Abdij Rijnsburg
- Archiefinventaris
- Inleiding
- Inventarisnummers
- Bestanden
- Alle scans (953)
3.18.20
Bruggeman, J.
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1931
Beschrijving van het archief
Naam archiefblok:
Abdij van Rijnsburg, 1179-1577
Abdij Rijnsburg
Periode:
1179-1577
Omvang:
4,50 meter; 1327 inventarisnummers.
Taal van het archiefmateriaal:
De stukken zijn gesteld in het Nederlands en in het
Soort archiefmateriaal:
Normale geschreven en gedrukte teksten. De Nederlandstalige stukken zijn geschreven in het gotische cursiefschrift, met name in de oud-Hollandse klerkencursief.
Archiefbewaarplaats:
Nationaal Archief, Den Haag
Samenvatting van de inhoud van het archief:
Het archief van de adellijke vrouwenabdij bevat onder meer een lijst van benoemde abdissen van Rijnsburg, pauselijke bullen en aflaatbrieven, privilegebrieven van de Hollandse graven, rekeningen, eigendomsbewijzen van huizen en land in Zuid-Holland en Zeeland, en stukken in verband met tienden en lenen van de abdij.
Archiefvormers:
- Adellijke vrouwenabdij van Rijnsburg van de Orde van S. Benedictus
Archiefvorming
Inhoud en structuur van het archief
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Beperkingen aan het gebruik
Materiële beperkingen
Aanvraaginstructie
Citeerinstructie
Verwant materiaal
Bijlagen
Beschrijving van de series en archiefbestanddelen
Vgl. Inv. nos. 678 en 700, fol. 279, 281.
Vgl. Reg. n°. 8, lijst van ontbrekende stukken n°. 109.
De parochie- of buurkerk werd door Sophia, gemalin van Dirk VI, circa 1175 binnen de omheining der abdij gebouwd in de plaats van de door Dirk II in 975 gestichte kapel en 2 Mei 1183 door haar zoon Boudewijn van Holland, bisschop van Utrecht, aan den H. Laurentius toegewijd. Weinige dagen daarna met een groot gedeelte van de abdij verbrand, was zij in 1185 weer opgebouwd vlak naast de kerk van de abdij. Het beneficium curatum was gevestigd op het altaar van S. Jan Baptist, waaraan de cure der buurkerk verbonden was. De abdis verkreeg als vrouw van Rijnsburg het presentatierecht. De kerk had verscheiden altaren en in 1490 ook luiklokken in den toren. Zij werd vóór April 1574 verwoest en in 1579 tot een Protestantsche kerk herbouwd.
Deze kapelanie in het grootkoor der parochiekerk vóór het H.-Geestaltaar, volgens opschrift op den band van inventarisnummer 611, werd gesticht in 1357 en door een eigen geestelijke bediend. De abdis bezat het patronaatsrecht.
Vgl. lijst van ontbrekende stukken n°. 168.
Onder bescherming der abdis kwam in 1327 in het dorp het H.-Geestgilde tot stand, een vereeniging van mannen en vrouwen, ook nonnen, die zich het lot der armen aantrokken. De stichtingsoorkonde is niet bekend: de statuten waren in de 15de eeuw reeds verloren. Dit gilde mag als oudste van de 4 andere aangezien worden.
Vgl. lijst van ontbrekende stukken nos. 150 en 165.
- 641 Eigendomsbewijs van 1/2 morgen land in de Delle, gemeen met het godshuis van Voorhout. 1358. 1 charter
315 1358 Februari 9.
Dirc van Wassenaer, burggraaf van Leyden, ridder, oorkondt, dat met zijn goedvinden Willem de Clerc verkocht heeft een halve morgen land in der Delle, gemeen met het godshuis van Voerhoute voor 12 £. aan Ghisebrecht Jacobsz. en Jan Willemsz. van der Mersch, ten behoeve van den Heiligen Geest van Reynseburch.
Int jair ons Heren dusent driehondert zeven ende vijftich, des Vridaghes na sente Aechten dach.
Orig. (inv.nr. 641). Het zegel ontbreekt.
Vgl. Reg. nos. 347, 360, 380, 384, 439, 503, 678, 863.
Vgl. Inv. nos. 639-640.
Vgl. Inv. nos. 639-640.
Vgl. Inv. nos. 639-640.
Vgl. Inv. no. 794.
Vgl. Reg. no. 1083.
Hot beheer zoowel van de sacristie van de abdij als van de kosterij van de buurkerk schijnt in handen geweest te zijn van de sacristievrouw, die de registers en rekeningen liet opmaken door den koster. De bevoegdheid van godshuisberaders en gildemeesters in dezen is wegens gebrek aan gegevens niet duidelijk.
Vgl. Reg. no. 955 en lijst van ontbrekende stukken no. 157.
Gelijk de naam te kennen geeft, heeft men hieronder de provisiekamer te verstaan, waarover één der nonnen als bewaarster optrad.
Evenals bij de schepkamer voerde hier één der nonnen als wijnvrouw het beheer. De registers en rekeningen liet zij opmaken door een rentmeester, ofschoon er ook teekenen zijn, dat zij een eigen administratie voerde. Na 1475 werden de rekeningen opgenomen in die van den thesaurier-generaal.
Vgl. Reg. no. 29.
De ontvangsten en uitgaven worden verantwoord in de rekeningen van den thesaurier-generaal.
Vgl. Reg. no. 684.
Met de zorg van de bibliotheek was één der nonnen belast. De ontvangsten en uitgaven werden reeds in de XVde eeuw verantwoord in de rekeningen van den thesaurier-generaal.
Deze afdeeling betreft de buitenschool van Rijnsburg, waar de dorpsjeugd onderricht ontving, in tegenstelling met de kloosterschool, die voor de kloosterleerlingen bestemd was. De school had bepaalde inkomsten uit de abdij, de kerk en het H.-Geestgilde en stond onder leiding van den buitenschoolmeester, die door de abdis benoemd werd.
Over de kloosterschool vgl. Inv. no. 108 en Reg. no. 606.
Vgl. Reg. no. 29 en M. Hüffer, blz. 95.
Vgl. Reg. no. 647 en M. Hüffer, blz. 113.
Omstreeks het begin van 1573 werd door den Prins het beheer der abdijgoederen opgedragen aan D. G. van Kessel. De abdis behield evenwel haar titels en rechten, ook bij verblijf in Utrecht en Leiden.




Reacties