Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Kantongerecht Brielle, 1838-1979

Door een technische storing is aanmaken van een gebruikersprofiel en het reserveren van archiefstukken op dit moment niet mogelijk. Er wordt gewerkt aan een oplossing. Onze excuses voor het ongemak.

3.03.65
Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
2003
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.03.65
Auteur: Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
2003
CC0

Periode:

1838-1995
merendeel 1838-1979

Omvang:

27.60 meter; 527 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Het archief bevat tekeningen.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het kantongerecht sprak recht in geval van overtredingen (strafzaken) en burgerlijke zaken. Het archief van het kantongerecht Brielle bevat van 1838-1979 registers van strafzaken, processen-verbaal van terechtzittingen en minuten van vonnissen, processtukken betreffende pacht-, huur- en arbeidszaken, voogdijregisters, curatelenbewind en akten en beschikkingen van buitengerechtelijke zaken.

Archiefvormers:

  • Kantongerecht, Brielle

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

ORGANISATIE VAN DE RECHTERLIJKE MACHT

In 1827 kwam de "Wet op de samenstelling der regtelijke magt en het beleid der justitie voor het koningrijk der Nederlanden" (Staatsblad (Stb.) 20) tot stand. Deze wet (afgekort: wet R.O.) werd de grondslag van de nieuwe rechterlijke organisatie. De (nu nog geldende) wet R.O. bepaalt in hoofdzaak welke soorten rechterlijke instellingen er zijn en in welke zaken deze bevoegd zijn. In vele andere wetten staan bepalingen die bepaalde rechterlijke instanties in zekere zaken bevoegd verklaren. Bij de wet R.O. behoorden vier "reglementen van openbaar bestuur", regelende de eedsaflegging en de inwendige dienst, de titulatuur en het ambtskostuum, de orde en discipline voor de advocaten en procureurs en de organisatie van de deurwaarders en andere rechtsbedienden.

De Belgische opstand maakte het onmogelijk om de nieuwe rechterlijke organisatie en de wetboeken op 1 februari 1831 in te voeren.

De wet R.O. onderging vervolgens wijzigingen bij wet van 28 april 1835, Stb. 10. Uiteindelijk traden de gewijzigde wet R.O. en de wetboeken in werking op 1 oktober 1838 (ingevolge het Koninklijk Besluit (KB) van 10 april 1838 en het KB van 19 mei 1838). Het Hoog Nationaal Geregtshof werd vervangen door de Hoge Raad der Nederlanden en de provinciale gerechtshoven kwamen in plaats van de hoven van assisen. De negen provinciale gerechtshoven waren gevestigd in Groningen, Leeuwarden, Assen, Zwolle, Arnhem, Utrecht, Den Haag, Middelburg en Den Bosch. Naast de gerechtshoven werd in Amsterdam een criminele rechtbank voor het noordelijk deel van Noord-Holland ingesteld. De arrondissementsrechtbanken vervingen de rechtbanken van eerste aanleg en de rechtbanken van koophandel. De kantongerechten kwamen in plaats van de vredegerechten en rechtbanken van enkele politie.

In 1841 werden nog twee gerechtshoven, in Maastricht en in Amsterdam, en een aantal arrondissementsrechtbanken ingesteld. Met de instelling van de arrondissementsrechtbank in Amsterdam werd de criminele rechtbank opgeheven.

Met de "Wet tot opheffing van Provinciale Geregtshoven en Instelling van nieuwe Gerechtshoven" van 10 november 1875, Stb. 204, werden de provinciale gerechtshoven opgeheven en werden vijf regionale gerechtshoven ingesteld. De nieuwe gerechtshoven waren gevestigd in Amsterdam, Arnhem, Den Bosch, Den Haag en Leeuwarden. Bij de wetten van 9 april 1877, Stb. 74-78, werden de rechtsgebieden van de nieuwe gerechtshoven nader bepaald. Een groot aantal rechtbanken en kantongerechten werd opgeheven. De rechterlijke organisatie telde nog 5 gerechtshoven, 23 rechtbanken en 106 kantongerechten. In de volgende jaren werd het aantal arrondissementsrechtbanken en kantongerechten nog aanzienlijk verminderd.

