gahetNA in het Nationaal Archief

Kantongerecht Sommelsdijk, 1838-1979

3.03.66
Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
2003
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.03.66
Auteur: Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
2003
CC0

Periode:

1830-1979
merendeel (1838) 1830-1979(1990)

Omvang:

27,30 meter; 518 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het kantongerecht sprak recht in geval van overtredingen (strafzaken) en burgerlijke zaken. Het archief van het kantongerecht Sommelsdijk van 1838-1979 bevat registers van strafzaken, rolboeken, processen-verbaal van terechtzittingen en minuten van vonnissen, processtukken betreffende pacht-, huur- en arbeidszaken, inschrijvingen van vennootschappen, voogdijregisters en akten en beschikkingen van buitengerechtelijke zaken.

Archiefvormers:

  • Kantongerecht, Sommelsdijk

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

ORGANISATIE VAN DE RECHTERLIJKE MACHT

In 1827 kwam de "Wet op de samenstelling der regtelijke magt en het beleid der justitie voor het koningrijk der Nederlanden" (Staatsblad (Stb.) 20) tot stand. Deze wet (afgekort: wet R.O.) werd de grondslag van de nieuwe rechterlijke organisatie. De (nu nog geldende) wet R.O. bepaalt in hoofdzaak welke soorten rechterlijke instellingen er zijn en in welke zaken deze bevoegd zijn. In vele andere wetten staan bepalingen die bepaalde rechterlijke instanties in zekere zaken bevoegd verklaren. Bij de wet R.O. behoorden vier "reglementen van openbaar bestuur", regelende de eedsaflegging en de inwendige dienst, de titulatuur en het ambtskostuum, de orde en discipline voor de advocaten en procureurs en de organisatie van de deurwaarders en andere rechtsbedienden.

De Belgische opstand maakte het onmogelijk om de nieuwe rechterlijke organisatie en de wetboeken op 1 februari 1831 in te voeren.

De wet R.O. onderging vervolgens wijzigingen bij wet van 28 april 1835, Stb. 10. Uiteindelijk traden de gewijzigde wet R.O. en de wetboeken in werking op 1 oktober 1838 (ingevolge het Koninklijk Besluit (KB) van 10 april 1838 en het KB van 19 mei 1838). Het Hoog Nationaal Geregtshof werd vervangen door de Hoge Raad der Nederlanden en de provinciale gerechtshoven kwamen in plaats van de hoven van assisen. De negen provinciale gerechtshoven waren gevestigd in Groningen, Leeuwarden, Assen, Zwolle, Arnhem, Utrecht, Den Haag, Middelburg en Den Bosch. Naast de gerechtshoven werd in Amsterdam een criminele rechtbank voor het noordelijk deel van Noord-Holland ingesteld. De arrondissementsrechtbanken vervingen de rechtbanken van eerste aanleg en de rechtbanken van koophandel. De kantongerechten kwamen in plaats van de vredegerechten en rechtbanken van enkele politie.

In 1841 werden nog twee gerechtshoven, in Maastricht en in Amsterdam, en een aantal arrondissementsrechtbanken ingesteld. Met de instelling van de arrondissementsrechtbank in Amsterdam werd de criminele rechtbank opgeheven.

Met de "Wet tot opheffing van Provinciale Geregtshoven en Instelling van nieuwe Gerechtshoven" van 10 november 1875, Stb. 204, werden de provinciale gerechtshoven opgeheven en werden vijf regionale gerechtshoven ingesteld. De nieuwe gerechtshoven waren gevestigd in Amsterdam, Arnhem, Den Bosch, Den Haag en Leeuwarden. Bij de wetten van 9 april 1877, Stb. 74-78, werden de rechtsgebieden van de nieuwe gerechtshoven nader bepaald. Een groot aantal rechtbanken en kantongerechten werd opgeheven. De rechterlijke organisatie telde nog 5 gerechtshoven, 23 rechtbanken en 106 kantongerechten. In de volgende jaren werd het aantal arrondissementsrechtbanken en kantongerechten nog aanzienlijk verminderd.

De vijf wetten uit 1877, Stb. 74-78, werden op 17 november 1933 ingetrokken bij vijf nieuwe wetten, Stb. 601-605. Deze wetten traden in werking op 1 januari 1934, Stb. 623, en stelden de rechtsgebieden van de gerechtshoven en de zetels van de arrondissementsrechtbanken en kantongerechten vast.

