Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Rechtbank Eerste Aanleg Leiden

3.03.60
G.H.C. Breesnee
Nationaal Archief, Den Haag
1928
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.03.60
Auteur: G.H.C. Breesnee
Nationaal Archief, Den Haag
1928
CC0

Periode:

1811-1838

Omvang:

12,60 meter; 122 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief van de Rechtbank van Eerste Aanleg - tevens rechtbank van koophandel - te Leiden (ca. 1811-1842) bevat stukken op het gebied van correctionele, civiele en voluntaire zaken. Zo zijn er repertoires van gepleegde misdrijven (met namen van verdachten), registers van vonnissen, audiëntiebladen, minuten van civiele acten en minuutacten betreffende nalatenschappen en goederen. Daarnaast kan men documenten van meer huishoudelijke aard aantreffen: acten van depot van handtekeningen en parafen, repertoires van gepasseerde actes en processtukken alsmede enkele stukken de koophandel betreffende.

Archiefvormers:

  • Rechtbank van Eerste Aanleg te Leiden

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Kort na de inlijving van ons land bij Frankrijk werd de rechterlijke indeeling geregeld nl. bij Keizerlijk Decreet d.d. 18 October 1810. Bij art. 63 daarvan werd bepaald, dat in elk arrondissement eene rechtbank van eersten aanleg zou worden opgericht, dus wat betreft het departement van de Monden van de Maas in de 4 arrondissementen van 's-Gravenhage, Rotterdam, Dordrecht en Flakkee. Bovendien bepaalde art. 64, dat er nog een zou worden opgericht in Leiden en een in Gorinchem. Het Keizerlijk Decreet d.d. 21 October 1811 gaf eene definitieve indeeling in arrondissementen en kantons, waarbij het Departement der Monden van de Maas verdeeld werd in 6 arrondissementen, nl. 's-Gravenhage, Rotterdam, Leiden, Dordrecht, Gorinchem en Brielle.

De competentie van den rechtbank van eersten aanleg in zaken van contentieuze rechtspraak werd geregeld in art. 21 e. v. van het Keizerlijk Decreet d.d. 8 November 1810; deze had in eersten aanleg de berechting van alle persoonlijke rechten en roerende zaken tot eene waarde van 1000 francs en van zakelijke rechten tot eene waarde van 50 francs aan rente. Van deze vonnissen berustte het appèl bij het Keizerlijk Gerechtshof te 's-Gravenhage, ingevolge art. 103 van het Keizerlijk Decreet d.d. 18 October 1810 en sinds het jaar 1813 bij het Hoog Gerechtshof te 's-Gravenhage, ingevolge het Besluit van den Souvereinen Vorst d.d. 11 December 1813, waarbij tevens de cassatie in civiele zaken werd afgeschaft.

Ten aanzien van het appèl golden dezelfde regels ook voor de zaken van koophandel, die in eersten aanleg in sommige arrondissementen door afzonderlijke rechtbanken van koophandel werden berecht. Bij de rechtbanken van eersten aanleg in Leiden, Gorinchem en Brielle bestonden geene afzonderlijken rechtbanken van koophandel; de zaken van koophandel werden daar waargenomen door de rechtbanken van eersten aanleg.

Van de vonnissen, door den vrederechter in civiele zaken gewezen, kwam men in appèl bij de rechtbanken van eersten aanleg.

De crimineele rechtspraak stond in verband met de verdeeling der strafbare feiten in contraventions de police, délits en crimes volgens den Code Pénal.

De rechtbanken van eersten aanleg waren met de berechting in eersten aanleg van de wanbedrijven (délits) belast. Van de vonnissen, gewezen over laatstgenoemde feiten door de rechtbanken van eersten aanleg in Holland-Zuiderkwartier en door de rechtbank van eersten aanleg te Amsterdam, bestond appèl op de kamer van appèllen in zaken van correctioneele politie van het Keizerlijk Gerechtshof te 's-Gravenhage (na het jaar 1813 "Hooggerechtshof" genoemd).

Van de vonnissen der rechtbanken van enkele politie bestond appèl op de correctioneele kamers der rechtbanken van eersten aanleg.

Volgens het Décret Impérial d.d. 21 October 1811 behoorden tot het arrondissement Leiden de volgende kantons en gemeenten:

  • 3 kantons van Leiden, met de gemeenten: Leiden, Leiderdorp, Zoeterwoude.
  • Kanton Noordwijk met de gemeenten: Hillegom en Vennip, Lisse, de beide Noordwijken, Noordwijkerhout, Rijnsburg, Oegstgeest, Sassenheim, Warmond.
  • Kanton Woubrugge met de gemeenten: Ter Aar, Aarlanderveen, Alkemade, Koudekerk, Oudshoorn, Rijnsaterwoude, Woubrugge.
  • Kanton Woerden met de gemeenten: Woerden, Kockengen, Kamerijk, Harmelen, Linschoten, Waarder en Zegveld. Dit kanton ressorteerde onder het arrondissement Utrecht. Bij Kon. Besluit d.d. 27 April 1824 (Staatsblad no. 30) werd bepaald, dat van het arrondissement Utrecht zouden worden afgescheiden de gemeenten Woerden, Rietveld en de Bree, Waarder en Bekenes, Papekop Diemerbroek, Lange en Ruige Weide, Hekendorp en Oudekoop, die het kanton Woerden zouden uitmaken, dat aan het arrondissement Leiden werd toegevoegd. Bovendien zouden de gemeenten Nieuwkoop, Noorden en Achttienhoven, tot dusver behoord hebbende tot het kanton Mijdrecht, met het kanton Woerden worden vereenigd.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in