Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Rechtbank Rotterdam 1940-1949

3.03.77
R. Lindeboom, M.C. Schenk, C.J.M. van Dalen
Nationaal Archief, Den Haag
2005
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.03.77
Auteur: R. Lindeboom, M.C. Schenk, C.J.M. van Dalen
Nationaal Archief, Den Haag
2005
CC0

Periode:

1901-1970
merendeel 1940-1949

Omvang:

167,00 meter; 1677 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De archieven van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam zijn ruwweg in drie categoriën onder te verdelen: Stukken betreffende strafzaken, civiele zaken en buitengerechtelijke zaken. De strafrechterlijke stukken bestaan vooral uit procesdossiers, processen-verbaal en vonissen, zowel van enkel- als meervoudige kamers en rolboeken, rolregisters, en klappers daarop. Tot de civiele stukken behoren onder andere rolregisters, "audiëntiebladen", processen-verbaal van terechtzittingen in burgerlijke- en handelszaken, rekesten en beschikkingen en faillissementsdossiers. Tot de stukken betreffende buitengerechtelijke zaken behoren vooral registers en gedeponeerde akten en de dubbelen van repertoria van notarissen. Verder zijn er algemene stukken zoals notulen van de algemene vergaderingen, correspondentie van de president en benoemingen en ontslagen van leden van de rechterlijke macht. Daarnaast bevat het archief huishoudelijke en griffiezaken, zoals griffiecorrespondentie.
Naast het archief van de Arrondissementsrechtbank zijn in deze inventaris ook de archieven van de Raad van Beroep Sociale Verzekeringen te Rotterdam en het Ambtenarengerecht te Rotterdam opgenomen. In het archief van de Raad van Beroep Sociale Verzekeringen te Rotterdam vindt men onder andere registers van zaken betreffende de Invaliditeitswet, Ziektewet, Ongevallenwet, Kinderbijslagwet, en de Ouderdomswet, en verder minuten en processenverbaal van zaken. Het archief van het Ambtenarengerecht te Rotterdam bestaat ook voornamelijk uit registers van zaken, minuten en processenverbaal.

Archiefvormers:

  • Arrondissementsrechtbank te Rotterdam
  • Raad van Beroep Sociale Verzekeringen te Rotterdam
  • Ambtenarengerecht te Rotterdam.

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

1. Arrondissementsrechtbank
a. Rechterlijke organisatie en territoriale indeling

Tot aan de 'herwonnen' zelfstandigheid van Nederland in 1813 maakte ons land deel uit van het Franse Keizerrijk en was de rechterlijke organisatie geregeld volgens de Franse wetgeving.

Na 1813 duurde het tot 1827 voordat er een nieuwe wet tot stand kwam die de rechterlijke organisatie in Nederland regelde: 'de Wet op de zamenstelling der regterlijke magt en het beleid der justitie voor het Koningrijk der Nederlanden', Stb. 20 1827 (afkorting: wet R.O.). De wet noemt de rechterlijke instellingen en hun bevoegdheden. Bij de wet R.O. behoorden vier reglementen van openbaar bestuur (1838 Stb. 36). In 1831 was een aantal nieuwe wetten, die rechterlijke instanties eveneens bevoegdheden gaven, gereed om ingevoerd te worden. Ook deze wetten moesten de oorspronkelijk Franse wetgeving vervangen: het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Koophandel, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Wetboek van Strafvordering. Het Wetboek van Strafrecht, de Franse Code Pénal bleef in gewijzigde vorm, waarbij de jury werd afgeschaft, tot 1886 gehandhaafd.

In 1838 werden, vertraagd door de Belgische afscheiding, de nieuwe wetboeken daadwerkelijk ingevoerd als ook een wijziging op de Wet op de Rechterlijke Organisatie. Deze wijziging bepaalde dat het Hoog Nationaal Gerechtshof werd vervangen door de Hoge Raad der Nederlanden, de Hoven van Assisen door negen provinciale gerechtshoven, de rechtbanken van eerste aanleg en rechtbanken van koophandel door arrondissementsrechtbanken en de vredegerechten en rechtbanken van enkele policie door kanton-gerechten. Het huidige arrondissement Rotterdam bestond op 1 januari 1842 uit twee arrondissementen die beide een onderdeel vormden van het ressort (n.b. rechtsgebied van een gerechtshof) Den Haag.

