Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Koloniën / Kaarten en Tekeningen

4.MIKO
G.L. Balk, F.E.Ch. Hoste, K. Zandvliet
Nationaal Archief, Den Haag
1993
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

4.MIKO
Auteur: G.L. Balk, F.E.Ch. Hoste, K. Zandvliet
Nationaal Archief, Den Haag
1993
CC0

Periode:

1702-1963
merendeel 1814-1963

Omvang:

6787 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Een klein gedeelte is gesteld in talen als het Frans, het Engels en het Duits.

Soort archiefmateriaal:

Het archief bevat kaarten en tekeningen, gedrukt en in manuscript.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief van kaarten en tekeningen van het Ministerie van Koloniën bevat voornamelijk gedrukte thematische en topografische kaarten, atlassen, (stads)plattegronden, tekeningen van gebouwen, havens, forten, handelsposten en overzeese bezittingen en hydrografische kaarten van zeeën en rivieren in Azië (Oost-Indië), Amerika (West-Indië, Antillen en Suriname) en Afrika en de manuscripttekeningen van J.T. Busscher, H.A.Henrici en N. Engelhard.

Archiefvormers:

  • Secretariaat van Koophandel en Koloniën, 1814-1815
  • Generale Directie van Koophandel en Koloniën, 1815-1818
  • Ministerie van Publiek Onderwijs, Nationale nijverheid en Koloniën, 1818-1824
  • Ministerie van Nationale Nijverheid en Koloniën, 1824-1825
  • Ministerie van Marine en Koloniën, 1825-1829
  • Ministerie van Waterstaat, Nationale Nijverheid en Koloniën, 1830-1831
  • Ministerie van Nationale Nijverheid en Koloniën, 1831-1835
  • Ministerie van Koloniën, 1834-1840
  • Ministerie van Marine en Koloniën, 1840-1841
  • Ministerie van Koloniën, 1842-1945
  • Ministerie van Overzeese Gebiedsdelen, 1945-1949
  • Ministerie van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen, 1949-1952
  • Ministerie van Overzeese Rijksdelen, 1952-1957
  • Ministerie van Zaken Overzee, 1957-1960
  • Regeringscommissaris voor Indonesische Aangelegenheden, 1960-1964
  • Busscher, J.T., 1772-1846,
  • Engelhard, N. , 1761-1831
  • Henrici, H.A. von, 1783-1838
  • Loten, J.A., 1716-1789

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Geschiedenis van het archiefbeheer

Na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk in 1810, was het bestuur van de Hollandse koloniën overgebracht naar Parijs. Het kaarten- en tekeningenarchief betreffende de Hollandse koloniën werd als gevolg van deze bestuurswijziging in 1810 en 1811 overgebracht naar Parijs.

Na het herwinnen van de onafhankelijkheid werden direct stappen ondernomen om dit archief en andere archieven terug te halen naar Nederland. De teruggave werd geregeld in het Vredesverdrag van Parijs van 30 mei 1814 (artikel 31).

In de winter van 1815-1816 keerde het koloniale kaarten- en tekeningenarchief terug naar Nederland. Daar aangekomen werden de stukken gedeponeerd in de charterkamer van het ministerie.(

Verbaal Koloniën 16 febr. 1816 no. 966. Voor de administratieve geschiedenis van de koloniale kaarten- en tekeningenbestanden van voor 1814, zie: K. Zandvliet, 'VOC Maps and Drawings', in: R. Raben and J.C.M. Pennings (edit. board), De archieven van de Verenigde Oostindische Compagnie. The Archives of the Dutch East India Company (1602-1795) p. 83-99, 116.

). Zoals gezegd hebben de wisselingen in het koloniale bestuur tussen 1814 en 1963 weinig invloed gehad op de archiefvorming. Hetzelfde geldt voor een specifiek onderdeel van het archief: het kaarten- en tekeningenarchief.

