Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Kantongerecht Oud-Beijerland, 1940-1949

3.03.32.02
Alfonso Ros Wiese
Nationaal Archief, Den Haag
2000
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.03.32.02
Auteur: Alfonso Ros Wiese
Nationaal Archief, Den Haag
2000
CC0

Periode:

1938-1952
merendeel 1940-1949

Omvang:

2.90 meter; 62 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

In het archief (waarvan de stukken inhoudelijk dateren uit 1938 - 1952) bevinden zich de audiëntiebladen van de strafzaken. Van de burgerlijke zaken bevat het archief onder andere audiëntiebladen en een register van verzoekschriften tot uitvaardiging van dwangbevel. Verder zijn er rolboeken voor burgerlijke- en handelszaken en rekesten van huur- en arbeidszaken. Van de pachtzaken zijn er ook onder meer audiëntiebladen, dossiers en registers. De buitengerechtelijke zaken bevatten voogdij registerkaarten.

Archiefvormers:

  • Kantongerecht te Oud-Beijerland

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Organisatie van de rechterlijke macht en territoriale indeling
Jurisdictiegebied

Bij wet van 17 november 1933, Stbl. 603, houdende nieuwe vaststelling van het rechtsgebied en de zetels der rechtbanken en kantongerechten, behorende tot het gerechtshof te 's-Gravenhage, wordt het rechtsgebied van het kanton Oud-Beijerland (2e kanton) opnieuw vastgesteld. Deze wet trad in werking op 1 januari 1934.

Het omvat dan de gemeenten:

Goudswaard; 's-Gravendeel; Heinenoord; Klaaswaal; Maasdam; Mijnsheerenland; Nieuw-Beijerland; Numansdorp; Oud-Beijerland; Piershil, Puttershoek; Strijen; Westmaas; Zuid- Beijerland.

Functionarissen en hun taak

Kantonrechters en kantonrechters-plaatsvervanger

Kantonrechters worden sinds 1877 voor hun leven (voordien voor een periode van vijf jaar) benoemd door de Kroon, na een voordracht van de rechtbank, en ontslagen bij het bereiken van de zeventigjarige leeftijd. Vereist is het Nederlanderschap, een leeftijd van minstens 25 jaar en een doctoraat in de rechtswetenschap of meestertitel in de rechten bij een Nederlandse universiteit (het laatste sinds 1877). De kantonrechter is een alleensprekend rechter.

In 1933 komt hierin wat pachtzaken betreft verandering met de instelling bij elk kantongerecht van een kamer voor crisis-pachtzaken ingevolge de crisis-pachtwet van 1932, stbl. 301. De kantonrechter is voorzitter van deze kamer, die verder bestaat uit twee niet tot de rechterlijke macht behorende personen, deskundig ten aanzien van de verhoudingen op landbouwgebied, benoemd door de Kroon, gehoord Gedeputeerde Staten.

Ingevolge de Pachtwet 1937 (Stb. 205) wordt bij elk kantongerecht een pachtkamer ingesteld, bestaande uit de kantonrechter als voorzitter en twee niet tot de rechterlijke macht behorende personen, deskundig ten aanzien van de verhoudingen op pachtgebied, benoemd door de Kroon voor vijf jaar, gehoord Gedeputeerde Staten.

Bij verhindering of ontstentenis van de kantonrechter (en er is geen andere kantonrechter in het kanton) treedt een plaatsvervanger naar rang van benoeming op. De vereisten voor de betrekking van plaatsvervanger zijn anders dan die voor de kantonrechter in vaste dienst. Voor hen gelden de eisen van Nederlanderschap en een minimumleeftijd van 23 jaar.

Zij worden telkens, na voordracht van de kantonrechter, door de Koning(in) voor 5 jaar benoemd en zijn bij aftreding weer benoembaar. Bij het bereiken van de zeventigjarige leeftijd worden zij door de Koning(in) ontslagen.

Griffiers

De Griffier (en sinds 1877 de substituut-griffier) worden benoemd door de Kroon. Tot 1877 zijn de eisen van benoembaarheid van de griffier het Nederlanderschap en de leeftijd van tenminste 23 jaar (meerderjarigheid). Bij de wetswijziging van 1877 wordt daarenboven vereist een doctoraat in de rechtswetenschappen.

Bij afwezigheid van de griffier wordt tot wederopzegging toe, een waarnemend-griffier benoemd. Deze wordt benoemd en beëdigd door de kantonrechter. De waarnemend-griffier moet minstens 23 jaar oud zijn en ingezetene zijn van het kanton.

