Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Vredegerecht Gouda

3.03.18.24
I. Heidebrink
Nationaal Archief, Den Haag
1996
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.03.18.24
Auteur: I. Heidebrink
Nationaal Archief, Den Haag
1996
CC0

Periode:

1811-1838

Omvang:

2,51 meter; 33 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven documenten, geen bijzondere handschriften

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Vredegerechten fungeerden als lokale rechtbaken sedert 1811. Het archief van het Vredegerecht te Gouda bevat voor de periode 1811-1838 audiëntiebladen, minuten van civiele akten, een fragment van een vonnisboek en een register van terechtzittingen van de rechtbank van enkele politie.

Archiefvormers:

  • Het vredegerecht en de rechtbank van enkele politie te Gouda

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Tegen het einde van de achttiende eeuw kwam er in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden kritiek op de de wijze waarop justitie was georganiseerd. In bijna iedere provincie was een provinciaal gerechtshof maar van eenduidige jurisdictie was geen sprake. Na 1795 kwamen er in de Bataafse Republiek veranderingen maar het systeem als zodanig bleef bestaan. Nederlands Limburg en Zeeuws-Vlaanderen vielen echter vanaf 1795 al onder Frankrijk en waren dus al bekend met het vredegerecht. In 1806 kent men in het Koninkrijk Holland een Nationaal gerechtshof, Departementale Gerechtshoven en gemeentelijke rechtbanken.

Onvrede over de berechting van kleine burgelijke zaken en het ontbreken van eenheid bij de nauwelijks centraal gecontroleerde Franse rechtbanken leidde er vanaf 1789 toe dat er geleidelijk een nieuwe rechterlijke organisatie ontstond, gebaseerd op ruim 6000 vredegerechten (justices de paix). Dit Franse voorbeeld inspireert en al in 1796 stelt een Groningse commissie de instelling van een Nederlandse variant van de vrederechter voor. Maar pas vanaf 1811, na de volledige inlijving van het Koninkrijk Holland bij Frankrijk (9 juli 1810) komen er op grond van de wetten van het Keizerrijk overal vredegerechten in de kantonshoofdplaatsen die de hoofdplaats van een departement of arrondissement zijn. De rechtbank van enkele politie bestaat uit één vrederechter of één burgemeester. ( Bron: Dapperen, H.J.M. van, De vrederechter in Nederland 1811-1838 : (La justice de paix en Hollande 1811-1838), proefschrift, Erasmus Universiteit, Rotterdam, 1991). )

Kort na de inlijving van ons land bij Frankrijk werd de rechterlijke indeeling geregeld nl. bij Keizerlijk Decreet d.d. 18 October 1810.

In elk kanton werd een vredegerecht en eene rechtbank van enkele politie opgericht. Gedurende het geheele bestaan der vredegerechten, tot 1 October 1838, bleef deze rechterlijke indeeling gelden, behoudens eenige wijzigingen, vastgesteld bij Koninklijk Besluit d.d. 27 April 1824. Hierbij werd aan het arrondissement Leiden toegevoegd het kanton Woerden en aan het arrondissement Gorinchem het kanton Schoonhoven, welke beide kantons van de provincie Utrecht werden afgescheiden. Bovendien werden de gemeenten, die volgens het Decreet van 21 October 1811 behoorden tot het kanton Kuilenburg, uitgezonderd de gemeenten Kuilenburg en Beest (die bij de provincie Gelderland werden ingedeeld), vereenigd tot een nieuw kanton Vianen, dat aan het arrondissement Gorinchem werd toegevoegd.

De competentie van den vrederechter in zaken van contentieuze rechtspraak werd geregeld in art. 10 e. v. van het Keizerlijk Decreet d.d. 8 November 1810; hij had de berechting over alle persoonlijke rechten en roerende zaken tot eene waarde van 50 francs zonder appèl en tot eene waarde van 100 francs met appèl; over vorderingen tot vergoeding van schaden, toegebracht aan land en veldgewassen; over grensgeschillen; over vorderingen tegen den huurder tot herstel aan huizen; over kwesties van loon, arbeidsovereenkomst, beleediging enz. Zaken van voluntaire jurisdictie waren aan den vrederechter opgedragen door art. 405 e. v. van den Code Napoléon (benoeming van voogden), art. 476 van dien Code (emancipatie), door art. 907 e. v. van den Code de Procedure Civile (verzegeling van boedels) enz.

Van de vonnissen, door den vrederechter in civiele zaken gewezen, kwam men in appèl bij de rechtbanken van eersten aanleg.

Volgens het Décret Impérial d.d. 21 October 1811 behoorden tot dit kanton de gemeenten: Boskoop, Gouda, Reeuwijk en Sluipwijk.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in