gahetNA in het Nationaal Archief

Hof van Holland

3.03.01.01
M.C. le Bailly, P.J.M. van den Heuvel et al.
Nationaal Archief, Den Haag
2008
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.03.01.01
Auteur: M.C. le Bailly, P.J.M. van den Heuvel et al.
Nationaal Archief, Den Haag
2008
CC0

Periode:

1428-1811

Omvang:

592,60 meter; 11696 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Oud-Nederlands; enkele stukken zijn in het Frans of in het Latijn gesteld.

Soort archiefmateriaal:

Normale handgeschreven en gedrukte teksten. De Nederlandstalige stukken van vóór ca. 1700 zijn geschreven in het gotische cursiefschrift, met name in de oud-Hollandse klerkencursief.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het Hof van Holland had in de vijftiende eeuw taken op het gebied van het bestuur, de wetgeving en de rechtspraak in Holland, Zeeland en West-Friesland. De rechtsprekende taak van het Hof werd in eerste aanleg gevormd door die zaken die voorheen in de grafelijke rechtspraak werden berecht, zoals: inbreuken op de rechten van de landsheer en het landsheerlijk gezag, misdrijven en correctie van landsheerlijke ambtenaren, muntzaken, de bescherming van geestelijken, vreemdelingen en de zogenoemde personae miserabiles. In hoger beroep oordeelde het Hof over de uitspraken van lokale rechtbanken in burgerlijke zaken. Van het Hof kon men, in de periode vóór de Opstand, in beroep gaan bij de Grote Raad van Mechelen. Door inperking van de bestuurlijke bevoegdheden van het Hof, met name na de Opstand, bleef de rechtspraak als hoofdtaak van het Hof over.
De stamreeks van het archief wordt gevormd door de memorialen. Hieruit zijn in de loop der tijd andere reeksen afgescheiden, zoals de sententieregisters, waarin de vonnissen werden opgetekend. Daaruit kwamen vervolgens andere reeksen voort zoals de registers van de procureur-generaal, de quaetclappen en de presentatieboeken. Vanaf het begin van de 17e eeuw werden de eigen besluiten van het Hof afgesplitst uit de memorialen en opgetekend in resolutieboeken.
Eigenlijk niet tot het archief behorende zijn de zogenaamde proceszakken met daarin processtukken van partijen die voor het Hof procedeerden. Normaal gesproken werden deze na afloop van een proces opgehaald door de procureurs, maar dat gebeurde lang niet altijd. Het archief van het Hof van Holland is tamelijk compleet bewaard gebleven.

Archiefvormers:

  • Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland, 1428-1798
  • Hof van Justitie van Holland en Zeeland, 1798-1803
  • Hof van Justitie van Holland, 1803-1811
  • Commissie tot afdoening der zaken van de Consignatiekas van het voormalige Hof van Justitie van Holland, 1814-1842

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Geschiedenis van het archiefbeheer

Enkele tijdelijke verhuizingen daargelaten heeft het archief van het Hof van Holland ondanks zijn enorme omvang een redelijk overzichtelijke geschiedenis. Tot de overdracht aan het in 1852 opgerichte Rijksarchief is het namelijk vrijwel steeds bewaard in verschillende vertrekken op het Binnenhof, waar het Hof van Holland van oudsher zetelde. Uitzonderingen zijn de periodes 1572-1578 en 1806-1813, toen het Hof tijdelijk elders resideerde, onder andere vanwege roerige tijden of oorlogsdreiging. Wat er met het archief gebeurde in de jaren na de opheffing van het Hof is ook niet geheel duidelijk. Het archief viel toen onder het beheer van de rijksarchivaris; Hendrik van Wijn die van 1795 tot zijn dood in 1831 rijksarchivaris was, werd opgevolgd door zijn leerling J.C. de Jonge, die tot 1853 de functie bekleedde. Zeker is in ieder geval dat men zich pas bij de nieuwe rechterlijke indeling in 1838, toen de huidige Hoge Raad werd opgericht, ging bekommeren om de archieven van de voormalige hoven van justitie in Holland en Zeeland.