Het merendeel van de strafzaken en burgerlijke zaken valt onder de bevoegdheid van de arrondissementsrechtbanken. Bij de strafzaken onderscheidt men overtredingen en misdrijven. De berechting van overtredingen, met uitzondering van de overtredingen van bedelarij en landloperij, en het misdrijf stroperij is opgedragen aan de kantongerechten. De berechting van de misdrijven met uitzondering van stroperij, en van de overtredingen bedelarij en landloperij behoort tot de competentie van de arrondissementsrechtbanken. De rechtbanken vonnissen in hoger beroep over de daarvoor vatbare vonnissen in strafzaken van de kantonrechter. Daarnaast nemen de rechtbanken in eerste en tevens hoogste ressort kennis van alle jurisdictiegeschillen tussen de kantongerechten binnen haar arrondissement.

In de rechtspraak wordt onderscheid gemaakt tussen absolute en relatieve competentie.

Absolute competentie geeft antwoord op de vraag welke rechter bevoegd is (hoofdregel: de arrondissementsrechtbank; in uitzonderingsgevallen: de kantonrechter). De relatieve competentie geeft antwoord op de vraag welke bepaalde rechter van die soort bevoegd is (hoofdregel: de rechtbank of de kantonrechter van de woonplaats van de gedaagde).

Bij absolute competentie wordt onderscheid gemaakt tussen strafzaken en burgerlijke zaken. In strafzaken is de kantonrechter bevoegd alle overtredingen, met uitzondering van de overtredingen bedelarij en landloperij, en het misdrijf stroperij te berechten. In burgerlijke zaken is de competentie van de kantonrechter een uitzonderingsbevoegdheid. De gewone rechter in eerste aanleg is de arrondissementsrechtbank. Tenslotte behandelt de kantonrechter ook verschillende buitengerechtelijke zaken.

Ook bij relatieve competentie wordt onderscheid gemaakt tussen strafzaken en burgerlijke zaken.

In het burgerlijk procesrecht kent men twee procestypen: het proces, dat met een dagvaarding begint en het proces, dat met een verzoekschrift begint. De dagvaarding is een document waarmee de partij, die een uitspraak van de rechter wenst, zich door bemiddeling van de deurwaarder tot de tegenpartij wendt. Het verzoekschrift is een document, waarmee een partij zich rechtstreeks tot de rechter wendt.

Een groot deel van de door de kantongerechten behandelde burgerlijke zaken bestaat uit arbeids- en huurkoopzaken alsmede pachtzaken. Bij wet van 13 juli 1907, Stb. 193, werden de artikelen 125 a-f ingevoegd in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Betreffende artikelen golden aanvankelijk alleen voor arbeidszaken en gaven de procedureregels in de volgende zaken:

  • een arbeidsovereenkomst;
  • een agentuurovereenkomst;
  • een collectieve overeenkomst;
  • algemeen verbindend verklaarde bepalingen van een CAO;
  • aanneming van werk.

De kantonrechter was bij uitsluiting bevoegd in bovengenoemde zaken, ongeacht de som van de vordering. Hoger beroep was mogelijk als de vordering meer dan f 2.500,- bedroeg. Bij wet van 23 april 1936, Stb. 202, werden de artikelen 125 g-j aan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsverordening toegevoegd. Deze artikelen regelden de procedure inzake huurkoopzaken.

De Crisispachtwet van 17 juni 1932, Stb. 301, omschreef begrippen als "pachter", "pachtovereenkomst" en "pachtprijs". Volgens de Crisispachtwet kon de pachter een verzoek doen tot ontheffing van de verplichting tot betaling van de pachtprijs. De verzoeken tot ontheffing werden behandeld door de kamers voor crisispachtzaken. Deze kamers bestonden uit de kantonrechter als voorzitter en twee leden, die niet tot de rechterlijke macht behoorden.

De Pachtwet van 31 mei 1937, Stb. 205, regelde onder meer:

  • de pachtovereenkomst moest "op straffe van nietigheid" schriftelijk worden aangegaan;
  • de pachtrechters, bij de kantongerechten en het Gerechtshof te Arnhem, moesten de verplichtingen van de pachter toetsen;
  • een tussentijdse wijziging van de bepalingen in de pachtovereenkomst werd mogelijk;
  • pachtovereenkomsten golden voor onbepaalde tijd, slechts bij uitzondering was een termijn van 1 tot 3 jaar mogelijk.

De pachtkamer bestond uit een voorzitter, de kantonrechter en twee deskundigen ten aanzien van de verhoudingen op het pachtgebied. Deze deskundigen behoorden niet tot de rechterlijke macht.