Het arrondissement Rotterdam met 7 kantons, t.w. Rotterdam 1 en 2, Gouda, Vlaardingen, Schiedam, Hillegersberg en Schoonhoven en het arrondissement Brielle met de kantons Brielle en Sommelsdijk.

Tot 1875 blijft deze situatie bestaan. In 1875 worden de provinciale gerechts-hoven opgeheven door de 'Wet tot Opheffing van de Provinciale Geregtshoven en Instelling van Nieuwe Gerechtshoven'.

Het aantal hoven wordt teruggebracht van 11 naar 5, t.w. Amsterdam, Arnhem, 's-Gravenhage,

's-Hertogenbosch en Leeuwarden. Ook het aantal rechtbanken en kantongerechten worden terug gebracht. In 1877 worden ook de rechtsgebieden gewijzigd en vastgesteld.

De wetswijzigingen hebben ook gevolgen voor de arrondissementen en kantons in de regio Rotterdam. De arrondissementsrechtbank Brielle werd opgeheven en haar rechtsgebied werd aan dat van het arrondissement Rotterdam toegevoegd. Hierdoor bestaat het arrondissement Rotterdam voortaan uit 8 kantons, t.w. Rotterdam 1, 2 en 3, Schiedam (hieraan toegevoegd is het kanton Vlaardingen), Gouda, Schoonhoven, Brielle en Sommelsdijk. Bij wet van 1933 worden de kantons Rotterdam 1, 2, en 3 samengevoegd tot een kanton en het kanton Schoonhoven wordt toegevoegd aan het rechtsgebied van het kanton Gouda.

De periode 1940-1945 waarin Nederland bezet is door de Duitsers (2e Wereld Oorlog) behoeft bijzondere aandacht. Bij besluit van de secretaris-generaal van Justitie van 20 november 1940, nr. 236, werd de rechterlijke indeling geheel ondergeschikt gemaakt aan de provinciale indeling. Dit besluit trad in werking op 15 januari 1941. Na de oorlog werd krachtens het besluit "Bezettingsmaatregelen" de situatie gecontinueerd. Ter gedeeltelijke legalisering van het besluit van 20 november 1940 en tot herstel van de wetten van 17 november 1933 (opheffing rechtbanken en kantongerechten) in beide gevallen met het oog op de belangen van de justitiabelen, werd vastgesteld de wet van 10 augustus 1951, Stb. 347, houdende nieuwe vaststelling van het rechtsgebied en de zetels der rechtbanken en kantongerechten. In principe werd hierbij uitgegaan van de provinciale grenzen, maar waar nodig voor een goede rechtsbeding werd daarvan afgeweken. De wet trad in werking op 1 februari 1952 en sindsdien vonden slechts incidentele wijzigingen plaats tot en met 1963.

Het Londens archief, de archieven van de Nederlandse Rechtbank en van het Nederlandse Kantongerecht op Brits Territoir in de jaren 1940-1945 werden na de oorlog overgebracht naar de rechtbank Rotterdam.

Deze bestanden werden in 1974 overgenomen door het Ministerie van Justitie in Den Haag.

b. Samenstelling en bevoegdheden

b.1 Taak en absolute competentie

De arrondissementsrechtbank heeft tot taak in eerste aanleg kennis te nemen van alle burgerlijke rechtsvorderingen uitgezonderd die welke behoren tot de bevoegdheid van de kantongerechten, de hoven en de Hoge Raad (de laatste twee behandelen slechts bij uitzondering civiele zaken in eerste aanleg) alsmede het grootste deel van de strafzaken.