De taken van de griffier zijn in diverse wetten geregeld. De hoofdtaak is van het begin tot het einde van de terechtzitting aanwezig te zijn en de pen te voeren. Hij maakt de processen-verbaal van de zitting alsmede de minuut-vonnissen. Ook maakt hij akten en beschikkingen. Tot de overige taken behoort het beheer van de griffie, bestaande onder andere uit het open houden van de griffie gedurende de voorgeschreven uren, beheer van gelden, ook die ter griffie gedeponeerd, het bewaren van de minuten, registers en stukken behorende tot het kantongerecht.

Met name dient genoemd te worden het bijhouden van een repertoire, waarin dagelijks wordt genoteerd de dagtekening en aard van de opgemaakte akten, processen-verbaal en vonnissen in civiele zaken, met de namen der partijen.

Griffie-ambtenaren

Deze worden aangesteld door de minister van justitie (sinds 1910, voordien door de griffier) en verrichten werkzaamheden ten behoeve van de inwendige dienst van het kantongerecht en de griffie.

Deurwaarders

Deze worden benoemd door de minister van Justitie (eerder door de rechtbank) en moeten naast het uitbrengen van exploten en dergelijke ook dienst doen ter terechtzitting.

Het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie maakt geen deel uit van het kantongerecht. Tot 1877 wordt opgetreden namens het Openbaar Ministerie bij het kantongerecht door de burgemeester van de gemeente waarin het kantongerecht zitting heeft, of door de commissaris van politie of door een, met toestemming van de procureur-generaal bij het gerechtshof, bijzonder persoon.

In 1877 wordt de functie van ambtenaar van het openbaar ministerie bij het kantongerecht ingesteld. Deze ambtenaar voert namens het openbaar ministerie het woord op de strafzittingen van het kantongerecht.

Overzicht van namen van leden van de rechterlijke macht over de periode 1940 - 1949 in het Kantongerecht te Oud-Beijerland

    • Mr. J.van Konijnenburg
    • Mr. A. de Jong
    • B. Groeneveld de Kater
    • Mr. J.P. van Lelyveld
    • Aart Schep (tevens arrondissemenstdeurwaarder), Stenenstraat 30
    • J.J. Hogendoorn, Steegoversloot 20
    • Johannes Scheepbouwer, Rood Groenmarkt 2
      • J. Herweijer P.zn., te Strijen.
      • P.C. Vink, te Piershil.
      • J. Vos J.zn., te Numansdorp.
      • T.A. de Jongh, te Zuid-Beijerland.
      • T. Quartel C.zn., te Westmaas.
    • Mr. J.P. van der Meulen
    • Mr. H. van Zeggeren
    • Mr. J. Remmelink
Wenken voor het onderzoek in de archieven
Procedures strafzaken

De strafzaken worden in eerste instantie ingeschreven in een register dat gehouden wordt door het Openbaar Ministerie. In dit register worden allerlei gegevens vermeld: de dader, de overtreding, de naam van de verbalisant, de transactie of sepot en de uitspraak van de kantonrechter.

De procedure voor de terechtzitting begint met een dagvaarding vanwege het Openbaar Ministerie waarin een opgave van het ten laste gelegde feit en ook van de tijd en plaats waarop het feit gepleegd zou zijn en de omstandigheden waaronder. De ambtenaar van het Openbaar Ministerie verzoekt de kantonrechter dag en uur voor de terechtzitting te bepalen, waarop de griffier de zaak inschrijft op de rol, die overigens niet gehouden hoeft te worden bij de kantongerechten, maar in de praktijk meestal wel gehouden wordt. Verdachte kan, wanneer enkel een geldboete is geëist, deze alsnog betalen (transactie) plus de dagvaardingskosten.

Sinds de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering in 1926 kan de procedure ook beginnen met een oproeping (dat wil zeggen zonder deurwaarder c.a.), mits er sprake is van ontdekking op heterdaad door een opsporingsambtenaar en mits zulks niet is uitgesloten door de minister van Justitie.

Bij niet verschijnen van de gedaagde wordt verstek verleend en het onderzoek ter terechtzitting zonder verdachte uitgevoerd. Tegen een bij verstek gewezen vonnis is verzet mogelijk.

