gahetNA in het Nationaal Archief

Rechtbank Eerste Aanleg Brielle

3.03.10
H. Brouwer
Nationaal Archief, Den Haag
1928
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.03.10
Auteur: H. Brouwer
Nationaal Archief, Den Haag
1928
CC0

Periode:

1811-1838

Omvang:

5,50 meter; 56 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Na de inlijving bij Frankrijk in 1810 werd Maasland omgevormd tot het departement van de Monden van de Maas. In 1811 werd ook hier de Franse rechterlijke organisatie ingevoerd. Het departement was verdeeld in vier, later zes arrondissementen. In de hoofdplaatsen daarvan, waaronder Brielle, waren rechtbanken van eerste aanleg gevestigd voor het berechten van wandaden en belangrijke civiele zaken. Die te Brielle (1811-1838) was tevens rechtbank van koophandel.
Het archief bevat ondermeer audiëntiebladen, minuten van civiele akten, registers van akten van repudiatie en depot, bodemerijbrieven, repertoires van ter griffie gepasseerde akten, ingekomen aanschrijvingen en gedeponeerde stukken.

Archiefvormers:

  • Rechtbank van eerste aanleg te Brielle, 1811-1838

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Kort na de inlijving van ons land bij Frankrijk werd de rechterlijke indeeling geregeld nl. bij Keizerlijk Decreet d.d. 18 October 1810. Bij art. 63 daarvan werd bepaald, dat in elk arrondissement eene rechtbank van eersten aanleg zou worden opgericht, dus wat betreft het departement van de Monden van de Maas in de 4 arrondissementen van 's-Gravenhage, Rotterdam, Dordrecht en Flakkee. Bovendien bepaalde art. 64, dat er nog een zou worden opgericht in Leiden en een in Gorinchem. De rechtbank van het arrondissement Flakkee was gevestigd in Sommelsdijk tot het eind van het jaar 1811. Uit het zittingblad dier rechtbank d.d. 13 December 1811 blijkt, dat de zittingen met ingang van Januari 1812 in Brielle werden gehouden, ingevolge art. 5 van het Keizerlijk Decreet d.d. 21 October 1811. Dit Decreet gaf tevens eene definitieve indeeling in arrondissementen en kantons, waarbij het Departement der Monden van de Maas verdeeld werd in 6 arrondissementen, nl. 's-Gravenhage, Rotterdam, Leiden, Dordrecht, Gorinchem en Brielle.

De competentie van den rechtbank van eersten aanleg in zaken van contentieuze rechtspraak werd geregeld in art. 21 e. v. van het Keizerlijk Decreet d.d. 8 November 1810; deze had in eersten aanleg de berechting van alle persoonlijke rechten en roerende zaken tot eene waarde van 1000 francs en van zakelijke rechten tot eene waarde van 50 francs aan rente. Van deze vonnissen berustte het appèl bij het Keizerlijk Gerechtshof te 's-Gravenhage, ingevolge art. 103 van het Keizerlijk Decreet d.d. 18 October 1810 en sinds het jaar 1813 bij het Hoog Gerechtshof te 's-Gravenhage, ingevolge het Besluit van den Souvereinen Vorst d.d. 11 December 1813, waarbij tevens de cassatie in civiele zaken werd afgeschaft.

Ten aanzien van het appèl golden dezelfde regels ook voor de zaken van koophandel, die in eersten aanleg in sommige arrondissementen door afzonderlijke rechtbanken van koophandel werden berecht. Bij de rechtbanken van eersten aanleg in Leiden, Gorinchem en Brielle bestonden geene afzonderlijken rechtbanken van koophandel; de zaken van koophandel werden daar waargenomen door de rechtbanken van eersten aanleg.

Van de vonnissen, door den vrederechter in civiele zaken gewezen, kwam men in appèl bij de rechtbanken van eersten aanleg.

De crimineele rechtspraak stond in verband met de verdeeling der strafbare feiten in contraventions de police, délits en crimes volgens den Code Pénal.

De rechtbanken van eersten aanleg waren met de berechting in eersten aanleg van de wanbedrijven (délits) belast. Van de vonnissen, gewezen over laatstgenoemde feiten door de rechtbanken van eersten aanleg in Holland-Zuiderkwartier en door de rechtbank van eersten aanleg te Amsterdam, bestond appèl op de kamer van appèllen in zaken van correctioneele politie van het Keizerlijk Gerechtshof te 's-Gravenhage (na het jaar 1813 "Hooggerechtshof" genoemd).

Van de vonnissen der rechtbanken van enkele politie bestond appèl op de correctioneele kamers der rechtbanken van eersten aanleg.

Volgens het Décret Impérial d.d. 21 October 1811 behoorden tot het arrondissement Brielle de volgende kantons en gemeenten:

  • Kanton Brielle met de gemeenten: Abbenbroek, Brielle, Geervliet, Hellevoetsluis, Heenvliet, Nieuw-Helvoet, Nieuwenhoorn, Oostvoorne, Oudenhoorn, Rockanje, Spijkenisse, Zuidland, Zwartewaal.
  • Kanton Sommelsdijk met de gemeenten: Den Bommel, Ooltgensplaat, Sommelsdijk, Middelharnis. Sinds Januari 1835 was de vrederechter van het kanton Sommelsdijk tevens waarnemend vrederechter van het kanton Goedereede.
  • Kanton Goedereede met de gemeenten: Dirksland, Goedereede, Ouddorp, Nieuwe-Tonge en Oude-Tonge. Bij Kon. besluit d.d. 18 Januari 1835 werd bepaald, dat het ambt van vrederechter van het kanton Goedereede, vacant door overlijden, voorlopig niet zou worden vervuld en de waarneming daarvan opgedragen zou worden aan den vrederechter van het kanton Sommelsdijk.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in