Van een vonnis van de rechtbanken staat in het algemeen beroep open op het "Gerechtshof". Uitgesloten van beroep zijn onder andere rechtsvorderingen beneden de zogenaamde appèllabiliteitsgrens (oorspronkelijk f 400,=). Verder doet de rechtbank recht in hoger beroep van vonnissen van de kantonrechter. Anders dan in de Franse rechtelijke organisatie bestaan sinds 1838 geen afzonderlijke rechtbanken van koophandel: de arrondissementsrechtbanken zijn tevens bevoegd in zaken van koophandel. Het onderscheid tussen zaken van koophandel (waarvoor bijzondere procedureregels golden) en andere zaken bestond tot 1934.

In de taak, de absolute competentie en de procedure van de rechtbanken werden meermaals veranderingen aangebracht. Hiervoor wordt verwezen naar het "Werkboek inventarisatie rechterlijke archieven 1838-1939" van R. Huijbrecht.

b.2 Samenstelling en taakverdeling

De arrondissementsrechtbank bestaat uit een aantal rechters en plaatsvervangende rechters, die voor het leven worden benoemd door de Kroon. De grotere rechtbanken zijn verdeeld in kamers van tenminste drie rechters, onder wie de president of vice-president (meervoudige kamers). Naast de meervoudige kamers zijn er ook enkelvoudige kamers. Deze bestaan uit een alleenrechtsprekende rechter (unus judex). De rechters vonnissen in burgerlijke zaken in oneven aantal, doch tenminste met drie rechters.

Strafzaken worden gewoonlijk bij de arrondissementsrechtbank door drie rechters afgedaan.

De politierechter behandelt de enkelvoudige kamer in strafzaken. De taak van deze rechters bestaat uit de behandeling van eenvoudige strafzaken waarin ten hoogte zes maanden gevangenisstraf kan worden opgelegd.

De kinderrechter is belast met de behandeling van burgerlijke kinderzaken en kinderstrafzaken.

De economische politierechter houdt zich uitsluitend bezig met de berechting van economische delicten.

De president van de rechtbank is bevoegd in alle gevallen waarin het belang van partijen enige onverwijlde voorzieningen bij voorraad vordert een uitspraak in kort geding te doen. Zijn beslissing brengt echter geen nadeel toe aan de zaak ten principale (de zogenaamde bodemprocedure).

De rechtbank wordt bijgestaan door een griffier en aan hem ondergeschikte substituut-griffiers. Behalve met de bij de wet opgedragen werkzaamheden, zoals het verlenen van bijstand aan de voorzitter, waren deze onder meer belast met het beheer van de griffie en het bewaren van de minuten en registers. Deurwaarders worden benoemd door de Minister van Justitie en zijn onder andere verantwoordelijk voor de orde tijdens de terechtzittingen en het uitbrengen van dagvaardingen.

Het Openbaar Ministerie (O.M.) behoort eveneens tot de rechterlijke macht en de belangrijkste taak bestaat uit het vervolgen van strafbare feiten. Ook in civiele zaken die de openbare orde raken kan het O.M. zaken aanbrengen.

De maanden juli en augustus vormen de gerechtelijke vakantie. In deze periode is een bijzondere vakantiekamer belast met de afdoening van de strafzaken en de spoed vereisende burgerlijke zaken.

b.3 Indeling meervoudige kamer

Op 1 september 1938 traden in werking het bijzonder reglement en het reglement van orde voor de rechtbank Rotterdam, welke reglementen sindsdien ongewijzigd zijn gebleven tot 1954. Ten tijde der vaststelling dezer reglementen was de rechtbank verdeeld in 5 meervoudige- en 6 enkelvoudige kamers.

De meervoudige kamers waren:

  • Eerste kamer Alle familie zaken, ook strafzaken, van welke de burgerlijke rechter kennisneemt.
  • Tweede kamer Alle andere burgerlijke zaken, behalve onteigeningszaken.
  • Derde kamer zie tweede kamer.
  • Vierde kamer Onteigeningszaken.
  • Vijfde kamer Alle strafzaken, behalve die, waarvan de politierechter, de kinderrechter of de burgerlijke rechter kennis neemt.