De vijf wetten uit 1877, Stb. 74-78, werden op 17 november 1933 ingetrokken bij vijf nieuwe wetten, Stb. 601-605. Deze wetten traden in werking op 1 januari 1934, Stb. 623, en stelden de rechtsgebieden van de gerechtshoven en de zetels van de arrondissementsrechtbanken en kantongerechten vast.

Het merendeel van de strafzaken en burgerlijke zaken valt onder de bevoegdheid van de arrondissementsrechtbanken. Bij de strafzaken onderscheidt men overtredingen en misdrijven. De berechting van overtredingen, met uitzondering van de overtredingen van bedelarij en landloperij, en het misdrijf stroperij is opgedragen aan de kantongerechten. De berechting van de misdrijven met uitzondering van stroperij, en van de overtredingen bedelarij en landloperij behoort tot de competentie van de arrondissementsrechtbanken. De rechtbanken vonnissen in hoger beroep over de daarvoor vatbare vonnissen in strafzaken van de kantonrechter. Daarnaast nemen de rechtbanken in eerste en tevens hoogste ressort kennis van alle jurisdictiegeschillen tussen de kantongerechten binnen haar arrondissement.

In de rechtspraak wordt onderscheid gemaakt tussen absolute en relatieve competentie.

Absolute competentie geeft antwoord op de vraag welke rechter bevoegd is (hoofdregel: de arrondissementsrechtbank; in uitzonderingsgevallen: de kantonrechter). De relatieve competentie geeft antwoord op de vraag welke bepaalde rechter van die soort bevoegd is (hoofdregel: de rechtbank of de kantonrechter van de woonplaats van de gedaagde).

Bij absolute competentie wordt onderscheid gemaakt tussen strafzaken en burgerlijke zaken. In strafzaken is de kantonrechter bevoegd alle overtredingen, met uitzondering van de overtredingen bedelarij en landloperij, en het misdrijf stroperij te berechten. In burgerlijke zaken is de competentie van de kantonrechter een uitzonderingsbevoegdheid. De gewone rechter in eerste aanleg is de arrondissementsrechtbank. Tenslotte behandelt de kantonrechter ook verschillende buitengerechtelijke zaken.

Ook bij relatieve competentie wordt onderscheid gemaakt tussen strafzaken en burgerlijke zaken.

In het burgerlijk procesrecht kent men twee procestypen: het proces, dat met een dagvaarding begint en het proces, dat met een verzoekschrift begint. De dagvaarding is een document waarmee de partij, die een uitspraak van de rechter wenst, zich door bemiddeling van de deurwaarder tot de tegenpartij wendt. Het verzoekschrift is een document, waarmee een partij zich rechtstreeks tot de rechter wendt.

Een groot deel van de door de kantongerechten behandelde burgerlijke zaken bestaat uit arbeids- en huurkoopzaken alsmede pachtzaken. Bij wet van 13 juli 1907, Stb. 193, werden de artikelen 125 a-f ingevoegd in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Betreffende artikelen golden aanvankelijk alleen voor arbeidszaken en gaven de procedureregels in de volgende zaken:

  • een arbeidsovereenkomst;
  • een agentuurovereenkomst;
  • een collectieve overeenkomst;
  • algemeen verbindend verklaarde bepalingen van een CAO;
  • aanneming van werk.

De kantonrechter was bij uitsluiting bevoegd in bovengenoemde zaken, ongeacht de som van de vordering. Hoger beroep was mogelijk als de vordering meer dan f 2.500,- bedroeg. Bij wet van 23 april 1936, Stb. 202, werden de artikelen 125 g-j aan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsverordening toegevoegd. Deze artikelen regelden de procedure inzake huurkoopzaken.

De Crisispachtwet van 17 juni 1932, Stb. 301, omschreef begrippen als "pachter", "pachtovereenkomst" en "pachtprijs". Volgens de Crisispachtwet kon de pachter een verzoek doen tot ontheffing van de verplichting tot betaling van de pachtprijs. De verzoeken tot ontheffing werden behandeld door de kamers voor crisispachtzaken. Deze kamers bestonden uit de kantonrechter als voorzitter en twee leden, die niet tot de rechterlijke macht behoorden.

