gahetNA in het Nationaal Archief

Baljuw en Vierschaar ZH

3.03.08.224
H. Spijkerman
Nationaal Archief, Den Haag
1989
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.03.08.224
Auteur: H. Spijkerman
Nationaal Archief, Den Haag
1989
CC0

Periode:

1574-1813
merendeel 1574-1811

Omvang:

37,60 meter; 249 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Het gehele archief is verfilmd.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Samen met het college van welgeboren mannen vormde de baljuw een gerecht of Hoge Vierschaar. Zij waren competent tot het doen van uitspraken in zowel halszaken - waarop lijf- of doodstraffen waren gesteld - als boetstraffelijke zaken. In civiele zaken trad de Hoge Vierschaar op als college van hoger beroep. Ook had de baljuw - al dan niet samen met welgeboren mannen - taken op bestuurlijk gebied, zoals het handhaven van de openbare orde, het maken van keuren, de belastinginning en (rooms-katholieke) godsdienstzaken. Hett archief is gevormd door baljuw en Hoge Vierschaar van Zuid-Holland en door de baljuw. Het is onderverdeeld in een algemeen deel, met notulen, missiven, rekesten, en een bijzonder deel, waarin ondermeer zijn ondergebracht stukken betreffende (voor)onderzoeken, procedures en tenuitvoerleggingen in criminele zaken, papieren betreffende boetstraffelijke zaken, processtukken en financiële afwikkelingen in civiele zaken (contentieuze en voluntaire zaken). Verder zijn er documenten op het gebied van regelgeving, openbare orde, belasting- en religieuze zaken en enige losse stukken.

Archiefvormers:

  • Baljuw en Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, 1574-1811 (1813)

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Geschiedenis van het archiefbeheer

Algemeen

De oudste bewaard gebleven stukken van de archieven dateren uit de zestiende eeuw. Dat er ouder materiaal moet zijn geweest staat wel vast (zie hierna bijvoorbeeld het archief van Rijnland), maar de archieven kregen waarschijnlijk pas een behoorlijke omvang toen schriftelijk procederen gebruikelijk werd (tweede kwart vijftiende eeuw voor het Hof van Holland, in de loop van de vijftiende en zestiende eeuw op de lagere niveaus gevolgd). Aangezien de rechtspraak de belangrijkste taak van baljuw en welgeboren mannen was, vormen deze stukken ook het belangrijkste gedeelte van de archieven. Op bestuurlijk gebied is niet alleen weinig bewaard, maar zal ook minder archief gevormd zijn. Tenslotte zij opgemerkt dat de zorg voor het archiefmateriaal in de verschillende eeuwen niet altijd even groot was.

Bij Keizerlijk Decreet van 18 oktober 1810 werden de colleges van baljuw en welgeboren mannen opgeheven. (

Bulletin des Lois, nr. 322.

) Deze maatregel trad in werking op 1 maart 1811. De overdracht van de archieven werd geregeld in artikel 101 van het genoemde Decreet, alsmede in de artikelen 46-48 (Titel V, Hoofdstuk II) van het Decreet van 8 november 1810: de archieven van de baljuwschappen dienden, verzegeld en voorzien van een inventaris, te worden overgebracht naar de Rechtbanken van eerste aanleg in het desbetreffende ressort. (

Bulletin des Lois, nr. 327.

)
In de baljuwschappen Rijnland, Delfland en Schieland zijn deze inventarissen niet opgemaakt, of ze zijn niet overgedragen dan wel verloren gegaan, zodat we voor deze drie baljuwschappen niet kunnen nagaan, hoeveel archiefmateriaal er in 1811 resteerde. (

P.F. Hubrecht, De onderwijswetten in Nederland en hare uitvoering, vijfde afdeling E, wetenschap en kunst, 2 ('s-Gravenhage, 1982) p. 75.

)
Gezien de verdere lotgevallen van deze archieven mag wel verondersteld worden dat in de daarop volgende decennia nog het nodige verloren is gegaan. Voor het baljuwschap Zuid-Holland is een dergelijke inventaris gelukkig wel gemaakt. Daaruit blijkt dat van dit archief sedert 1811 het grootste deel bewaard is gebleven. (

Archieven van baljuw en hoge vierschaar van Zuid-Holland, inv.nrs. 59 en 60.

