Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Rechtbank Dordrecht 1950-1959

3.03.12.04
Alfonso Ros Wiese
Nationaal Archief, Den Haag
2001
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.03.12.04
Auteur: Alfonso Ros Wiese
Nationaal Archief, Den Haag
2001
CC0

Periode:

(1877), (1949) 1950-1959

Omvang:

33,50 meter; 320 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief van het parket bevat onder andere registers van strafzaken.

Archiefvormers:

  • Arrondissementsrechtbank te Dordrecht 1950-1959
  • Parket van de Officier van Justitie te Dordrecht 1950-1959

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

Selectie en vernietiging

Verantwoording van de bewerking

Ordening van het archief

Wenken voor het onderzoek in de archieven
Strafprocedure

Het begin van iedere strafzaak lag niet bij de rechtbank, maar bij een opsporingsambtenaar die een proces-verbaal opmaakte en dit vervolgens naar het parket van het Openbaar Ministerie zond. Bij het parket werd de zaak ingeschreven in de parketregisters, waarbij de zaak een parketnummer kreeg. De Officier van Justitie (OvJ) had nu, rekenend houdend met de ernst van het strafbare feit, drie mogelijkheden de zaak af te doen, te weten de zaak te seponeren, een transactie aanbieden of de zaak voorleggen aan de rechter. Indien de zaak werd voorgelegd aan de rechter werden de stukken die betrekking hadden op deze zaak, overgedragen aan de strafgriffie van de arrondissementsrechtbank en werd ingeschreven op de rol van strafzaken ( inv. nrs. 15-20 ). Behalve het parketnummer kreeg het strafdossier nu ook een numeriek rolnummer. Naast de inschrijving in het rolboek werd de zaak ook ingeschreven in een alfabetische klapper op de strafzaken. Het kon zijn dat de OvJ of de rechter na het politie-onderzoek ook nog eens een gerechtelijk vooronderzoek nodig achtte. Zij hadden de mogelijkheid, voorafgaand aan de behandeling ter terechtzitting, de rechter-commissaris een dergelijk onderzoek naar het strafbare feit te laten instellen.

Na de terechtzitting volgde een vonnis of had men de mogelijkheid de zaak aan te houden voor nader onderzoek. Indien de zaak werd aangehouden, werd een proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting opgemaakt. Na dit onderzoek volgde een eindvonnis ( inv. nrs 39-96 ) en was de OvJ met de ten uitvoerlegging van dit vonnis belast.

Tegen het vonnis kon binnen veertien dagen na uitspraak hoger beroep worden aangetekend en volgde een verdere behandeling bij het gerechtshof.

Voluntaire zaken: rekestprocedure

Niet alle procedures begonnen met een dagvaarding. Dit kon ook gebeuren door het indienen van een verzoekschrift (rekest). De oproeping van de tegenpartij geschiedde dan in opdracht van de rechter door de griffier. De rechter bepaalde dan zelf op welke terechtzitting de zaak behandeld zou worden. Bepalingen in het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, het Wetboek van Koophandel, Faillissementswet en Krankzinnigenwet schreven deze rechtsgang zelfs voor. Vaak had een rekestprocedure ook zijn vervolg in een dagvaardingsprocedure, bijvoorbeeld:

  • een verzoek om een procedure kosteloos te mogen voeren (gratis admissie);
  • een verzoek om een echtscheidingsprocedure te mogen starten.

Tot 1971 bepaalde de wet dat de rechter slechts het huwelijk mocht ontbinden, wanneer één van de partners zich aan een bepaalde misdraging, bijvoorbeeld overspel, schuldig had gemaakt. De wet ging er dus vanuit dat één van de partners schuld aan het mislukken van het huwelijk moest hebben. Met de uitspraak die men in een rekestprocedure beschikking noemde, startte men na toestemming een dagvaardingsprocedure.

Een verzoekschrift dat op de griffie werd ontvangen, werd chronologisch ingeschreven in een register (inv. nrs. 170-173). Naast dit rekestenboek waarin verschillende zaken door elkaar stonden, was er ook een rekestenklapper op namen van partijen (inv. nrs. 166-169). Deze stonden in alfabetische volgorde.

De beschikkingen uit de rekesten zijn apart gearchiveerd. (inv. nrs. 174-183).