Daarnaast zijn de raadsleden van het Hof op gezette tijden gedwongen geweest uit te wijken naar een andere, tijdelijke vergaderplaatsen buiten Den Haag, maar deze verplaatsingen hebben geen verhuizing van het hele archief van het Hof tot gevolg gehad, met uitzondering natuurlijk van de lopende registers. De voornaamste redenen om tijdelijk buiten Den Haag te vergaderen waren terugkerende uitbraken van de pestepidemie, zoals in 1467,(

Le Bailly, Recht voor de Raad, 50-51.

) of politieke en religieuze troebelen zoals het zo nu en dan weer oplaaien van de Hoekse en Kabeljauwse twisten tijdens de vijftiende eeuw. Zo resideerde het Hof in 1479 tijdelijk in Rotterdam, toen de twisten zelfs de raadsleden verdeelden,(

M.J. van Gent, 'Pertijelike saken'. Hoeken en Kabeljauwen in het Bourgondisch-Oostenrijkse tijdperk (Den Haag 1994) 213-237.

)
of in Delft als gevolg van de oorlogen met Gelre in het begin van de zestiende eeuw.(

Ter Braake, Recht en rekenschap, 76-77.

)

Het eigenlijke archiefbeheer behoorde ten tijde van het bestaan van het Hof van Holland en zijn opvolgers steeds tot de taken van de griffier. Zoals hierboven al bleek kreeg hij bij zijn aanstelling in 1445 de speciale taak mee akten en vonnissen op te schrijven in een apart register; hier lag ook de oorsprong van de reeks sententieregisters, de eerste grote afsplitsing uit de Memorialen ofwel de stamreeks van het archief van het Hof van Holland. In de opeenvolgende eeuwen vloeiden uit de stamreeks vele andere series voort (zie elders bij Ordening van het archief). Uit de taakstelling van de griffier vloeide vanzelfsprekend ook de verantwoordelijkheid voor het beheer van die registers voort.

Archiefbewaarplaats

Zoals gezegd was het archief van het Hof van Holland fysiek gevestigd op het Binnenhof. In de veertiende en de eerste helft van de vijftiende eeuw werd geen onderscheid gemaakt tussen de archieven van de verschillende instellingen op het Binnenhof en hield men geen parallelseries bij. Vanwege de fysieke nabijheid van de verschillende organen - of het nu het Hof van Holland, de Rekenkamer, de Staten of de Leen- en Registerkamer van Holland betrof -, was dit aanvankelijk ook niet nodig. De grafelijke kanselarij was immers belast met het bijhouden van de registers en het archiefbeheer van alle instellingen op het Binnenhof.(

Over de bouwgeschiedenis van het Binnenhof en de plaats en functie van de verschillende vertrekken door de eeuwen heen zie Calkoen, 'Het Binnenhof van 1247-1747'.

)

In het begin van de vijftiende eeuw volstonden enkele beveiligde kisten (schrijnen) voor de bewaring van het grafelijk archief, maar met de snel toenemende activiteit van de verschillende instellingen op het Binnenhof groeide het archief steeds verder aan. Al rond het midden van de vijftiende eeuw waren er vaste vertrekken voor de bewaring van de archieven zoals afzonderlijke register- en charterkamers. Ook de benoeming van een afzonderlijke griffier voor het Hof van Holland in 1445, bracht grote veranderingen mee. Zijn aanstelling leidde niet alleen tot verdere professionalisering en specialisatie bij het Hof, maar ook tot de ontwikkeling van een specifiek rechterlijke griffie waar de lopende registers van het Hof werden bewaard. Vanaf het midden van de zestiende eeuw waren er bovendien afzonderlijke kamers voor de rol en voor het furneren van de proceszakken.(

Ibidem.

)

Maar ook deze vaste ruimtes voldeden al gauw niet meer en het archief werd verspreid over de vertrekken in de nabije omgeving van de diverse werkkamers van het Hof van Holland, zoals in aangrenzende kamers, gangen, zolders of kelders. Blijkens de inventaris van Van Kinschot van 1701 werden de archieven bewaard in de griffie, in de kelder en op de kamers boven de rolzaal.(

Voor de exacte ligging van de verschillende onderdelen van het Hofarchief aan het begin van de achttiende eeuw zie de juist genoemde inventaris: Inventaris van alle de registers, boeken, chartres ende papieren van het Edelen Hove van Holland, Zeelandt ende Vrieslandt, 't sedert den jaare 1428, tot den jaare 1701, et ultra, opgesteld door de eerste klerk ter griffie Magirus Neurenburgh. Hiervan bestaat tevens een bijgewerkte kopie van 1725: Memorie en aantekeninge van alle de registers, memorialen en andere aentekeningen die ten Hove gevonden werden, met aentekeninge van de plaetsen waer deselve te vinden sijn, NL-HaNA, Hof van Holland, 3.03.01.01, inv.nrs. 7224A en 7223.

