gahetNA in het Nationaal Archief

Memories van Successie ZH

3.06.05
M. Beekhuis, H.G. Oost
Nationaal Archief, Den Haag
1985
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.06.05
Auteur: M. Beekhuis, H.G. Oost
Nationaal Archief, Den Haag
1985
CC0

Periode:

1806-1927

Omvang:

566,50 meter; 7064 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.Enkele stukken zijn in het Frans gesteld.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De successiebelasting werd geheven over erfenissen. Daartoe moest een Memorie van successie worden opgesteld, waarin een overzicht werd gegeven van de nagelaten bezittingen (onroerend goed, inboedel, banktegoeden e.d.) en de schulden van de overledene. De Memorie vermeldt de namen van de erfgenamen en hun relatie tot de overledene, alsmede de namen van personen of instellingen aan wie c.q. aan welke bij legaat of donatie iets is nagelaten. Over veel nalatenschappen werd geen Memorie opgemaakt, namelijk in gevallen waarin het saldo onbeduidend was. De Memories bevatten dus de akten van vaststelling van het recht op successie en van overgang bij overlijden, met bijlagen betreffende die vaststelling. Ze zijn in het archief geordend per belastingkantoor, in chronologische volgorde. De Memories zijn vanaf 1856 toegankelijk met behulp van de Tafels V-bis: alfabetische registers van overledenen met aantekening van de afhandeling van de nalatenschap en met verwijzing naar het nummer van de Memorie van successie (vóór het jaar 1856 kan alleen op jaar van overlijden worden gezocht). Vanaf 1883 zijn er ook Tafels VI: registers van testamenten voor een notaris verleden, alfabetisch op naam van de testateur.

Archiefvormers:

  • Gequalificeerde tot de Directie over de invordering van de Belasting over het Recht van Successie in departement Maasland
  • Ontvangers van de Successierechten in de Provincie Holland, zuidelijk gedeelte, later Zuid-Holland
  • Ontvangers van Registratie en Domeinen in het Departement van de Monden van de Maas
  • Regulateurs der Belasting op het Recht van Successie in de Provincie Holland, zuidelijk gedeelte

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

In deze inventaris treft u archieven aan van gekwalificeerden, die hun standplaats hadden op het grondgebied van de huidige provincie Zuid Holland. De archieven zijn in dezelfde volgorde geplaatst als de stukken afkomstig van de controlerende instanties. De plaatsen zijn terug te vinden via de index.

De archieven van de regulateurs zelf zijn, zoals die van de gekwalificeerden, slechts fragmentarisch overgeleverd. In deze inventaris treft u archieven aan van regulateurs, die hun standplaats hadden op het grondgebied van de huidige provincie Zuid Holland.

De archieven zijn in dezelfde volgorde geplaatst als de stukken afkomstig van de controlerende instanties.

Tot welk kantoor een plaats behoorde en of er van dan wel betreffende dat kantoor stukken in deze inventaris beschreven zijn, vindt u in de index (bijlage 6).

De in deze inventaris beschreven archiefbescheiden geven een inzicht in de vermogenspositie van de overledenen op het moment van hun overlijden.

In de perioden 1806-1811 en 1814-1927 is de laatste officiële woonplaats van de overledene bepalend voor de vaststelling welk kantoor belast is met de afwikkeling van de successieheffing.

In de periode 1812-1813 is er geen sprake van een successieheffing, maar van een heffing op de overgang van onroerende goederen van overleden personen. In deze gevallen is de ligging van de onroerende goederen bepalend voor de vaststelling welk kantoor belast is met de afwikkeling, met andere woorden één nalatenschap kon in die periode door verschillende kantoren worden behandeld. Een volledig overzicht van de kantoorindelingen vindt u in bijlage 3, voor de periode 1812-1813; bijlage 4, voor de periode 1814-1817 en bijlage 5, voor de periode 1818-1927.

De plaatsnamenindex in deze inventaris, geeft per plaats en (de desbetreffende) periode aan welke inventarisnummers geraadpleegd kunnen worden (bijlage 6).

Soort onderzoek

Gezien de aard van de in deze inventaris beschreven archiefbescheiden en de registratie en ordeningsmethoden van de toenmalige administraties leent het archief zich bij uitstek voor twee soorten onderzoek, namelijk:

1. Onderzoek waarbij de gegevens verwerkt worden tot totaal overzichten,

2. Persoonsgericht onderzoek.

ad 1. Bijvoorbeeld een onderzoek naar de vermogensverhoudingen binnen een bepaalde plaats over een zekere periode of een vergelijkend onderzoek tussen verschillende plaatsen betreffende de vermogensverhoudingen.

