zou ter bepaling van de veranderingen welke de reede van Batavia heeft ondergaan. Ook onder de kaarten van het eiland Java, zoowel van de Zuid- als van de Noordkust, van het kasteel, de stad en eenige andere gedeelten van het eiland worden zeer merkwaardige kaarten gevonden. Nog moeten wij wijzen op de kaarten van het meest Oostelijk gedeelte van den Archipel, en meer bijzonder op die welke het resultaat zijn geweest van de ontdekkingstogten in 1623, 1643, 1658, 1678, 1679, 1696, 1697 en 1705, door Arent Martz de Leeuw, opperstuurman bij den commandeur Jan Carstenszoon, Marten Gerritsz Vries, Aucke Pietersz Jonck, Samuel Volckertsz, Johannes Keyts, Jan van der Wal, Willem de Vlaming en de schippers en stuurlieden van de schepen Geelvink, Vossenbosch en andere, langs de kusten van Nieuw-Guinea, Nieuw-Holland en Japan. Niet minder belangrijk zijn de merkwaardige en naauwkeurige opneemkaarten van de Baai van Tomini aan de Oostkust van Celebes, de kusten van China, Formosa enz. Ook van het vasteland van Indië en zijne kusten, van het eiland Ceilon en van de Kaap de Goede Hoop zijn zeer fraaije kaarten aanwezig.

De kaarten afkomstig van de voormalige West-Indische compagnie zijn mede zeer talrijk; men vind daaronder zeer merkwaardige van de Kust van Guinea, Brazilië en de West-Indische eilanden.

Rijk is de verzameling in kaarten van Suriname, Berbice, Demerary en Essequebo, en daaronder zoowel rivier-, land- en plantagiekaarten, als die welke betrekking hebben op de verdediging dezer kolonien. Eenig is het exemplaar der kaarten van het bebouwde en gecultiveerde gedeelte der kolonie Suriname, door den ingenieur Von Henemann, op last van de directeuren in hunne vergadering van den 18den April 1787, volgens zijn groote kaart vervaardigd "ten einde daaruit ten allen tijde, hetzij bij het uitgeven van nieuwe landerijen, hetzij bij geschillen wegens limieten of limietscheidingen tusschen bijzondere eigenaars, hetzij dan bij eenig onderzoek omtrent de buitenlandsche defentie der colonie, met meerder zekerheid te kunnen oordelen, dan uit de algemeene kaart doenlijk is". Dit exemplaar bestaat, zonder het verzamelingsblad, uit honderd veertig geteekende kaarten, terwijl elk blad 0.93-0.58 el groot is; op ieder blad vindt men de namen der eigenaars of die der plantagien, alsmede de uitgestrektheid van deze laatste, in akkers verdeeld, aangewezen.(

Zie inv.nrs. 1678 (verzamelingsblad) en 1678.1 t/m 1678.146. Het gaat, in tegenstelling tot wat Leupe beweert, om 146 bladen.

)

Ook van het Noorder deel van Europa, als ook van Noord-Amerika bevat deze verzameling eenige hoogst zeldzaam voorkomende kaarten van IJsland, Spitsbergen, de St. Laurens rivier met Terre Neuve, Nieuw-Schotland en Nieuw-Nederland, door mr. Joris Carolus, Michiel Hermansz Middelhoven en eenige onbekenden in het begin der 17de eeuw vervaardigd.

De verzameling zeeatlassen, waarvan de beschrijving aan die der kaarten vooraf gaat, is verre van zoo volledig te zijn als behoorde. Niettemin worden daaronder zeldzame uitgaven aangetroffen, zoo als in de eerste plaats de verschillende uitgaven van den Wagenaar, het werk van Adriaen Gerritsz, het kaartenboek van Willem Barendsz, het Nieuw Vermeerde Licht van mr. Joris Carolus, etcetera. Deze atlassen zijn voor een deel afkomstig van de griffie der Staten-Generaal en van de Staten van Holland, voor een ander zijn zij door ruiling en aankoop aan het Rijksarchief gekomen.

Ondanks den rijkdom dezer verzameling worden er nog vele oude kaarten gemist. Onder diegene welke wij nog zoo gaarne op het Rijksarchief zagen opgenomen, behooren in de eerste plaats genoemd te worden de eerste wassende graadkaarten door Plancius hier te lande vervaardigd; de kaartenverzameling door dienzelfden Plancius, bij Cornelis Claesz uitgegeven tusschen de jaren 1592-1600, welke uitgave zoo grooten invloed heeft uitgeoefend op de eerste togten naar Indië; verder de gebulte kaarten van Adriaan Veen, de verzameling kaarten door den admiraal Steven van der Hagen over de Molukken in 1623 uitgegeven; de originele kaarten van de reizen van Willem Jansz In 1606, van Frederik Houtman en Jacob Dedel in 1619, die van Pool en Pietersz In 1636, die van de twee reizen van Tasman in 1642-1644, en zoo veel anderen die wij hier zouden kunnen bijvoegen, en die allen ongetwijfeld eenmaal behoord hebben tot de verzameling van kaarten van de Oost-Indische Compagnie.

Bij deze gelegenheid meenen wij op allen die van het bestaan dezer verloren kaarten iets mogten weten, of die in het bezit van merkwaardige land- en zeekaarten zijn, en tevens er belang in stellen dat de voortbrengselen onzer verdienstelijke en stoutmoedige zeevaarders der 16de en 17de eeuw voor het vervolg worden bewaard, een beroep te doen en hunne medewerking te mogen inroepen, opdat eenmaal weder de nu nog ontbrekende kaarten der Oost- en West-Indische Compagnie tot de belangrijke verzameling op het Rijksarchief terugkeeren.

Verantwoording van de bewerking

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in