)
Op voorstel van de adjunct-rijksarchivaris mr. L.Ph.C. van den Bergh werd in 1853 door de Minister van Justitie een onderzoek ingesteld naar de archieven der voormalige hoge vierscharen. (

Hubrecht, De onderwijswetten, p. 174 e.v., en R. Fruin, De gestie van dr. R.C. Bakhuizen van den Brink als archivaris des Rijks, 1854-1865, hoofdzakelijk uit Zijne ambtelijke correspondentie toegelicht ('s-Gravenhage, 1926) p. 19 e.v.

)
Op dat moment was van de archieven van Rijnland en Schieland weinig meer over, van dat van Delfland nagenoeg niets en van dat van Zuid-Holland redelijk veel. (

Algemeen Rijksarchief, Archief van het Algemeen Rijksarchief, inv.nr. 14.

)
Van den Bergh stelde voor de oude rechterlijke archieven, behoudens die van lokaal belang, over te brengen naar het Rijksarchief. Dientengevolge moesten de archieven van Rijnland en Delfland worden overgebracht, dat van Schieland mocht in Rotterdam en dat van Zuid-Holland in Dordrecht bijven. (

Hubrecht, De onderwijswetten, p. 179.

)
In de daarop volgende jaren kwamen Van den Bergh en ook de rijksarchivaris Bakhuizen van den Brink steeds meer tot de overtuiging, dat de oude rechterlijke archieven door het Rijk bewaard dienden te worden waar 'voor bewaring, schifting en inventarisering beter gelegenheid is dan op de griffien'. (

Hubrecht, De onderwijswetten, pp. 246 en 255.

)
Bij Koninklijk Besluit van 8 maart 1879 werd uiteindelijk de overbrenging van alle rechterlijke archieven naar de rijksarchiefbewaarplaatsen geregeld. (

Staatsblad, nr. 40.

)

Rijnland

Op 18 juni 1579 gaf de Rekenkamer van Holland aan Rijnland toestemming om een secretarie en archiefbewaarplaats te bouwen in het Leidse stadhuis, waar de vierschaar zitting hield. (

Zie bijvoorbeeld de Archieven van baljuw en hoge vierschaar van Rijnland, inv.nr. 48.

) De overweging daarbij luidde dat er nauwelijks archief bewaard was, omdat vorige baljuwen en klerken boeken, stukken en papieren onder zich hadden gehouden, 'alles tot groote ongerijff zoo wel van 't voorseide landt als van partijen'. In deze periode was Jan van Hout, naast secretaris der stad Leiden, ook secretaris van Rijnland. Dat hij voor het baljuwschapsarchief een zelfde uitgebreide 'registratuer' opbouwde als voor het stadsarchief lijkt, gezien wat er van het archief resteert, niet waarschijnlijk, maar een paar series registers werden wel door hem aangelegd. (

Zie F.C.J. Ketelaar, 'Jan van Houts "Registratuer"', in: Nederlands Archievenblad, 84 (1980) pp. 405-411.

)
De in 1637 aantredende secretaris Silvester van Swanenburgh schreef op de eerste delen hiervan: 'en es 't outste dat bij Silvester van Swanenburgh ten aenvang van zijn dienst als secretaris van Rhijnlant (...) bevonden es'. (

Zie de Archieven van baljuw en hoge vierschaar van Rijnland, inv.nrs. 76, 114 en 127.

)

In 1811 moest het archief van baljuw en hoge vierschaar, zoals hiervoor al aangegeven, worden overgebracht naar de Rechtbank van eerste aanleg in Leiden. Het archief bleef daardoor echter waar het was, want de rechtbank huisde in dezelfde vertrekken als vroeger de hoge vierschaar. (

S.J. Fockema Andreae, 'De nieuwe archiefbewaarplaats van het Baljuwschap Rijnland (1579-1582), in: Nederlands Archievenblad, 39 (1931-1932) p. 118.

) Uit het hiervoor al aangehaalde rapport over de toestand van de rechterlijke archieven in 1853, blijkt dat van het archief van Rijnland bedroevend weinig meer over was: slechts één notulenboek, zes delen crimineel dingboek en één civiel dingboek. (

Hubrecht, De onderwijswetten, p. 177, en Algemeen Rijksarchief, Archief van het Algemeen Rijksarchief, inv.nr. 14.

)

Op 10 maart 1854 werd dit restant door Van den Bergh in Leiden ter griffie van de rechtbank opgehaald. De Officier van Justitie verzekerde dat er nooit een inventaris had bestaan. De nog in leven zijnde laatste secretaris verklaarde dat hetgeen ter griffie was aangetroffen, ongeveer hetzelfde was als dat wat hij onder zijn berusting had gehad. Er was in 1811 wel een inventaris gemaakt, maar de laatste baljuw, Blok, had deze onder zich gehouden. (

Hubrecht, De onderwijswetten, pp. 179-180, en Algemeen Rijksarchief, Archief van het Algemeen Rijksarchief, inv.nr. 14.