Door de Pachtwet 1937 werden zogenaamde pachtbureaus ingesteld. Deze waren bevoegd beslissingen te nemen over de duur van pachtovereenkomsten. De beslissingen hadden dezelfde rechtskracht als die van de pachtkamers.

De Crisispachtwet 1932 en de Pachtwet 1937 werden met ingang van 25 november 1941 buiten werking gesteld en vervangen door het Pachtbesluit.

Het Pachtbesluit kende een aantal nieuwe regelingen:

  • men kon schriftelijke vastlegging van een mondeling aangegane pachtovereenkomst vragen bij de grondkamers;
  • de toetsing van de pachtovereenkomsten werd voortaan door de grondkamers verricht;
  • de pachtovereenkomst moest worden aangegaan voor bepaalde tijd, namelijk twaalf jaar voor een hoeve en zes jaar voor "los land";
  • naast de grondkamers bleven de pachtkamers bij de kantongerechten en bij het Gerechtshof Arnhem bestaan.

Voor uitgebreide informatie over de organisatie van de rechterlijke macht in Nederland, de procedures bij rechtszaken alsmede taak, samenstelling en werkwijze van de rechtbanken en kantongerechten wordt verwezen naar het "Werkboek rechterlijke archieven 1838-1940" onder redactie van R. Huijbrecht en "Berecht en gestraft: een geschiedenis van de rechterlijke organisatie en de strafinstellingen, 1811-1993" van G. Beks en H.J.Ph.G. Kaajan.

GESCHIEDENIS VAN HET ARCHIEFVORMEND ORGAAN

Het gebied en de indeling van het arrondissement van het kanton Sommelsdijk werden in 1877 ingrijpend gewijzigd en bleven nadien hetzelfde.

Zoals gebruikelijk was het Kantongerecht Sommelsdijk aanvankelijk ook in het Raadhuis in de Voorstraat/Hoofdstraat gehuisvest. Het had daar de beschikking over twee vertrekken: een gerechtszaal en een vertrek voor de griffier(

Aardrijkskundig Woordenboek, bijeengebracht door A.J. van der Aa, dl. 10, Zaltbommel 1976-1980 (fotografische herdruk van Gorinchem, 1839-1854), p. 376.

). Doordat het eerstgenoemde vertrek tevens raadszaal van het gemeentebestuur was, waren er geregeld problemen over het gebruik van dit vertrek. Dit was mede het gevolg van het feit dat het kantongerecht als gevolg van een taakuitbreiding de zaal vaker nodig had. Een verzoek van Burgemeester en Wethouders van Sommelsdijk aan het Ministerie van Justitie om op 's Rijkskosten een verbouwing te willen bekostigen, werd echter afgewezen.

Vanaf 1856 werd gewerkt aan plannen voor de bouw van een nieuw Huis van Bewaring, dat toen in de toren van de Nederlands Hervormde Kerk was gehuisvest(

Zie voor de bouwgeschiedenis van het Huis van Bewaring, waarin het kantongerecht was gehuisvest: M.A. Petersen, Gedetineerden onder dak. Geschiedenis van het gevangeniswezen in Nederland van 1795 af, bezien van zijn huisvesting, Leiden 1978, 229-233 met foto's op 232.

). Op verzoek van de minister van Justitie in 1859 werd daarbij tevens in lokaliteiten voor het kantongerecht voorzien. In verband met deze bouw werd in september 1860 in het westelijk deel van het dorp aan de Molendijk grond aangekocht. In het definitieve ontwerp kreeg het kantongerecht op de eerste verdieping de beschikking over vier vertrekken: een gerechtszaal, tevens als vergaderzaal te gebruiken door het College van Toezicht over het Huis van Bewaring, een vertrek voor de griffier, een bewaarplaats voor de overtuigingsstukken en een getuigenkamer, tevens bestemd voor de rijksveldwachter alsmede een privaat. De bouwkosten werden voor 1/7 deel omgeslagen over de gemeenten van het kanton, terwijl het Rijk 6/7 deel voor zijn rekening nam. Hierdoor kreeg het Rijk, dat de onderhoudskosten voor zijn rekening nam, onbelemmerd toegang tot de vertrekken. Het gebouw werd in 1863 in gebruik genomen. Reeds vijf jaar later vroeg de kantonrechter tevergeefs het gebouw uit te breiden, omdat het pand voor de behandeling van de strafzaken met het oog op de getuigen te klein was.