Bij wel verschijnen van verdachte of zijn (schriftelijk) gevolmachtigde wordt het onderzoek ter terechtzitting geopend met het identiteitsverhoor van verdachte. Direct daarna kan door verdachte een verweer worden ingesteld op grond van nietigheid van de dagvaarding, niet-ontvankelijkheid van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie of onbevoegdheid van de kantonrechter. Na uitspraak van de kantonrechter, eventueel op te schorten door ontijdig verklaren van het verweer, gaat bij niet honoreren van het verweer de procedure verder met de voordracht door het Openbaar Ministerie: het voorlezen van de dagvaarding. Vervolgens leest de griffier het proces-verbaal van de opsporingsambtenaar voor. Dan vindt eventueel getuigenverhoor plaats, worden stukken van overtuiging overgelegd en wordt de verdachte ondervraagd. Vervolgens krijgt de ambtenaar van het openbaar ministerie het woord voor zijn requisitoir, waarop de verdachte kan antwoorden, waarop wederom de ambtenaar van het Openbaar Ministerie kan antwoorden, tot tenslotte verdachte het laatste woord krijgt, waarna het onderzoek wordt gesloten. De uitspraak volgt direct of binnen 14 dagen.

De uitspraak moet een beslissing geven over het wel of niet bewezen zijn van de feiten, de strafrechtelijke kwalificatie van die feiten, het wel of niet bewezen zijn van de schuld van verdachte van die feiten, het wel of niet bewezen zijn van de schuld van verdachte aan die feiten en de toepassing van de bij de wet bepaalde straf.

Indien een schriftelijk vonnis wordt gewezen, moet dit vonnis met redenen omkleed zijn en moet naast bovengenoemde elementen van de uitspraak bevatten: de personalia van de veroordeelde, de tenlastelegging (onder verwijzing naar de dagvaarding) met alle strafverlichtende en -verzwarende omstandigheden, de inhoud der bewijsmiddelen, voor zover zulks tot het bewijs heeft meegewerkt, de wettelijke gronden voor de opgelegde straf, de uitspraak op de vordering van de beledigde partij en de naam van de vonnissende kantonrechter.

Ook kan worden volstaan met een mondeling vonnis, tenzij verdachte of het Openbaar Ministerie een schriftelijk vonnis wil of de kantonrechter dat zelf nodig vindt.

Het mondeling vonnis wordt aangetekend in het proces-verbaal der terechtzitting op een door de minister van Justitie voorgeschreven wijze, ingevolge het Besluit van 21 juli 1922 Ned. Stcrt. nr. 141. Het vonnis moet op een openbare terechtzitting worden uitgesproken, c.q. worden voorgelezen.

Het proces-verbaal van de terechtzitting moet de ter terechtzitting in acht genomen vormen bevatten -hetgeen betreffende de zaak ter terechtzitting geschiedt- en de zakelijke inhoud van de verklaringen van getuigen, deskundigen en verdachte.

In 1935 wordt het zogenaamde stempelvonnis mogelijk. Er is dan geen proces-verbaal van de terechtzitting nodig, maar aantekening van de opgelegde bestraffing op het dubbel van de dagvaarding, evenals de eventuele afstand van appel of cassatie. Het stempelvonnis is alleen toegestaan indien:

  1. tegen verdachte verstek is verleend of
  2. door verdachte niets ter verdediging is aangevoerd en indien:
    1. geen getuigen of deskundigen zijn gehoord,
    2. geen beledigde partij zich in het geding heeft gevoegd,
    3. geen aanvulling van de tenlastelegging heeft plaatsgevonden,
    4. een mondeling vonnis is gewezen en
    5. enkel een geldboete of berisping is opgelegd of teruggave aan de ouders/ voogd is gelast.
Procedures Burgerlijke zaken

1. Kantonrechter

a. Bij dagvaarding:

De procedure begint met een dagvaarding door eiser van gedaagde. Aanmelding van de zaak bij de kantonrechter en plaatsing op de rol (zie inv.nrs. 59-60) is wel gebruikelijk, maar niet noodzakelijk, aangezien de griffier geen verplichting heeft tot het bijhouden van een rol. Het is mogelijk de zaak aan te melden op de zitting waartegen gedagvaard is. Bij verstek van gedaagde wordt de eis toegewezen, tenzij deze onrechtmatig of ongegrond is. Bij verstek van de eiser wordt gedaagde ontslagen van instantie en de eiser in de kosten veroordeeld.

Procureurstelling is niet verplicht: de bedoeling van de wetgever is een snelle, mondelinge procedure ("zonder beteekening van eenige schriftelijke dingtalen", artikel 99 oud Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.)) met zo mogelijk een uitspraak op dezelfde zitting. In de praktijk wordt veelal de procesgang als voor de rechtbank gevolgd met schriftelijke conclusies (van eis, verweer, repliek en dupliek) en wordt de zaak over meer terechtzittingen uitgerekt door verdaging.