)

Tijdelijke verhuizingen
(

De tekst van deze paragraaf is deels afkomstig uit: P.J.M. van den Heuvel, 'Alles van waarde is weerloos'. Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland 1428-1811. Eindpaper deelproject Waardering en Selectie, Universiteit van Amsterdam/Archiefschool 2007.

)

De eerste betekenisvolle verhuizing van het Hof van Holland en zijn archief geschiedde zoals gezegd tijdens de jaren van de Opstand. Na de inname van Brielle in 1572 en de daarmee samenhangende dreiging voor het moeilijk te verdedigen Den Haag vluchtte vrijwel het gehele Hof, samen met andere wereldlijke en kerkelijke instellingen uit Den Haag. Volgens de overlevering begaf zich een stoet van vierduizend personen en zevenhonderd wagens via Rotterdam en Haarlem uiteindelijk naar Utrecht.(

Het gegeven dat maar liefst vierduizend regeringleden in 1572 uit Den Haag wegtrokken, lijkt wel wat overdreven. In de literatuur is dit gegeven dat uiteindelijk is terug te voeren tot een mededeling in de Annales van Frans van Dusseldorp steeds zonder vraagtekens overgenomen. Vgl. Smit, 'Omzetting', 199 en Huijbrecht, 'Scheiding der geesten', 96.

) Uit angst voor brandstichting en om te voorkomen dat gevoelige informatie in handen van de vijand zou vallen is toen het complete archief tijdens deze vlucht meegenomen. Onderweg werd de stoet echter geplunderd en sneuvelden naast vier vaandels ook vijftig karren met bagage. Hoeveel archiefmateriaal toen is verdwenen is onbekend. Het is evenwel niet uitgesloten dat de plundertocht er bewust op gericht was een deel van de Hofarchieven te vernietigen. Opvallend is namelijk dat in de collecties criminele papieren geen enkel dossier van vóór 1572 bewaard is gebleven. Mogelijk zijn deze bewust vernietigd door de opstandelingen om berechting van politieke gevallen te voorkomen.(

Huijbrecht, 'Scheiding der geesten', 95-97.

)

In 1578 keerden de voormalige president van het Hof mr. Cornelis Suys (1514-1580)(

Zie het Repertorium voor ambtsdragers persoonnummer 9855.

) en de substituut-griffier Dirck Jansz. van Woerden (overleden 1591)(

Zie het Repertorium voor ambtsdragers persoonnummer 4735. Volgens de inventaris van het Hofarchief van 1725 (inventarisnr. 7223) zorgde hij voor de terugkeer van "veele registers en papieren".

)
terug naar Den Haag, samen met enkele scheepsladingen archiefstukken. Suys werd echter niet in zijn functie hersteld. Mr. Aernoult Nicolai (1528-1592) die toen ook was teruggekeerd werd benoemd tot nieuwe president van het Hof van Holland.(

Kok, In dienst van het recht, 39-40.

)
Of toen daadwerkelijk alle onderdelen van het archief waren teruggebracht is niet meer te achterhalen.(

De inventaris van Adriaan Duyck uit 1619 die de verloren gegane registers als vermist opgeeft, wordt helaas ook nog altijd vermist: Bakhuizen van den Brink, Overzigt, 180-181.

)
Volgens J. Smit was een belangrijk gedeelte van de Hollandse regeringsarchieven in oude bergplaatsen achtergebleven; toen delen hiervan werden gevonden, zijn zij naar de griffier van de Rekenkamer gebracht, en in de ruimte onder de kelder van de Raadkamer van het Hof geplaatst.(

Smit, 'Bijdrage tot de geschiedenis'.