De eerste, tweede en derde kamer konden bij haar hangende zaken in verband met haar aard, of in

verband met een behoorlijke werkverdeling naar elkaar verwijzen.

Deze kamers waren voorts belast met de behandeling van strafzaken in de raadkamer.

In de praktijk was de indeling gebaseerd op zeven meervoudige kamers. Deze indeling was aan de hand van de aard te behandelen zaken als volgt ingedeeld: de vijf kamers die er steeds geweest zijn, vervolgens de zesde kamer, die ook wel pleidooienkamer werd genoemd, en dan de zevende kamer die ook wel de economische-kamer werd genoemd.

b.4 Indeling enkelvoudige kamer

Een enkelvoudige kamer was belast met de behandeling van, volgens art. 288b wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering door de eerste-, tweede- of derde kamer verwezen, burgerlijke zaken.

Daarnaast werden drie enkelvoudige rolkamers aangewezen voor de waarneming van de rolzitting van de eerste-. tweede- en derde kamer. De voor de eerste kamer bestemde zaken werden bij de rolrechter van die kamer aangebracht.

Alle voor de tweede en derde kamer bestemde zaken werden bij de rolrechter van de tweede kamer aangebracht, die een deel van deze zaken verwees naar de rolrechter van de derde kamer. Spoedeisende zaken konden ongeacht hun aard bij de rolrechter van de eerste, tweede of derde kamer worden aangebracht. Deze rolrechter kon zaken, die naar hun aard één van de beide andere kamers behoorden of indien een behoorlijke verdeling van de werkzaamheden behandeling door één van die beide andere kamers vorderde, naar de rolrechters van die andere kamer worden verwezen.

Functionarissen verbonden aan de rechtbank

Presidenten

17 apr. 1934 - 30 apr 1940 17 apr. 1934 - 30 apr 1940
17 okt. 1941 - 25 jul. 1945 17 okt. 1941 - 25 jul. 1945
1 mrt. 1946 - 1 okt. 1949 1 mrt. 1946 - 1 okt. 1949
3 okt. 1949 - 1 mrt. 1950 3 okt. 1949 - 1 mrt. 1950

Vice-presidenten

18 jan 1937 - 1 jul. 1942 18 jan 1937 - 1 jul. 1942
7 apr. 1932 - 1 okt. 1944 7 apr. 1932 - 1 okt. 1944
5 mei 1945 - 20 febr. 1946 5 mei 1945 - 20 febr. 1946
21 apr. 1934 - 1 mrt. 1945 21 apr. 1934 - 1 mrt. 1945
5 mei 1945 - 2 okt. 1949 5 mei 1945 - 2 okt. 1949
25 jan. 1946 - 29 dec. 1949 25 jan. 1946 - 29 dec. 1949
31 mei 1946 - 27 feb. 1947 31 mei 1946 - 27 feb. 1947
31 mei 1946 - 1 mrt. 1962 31 mei 1946 - 1 mrt. 1962
21 mei 1947 - 1 mrt. 1962 21 mei 1947 - 1 mrt. 1962
3 okt. 1949 - 1 okt. 1959 3 okt. 1949 - 1 okt. 1959

