gahetNA in het Nationaal Archief

Cateau van Rosevelt / Kaarten en tekeningen

4.CAF
R.M. Haubourdin
Nationaal Archief, Den Haag
1984
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

4.CAF
Auteur: R.M. Haubourdin
Nationaal Archief, Den Haag
1984
CC0

Periode:

1847-1891

Omvang:

67 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften. Het archief bevat tekeningen en getekende kaarten.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief van J.F.A. Cateau van Rosevelt bevat voornamelijk tekeningen, getekende kaarten en reisverslagen van de kustgebieden, stukken land en de loop van de rivieren in Suriname. Daarnaast zijn er perceelkaarten en plattegronden aanwezig van diverse plantages en rapporten in verband met opstanden en het opsporen van weggelopen slaven.

Archiefvormers:

  • Cateau van Rosevelt, Johannes François Adriaan (1824-1891)

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Levensloop
(

Biografische gegevens deels ontleend aan: Encyclopedie van Nederlandsch West-Indië (1916, heruitgave 1981 Amsterdam); Encyclopedie van Suriname (1977 Amsterdam).

)

Johannes François Adriaan Cateau van Rosevelt werd op 7 september 1824 in Hattem geboren, waar zijn vader ontvanger der belastingen was.

Na een aanvankelijke periode als varensgezel op de grote vaart meldde Cateau van Rosevelt zich in 1844 aan voor de militaire dienst in de overzeese gebiedsdelen. Via het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk kwam hij op 9 januari 1845 in Suriname aan, waar hij geplaatst werd als kanonnier bij de vestingartillerie in Paramaribo. Na promoties tot korporaal en fourier werd hij in 1847 door de gouverneur toegelaten tot de officiers-opleiding voor het wapen der artillerie. Bij K.B. van 19 september 1849 no. 52 werd hij benoemd tot 2e luitenant. Als commandant van een rustige buitenpost aangesteld zou Van Rosevelt zich in de komende jaren verder scholen in diverse disciplines, waaronder bouwkunde en geodesie.

Om voor verdere bevorderingen in aanmerking te komen reisde hij in 1857 naar Nederland, waar hij de officiers-vervolgopleiding in Nijmegen met succes volgde.

Terug in Suriname kwam hij in 1861 aan het hoofd te staan van het Bouw-departement, waaraan tevens de funktie van Beheerder der Koloniale Vaartuigen was verbonden.

Zijn benoeming in de gemengde Nederlands-Franse Commissie tot vaststelling van de grens tussen Frans Guyana en Suriname bracht hem in 1861 tot aan de bovenloop van de Marowijne. Tezamen met de opdracht van de gouverneur tot onderzoek van de goudlagen aan de Boven-Suriname rivier (1862), vormden deze missies het begin voor de latere samenstelling van een nieuwe kaart van Suriname. Bovendien had hij vroeger als militair postcommandant in de binnenlanden al een groot deel van de Commewijne en de Nickerierivier in kaart gebracht. Deze kartografische werkzaamheden, uitgevoerd in samenwerking met de infanterieofficier J.F.A.E. van Lansberge, (

Zie: Collectie J.F.A.E. van Lansberge, toegangsnr. 4.LBF en met name de inv.nrs. 221, 224, 226, 227-229.

) voltooide hij in 1879.

In 1867 verliet Cateau van Rosevelt de militaire dienst om over te gaan naar de burgerlijke dienst.

Als distriktscommissaris van Saramacca en later van het distrikt Benedenen Boven-Commewijne diende hij tot 1872. Bij K.B. van 1 juli 1872 no. 14 werd hij vervolgens benoemd tot Agent-Generaal der Immigratie, terwijl hij tevens weer de funktie van Chef van het Bouwdepartement verkreeg. Als Agent-Generaal diende Cateau van Rosevelt toezicht te houden op de koelie-immigratie en hun belangen in geval van arbeidsgeschillen te behartigen.

In 1873 werd hij gekozen tot lid van de Koloniale Staten van Suriname. Bij K.B. van 30 september 1875 no. 13 werd hij benoemd tot lid van de Raad van Bestuur.

In verband met de uitgifte van concessies in de binnenlanden ging de regering in 1880 over tot aankoop van de nieuwe kaart van Suriname, die door Cateau van Rosevelt en Van Lansberge was vervaardigd. Hiermee was een bedrag van f. 24.000,- gemoeid, aangezien de samenstellers de kaart op eigen initiatief en buiten de diensttijd hadden samengesteld. (

Zie: Handelingen Tweede Kamer zitting 1879-1880, bijlage 164.

)

Van de overige taken en funkties die Cateau van Rosevelt heeft vervuld kunnen genoemd worden:

  • Adviserend lid van de Duitse Commissie tot onderzoek naar de geschiktheid van Suriname voor een Duitse kolonisatie, 1853.
  • Adviseur inzake de verbetering van het kanaal van Saramacca, 1856.
  • Bemoeienis met de oprichting van een weeshuis in Paramaribo, 1862-1863.
  • Adviseur inzake het ontwerp van een zeewering nabij de plaats Nieuw-Rotterdam in Nickerie, 1867-1869.
  • Voorzitter van de Commissie van Onderwijs te Paramaribo.
  • Voorzitter van het gesticht 's-Landsgrond Boniface.
  • Onder-voorzitter van de Koloniale Staten van Suriname.

Als lid van de Koloniale Staten had Cateau van Rosevelt diverse botsingen met de onbuigzame gouverneur jhr. De Savornin Lohman. Cateau van Rosevelt overleed op 20 oktober 1891 in Paramaribo.

Kartering en exploratie
(

Zie: J.B. Wekker, Drie eeuwen karteringswerkzaamheden in Suriname, Delft 1979, doktoraalscriptie.

)

In de 2de helft van de 19de eeuw onderkenden Cateau van Rosevelt en Van Lansberge de noodzaak voor een nieuwe kartering van Suriname ter vervanging van de bestaande kaarten, die inmiddels sterk waren verouderd. Tussen 1861 en 1879 ondernamen zij hiervoor met tussenpozen verschillende tochten door het binnenland. Ze verrichtten opmetingen van de hoofd-rivieren door middel van kompas, log en afstandschatting.

Bovendien werd door de toepassing van astronomische plaatsbepaling de geografische lengte en breedte van 51 punten bepaald. De resultaten van de opnamen werden tijdens de reizen verwerkt in zgn. veldminuten, d.w.z. basiskaarten voorzien van een ruitennet. Later werd door Cateau van Rosevelt op basis hiervan een nieuwe kaart van Suriname samengesteld op de schalen 1:500.000 en 1:100.000. Volgens de aantekeningen op de manuscriptkaart van 1:100.000 hebben Cateau van Rosevelt en Van Lansberge de volgende tochten ondernomen:

1861: Marowijne, Tapanahoni en Litani;

1866: Paramaribo naar Voorburg aan de Saramacca;

1868: Saramacca en Coesewijne;

1869: Nickerie;

1870-1871: Tibiti, Maratakka en Coppename;

1872: Corantijn;

1873: Boven-Suriname;

1874: Peninica en Tempati;

1875: Cottica en Wanekreek.

Op grond van Cateau's werk kon de verkenning van het binnenland tussen de hoofdrivieren worden voortgezet, en werd in 1876-1879 de zgn. goudstreek ontdekt.

Nadat de overheid de kaart van Cateau had aangekocht, verscheen deze in 1882 in druk op de schaal 1:200.000 in 10 bladen. Tot ca. 1930 werd deze kaart door de overheid gebruikt als legger voor de administratie van aanvragen voor rubber-concessies in het binnenland.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in