In de periode 1806-1811 en 1814-1817 zijn zogenaamde verantwoordingen opgemaakt, die in een gestructureerde vorm overzichtsgegevens bevatten. Voor de periode 1856-1927 zijn deze gegevens voorhanden in de zogenaamde 'Tafels V bis'. Deze overzichtsgegevens geven inzicht in:

  • het aantal sterfgevallen binnen een zekere periode in een zekere plaats,
  • het aantal vastgestelde positieve heffingen, alsmede de hoogte van de aanslag en de naam van de overledene,
  • het aantal vastgestelde negatieve heffingen, alsmede de reden waarom de heffing negatief is, gespecificeerd per reden.

Voor de perioden 1812-1813 en 1818-1855 zijn deze overzichten niet voorhanden.

ad 2. Onontbeerlijk bij het onderzoek naar individuele zaken zijn de gegevens omtrent de sterfdatum, de volledige naam en de laatste officiële woonplaats van de overledene.

Een toelichting op de wijze waarop de gegevens binnen de verschillende perioden verkregen kunnen worden volgt hieronder.

Periode 1806-1811

De archiefbescheiden uit deze periode bevinden zich op twee plaatsen in deze inventaris, namelijk

  • de archiefbescheiden afkomstig van de instantie die belast is met de controle op de werkzaamheden van de gekwalificeerde, inventarisnummers 1-1235,
  • de archiefbescheiden afkomstig uit de archieven van de gekwalificeerde, inventarisnummers 1948-2150.

In deze periode zijn de archiefbescheiden per plaats geordend, de plaatsen zijn opgenomen in de plaatsnamenindex in deze inventaris (bijlage 6). De archiefbescheiden omvatten naast de verantwoording van de gekwalificeerde de bijlagen bij deze verantwoording. De sterfdatum van de overledene is bepalend om vast te stellen in welke (half)jaarlijkse verantwoording gezocht moet worden. Het is echter mogelijk dat de afwikkeling van een nalatenschap lange tijd in beslag nam, de nalatenschap wordt dan in verschillende verantwoordingen vermeld.

Periode 1812-1813

De archiefbescheiden uit deze periode bevinden zich onder de inventarisnummers 2151 2176, 5817-5818, in deze inventaris.

De registratie van de overgang van onroerende goederen geschiedt per kantoor. Bijlage 3 van de inventaris geeft een overzicht van de kantoorindeling.

In de plaatsnamenindex in deze inventaris (bijlage 6) wordt verwezen naar het behandelende kantoor.

Per kantoor zijn de aangiften per kwartaal / (half)jaar op sterfdatum geordend.

Periode 1814 -1817

De archiefbescheiden uit deze periode bevinden zich op twee plaatsen in deze inventaris, namelijk

  • de archiefbescheiden afkomstig van de instantie die belast is met de controle op de werkzaamheden van de regulateurs, inventarisnummers 1236 1947,
  • de archiefbescheiden afkomstig uit de archieven van de regulateurs, inventarisnummers 2177 2275.

In deze periode zijn de archiefbescheiden per kantoor geordend. Bijlage 4 van de inventaris geeft een overzicht van de kantoorindeling. In de plaatsnamenindex in deze inventaris (bijlage 6) wordt per plaats verwezen naar het behandelende kantoor.

De archiefbescheiden omvatten naast de verantwoording van de regulateur de bijlagen bij deze verantwoording. De sterfdatum van de overledene is bepalend om vast te stellen in welke (half)jaarlijkse verantwoording gezocht moet worden. Het is echter mogelijk dat de afwikkeling van een nalatenschap lange tijd in beslag nam, de nalatenschap wordt dan in verschillende verantwoordingen vermeld.

Periode 1818-1927

De archiefbescheiden uit deze periode bevinden zich onder de inventarisnummers 2276 7268 in deze inventaris.

In deze periode zijn de archiefbescheiden per kantoor geordend. Bijlage 5 van de inventaris geeft een overzicht van deze kantoorindeling. In de plaatsnamenindex in deze inventaris (bijlage 6) wordt per plaats verwezen naar het behandelende kantoor. In deze periode is de omvang en samenstelling van de kantoren verschillende malen gewijzigd, in de index zijn deze veranderingen, indien noodzakelijk, aangegeven. De gebruiker zij er op gewezen dat op deze breekpunten de vindplaats van de door hem gezochte gegevens niet exact vastligt, raadpleging van zowel het oude, als het nieuwe kantoor is dan noodzakelijk.

Voorts is in deze periode de ordening van de gegevens aan verandering onderhevig geweest, ook de cesuren hierin lopen niet voor alle kantoren parallel. Per periode wordt hieronder een aanwijzing gegeven voor de beste zoekmethodiek.