Contentieuze zaken: dagvaardingsprocedure

Een procedure had gewoonlijk een aanvang met een dagvaarding. Dit was een authentieke akte, opgesteld door een deurwaarder of een procureur, namens de eiser. Zij werd door een gerechtsdeurwaarder aan gedaagde betekend (aan diens woonhuis uitgebracht).

Het doel van de dagvaardig was tweeledig:

  • een oproep voor de gedaagde om ter rechtzitting te verschijnen;
  • een kennisgeving aan de gedaagde van de eis.

De dagvaarding werd bij de griffie van de rechtbank op de rol ingeschreven en de zaak kreeg hierdoor een rolnummer. De rol, het audiëntieblad werd samen met de uitgesproken vonnissen ingebonden. (inv. nrs.108-148). Nadat men de zaak op deze manier had vastgelegd, voorzag men deze ook nog van een aantal neveningangen, zoals de rolklappers (inv. nr. 106-107), waarin men op alfabetische volgorde namen van de partijen noteerde en de rolkaarten (inv. nrs 101-105). De rolkaarten geven een chronologisch overzicht van de verschillende rechtshandelingen die betrekking hebben op een zaak weer.

Behalve door een eindvonnis kon een zaak ook beëindigd worden, doordat de partijen onderling tot een vergelijk kwamen en verzochten de zaak te royeren.

Overstromingsramp 1953

In deze inventaris zijn ook stukken opgenomen die betrekking hebben op de overstromingsramp die plaatsvond in 1953. Het gaat hier om registers en klapperkaarten

betreffende rampen en ongelukken, alsmede de stukken zelf. (inv. nrs. 320)

U kunt de stukken raadplegen via de klapperkaarten op de weeklijsten en de weeklijsten economie (zie blz 14).

Zoek-instructie

Hieronder volgt een opsomming van de verschillende ingangssystemen die in deze inventaris voorkomen. Per ingangssysteem wordt aangegeven hoe ze zijn gerangschikt en hoe er gebruikt van gemaakt kan worden. Waar mogelijk wordt er een relatie gelegd tussen de ingangssystemen en de bijbehorende stukken. Bij de opsomming is de volgorde van het schema zoals gebruikt in de inventaris aangehouden. Per onderdeel worden de bijbehorende ingangssystemen beschreven.

Rolboeken betreffende strafzaken (inventarisnummer 15-20)

Deze rolboeken strafzaken zijn per jaar geordend op zittingsdatum. Binnen de zittingsdatum worden de namen der verdachten genoemd, de aard van het feit, de datum van de uitspraak, de uitspraak zelf en het rolnummer.

Dus als een zittingsdatum weet kunt u aan de hand van het rolboek het bijbehorende rolnummer opzoeken dat aan de zaak is toegewezen.

Met dit rolnummer kunt u nu het vonnis opzoeken in de vonnissen strafzaken (inv. nr. 36-96) of de dossiers strafzaken (inv. nr 21-38). In de dossiers strafzaken treft u meer aan dan alleen het vonnis, maar er zijn alleen dossiers van strafzaken bewaard gebleven waarbij er één jaar of meer gevangenisstraf is opgelegd. Anders is alleen het vonnis bewaard gebleven.

De rolboeken strafzaken (inv. nr.15-20 ) vormen dus een ingang op de vonnissen strafzaken (inv. nr.39-96) en de dossiers strafzaken (inv. nr. 21-38).

Rolkaarten betreffende civiele rolzaken (inventarisnummer 101-105)

Deze rolkaarten zijn per jaar geordend op rolnummer. Daarnaast vermelden de kaarten de naam van de eiser en de gedaagde. Ook wordt op de kaarten chronologisch het verloop van de zaak aangetekend, waaronder de datum van het eindvonnis.

Dus als u het rolnummer weet, kunt u aan de hand van de rolkaarten en de bijbehorende namen en de datum van het eindvonnis opzoeken. Aan de hand van de datum van het eindvonnis, kunt u dit eindvonnis terugvinden in de audiëntiebladen van de openbare terechtzittingen in civiele rolzaken (inv. nr. 108-148). Deze audiëntiebladen zijn geordend op zittingsdatum.

De rolkaarten civiele rolzaken (inv. nr.101-105) vormen dus een ingang op de audiëntiebladen van de openbare terechtzittingen in civiele rolzaken (inv. nr. 108-148).