Rechters

8 jun. 1926 - 1 mrt. 1941 8 jun. 1926 - 1 mrt. 1941
1 sep. 1926 - 25 sep. 1945 1 sep. 1926 - 25 sep. 1945
7 apr. 1927 - 1 dec 1958 7 apr. 1927 - 1 dec 1958
7 apr. 1927 - 1 apr. 1943 7 apr. 1927 - 1 apr. 1943
5 mei 1947 - 1 jan. 1948 5 mei 1947 - 1 jan. 1948
29 mei 1928 - 1 mrt. 1941 29 mei 1928 - 1 mrt. 1941
5 mei 1945 - 24 jan. 1946 5 mei 1945 - 24 jan. 1946
21 jul. 1928 - 14 dec. 1942 21 jul. 1928 - 14 dec. 1942
17 jul. 1929 - 14 jun. 1942 17 jul. 1929 - 14 jun. 1942
12 jun. 1943 - 3 mei 1946 12 jun. 1943 - 3 mei 1946
7 jul. 1932 - 20 mei 1947 7 jul. 1932 - 20 mei 1947
29 mrt.1934 - 27 jun. 1942 29 mrt.1934 - 27 jun. 1942
29 mrt. 1934 - 28 okt. 1945 29 mrt. 1934 - 28 okt. 1945
11 feb.1936 - 1 nov. 1949 11 feb.1936 - 1 nov. 1949
3 jun. 1937 - 28 apr. 1946 3 jun. 1937 - 28 apr. 1946
19 aug. 1937 - 30 mei 1946 19 aug. 1937 - 30 mei 1946
20 jul. 1938 - 2 okt. 1949 20 jul. 1938 - 2 okt. 1949
16 mei 1941 - 3 apr. 1947 16 mei 1941 - 3 apr. 1947
27 aug. 1942 - 8 apr. 1947 27 aug. 1942 - 8 apr. 1947
6 jun. 1947 - 14 apr. 1948 6 jun. 1947 - 14 apr. 1948
12 mei 1943 - 21 mrt. 1944 12 mei 1943 - 21 mrt. 1944
8 jul. 1943 - 8 apr. 1947 8 jul. 1943 - 8 apr. 1947
6 jun. 1947 - 17 dec. 1951 6 jun. 1947 - 17 dec. 1951
9 aug. 1943 - 1 sept. 1966 9 aug. 1943 - 1 sept. 1966
21 mei 1947 - 8 apr. 1947 21 mei 1947 - 8 apr. 1947
1 sep. 1945 - 27 dec. 1945 1 sep. 1945 - 27 dec. 1945
31 mei 1946 - 13 jan. 1956 31 mei 1946 - 13 jan. 1956
31 mei 1946 - 13 jan. 1956 31 mei 1946 - 13 jan. 1956
18 okt. 1946 - 16 mrt 1956 18 okt. 1946 - 16 mrt 1956
18 okt. 1946 - 1 jan. 1982 18 okt. 1946 - 1 jan. 1982
14 nov. 1947 - 1 apr. 1977 14 nov. 1947 - 1 apr. 1977
16 apr. 1948 - 1 dec. 1981 16 apr. 1948 - 1 dec. 1981
17 sept. 1948 - 7 feb. 1956 17 sept. 1948 - 7 feb. 1956
14 okt. 1949 - 1 aug. 1981 14 okt. 1949 - 1 aug. 1981