1818-1820

De stukken betreffende de nalatenschappen zijn op sterfdatum per kwartaal geordend. Binnen deze kwartaalordening is geen bruikbare systematiek aangebracht.

1821-1842/1844

De stukken betreffende de nalatenschappen zijn op sterfdatum per kwartaal geordend. Binnen deze ordening zijn er twee systemen gehanteerd, namelijk:

  • de ordening heeft plaatsgevonden per plaats en per maand, of
  • de ordening heeft plaatsgevonden per soort stukken, bijvoorbeeld eerst alle sterflijsten en daarachter de memories van successie, en deze laatste vervolgens in volgorde van de datum van overlijden, op datum van aangifte of op datum van afhandeling.
1842/1844-1848

De stukken betreffende de nalatenschappen zijn op sterfdatum per kwartaal geordend. Waarbij eerst de sterflijsten per plaats zijn gegroepeerd, daarna de memories van successie per plaats en tenslotte de bewijzen van onvermogen per plaats.

1849-1927

De ordening is geschied op basis van het vrijwel niet meer aanwezige register IV. Praktisch gesproken per maand per plaats op sterfdatum.

Vanaf 1856 zijn de zogenaamde Tafels V-bis aanwezig. Deze alfabetische toegangen verwijzen naar de desbetreffende memorienummers. Deze nummers zijn in de inventaris opgenomen. Uit deze periode ontbreken veelal de sterflijsten en de bewijzen van onvermogen.

Verantwoording van de bewerking

Ordening van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Mijn grootvader Anton Daniel geb 1867 en overl.25-12-1937 te Gouda, zou ik bij uw centaal archief Belastingen periode 1928-1982 moeten kunnen vinden
De digitale gegevens stoppen bij 1926.Moet ik naar uw kantoor Marwijne 32 Apeldoorn komen?

De memories van successie Zuid-Holland zijn tot en met 1927 overgedragen aan het Nationaal Archief. De memories van 1928 -1989 berusten nog bij het Centraal Archief van de Belastingdienst te Apeldoorn, Marowijne 32, 7333 PJ Apeldoorn.

Hallo ,

Ik ben op zoek naar memorie van successie van Jan Blom geboren 23-3-1850 in Haamstede . Overleden 24-7-1921 in Rotterdam . Aktenummer 3107 .

Ik heb begrepen dat ik deze moet zoeken in de plaats waar iemand is overleden . Moet ik nu in Rotterdam zoeken of in het Nationaal Archief in Den Haag ?

Met vriendelijke groet Ada de With .

Ada de With,

De persoon die je zoekt is overleden in Rotterdam, dus de memorie van Successie moet je dan zoeken
in de inventaris van het nationaal Archief en vervolgens dit op film bekijken. Waar een persoon is overleden is dus van belang bij het terugvinden ervan. belangrijkste gegeven is dan precies de datum van overlijden omdat de stukken worden opgeborgen in de buurt van deze overlijdensdatum ( ook al omdat de inlevering van de stukken pas vele maanden later geschiedde) succes, altijd waardevolle gegevens zijn hierin terug te vinden). Peter van Dam

Ik ben op zoek naar de Memorie van Successie van Klaas Noort. Geboren te Amsterdam op 22-04-1865 te Amsterdam en overleden op 14-07-1942 te Maartensdijk. Kunt U mij vertellen waar ik dat kan vinden? Moet ik dan in Utrecht zijn? Ik ben zijn kleindochter.

Mijn voorvader Willem Gerritsz. (van der) Struijs werd gedoopt te Vlaardingen op 15 augustus 1779 en overleed op zee bij Hitland (Shetland Eilanden) op 28 september 1843. Ik weet dat hij een testament had, maar onder welke stad vind ik nu zijn Memorie van Successie?

Geachte heer Brouwer,

Uw reactie is doorgezet voor verdere behandeling door de medewerkers Dienstverlening.

Kunt u mij verder helpen? Via de dochter van mijn tweeling broer kreeg ik bericht dat er een brief van de Belastingdienst was gekomen met de waarschuwing u heeft een erfenis gekregen u moet aangifte doen. Zij heeft naar de Belastingdienst gebeld dat zij van niets wist en wil weten elke notaris dit afhandeld. De belastingdienst wil niet meewerken. Mijn broer is getrouwd met een man die ook in die brief genoemd wordt. Een eventuele erfenis gaat m.i. niet naar de kinderen want de wettige echtgenoot is niet dood, of kan het zo zijn dat de man van mijn broer in zijn testament mijns broer dochter iets nagelaten heeft in de vorm van een erfenis.

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in