Vanaf 1816 was dit bestand ondergebracht bij de charterkamer van het ministerie. In 1823 werd de organisatie van het ministerie opnieuw vastgesteld. Een der afdelingen, de generale secretarie, werd belast met werkzaamheden op het gebied van de comptabiliteit en de statistiek en het beheer van de archieven. De generale secretarie werd vanwege haar verantwoordelijkheid voor de archieven in het algemeen dus ook belast met de zorg voor de kaarten en tekeningen.(

Inventaris Ministerie van Koloniën voor 1850, inleiding (2.10.1)

)

Zowel bij het ministerie in Den Haag als bij de Algemene Secretarie te Batavia werden kaarten- en tekeningenbestanden beheerd van algemene aard. De militaire en administratieve expansie in de Indische Archipel, de zorg voor de hydrografische kartering, de zorg voor de droge en de natte waterstaat, de economische exploitatie van het bestuurde gebied hadden tot gevolg dat zowel in Den Haag als in Batavia de kaarten- en tekeningenarchieven snel in omvang toenamen. Het in 1837 ingestelde "Statistiek Bureau" te Buitenzorg kreeg tot taak om de bibliotheek, de bij het Kabinet van de Gouverneur-generaal aanwezige land- en zeekaarten, handschriften en belangrijk geachte nota's en memories te beheren. Van dit bureau werd verwacht uit de volumineuze archieven de belangrijke stukken apart te zetten; alle kaarten en tekeningen werden daarbij tot de categorie 'belangrijke stukken' gerekend.

In 1839 werd het beheer van het kaarten- en tekeningenbestand bij het Statistiek bureau nader geregeld. Er werd een Geographische afdeling voor ingericht. Bij deze afdeling kwamen in beheer: "alle in 's Gouvernements archieven aanwezige kaarten, plannen, schetsen, memoriën, berigten, plaatsbeschrijvingen, mitsgaders alle documenten, tot zoodanige stukken behoorende".

De afdeling diende de kaarten te ordenen en te beschrijven in systematisch ingerichte registers.

Vanaf 1851 werd deze taak uitgevoerd door het Historisch Bureau te Batavia, die in 1864 na een reorganisatie Afdeling statistiek werd genoemd.

Deze Afdeling statistiek te Batavia kreeg in beheer "alle ter algemeene secretarie aanwezige en later ontvangen wordende verslagen, overzigten, politieke nota's, statistieken en kaarten" (

Staatsblad van Nederlands- Indië, 1864, no. 25

).

Zeker is het dat bij het ministerie in Nederland omstreeks 1840 eveneens een Historisch bureau werd belast met vergelijkbare taken als het bureau te Batavia: het beheer van kaarten en tekeningen, de bibliotheek en het oud-archief. Anders dan te Batavia kwamen in Den Haag relatief weinig grootschalige kaarten en tekeningen binnen; kadastrale aangelegenheden en het beheer van objecten werd grotendeels overgelaten aan de administraties overzee.

Het Historisch bureau ofwel Bureau G kreeg omstreeks het midden van de 19e eeuw concurrentie op het gebied van de zorg voor de oude koloniale archieven; de Algemene Rijksarchivaris Bakhuizen van den Brink verzocht deze oude archieven aan het Rijksarchief (ARA) toe te vertrouwen.

De overdrachten aan het ARA leidden tot een taakverschuiving bij het Bureau G: de archiefzorg werd overgedragen aan Bureau H, het Kabinet van de minister. Dit gold echter niet voor de zorg voor de kaarten en tekeningen. Zowel de archiefkaarten als de verzamelde kaarten bleven in beheer bij Bureau G.

Naast het beheer van de bibliotheek en het kaarten- en tekeningenbestand was Bureau G actief op koloniaal bibliografisch gebied (zie de literatuuropgave onder Hooykaas). Bureau G vervaardigde bovendien in handschrift cumulatieve indices van het archief en van in Nederland en in de koloniën verschijnende kranten.