Rechter-plaatsvervangers

26 sept. 1925 - 29 jun. 1943 26 sept. 1925 - 29 jun. 1943
5 mei 1945 - 17 mei 1949 5 mei 1945 - 17 mei 1949
6 dec. 1934 - 15 mei 1941 6 dec. 1934 - 15 mei 1941
12 apr. 1937 - 1 jul 1954 12 apr. 1937 - 1 jul 1954
12 apr. 1937 - 1 sept. 1954 12 apr. 1937 - 1 sept. 1954
1 sep. 1939 - 12 aug. 1943 1 sep. 1939 - 12 aug. 1943
1 sep. 1939 - 1 dec. 1973 1 sep. 1939 - 1 dec. 1973
1 sep. 1939 - 1 jul. 1943 1 sep. 1939 - 1 jul. 1943
1 jul. 1943 - 1 jul. 1948 1 jul. 1943 - 1 jul. 1948
1 sep. 1939 - 13 sep. 1941 1 sep. 1939 - 13 sep. 1941
29 sep. 1942 - 8 apr. 1947 29 sep. 1942 - 8 apr. 1947
7 okt. 1942 - 8 apr. 1947 7 okt. 1942 - 8 apr. 1947
13 apr. 1948 - 8 okt. 1953 13 apr. 1948 - 8 okt. 1953
21 okt. 1942 - 8 apr. 1947 21 okt. 1942 - 8 apr. 1947
17 apr. 1947 - 1 mrt. 1963 17 apr. 1947 - 1 mrt. 1963
21 okt. 1942 - 8 apr. 1947 21 okt. 1942 - 8 apr. 1947
8 dec. 1947 - 5 nov. 1949 8 dec. 1947 - 5 nov. 1949
10 mei 1944 - 8 apr. 1947 10 mei 1944 - 8 apr. 1947
25 jun. 1947 - 1 jun. 1967 25 jun. 1947 - 1 jun. 1967
26 jun. 1944 - 8 apr. 1947 26 jun. 1944 - 8 apr. 1947
17 aug. 1947 - 16 okt. 1945 17 aug. 1947 - 16 okt. 1945
1 sep. 1945 - 9 mei 1946 1 sep. 1945 - 9 mei 1946
9 okt. 1946 - 1 okt. 1976 9 okt. 1946 - 1 okt. 1976
3 jul. 1948 - 1 jul. 1980 3 jul. 1948 - 1 jul. 1980
3 jun. 1949 - 17 apr. 1952 3 jun. 1949 - 17 apr. 1952
21 jun. 1949 - 29 jun. 1950 21 jun. 1949 - 29 jun. 1950
21 jun. 1949 - 10 aug. 1951 21 jun. 1949 - 10 aug. 1951
19 jan 1950 - 1 dec. 1975 19 jan 1950 - 1 dec. 1975

Voorzitters van de Raad van Beroep

1903-1912 1903-1912
1912-1917 1912-1917
1917-1940 1917-1940
1941-1952 1941-1952
1952-1962 1952-1962
1963-1981 1963-1981
1981-1992 1981-1992

 

In 1917 zijn alle toen bestaande raden van beroep opgeheven en is een zevental nieuwe raden van beroep ingesteld (waaronder in Rotterdam). Hierbij werd de voorzitter opnieuw benoemd.

c. Procedures

c.1 Strafrechtelijke zaken

Procesgang voor de meervoudige kamer:

  • Is er een strafbaar feit gepleegd, dan vindt een opsporingsonderzoek plaats door de politie en het openbare ministerie.
  • Aanhangig maken van de zaak door de officier van justitie- hetzij rauwelijks - hetzij na gerechtelijk vooronderzoek door de rechter-commissaris - en door betekening van een dagvaarding vanwege de deurwaarder aan de verdachte.
  • De zaak wordt op de zittingsrol gezet.
  • De zaak wordt door de deurwaarder uitgeroepen, verschijnt de verdachte niet dan kan de rechtbank verstek verlenen.
  • Behandeling van de zaak ter terechtzitting: onder andere door voorlegging van de zaak door de officier van justitie, verhoor van getuigen en deskundigen en verhoor van de verdachte
  • Vordering (requisitoir) van de officier van justitie, inhoudende straf of maatregel en strafbaar feit.
  • Antwoord en verdediging verdachte. Hierna kan de officier van justitie nogmaals het woord voeren. De verdachte heeft het laatst woord.
  • Van de zitting wordt door de griffier een proces-verbaal opgemaakt.
  • Na onderzoek ter terechtzitting volgt na beraadslaging in de Raadkamer (geheim), de uitspraak; direct of na bepaalde tijd.
  • Hierna volgt de uitspraak en het vonnis in een openbare zitting, waarvan proces verbaal wordt opgemaakt.
  • Tegen het vonnis is hoger beroep bij het gerechtshof of cassatie bij de Hoge Raad mogelijk.