De Pachtwet van 31 mei 1937, Stb. 205, regelde onder meer:

  • de pachtovereenkomst moest "op straffe van nietigheid" schriftelijk worden aangegaan;
  • de pachtrechters, bij de kantongerechten en het Gerechtshof te Arnhem, moesten de verplichtingen van de pachter toetsen;
  • een tussentijdse wijziging van de bepalingen in de pachtovereenkomst werd mogelijk;
  • pachtovereenkomsten golden voor onbepaalde tijd, slechts bij uitzondering was een termijn van 1 tot 3 jaar mogelijk.

De pachtkamer bestond uit een voorzitter, de kantonrechter en twee deskundigen ten aanzien van de verhoudingen op het pachtgebied. Deze deskundigen behoorden niet tot de rechterlijke macht.

Door de Pachtwet 1937 werden zogenaamde pachtbureaus ingesteld. Deze waren bevoegd beslissingen te nemen over de duur van pachtovereenkomsten. De beslissingen hadden dezelfde rechtskracht als die van de pachtkamers.

De Crisispachtwet 1932 en de Pachtwet 1937 werden met ingang van 25 november 1941 buiten werking gesteld en vervangen door het Pachtbesluit.

Het Pachtbesluit kende een aantal nieuwe regelingen:

  • men kon schriftelijke vastlegging van een mondeling aangegane pachtovereenkomst vragen bij de grondkamers;
  • de toetsing van de pachtovereenkomsten werd voortaan door de grondkamers verricht;
  • de pachtovereenkomst moest worden aangegaan voor bepaalde tijd, namelijk twaalf jaar voor een hoeve en zes jaar voor "los land";
  • naast de grondkamers bleven de pachtkamers bij de kantongerechten en bij het Gerechtshof Arnhem bestaan.

Voor uitgebreide informatie over de organisatie van de rechterlijke macht in Nederland, de procedures bij rechtszaken alsmede taak, samenstelling en werkwijze van de rechtbanken en kantongerechten wordt verwezen naar het "Werkboek rechterlijke archieven 1838-1940" onder redactie van R. Huijbrecht en "Berecht en gestraft: een geschiedenis van de rechterlijke organisatie en de strafinstellingen, 1811-1993" van G. Beks en H.J.Ph.G. Kaajan.

GESCHIEDENIS VAN HET ARCHIEFVORMEND ORGAAN

Het gebied en de indeling van het arrondissement van het kanton Brielle is tussen 1829 en 1979 een paar maal gewijzigd, maar omvatte de langste tijd ongeveer dezelfde gemeenten.Tot 1877 ressorteerde het kantongerecht onder de arrondissementsrechtbank Brielle. Toen laatstgenoemd college dat jaar ondanks jarenlange protesten werd opgeheven, kwamen de kantons Brielle en Sommelsdijk vanaf die tijd onder de arrondissementsrechtbank Rotterdam te ressorteren( C. Venema m.m.v. R. Huijbrecht, Inventaris van de archieven van de Arrondissementsrechtbanken en Parketten van de officieren van justitie in Zuid-Holland, 1838-1939 (Den Haag, 1993: Inventarisreeks Rijksarchief in Zuid-Holland, nr. 4), pp. 51-52. ). In de Wet van 22 december 1828 (Stb. 74) werd het Kantongerecht Brielle voor het eerst genoemd, terwijl er voordien al een Regtbank van enkele Policie en een Vredegerecht gevestigd waren( J. Engelaan, Inventaris van het archief van het Kantongerecht te Brielle, 's-Gravenhage 1974, p. 3. Abusievelijk staat daar 1829 als jaartal. ). Als gevolg van de voornoemde opheffing van de arrondissementsrechtbank Brielle in 1877 werd de huur van de lokalen met ingang van 1 januari 1878 opgezegd. Deze bevonden zich op de tweede verdieping van het uit 1792 daterende Raadhuis aan de Markt no 1. Dit gold ook voor het ene op de begane grond gesitueerde lokaal van het Kantongerecht Brielle, dat vanwege de slechte licht- en luchttoevoer als "een hok" werd bestempeld. Op 13 september 1877 werd echter een nieuwe huurovereenkomst met Burgermeester en Wethouders van Brielle gesloten, waarbij het kantongerecht voor een bedrag van f. 500,- per jaar vier lokalen (audiëntiezaal, parket, griffie en getuigenkamer) huurde. Dit waren de lokalen, die de arrondissementsrechtbank van de gemeente had gehuurd.