)
Het is niet duidelijk of hier delen van het archief van het Hof bij waren. Van archiefstukken uit deze zogenaamde Stichtse periode van het Hof van Holland zijn tijdens de verschillende bewerkingen geen sporen teruggevonden. Vermoedelijk zijn die er ook niet geweest.(

Huijbrecht, 'Scheiding der geesten', 97. Uit de inventaris uit 1725 (inventarisnr. 7223) valt op te maken dat deze stukken mogelijk ook nooit hebben bestaan: de prins van Oranje verving de uitgeweken raadsleden in Holland door de Opstand gezinden, "apparent al klagten hebbende gehad van niet geadministreerde justitie, noemde dat veranderen van plaets buijten Holland uijtwijck, en wel tegen de eede en pligt, en oorsaeck van niet geadministreerde Justitie, etcera".

)

Wat betreft de tweede tijdelijke verhuizing van het archief van het Hof van Holland (in de periode 1806-1811) was er sprake van een gedwongen verplaatsing; Lodewijk Napoleon eiste in 1806 plotseling het Binnenhof op, zodat de opvolger van het Hof van Holland, het Hof van Justitie, naar het Paleis Noordeinde moest verhuizen. Op dat ogenblik maakte men zich zorgen of alle archieven daar wel een plaats zouden kunnen vinden, afgaande op berekeningen voor de inrichting van de charterkamer van het Hof en een plattegrond van de toekomstige vertrekken.(

Na, Collectie C.F. van Maanen (archiefinventaris 2.21.114): zie informatie in de inleiding van de archiefinventaris over de aanwinst 1862/387 (aankoop van het eerste deel van de collectie van Maanen in 1862); Hof van Holland inventarisnr. 7258B. J.H. Speirman, Handleiding tot het doen van nazoekingen in het Archief van het Hof van Holland en Zeeland, handschrift en typoscript.

) Uit een ander document blijkt dat in de nieuwe behuizing geen plaats zou zijn voor "de Papieren in de zogenaamde Graaf Willems kelder" (om welke papieren het precies gaat, wordt niet duidelijk), "voor de kisten op het toorntjen voor een gedeelte van het archief in de kelder", voor een gedeelte "in den groote kamer" (waar de dingtalen werden bewaard) en een gedeelte "in Barnevelds Kamer" (waar de protocollen van notarissen en verbalen lagen). Indien het Hof een gedeelte van de zolder van de nieuwe vleugel boven de woning van de kastelein zou kunnen gebruiken zou "het geheele archief in goede ordre kunnen worden getransporteerd en gevoeglyk in het nieuw locaal geplaatst."(

Document in inventarisnr. 7258.

)
Op 11 augustus 1806 gaf de minister van Financiën toestemming voor de "vertimmeringen" die nodig waren voor "uitoefening functien of berging van archiven".(

Extract uit het Register der Besluiten van den minister van Financiën van Zijne Majesteit den Koning van Holland, d.d. 11 aug. 1806, NL-HaNA, Hof van Holland, 3.03.01.01, inv.nr. 7258.

)
In de documenten zijn in ieder geval geen aanwijzingen voor vernietiging van stukken wegens ruimtegebrek.

Na de opheffing van het Keizerlijk Hooggerechtshof in 1813 werd het hele archief van het Hof van Holland naar zijn oude locatie teruggebracht en onder het beheer van mr. Johan Hendrik Speirman gesteld, die sinds 1778 werkzaam was bij de griffie van het Hof van Holland, onder andere als chartermeester. In 1808 werd hij bovendien benoemd tot secretaris van het Hof van Justitie en vanaf 1813 tot zijn dood in 1837 was hij Eerste Griffier van het Hooggerechtshof.(

Over Speirman zie het Repertorium voor ambtsdragers persoonnummer 9562.

) Hij schreef onder andere een handleiding over het archief van het Hof van Holland die nog altijd nuttige aanwijzingen voor huidige gebruikers bevat.(

Speirman, Handleiding. In deze handleiding bevindt zich tevens een uitgebreide beschrijving van de plaatsing van de verschillende onderdelen van het Hofarchief op het Binnenhof vóór en na de verhuizing naar het Noordeinde.

)
Een van Speirman's eerste opdrachten in 1778, zo meldt hij althans in zijn Handleiding, was het uitzoeken van de charters die tijdens een brand op het Binnenhof beschadigd waren geraakt. Al eerder waren maatregelen getroffen om grote schade te voorkomen: Speirman geeft aan dat de notulen en resoluties van het Hof van grote waarde werden geacht, en dat uit angst voor brand de registers en minuten hiervan in aparte ruimtes werden bewaard. Hetzelfde gold voor de memorialen. Aan het einde van achttiende eeuw was namelijk een aanvang gemaakt met het kopiëren van de oudste memorialen en minuten van memorialen niet alleen wegens de "moeielijkheid van het oude schrift", maar ook met oog op de conservering ervan. Maar, vanwege de enorme omvang van dit project, liet men het plan al ras voor wat het was.