Als u het rolnummer weet kunt u ook direct de processen-verbaal van getuigenverhoor in civiele rolzaken raadplegen (inv. nrs.149-160).

Klappers betreffende civiele rolzaken (inv. nrs. 106-107)

Deze klapper is alfabetisch geordend op de beginletter van de naam van de eiser(es).

Binnen deze beginletters zijn de namen geordend op jaar. Bij de betreffende namen staan de rolnummers vermeld.

Deze klapper is voornamelijk bedoeld om aan de hand van een bepaalde naam het bijbehorende rolnummer op te zoeken.

Dus als u alleen een naam weet, kunt u aan de hand van de klapper het bijbehorende rolnummer opzoeken.

Aan de hand van het rolnummer kunt u nu zowel de rolkaarten civiele rolzaken (inv. nr.101-105) als de processen-verbaal van getuigenverhoor in civiele rolzaken (inv. nr. 149-160) raadplegen. Beiden zijn immers geordend op rolnummer.

De klapper civiele rolzaken (inv.nr. 106-107) vormt dus een ingang op de rolkaarten civiele rolzaken (inv. nr. 101-105) en op de processen-verbaal van getuigenverhoor in civiele rolzaken (inv.nr. 149-160)

Register op de kortgedingen (inv. nr. 161-163)

Dit register is per jaar geordend op rolnummer. Bij dit rolnummer staan de namen van de eisers en gedaagden genoemd en een korte inhoud van de zaak.

In de kolom "verdere behandeling en afdoening" staat de datum van het vonnis vermeld.

Aan de hand van de datum van dit vonnis kunt u het bijbehorende vonnis opzoeken in de vonnissen kortgedingen (inv.nr 164-165).

Deze vonnissen kortgedingen zijn geordend op zittingsdatum.

De registers kortgedingen (inv.nr. 161-163) vormen dus een ingang op de vonnissen kortgedingen.

Klappers betreffende rekesten (inv.nr 166-169)

Deze klappers zijn alfabetisch geordend op beginletter van de naam van de verzoeker. Bij de namen staan de rekestnummers vermeld.

Deze klapper is voornamelijk bedoeld om aan de hand van een bepaalde naam het bijbehorende rekestnummer op te zoeken.

Aan de hand van het rekestnummer kunt u nu de beschikkingen uit rekesten raadplegen (inv.nr. 174-183). de beschikkingen uit rekesten zijn geordend op rekestnummer.

De klappers rekesten (inv. nr. 166-169) vormen dus een ingang op de beschikkingen uit rekesten (inv.nr.174-183).

Klapper betreffende faillissementen (inv.nr 184)

Deze klapper is alfabetisch geordend op beginletter van de naam. Binnen deze beginletters zijn de namen geordend op jaar. Bij de betreffende namen staan de nummers vermeld.

Deze klapper is voornamelijk bedoeld om aan de hand van een bepaalde naam het bijbehorende nummer op te zoeken.

Aan de hand van dit nummer kunt u nu de processen-verbaal en beschikkingen uit dossiers faillissement raadplegen (inv. nr.186-195). deze zijn geordend op nummer.

Deze klapper faillissementen (inv.nr. 184) vormt dus een ingang op de processen-verbaal en beschikkingen uit dossiers faillissementen (inv.nr.186-195).

Klapperkaarten betreffende ondertoezichtstellingen (inv.nr 197-199)

Deze klapperkaarten zijn alfabetisch geordend op beginletter van de achternaam van de ondertoezichtgestelde. Vervolgens vermeldt de kaart de persoonlijke gegevens van de ondertoezichtgestelde. Ook wordt op de kaart aangegeven wie de voogd is.

Tenslotte wordt chronologisch het verloop van de ondertoezichtstelling op de kaart aangetekend. Ook vermeldt het kaartje het nummer dat aan het dossier over de ondertoezichtgestelde is toegekend.

Dus als u de naam weet van de ondertoezichtgestelde kunt u aan de hand van de klapperkaartjes het bijbehorende nummer opzoeken.

Met dit nummer kunt u nu de beschikkingen opzoeken bij de beschikkingen ondertoezichtstelling (inv. nr.205-220).Deze zijn geordend op nummer.