Vanaf 1922 werd het Bureau G - toen inmiddels Boekerij genaamd - uitsluitend belast met het beheer van de bibliotheek en het kaarten- en tekeningenbestand. De samenstelling van het jaarlijks verslag omtrent het beheer en de staat der Oost-Indische bezittingen, een taak die in 1894 aan het bureau was opgedragen, ging over naar het Kabinet van de minister. Ongewijzigd bleef de huisvesting van de Boekerij (Binnenhof 5) in de directe nabijheid van de minister: naast het T'Goudsmits Keurhuys (Binnenhof 7) op de begane grond. De vertrekken van de minister lagen daar direct boven, het archief was direct onder de Boekerij opgeslagen.(

Tekeningenarchief Verkeer en Waterstaat: WCAP inventarisnummers. 5078, 5287-5290. Deze tekeningen geven een wijziging te zien van de indeling der vertrekken omstreeks 1920. Voordien was de bibliotheek in hetzelfde pand gevestigd, in de vleugel tussen de poort en de passage van het Departementsgebouw aan het Plein naar het Binnenhof, zie tekeningenarchief RGD inventarisnummers 530 en 531.

)

Tot 1963 zijn wijzigingen in het beheer van ondergeschikt belang. De laatste afdeling die het beheer verzorgde was de Onderafdeling documentatie en bibliotheek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Overdracht

In de tweede helft van 1962 werd de bestuurstaak van Nederland ten aanzien van Nieuw-Guinea afgebouwd. Het ministerie van Binnenlandse Zaken, belast met Nieuw-Guinea, meende daarom dat de bibliotheek en het kaarten- en tekeningenbestand niet langer in beheer bij Binnenlandse Zaken diende te blijven. Aanvankelijk werd overwogen de bibliotheek, zijnde een "natuurlijk complement van de departementale archieven", onder te brengen bij het ARA. Deze gedachte werd nadien verlaten. (

Nota van de chef van de Onderafdeling documentatie en bibliotheek E. Westerbeek van 16 januari 1963 no. 63/2. Kopie in archief Afd. K&T dossier 201.01 MIKO. De overige gegevens in deze alinea zijn eveneens aan dit dossier ontleend.

)

In 1963 meldde de Universiteitsbibliotheek in Leiden dat men daar de bibliotheek gaarne zou willen overnemen. Het ARA tekende hiertegen bezwaar aan. Dit bezwaar werd gehonoreerd voor zover het ging om de kaarten. De Rijksarchivaris Hardenberg kreeg bericht dat hij "over de kaarten en plans, welke bij de archivalia behoren ... (kon) ... beschikken".

Met deze beslissing werd een moeizame operatie ingezet: immers, al vanaf 1815 was er één kaarten- en tekeningenbestand gevormd bij het ministerie. Bij de ordening en de berging van dit bestand werd tussen 1815 en 1963 geen onderscheid gemaakt of het al dan niet om een archiefstuk ging. Door de besluitvorming in 1963 ontstond een slepende discussie waarbij gepoogd werd alsnog een scheiding te maken tussen de archiefkaarten en -tekeningen en overige kaarten.

In 1965 droeg de Onderafdeling documentatie en bibliotheek het beheer van de kaarten en tekeningen over aan de Sectie statische archieven Overzeese Rijksdelen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Deze sectie ging later op in de Organisatie van het ARA. Ambtenaren van het ARA maakten vanaf 1967 een scheiding tussen de archiefkaarten en niet-archiefkaarten. Zij hadden daarbij niet de beschikking over alle kaarten. Een klein deel was toen reeds overgedragen aan de Universiteitsbibliotheek in Leiden.

Tot 1972 bleef men bezig met het nemen van beslissingen per kaart. Vervolgens werd voorgesteld de scheiding op een geheel andere wijze uit te voeren, namelijk door het kaartenbestand als geheel te bestempelen tot archief en (gedrukte) dubbelen over te brengen naar Leiden. December 1991 werd tenslotte gekozen voor een pragmatische oplossing: zowel de Universiteitsbibliotheek te Leiden als het ARA behouden de kaarten en tekeningen afkomstig van het ministerie van koloniën voor zover deze op dat moment in hun bezit zijn.