In 1903 droegen de gemeenteraden van het kanton Sommelsdijk het voormalige Huis van Bewaring aan de Oudelandse Dijk, dat in 1900 was opgeheven, over aan de Staat der Nederlanden. Het duurde vervolgens tot 1916 voordat de gemeente Sommelsdijk bij gebrek aan geschikte ruimte een tweetal arrestantenlokalen van het leegstaande Huis van Bewaring huurde. Een maatregel, die het Ministerie van Justitie nam om in de onderhoudskosten te voorzien. Van 1926 tot 1931 huurde de Artillerie-Inrichting ook nog een cel als patronenbergplaats.

In 1907 werd overwogen om de Kantongerechten Den Helder, Boxmeer en Sommelsdijk te verbouwen, omdat de zittingszalen daar tot de kleinste behoorden. Met de wacht- en getuigenkamers was het nog treuriger gesteld, terwijl Sommelsdijk ook nog eens een eigen kamer voor de kantonrechter miste. Voorgesteld werd aldaar een deel van het Huis van Bewaring af te breken en het resterende deel voor een uitbreiding te gebruiken(

Nationaal Archief, Archief Ministerie van Justitie, Gebouwen, dossier 77.

). Uiteindelijk werd dit plan toch niet gerealiseerd. Vijf jaar daarna verzocht de kantonrechter met name vanwege het tekort aan ruimte bij strafzittingen de gerechtszaal te mogen uitbreiden, de griffie naar de benedenverdieping te verplaatsen en elders een wachtkamer en een kantonrechterskamer te mogen inrichten. Als reden om ditmaal niet op het verzoek in te gaan werd aangevoerd dat het Kantongerecht Sommelsdijk relatief het minste aantal zaken van alle kantongerechten behandelde. Volstaan werd met het aanbrengen van een verhoging voor de plaats waar het kantongerecht zat. Dit hield mede verband met de onduidelijkheid over de toekomst van het kantongerecht.

In 1931 werd tenslotte de te kleine gerechtszaal uitgebreid. Tevens werd besloten om toen in het voormalige Huis van Bewaring een tweede wachtkamer te maken en stellingen voor de berging van het archief en overtuigingsstukken te plaatsen. Bij die gelegenheid werden ook enkele nieuwe cellen gebouwd. In de overblijvende ruimte werd een magazijn voor de Technische Dienst van de Rijkstelegraaf ondergebracht. Het verzoek daartoe was de directe aanleiding voor deze uitbreiding geweest(

Kort overzicht van de Geschiedenis der Gebouwen bij het Departement van Justitie in gebruik, met vermelding van de nummers der dossiers waarin de stukken zijn opgenomen (uitgave Departement van Justitie, Archief, 's- Gravenhage, 1912), p. 105. Zie ook p. 172-173. Uitgebreider beschreven en voor de latere periode aangevuld met gegevens uit: Nationaal Archief, Archief Ministerie van Justitie, Gebouwen, dossiers 110, 183.

).

Lijst van gemeenten, behorende tot het rechtsgebied van het kanton Sommelsdijk

  • Sommelsdijk en Kraaijestein
  • Middelharnis
  • Stad aan 't Haringvliet
  • Den Bommel
  • Ooltgensplaat
  • Oude-Tonge
  • Nieuwe-Tonge en Klinkerland
  • Oud- en Nieuw Herkinge
  • Dirksland
  • Melissant, Noorderschorren
  • en Wellestrijpe
  • Onwaard, Oud- en Nieuw
  • Kraijerspolder en Kraaijenisse
  • Roxenisse
  • Goedereede
  • Ouddorp, Oudeland, Oude-Nieuwland en West-Nieuwland,
  • Oost- en Westdijk
  • Stellendam
  • Sommelsdijk
  • Middelharnis
  • Stad aan 't Haringvliet
  • den Bommel
  • Ooltgensplaat
  • Oude Tonge
  • Nieuwe Tonge
  • Herkingen
  • Dirksland
  • Melissant
  • Stellendam
  • Goedereede
  • Ouddorp
  • Sommelsdijk
  • Middelharnis
  • Stad aan 't Haringvliet
  • den Bommel
  • Ooltgensplaat
  • Oude-Tonge
  • Nieuwe-Tonge
  • Herkingen
  • Dirksland
  • Melissant
  • Stellendam
  • Goedereede
  • Ouddorp
  • Sommelsdijk
  • den Bommel
  • Dirksland
  • Goedereede
  • Herkingen
  • Melissant
  • Middelharnis
  • Nieuw-Tonge
  • Ooltgensplaat
  • Ouddorp
  • Oude-Tonge
  • Stad aan 't Haringvliet
  • Stellendam

(Zie: Werkboek Huijbrecht, p. 125,146, 174 en de Wet van 10 augustus 1951 (Stb. 347)).

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in