)

Kennelijk was ter griffie het een en ander over het hoofd gezien, want naar aanleiding van het al genoemde KB uit 1879 werd op 22 december 1882 door de arrondissementsrechtbank van 's-Gravenhage (die door opheffing van de rechtbank te Leiden de daar berustende archieven onder zich had gekregen (

Wet van 9 april 1877, Staatsblad, nr. 76.

)) de rest van het archief van het baljuwschap Rijnland overgedragen aan het Haagse Rijksarchief (

Algemeen Rijksarchief, Archief van het Algemeen Rijksarchief, inv.nr. 60.

)
: het archief van Rijnland bleek plotseling aanzienlijk groter te zijn dan was gedacht!

Na het gereed komen van de inventarisatie van het stadsarchief van Leiden werden in 1986 nog enige bescheiden van het baljuwschapsarchief van Rijnland afgestaan aan het Rijksarchief in Zuid-Holland. (

Proces-verbaal van overdracht van 8 maart 1988.

)

Delfland

Over de geschiedenis van het archief van het baljuwschap Delfland is weinig bekend. Dat hiervan slechts één register uit de zestiende eeuw resteert is wellicht te wijten aan de branden op het stadhuis van Delft in 1536 en 1618. (

W. Downer, Inventaris der Archieven van de Rechterlijke Colleges, die te Delft hebben gefungeerd tot in het jaar 1811 ([Delft], 1956) p. 34.

) Waarom er echter van de daarop volgende eeuwen zo weinig over is, is onduidelijk. Uit het in 1853 opgemaakte rapport blijkt dat de nog resterende zes registers door de Officier van de Haagse rechtbank, waarheen het archief in 1811 had moeten worden overgebracht, werden gered uit handen van de erfgenamen van de laatste baljuw. (

Hubrecht, De onderwijswetten, p. 176, spreekt van zeven registers, één Keurboek en zes Fiscaalboeken over de periode 1776-1811. Het gaat echter slechts om vijf fiscaalboeken.

)
Deze registers werden in 1854 overgedragen aan het Haagse Rijksarchief. (

Algemeen Rijksarchief, Archief van het Algemeen Rijksarchief, inv.nr. 14.

)
Van dit archief zijn verder slechts twee losse stukken teruggevonden.

Schieland

Reeds in 1531 hield de hoge vierschaar van Schieland zitting op het Rotterdamse stadhuis (

H. ten Boom, De reformatie in Rotterdam, 1530-1585 (Amsterdam, 1987) p. 21.

) en werd vermoedelijk het archief ook ter plaatse bewaard. (

Het stadsarchief van Rotterdam lag in ieder geval wel op het stadhuis, in een aantal loketkassen en op de vliering, H.C. Hazewinkel, Honderd jaar gemeentelijke archiefzorg (Rotterdam, 1957) pp. 31-33.

)
In 1657 woedde daar een brand. (

H. ten Boom, Inventaris van de rechterlijke archieven van Rotterdam, 1498-1811 (Rotterdam, 1985) p. 13.

)
Mogelijk beginnen daardoor de series pas in de tweede helft van de zeventiende eeuw.

Naar aanleiding van de Keizerlijke Decreten van 1810 werd het archief op 25 april 1811 wel ter beschikking gesteld van de Rechtbank van eerste aanleg te Rotterdam, maar het bleef liggen waar het op dat moment was: op het stadhuis. (

Hazewinkel, Archiefzorg, p. 34.

) Pas in 1821, toen aan het Haagse Veer een nieuw gerechtsgebouw in gebruik werd genomen, verhuisde het archief van de hoge vierschaar van Schieland met het schepenbanksarchief van Rotterdam naar deze nieuwe behuizing. Beide archieven werden op zolder opgeslagen.

Enkele decennia later gaf de Minister van Justitie toestemming de oude rechterlijke archieven van Schieland en Rotterdam in handen te stellen van het gemeentebestuur. De overdracht van het archief van Schieland vond plaats op 4 september 1866. (

Hazewinkel, Archiefzorg, p. 54 en Inventaris Sluiter, Algemeen Rijksarchief, Archief van het Algemeen Rijksarchief, inv.nr. 64. Het archief van de schepenbank van Rotterdam was al in 1860 overgedragen.