De procesgang voor de politierechter, kinderrechter en economische politierechter verloopt op ongeveer dezelfde wijze als de procesgang voor de meervoudige kamer. Voor meer informatie wordt verwezen naar het werkboek inventarisatie rechterlijke archieven 1838-1939 van R. Huijbrecht.

c2. Burgerrechtelijke zaken

a. Meervoudige kamer bij dagvaarding;

Procesgang:

  • Dagvaarding, uitgebracht (betekent, geëxploiteerd) door de deurwaarder.
  • Plaatsing op de rol.
  • Afroeping zaak door deurwaarder. Wanneer de gedaagde niet verschijnt kan de rechtbank verstek verlenen.
  • Conclusie van eis door procureur van eiser en overlegging stukken en conclusie van antwoord door procureur gedaagde.
  • Hierop conclusie van antwoord namens eiser en daarop dupliek door gedaagde en eventuele andere conclusies.
  • Na nemen van conclusie kunnen pleidooien volgen of kan recht op stukken, d.w.z. zonder mondelinge toelichting gevraagd worden.
  • Na pleidooien kunnen stukken in handen van het openbaar ministerie worden gesteld, ter fine van conclusie.
  • Alvorens eindvonnis te wijzen kan de rechtbank bij interlocutoir vonnis (tussenvonnis) bewijsvoering opleggen, door middel van verhoor van getuigen (enquête), bericht van deskundigen, gerechtelijke plaatsopneming (oculaire inspectie, descente), het opleggen van een eed, verhoor op vraagpunten, boekenonderzoek, dwanguitgifte van akten en onderzoek naar de echtheid van een geschrift.
  • De rechtbank bepaalt het vonnis dat ter openbare zitting wordt uitgesproken. Hiervan wordt verslag (proces-verbaal) gemaakt door de griffier.
  • Tegen het vonnis kan hoger beroep bij het gerechtshof of cassatie bij de hoge raad worden ingesteld.

Voor meer informatie wordt verwezen naar het wetboek inventarisatie rechtelijke archieven 1838-1939 van R. Huijbrecht.

b. Meervoudige kamer, bij rekest

De rekestprocedure is eenvoudiger dan de dagvaardingsprocedure en begint met de inschrijving van het rekest in het register van rekesten. De behandeling van het verzoek vindt plaats in de raadkamer waarna de rechter een schriftelijke uitspraak doet in de vorm van een beschikking.

c. Faillissement

De faillissementswetgeving is geregeld in de faillissementswet 1893 en de procedure geldt zowel voor kooplieden als voor particulieren. De rekestprocedure is een bijzondere omdat het vonnis de faillissementsprocedure juist ingang zet. Sinds 1914 bestaat naast het faillissement de mogelijkheid tot het aanhouden van de faillietverklaring en het verlenen van surséance van betaling.

d. Opsluiting van krankzinnigen

Belanghebbende kunnen of bij de kantonrechter of via de officier van justitie bij de president van de rechtbank een rekest indienen ter machtiging tot plaatsing in een gesticht. Stukken betreffende de opsluiting van krankzinnigen kunnen dus zowel in het archief van de arrondissementsrechtbank als ook van het kantongerecht gevonden worden.

e. Enkelvoudige kamer, president in kort geding

Een kortgeding is bedoeld om op kort termijn een uitspraak te krijgen. Een behandeling in kort geding is slechts mogelijk wanneer aan twee eisen is voldaan: er moet sprake zijn van onverwijde spoed en een onmiddellijke voorziening is nodig. De zaak wordt aanhangig gemaakt bij dagvaarding of door vrijwillige verschijning van partijen. Tegen het vonnis staat hoger beroep open bij het gerechtshof.

f. Enkelvoudige kamer, kinderrechter

Het kinderrecht behoort tot de voluntaire rechtspraak en zaken vangen aan met het indienen van een verzoekschrift. De rechter roept altijd direct betrokken op als ouders, voogden en de raad voor de kinderbescherming voordat hij een uitspraak doet. De kinderrechter neemt deel aan alle zaken die betrekking hebben op kinderrechtzaken. Dit betekent dat civielrechtelijke en strafrechtelijke ondertoezichtstelling door de dezelfde rechter behandeld wordt.