Door de gekozen oplossing is het grootste deel van de kaarten en tekeningen van het ministerie van koloniën beschreven in deze inventaris. Omdat de atlassen en portefeuilles geborgen waren in boekenstellingen, zijn deze stukken voor een deel samen met de bibliotheek in de Universiteitsbibliotheek Leiden gedeponeerd.

Gedeponeerde archieven
Johan Gideon Loten (1710-1789)

In 1860 beschreef Veth de inhoud van een aantal documenten behorend tot de collectie Loten. Deze documenten zijn nu in beheer bij het Nationaal Archief.

Nicolaas Engelhard (1761-1831)

De hiervoor genoemde kaarten en tekeningen van Engelhard zijn in de hier beschreven collectie bewaard. Andere tekeningen die in zijn opdracht gemaakt waren, kwamen in Engelse handen. Zo maakte Raffles voor zijn History of Java van tekeningen uit het bezit van Engelhard gebruik.

Het is waarschijnlijk aan de bemiddeling van de kinderen van Daniël François van Alphen (overleden. 1840) te danken dat de familie de stukken afkomstig van Engelhard in 1849 bij het ministerie deponeerde. Een aantal van hen werkte in dienst van het ministerie.(

Ministerie van Koloniën inv.nr. A 872: aantekening in het jaar 1849 in de rubriek 'statistiek en algemene zaken'. In de rubriek wordt niet verwezen naar het verbaalarchief. Wellicht zijn de stukken ondershands overgedragen.

). Bij het ministerie werd de collectie met het kenmerk G opgenomen.

De familie Van Alphen droeg andere nagelaten papieren van Engelhard over aan de toenmalige minister van koloniën J.Chr. Baud.

Jan Theunis Busscher (ca. 1772-1846)

De verzameling Busscher '1818' is niet opgenomen in deze inventaris; die verzameling kwam in het bezit van het gouvernement in de Oost en ging deel uitmaken van het Dépôt van Zeekaarten te Batavia.

Die verzameling is nadien gebruikt door de in 1821 ingestelde Commissie ter verbetering der zeekaarten.(

Oost-Indisch Besluit buiten rade 13 oktober 1821 no. 3. Over de aanwezigheid van Busscher's kaarten in het Dépôt, zie Voskuil (1976) p. 30.

)

Aangezien het archief van het Dépôt van zeekaarten te Batavia later verenigd werd met de Nederlandse Dienst Hydrografie is de verzameling Busscher '1818' opgenomen in het archief van de laatstgenoemde dienst. Dit archief is nu in beheer bij het Nationaal Archief (code HYDRO).

Henri Albert Henrici (1783-1838)

In het voorjaar van 1839 werd de nalatenschap van Henrici in Amsterdam geveild. De minister van koloniën gaf opdracht de voor het ministerie belangrijke stukken in beslag te nemen. De in beslag genomen stukken zijn vervolgens gedeponeerd als verzameling Al bij het ministerie.

Overige kaarten- en tekeningenarchieven betreffende de Nederlandse(voormalige) overzeese gebiedsdelen na 1814

Hieronder wordt in het kort de geschiedenis geschetst van enkele kaarten- en tekeningenarchieven van onderdelen van het ministerie van koloniën - in Nederland en overzee - voor zover deze kaarten- en tekeningenarchieven nu in beheer zijn bij het Nationaal Archief.(

De opgave hieronder is waarschijnlijk onvolledig; het is zeker niet uitgesloten dat in de catalogi van Leupe (1867) en van l'Honoré-Naber (1914) kaarten van na 1814 beschreven staan die behoren tot andere archieven van administraties overzee dan hieronder beschreven.