)

In 1864 brandde in Rotterdam het Schielandhuis, voormalige zetel van het Hoogheemraadschap en op dat moment onderkomen van Museum Boymans, af. De gemeente besloot tot herbouw van dit pand ten behoeve van het museum en een gemeentelijke archiefbewaarplaats. In 1868 was het pand gereed en werden de stedelijke archieven en het archief van het baljuwschap Schieland naar het nieuwe onderkomen overgebracht. De indeling in zes kamers en daarbinnen in kasten, valt nog af te lezen aan de op de delen en banden van het archief voorkomende etiketten Kamer III etcetera (zie verder). De beide rechterlijke archieven stonden daar, net als bij de rechtbank, broederlijk naast (en gedeeltelijk door) elkaar.

Nadat het archief in 1877 door J.H. Sluiter was geïnventariseerd moest het op grond van het KB van 1879 opnieuw verhuizen. Bij procesverbaal van 30 maart 1885 werd het door de gemeente Rotterdam overgedragen aan het Rijksarchief in 's-Gravenhage. (

Algemeen Rijksarchief, Archief van het Algemeen Rijksarchief, inv.nr. 66.

) Vergelijking van de inventaris van Sluiter en het procesverbaal van overdracht leert dat in die tussentijd nog het een en ander moet zijn teruggevonden, vermoedelijk in het schepenbanksarchief van Rotterdam.

In 1982 (

Proces-verbaal van overdracht van 19 maart 1982.

) werd een aantal stukken overgedragen, behorend tot het baljuwschapsarchief, dat in het archief van het Hoogheemraadschap terecht was gekomen. Ten behoeve van de huidige inventarisatie tenslotte werden door het Gemeentearchief van Rotterdam nog vijf dozen met stukken van het vierschaarsarchief afgestaan, die in het schepenbanksarchief van de stad waren aangetroffen. (

Proces-verbaal van overdracht van 15 augustus 1986.

)

Zuid-Holland

Toen de rechterlijke archieven krachtens het genoemde Keizerlijk Decreet van 8 november 1810 moesten worden overgedragen, werd het archief van baljuw en hoge vierschaar van Zuid-Holland op 25 april 1811 weliswaar in beheer overgedragen aan de rechtbank van eerste aanleg van Dordrecht, maar ook hier bleef dit archief aanvankelijk berusten op de plek waar het op dat moment was, het stadhuis. Vermoedelijk is het archief vandaar met dat van de rechtbank naar een nieuw gerechtsgebouw verhuisd. Dat de daar aanwezige archiefbewaarplaats niet aan de eisen voldeed, blijkt uit een brief in het Archief van het Ministerie van Justitie van 1863. Hierin wordt gewezen op de verzakkingen aan de achterkant van het gerechtsgebouw, waardoor de toestand waarin het archief zich bevond, veel te wensen overliet. Deze verzakkingen namen in 1863 op een verontrustende wijze toe, 'zodat het gebruik van dit lokaal zelfs voor berging van archieven of papieren hoogst bedenkelijk wordt'. Daarom werden de archieven verplaatst naar 'een beneden-kamer in hetzelfde gedeelte van het gebouw'. (

Algemeen Rijksarchief, Archief van het Ministerie van Justitie, afdeling gebouwen, dossier 16.

)

Zoals hiervoor al aangegeven werd bij Koninklijk Besluit van 8 maart 1879 de overbrenging van alle rechterlijke archieven naar de rijksarchiefbewaarplaatsen geregeld. Op 23 oktober 1879 bracht het Rijksarchief verslag uit aan de minister van Binnenlandse Zaken over de oude rechterlijke archieven, berustende bij de arrondissementsrechtbanken in Zuid-Holland. (

Algemeen Rijksarchief, Archief van het Algemeen Rijksarchief, inv.nr. 296.

) In 1884 werden deze archieven door het Rijksarchief overgenomen. (

Algemeen Rijksarchief, Archief van het Algemeen Rijksarchief, inv.nr. 296.

)

Van de archieven van de hoge vierscharen van Rijnland, Delfland, Schieland en Zuid-Holland is het archief van de hoge vierschaar van Zuid-Holland met een omvang van elf meter het volledigst bewaard gebleven, hetgeen wellicht mede te verklaren is uit het feit dat het archief, behoudens de overbrenging van het stadhuis naar het gerechtsgebouw, tot de uiteindelijke overbrenging naar het rijksarchief nooit is verplaatst.

De verwerving van het archief

De rechtstitel is (nog) onbekend

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in