De klapperkaarten ondertoezichtstelling (inv. nr.197-199) vormen dus een ingang op de beschikkingen ondertoezichtstelling (inv. nr. 205-220).

Als u een naam weet kunt u natuurlijk gelijk de beschikkingen ondertoezichtstelling op alfabet raadplegen (inv.nr.202-204).

Registers betreffende beschikkingen van ondertoezichtstellingen (inv. nr. 200-201)

Deze registers zijn geordend op datum van de beschikking. Vervolgens wordt het dossiernummer genoemd en de naam en de voorletters van de ondertoezichtgestelden.

Dus als u de datum van de beschikking weet kunt u aan de hand van dit register het bijbehorende dossiernummer opzoeken.

Met dit nummer kunt u nu de beschikking opzoeken in de beschikkingen ondertoezichtstellingen op nummer (inv.nr.205-220).

Het register beschikkingen ondertoezichtstellingen (inv.nr 200-201) vormt dus een ingang op de beschikkingen ondertoezichtstellingen op nummer (inv.nrs.205-220).

Klapperkaarten op de weeklijstenregisters en de weeklijstenregisters betreffende economische zaken (inv.nr. 249-271)

Deze klapperkaarten zijn per jaar alfabetisch geordend op achternaam van de verdachte. Verder wordt de voornaam, de geboortedatum en geboorteplaats van de verdachte genoemd.

Tenslotte wordt er op de kaart een omschrijving gegeven van het strafbare feit en wordt het weeklijstnummer gegeven.

Dus als u de naam van de verdachte weet, kunt u aan de hand van het klapperkaartje het bijbehorende weeklijstnummer opzoeken.

Aan de hand van het weeklijstnummer kunt u nu zoeken in de weeklijsten (inv.nr.273-297) en de weeklijsten economie (inv.nr.298-317). Deze zijn immers geordend op weeklijstnummer.

In de weeklijsten worden de volgende gegevens van de verdachte weergegeven: namen en voornamen, beroep, geboorteplaats en geboortedatum en woonplaats. Verder wordt de uitspraak vermeld en wordt het rolnummer genoemd dat aan de betreffende zaak is toegekend.

De klapperkaarten op de weeklijsten (inv. nr. 249-271) vormen dus een ingang op de weeklijsten (inv. nr.273-297) en de weeklijsten economie (inv.nr.298-317).

De klapperkaarten op de weeklijstenregisters en de weeklijstenregisters betreffende economische zaken vormen samen ook een ingang op de vonnissen strafzaken op rolnummer (inv.nr. 39-96) en de dossiers strafzaken (inv. nr 21-38).

Als u een naam van de verdachte weet, kunt u de naam terugvinden in de klapperkaarten (inv. nr. 249-271). deze zijn immers per jaar alfabetisch geordend op achternaam van de verdachte.

Op het klapperkaartje staat een weeklijstnummer genoemd. Aan de hand van dit weeklijstnummer kunt u nu de weeklijsten (inv. nr. 273-297) en weeklijsten economie (inv. nr.298-317) raadplegen. Deze weeklijsten zijn immers geordend op weeklijstnummer. In deze weeklijsten staat naast de naam van de verdachte en de uitspraak een rolnummer vermeldt.

Aan de hand van dit rolnummer kunt u nu de vonnissen strafzaken op rolnummer (inv. nr.39-96) of de dossiers strafzaken (inv. nr.21-38) raadplegen.

In de dossiers strafzaken treft u meer aan dan alleen het vonnis, maar er zijn alleen dossiers van strafzaken waarbij één jaar of meer gevangenisstraf is opgelegd. Anders is alleen het vonnis bewaard.

De klapperkaarten op de weeklijstenregisters vormen ook een ingang op de rampen en ongelukken betreffende overstromingsramp 1953.

Als u de naam van de persoon weet van de persoon die u zoekt, kunt u de naam terugvinden in de klapperkaarten (inv.nr. 249-271). Deze zijn immers per jaar alfabetisch geordend op achternaam.

Op het klapperkaartje staat naast de naam een zogenaamd R-nummer vermeld.

Met behulp van dit R-nummer kunt u nu de rampen en ongelukken betreffende overstromingsramp (inv. nr.320) raadplegen. Deze zijn immers geordend op R-nummer.

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in