). Er zijn in het Nationaal Archief daarnaast kaarten- en tekeningenarchieven aanwezig van andere overheidsadministraties - zoals het ministerie van oorlog - en van bedrijven en particulieren waarin kaarten en tekeningen beschreven zijn die betrekking hebben op de koloniën. Deze bestanden zijn vermeld in Bijlage 2.

Nederlandse bezittingen ter kuste van Guinea (1673-1872)

Bij de overgave van de Nederlandse bezittingen ter kuste van Guinea aan de Engelsen zijn de archieven overgebracht naar Nederland. Het ministerie van Koloniën droeg het archief vervolgens over aan het ARA.

In 1880 werden de kaarten overgedragen. (

VROA 1880, p. 3 en 4.

). Deze kaarten zijn beschreven in de catalogus van l'Honoré-Naber (1914, code VELH).

Stuurmanskamer in het koloniaal etablissement te Amsterdam, (1814-1822)

In deze stuurmanskamer werden twee categorieën hydrografische kaarten en zeemansgidsen bewaard: enerzijds de archiefkaarten - van elke versie of uitgave een exemplaar - en anderzijds de voorraad moderne kaarten ten behoeve van de scheepvaart. Jaarlijks werd een boekhoudkundige verantwoording gemaakt van de inhoud van de stuurmanskamer. Zo lezen wij dat er in 1815 25 zeemansgidsen van Van Keulen aanwezig waren, een Franse zeemansgids en twee Engelse zeemansgidsen, 375 (moderne) land- en zeekaarten en een doos en drie kisten met oude kaarten.(

ARA, Collectie Goldberg inv.nr. 104.

).

In 1822 werd de stuurmanskamer opgeruimd. Het na de opruiming en verkoop overgebleven koloniale zeekaartenbestand werd opgenomen in het bestand van het Dépôt van zeekaarten, instrumenten en tekeningen en modellen van schepen van de marine die vanaf 1817 een eigen stuurmanskamer had.

Nadat in 1830 het bestuur van de marine opnieuw werd gescheiden van het bestuur van de koloniën, liet men het beheer van de koloniale zeekaarten bij de marine. Bij dit Dépôt, ook wel aangeduid als Modellenkamer, deponeerde het ministerie van koloniën nadien de zeekaarten die in haar opdracht uitgegeven werden. Het Dépôt zorgde voor het beheer en de verkoop. Het oude kaartenarchief van de marine - het Dépôt - werd beschreven door Leupe (1872). Dit bestand is inmiddels in beheer bij het Nationaal Archief (code MCAL). Het Dépôt is nadien opgegaan in de Dienst Hydrografie van de marine. Dit archief, over de periode 1814 tot 1932, is eveneens in beheer bij het Nationaal Archief (code HYDRO).

Een aantal oudere zeekaarten te Amsterdam werd niet opgeruimd of overgedragen aan de marine. Deze kaarten werden opgeslagen bij de koloniale archieven in het West-Indisch Slachthuis in Amsterdam. Zij werden tussen 1856 en 1865 aan het ARA overgedragen en beschreven in de inventaris van Leupe (1867, code VEL).

Dépôt zeekaarten/Hydrografisch Bureau te Batavia (1823-1894)

Dit Dépôt had overeenkomstige taken als het Dépôt in Nederland: het beheer der archiefkaarten - van elke versie of uitgave een exemplaar - en het beheer van de voorraad moderne kaarten ten behoeve van de scheepvaart.

Het kaarten- en tekeningenarchief van het Dépôt van zeekaarten/Hydrografisch bureau Batavia is nadien opgegaan in het archief van de Dienst Hydrografie van de marine in Den Haag. Dit archief is nu in beheer bij het Nationaal Archief (code HYDRO).

