Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Heerlijkheid Oudshoorn

3.19.41
J.A. Eekhof jr.
Nationaal Archief, Den Haag
1929
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.19.41
Auteur: J.A. Eekhof jr.
Nationaal Archief, Den Haag
1929

CC0

Periode:

1321-1902

Omvang:

4.10 meter; 475 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven en gedrukte teksten. De Nederlandstalige stukken van vóór ca. 1700 zijn geschreven in het gotische cursiefschrift, met name in de oud-Hollandse klerkencursief.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De heerlijkheid Oudshoorn en Gnephoek was sedert 1627 voor een periode van enkele eeuwen in het bezit van de familie van Reede van Oudtshoorn. Het archief bevat o.a. stukken betreffende de eigendom der heerlijkheid, het bestuur ervan, opbrengsten en heerlijke rechten, visserij, kerkzaken, en persoonlijke stukken toebehorend aan leden van de familie van Reede van Oudtshoorn.

Archiefvormers:

  • Heerlijkheid Oudshoorn en Gnephoek
  • Van Reede van Oudtshoorn

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

De heerlijkheid Oudshoorn en Gnephoek werd in 1627 door den Amsterdamschen magistraat Dirck de Vlamingh, wiens geslacht er aanspraak op maakte van de oude riddermatige familie Van Outshoorn af te stammen, gekocht en verbleef sedert in het bezit van diens nakomelingen. Bij zijn dood in 1643 volgde hem zijn zoon Cornelis de Vlamingh van Outshoorn in de heerlijkheid op, die in 1688 stierf en haar naliet ann zijne oudste dochter Maria, die door haar huwelijk met Pieter van Reede tot Nederhorst de heerlijkheid in dat oud-adellijk geslacht overbracht. Zij droeg in 1730 Oudshoorn en Gnephoek over aan haar zoon Barend Cornelis van Reede van Oudtshoorn, wien in 1750 zijn zoon Pieter opvolgde. Deze overleed in 1773 en liet de heerlijkheid na aan zijne weduwe Sophia Boesses. Zij stierf in 1791 te Kaapstad, waar de familie gevestigd was, sinds Pieter van Reede er eerst fiscaal en daarna gouverneur der Kaapkolonie was geweest. Ook de derde zoon van Pieter van Reede en Sophia Boesses, William Ferdinand, wien bij den dood zijner moeder de heerlijkheid ten deel viel, bleef in Kaapstad gevestigd. De behartiging zijner belangen in het moederland droeg hij eerst aan zijn broeder Lieve Martinus Isaäc, later ann zijn oudsten zoon Pieter Adriaan op. Deze laatste kocht de Oudshoornsche bezittingen in 1812 van zijn vader. Hij werd in 1822 als Nederlandsch baron erkend en stierf in 1851 met nalating van talrijke nakomelingen. De heerlijkheid Oudshoorn en Gnephoek bleef het onverdeeld eigendom van acht zijner kinderen, n.l. mr. Johan Henrik Verboom baron van Reede van Oudtshoorn, Catharina Maria (gehuwd met jhr. mr. D. F. van Alphen), Pieter Adriaan, Johanna Cecilia (ongehuwd gestorven in 1882), Eduard (ongehuwd gestorven in 1852), Carolina (ongehuwd gestorven in 1908), Adriana Catherina (in 1854 gehuwd met mr. J. F. Pringle) en Sophia (in 1856 gehuwd met jhr. H. P. Hovy), onder bepaling, dat alleen de oudste zoon uit het tweede huwelijk, Pieter Adriaan, den heerlijken titel zou mogen voeren. Pieter Adriaan, de nieuwe ambachtsheer, stierf ongehuwd in 1851 en de ambachtsheerlijke functie ging toen over op zijn halfbroeder mr. Johan Henrik Verboom baron van Reede van Oudtshoorn, die in 1891 stierf. Zijn eenig hem overlevend kind Barend Cornelis overleed ongehuwd te Assen den 13den Juli 1923.

Stambomen

Tabel I:

Tabel II:

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Ik kan de pdf van deze archiefinventaris niet opslaan noch uitprinten.

Geachte heer Looijesteijn,

Ik heb uw opmerking doorgestuurd naar mijn collega's van de afdeling collectiebeheer. Zo spoedig mogelijk zal een collega contact met u opnemen.

Het Nationaal Archief

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in