c.3 Buitengerechtelijke zaken

a. Register ter overschrijving van huwelijkse voorwaarden

Aanstaande echtgenoten kunnen door het op laten maken van huwelijkse voorwaarden afwijken van de algemene regels die ten aanzien van de gemeenschap van goederen zijn gesteld. Om voor derden deze huwelijkse voorwaarden, die betrekking hebben op het beheer van goederen, inzichtelijk te maken dienen de bepalingen in een openbaar register ter griffe van de arrondissementsrechtbank te worden overgeschreven alvorens ze werking hebben ten opzichte van derden. Deze registers worden na 100 jaar overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

b. Register ter inschrijving van akten van beraad (en aanvaarding onder het voorrecht van boedelbeschrijving)

Erfgenamen kunnen een nalatenschap aanvaarden zonder enig voorbehoud of onder het voorstel van boedelbeschrijving (beneficiaire aanvaarding) of verwerping. Indien de nalatenschap wordt verworpen, beneficiair aanvaard of wanneer gebruikt wordt gemaakt van het recht van beraad, dient een verklaring hieromtrent bij de griffie van de arrondissementsrechtbank te worden ingeschreven.

c. Register ter inschrijving van akten van overbrenging van de registers van de burgerlijke stand

De dubbelen van de registers van de burgerlijke stand dienen elk jaar in januari te worden overgebracht naar de griffie van arrondissementsrechtbank. Van deze overbrenging wordt een akte opgemaakt die wordt ingeschreven in dit register. Deze registers en de dubbelen van de akten over de periode 1940-1949 worden niet met deze inventaris overgebracht maar zullen als een apart bestand worden geïnventariseerd.

d. Registers van akten van depot van dubbelen van repertoria van notarissen

De dubbelen van repertoria dienen elk jaar in de eerste twee maanden door de notarissen te worden overgebracht naar de griffie van arrondissementsrechtbank. Van deze overbrenging wordt een akte opgemaakt die wordt ingeschreven in dit register.

Anders dan tegenwoordig werden de civiele en buitenrechtelijke zaken door de civiele afdeling behandeld.

In 1948 werd de civiele kamer opgedeeld in een 1e, 2e, 3e en 4e kamer.

2. Raad van beroep en Ambtenarengerecht

De Ongevallenwet van 1901 is de eerste sociale verzekeringswet in Nederland. Deze wet bepaalt in art. 75 dat er raden van beroep in het leven moeten worden geroepen zodat duidelijk is op welke wijze bezwaren tegen genomen beslissingen behoren te worden behandeld. De beroepswet 1902 geeft uitvoering aan deze bepaling. Tot 1917 bestaan er 16 Raden van Beroep verspreid over de provincies; hierna wordt dit aantal omwille van efficiency teruggebracht tot 7. Er staat een beroepsmogelijkheid open op beslissingen van de Raad van Beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Dit college is gevestigd in Utrecht.

De Raad van Beroep wordt voorgezeten door een juridisch geschoolde voorzitter en vier leden die de werkgevers en werknemer vertegenwoordigen. Met de toename van het aantal sociale verzekeringen in Nederland neemt het werkterrein van Raad van Beroep evenredig toe.

De ambtenarenwet van 1929, die pas in 1933 in werking treedt, maakt het voor ambtenaren mogelijk klachten voor te leggen aan een rechter. Tussen de overheid en de ambtenaar bestaat immers geen privaatrechtelijke overeenkomst maar een publiekrechtelijke rechtsbetrekking. Het ambtenarenrecht is nauw verbonden met de Raad van Beroep. De Beroepswet 1902 heeft model gestaan voor de organisatie en samenstelling van ambtenarengerechten. Beide colleges delen dezelfde voorzitter; de leden van het ambtenarengerecht zijn anders dan bij de Raad van Beroep van ambtenaren (of dit recentelijk geweest).

In 1992 worden de Raden van beroep ambtenarengerechten opgenomen in de organisatie van de arrondissementsrechtbank en worden de zaken behandeld door de nieuw opgerichte sector Bestuursrecht. In Rotterdam is in de periode van oprichting in 1903 tot 1992 een Raad van Beroep en ambtenarengerechten gevestigd geweest.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in