Topografisch Bureau/Dienst Batavia (1864-1949)

In de maanden voorafgaande aan de soevereiniteitsoverdracht werd te Batavia besloten een deel van het kaartenarchief naar Nederland op te sturen. Dit bestand werd opgezonden naar het Koloniaal Instituut (het huidige Tropeninstituut) te Amsterdam en de Topografische Dienst in Delft (nu in Emmen)(

Mondeling meegedeeld door professor doctor F.J. Ormeling Sr., indertijd werkzaam te Batavia. In de maanden november en december 1949 werden drie kisten overgezonden. Het ging voor een belangrijk deel om ongestempelde kaarten. Op een enkele kaart is desondanks een ordeningskenmerk aangebracht dat van de Topografische Dienst Batavia zou kunnen zijn: Ja 20 II 13 op Topo 19.5.17 bijvoorbeeld.

).

Het kaartenarchief van de Topografische Dienst van voor 1930 is inmiddels in beheer bij het Nationaal Archief(code TOPO). In dit bestand zijn dus ook kaarten opgenomen die behoren tot het archief van het Topografisch Bureau Batavia. Het in Batavia achtergebleven archief van de Topografisch Bureau is, voor zover bewaard, nu in beheer bij het Arsip Nasional in Jakarta.

Algemene secretarie van de Nederlands-Indische regering (te Batavia) en de daarbij gedeponeerde archieven (1942-1950)

Het oudere archief van de algemene secretarie, over de jaren 1816 tot 1942, berust in het Arsip Nasional in Jakarta. Het archief van de periode 1942-1950 berust deels in het Arsip Nasional en deels in het Nationaal Archief. Een deel is indertijd naar Nederland overgebracht omdat het ging om informatie van een politiek, vertrouwelijk dan wel persoonlijk karakter.

Tot het Nederlandse gedeelte behoren een aantal kaarten, tekeningen en affiches. Deze stukken zijn beschreven in de inventaris van De Graaff en Tempelaars (1990) en in een plaatsingslijst door R.Th.M. Guleij (code ASB).

Historisch overzicht van de koloniale kaartarchieven in Nederland

Verwerving van het archief

In 1856 en de jaren daarna kreeg Algemeen Rijksarchivaris Bakhuizen van den Brink zijn zin en werden oude koloniale archieven en de 17de en 18de eeuwse kaarten en tekeningen van koloniaal gebied aan het ARA overgedragen.(

Zowel kaarten berustende in Den Haag als in Amsterdam (archiefdépôt koloniën in het Westindisch slachthuis) werden overgedragen: Verbalen Koloniën 15 september 1856 nr. 19 en 7 december 1866 nr. 22 en 24 febr. 1866 nr. 76.

) Zij werden beschreven in de catalogus van Leupe (1867). Van deze overdracht werden overigens een aantal kaarten en tekeningen uitgezonderd; in het hier beschreven bestand bevinden zich dan ook kaarten en tekeningen van rechtsvoorgangers van het ministerie, naast oudere gedeponeerde archivalia, van voor 1814.

In 1865 kocht het ARA de kaart van Celebes die door Aubert in opdracht van Loten vervaardigd werd.

De Nederlandse bezittingen ter kuste van Guinea zijn [bij het Sumatra Verdrag van 6 april 1871] verkocht aan aan de Engelsen. De archieven werden overgebracht naar Nederland. Het ministerie van Koloniën droeg het archief vervolgens over aan het ARA. De kaarten werden in 1880 overgedragen.

In 1915 werd de verzameling Schneither in zijn geheel overgedragen aan het ARA.

De erven Baud droegen in 1916 hun deel van het archief Engelhard over aan het ARA.

Een bestand van militaire kaarten en tekeningen behorend tot het archief van het ministerie van koloniën is in het verleden door het ministerie overgedragen aan de Sectie Militaire Geschiedenis van de Landmachtstaf. In 1991 werd overeengekomen met deze Sectie dit bestand opnieuw te verenigen met het kaarten- en tekeningen- archief van koloniën.

De verwerving van het archief

Het archiefblok bevat archiefstukken onder verschillende rechtstitels verworven.

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in