Bij een interlocutoir vonnis (dat is een tussenvonnis waarbij de rechter enig bewijs, onderzoek of instructie beveelt waarvan de beslissing van het definitieve vonnis afhankelijk kan zijn) kan getuigenbewijs opgedragen worden en gerechtelijke plaatsopneming ingelast worden, enz. De terechtzittingen zijn in beginsel openbaar, tenzij belangen van partijen anders vorderen. Het vonnis dient altijd op een openbare terechtzitting uitgesproken te worden, ook na behandeling met gesloten deuren. Bij het vonnis moet onderscheiden worden het uitgesproken deel en de expeditie/ afschriften.

Het vonnis wordt gebracht op het proces-verbaal van de terechtzitting (audiëntieblad) (zie inv.nrs. 1-10) conform artikel 60 Rechtsvordering.

Het uitgesproken deel bevat de namen en de woonplaatsen van partijen, de slotsom van de eventuele conclusie van het Openbaar Ministerie, de gronden der uitspraak zowel wat betreft de feiten als het rechtspunt, de uitspraak en de naam van de kantonrechter. De expeditie bevat daarnaast de conclusies van partijen, de vermelding dat het vonnis in het openbaar is uitgesproken en de datum van de uitspraak.

Het proces-verbaal bevat het plaatsgevondene ter terechtzitting, de zakelijke inhoud van eis en verweer, verklaringen van getuigen en deskundigen en de uitspraak. In zaken waarvan hoger beroep kan worden ingesteld, moet een afzonderlijk proces-verbaal worden opgemaakt van de verklaringen van getuigen en deskundigen.

Het audiëntieblad bevat naast het vonnis ook de mondelinge conclusies van partijen, de verklaringen van getuigen, de beëdigingen van deskundigen en ambtenaren.

b. Bij rekest (verzoekschrift)

Arbeidszaken en huurkoopzaken

In 1907 wordt een rekestprocedure voor arbeidszaken ingevoerd. De procedure begint met een rekest van eiser aan de kantonrechter om een dag voor de behandeling van de zaak te bepalen. Het rekest (zie inv.nrs 11-21) bevat naam en woonplaats van partijen en mededeling van de vordering en de gronden ervoor. Het rekest wordt in een daartoe bestemd register ingeschreven. De kantonrechter stelt dag en uur vast en de griffier doet daarvan mededeling aan partijen bij dienstbrief, welke kennisgeving de kracht heeft van een dagvaarding. Verder verloopt de procedure als boven bij dagvaarding.

In 1936 wordt een rekestprocedure voor huurkoopzaken ingevoerd. De procedure verloopt gelijk aan die van de hierboven genoemde arbeidszaken.

Aangezien deze zaken na verwijzing op de terechtzitting komen en op die zitting een rolnummer krijgen, worden ze bij de dagvaardingszaken opgeborgen.

Overige rekestzaken

Hier zijn geen algemene regels te geven. De verschillende regelingen die de kantonrechter bevoegdheid verlenen, bevatten vaak ook de procedurele voorschriften omtrent vorm en inhoud van het rekest, horen van belanghebbenden (bijvoorbeeld in voogdijzaken) en dergelijke.

2. Kamer voor crisis-pachtzaken/ pachtkamer

De Crisispachtwet van 1932, Stbl. 301 schrijft de procedure voor. De pachter die vermindering of kwijtschelding van een pachttermijn wil, moet daartoe een verzoekschrift indienen bij het kantongerecht.

De behandeling geschiedt door de kamer voor crisis-pachtzaken, die partijen bij aangetekende brief oproept en hoort. Zo spoedig mogelijk wordt een met redenen omklede beslissing genomen die schriftelijk aan partijen en eventuele andere belanghebbenden wordt meegedeeld. De kamer kan ook een minnelijke regeling beproeven.

De Pachtwet 1937, Stbl.205, regelt eveneens de procedure. De eisende partij moet een verzoekschrift indienen bij de pachtkamer van het kantongerecht conform de procedure voor arbeidszaken. De procedure verloopt verder analoog aan die voor arbeidszaken.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Verversen Geef de karakters in die u in de afbeelding ziet. Neem de tekens uit het bovenstaande figuur over. Wanneer de tekens niet duidelijk zijn, kunt u het formulier verzenden om een nieuw figuur weer te geven. De tekens zijn niet hoofdlettergevoelig.  Schakel over naar audio verificatie.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in