Gezien de veranderde tijdsomstandigheden werd de voornoemde huurovereenkomst, die tot dan toe jaarlijks werd verlengd, bij de akte van 4/9 september 1941 opnieuw vastgesteld en bij beschikking van 19 september 1941, no. 21, afdeling Rijksgebouwen, goedgekeurd.

Het jaar daarop werd de zittingszaal vanwege een vordering door de Duitsers van het gebouw van de Vereniging Vakschool te Brielle en Omstreken korte tijd onderverhuurd( Kort overzicht van de geschiedenis der Gebouwen bij het Departement van Justitie in gebruik, met vermelding van de nummers der dossiers waarin de stukken zijn opgenomen (uitgave Departement van Justitie, Archief, 's-Gravenhage, 1912), p. 65. Uitgebreider beschreven en voor de latere periode aangevuld met gegevens uit: Nationaal Archief, Archief Ministerie van Justitie, Gebouwen, dossier 51. ).

Met ingang van 28 mei 1952 werd de huurovereenkomst ontbonden, omdat het kantongerecht

toen naar een nabij gelegen pand aan de Voorstraat nr. 31 verhuisde( Engelaan, o.c., p. 7. ).

Lijst van gemeenten, behorende tot het rechtsgebied van het kanton Brielle

  • Brielle
  • Oostvoorne
  • Rugge en Oosterland
  • Oud en Nieuw Kleiburg
  • Hellevoetsluis
  • Oude en Nieuwe Struiten
  • Nieuw hellevoet en de Quack
  • Nieuwenhoorn en Nieuwegote
  • Oudenhoorn
  • Zuidland en Velgersdijk
  • Abbenbroek
  • Zwartewaal
  • Vierpolders of het Nieuwland
  • Rokkanje, Strijpe,
  • Lodderland, Stuifakker,
  • St. Anna-polders en het
  • Schapengors
  • Naters en St. Pancrasgors
  • Heenvliet en Koolwijkspolder
  • Geervliet
  • Biert en Stompaard
  • Schuddebeurs en Simonshaven
  • Spijkernisse en Braband
  • Hekelingen en Vriesland
  • Brielle
  • Oostvoorne
  • Rockanje
  • Nieuw-Helvoet
  • Nieuwenhoorn
  • Hellevoetsluis
  • Oudenhoorn
  • Zuidland
  • Hekelingen
  • Spijkernisse
  • Geervliet
  • Heenvliet
  • Abbenbroek
  • Zwartewaal
  • Brielle
  • Oostvoorne
  • Rockanje
  • Nieuw-Helvoet
  • Nieuwenhoorn
  • Hellevoetsluis
  • Oudenhoorn
  • Zuidland
  • Hekelingen
  • Spijkernisse
  • Geervliet
  • Heenvliet
  • Abbenbroek
  • Zwartewaal
  • Vierpolders
  • Rozenburg
  • Vierpolders
  • RozenburgBrielle
  • Abbenbroek
  • Geervliet
  • Heenvliet
  • Hellevoetsluis
  • Hekelingen
  • Nieuwenhoorn
  • Nieuw-Helvoet
  • Oudenhoorn
  • Oostvoorne
  • Rockanje
  • Rozenburg
  • Spijkernisse
  • Vierpolders
  • Zuidland
  • Zwartewaal

(Zie: Werkboek Huijbrecht, p. 125, 146, 174 en de Wet van 10 augustus 1951 (Stb. 347)).

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in