Na de terugkeer naar het Binnenhof in 1813 waren de oude opslagruimtes ingrijpend verbouwd. De binnenmuren van de drie bovenkamers boven de rolzaal waren weggehaald, zodat er één grote ruimte was ontstaan. Inmiddels waren ook de gebouwen rond de kelder afgebroken, waardoor de aanvankelijke binnenmuren buitenmuren werden en de ruimte vochtig was geworden: "de registers alzoo gevaar lopende van door vogt geheel te zullen bederven, zijn dezelve verplaatst in onderscheiden vertrekken op de eerste verdieping". Mogelijk is op deze manier de waterschade ontstaan die door Bakhuizen van den Brink genoemd wordt met betrekking tot de pakketten met financiële stukken. Kort voor de overdracht naar het Algemeen Rijksarchief dat in 1852 was opgericht werden de archieven op deze zelfde plaats aangetroffen: "Hier staan zij thans in dier voege gerangschikt, dat op de groote zaal zich bevinden het archief van het Hof van Holland, met uitzondering der criminele papieren, dat van het Hof van Vianen, benevens de bibliotheek; in de nevenkamer het crimineel archief van het Hof van Holland, benevens dat van het Agentschap van Justitie en van het Nationaal Geregtshof, en eindelijk bevindt zich het archief van den Hoogen Raad op eenen zolder boven deze lokalen. Een klein vertrek in den toren waar vroeger zakken met processtukken bewaard werden, is thans tot een bureau ingericht".(

Bakhuizen van den Brink, Overzigt, 176-177.

) De fysieke overdracht van het archief van het Hof vond plaats in ca. 1854; in 1856 werd de bibliotheek overgedragen aan het Rijksarchief.

Schade

Het archief van het Hof van Holland heeft meer te lijden gehad van de tand des tijds en van natuurlijke vijanden dan van bewuste selectie. Het gaat hier met name om schade als gevolg van oorlog, brand, water(

Zo blijken een aantal pakken van declaraties van kosten en salaris als gevolgd van lekkages te zijn vergaan, zie B.H. de Vries, Inventaris van de afdeling Financiën van het archief van de griffier van het Hof van Holland ('s-Gravenhage 1976) 6.

) en eerdergenoemde verhuizingen. Zo heeft de vlucht van het Hof en zijn gehele archief naar Utrecht in 1572 na de inname van Brielle grote sporen achtergelaten, zoals in de vorige paragraaf bleek.

In 1635 en 1757 heeft brand gewoed op het Binnenhof. In 1635 ontstond er brand in de Financiekamer die zich naar andere delen van het gebouwencomplex verspreidde.(

Zie: Inventaris van het archief van de Financie van Holland, (1515) 1572-1806 (1830) 3, en Calkoen, 'Het Binnenhof', 129-130.

) Anthonij van Kinschot vermeldde in zijn inventaris van het archief van het Hof van Holland tot 1701 dat toen vele papieren, met name van de Financie, "uijt den brand gesalveert sijn".(

Inventaris van alle de Registers, Boeken, Chartres ende: Papieren van den Edelen. Hove van Holland Zeelandt, ende Vrieslandt t Sedert den Jaare 1428, tot den Jaare 1701, et ultra, opgesteld door de eerste klerk ter Griffie Magirus Neurenburgh, inv.nr. 7224A.

)
Ook in december 1757 was er een grote brand in de gebouwen van het Binnenhof. Volgens Bakhuizen van den Brink hadden de papieren die toen door brand waren vernietigd weinig waarde, maar dat oordeel is natuurlijk subjectief. Welke stukken dat precies waren, is onduidelijk.(

Bakhuizen van den Brink, Overzigt, 181-182. Zie ook Smit, Inventaris, 54.

)

Gedeponeerde archieven
(

De tekst van deze paragraaf is afkomstig uit: P.J.M. van den Heuvel, 'Alles van waarde is weerloos'. Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland 1428-1811. Eindpaper deelproject Waardering en Selectie, Universiteit van Amsterdam/Archiefschool 2007.

)

Naast de natuurlijke, exponentiële groei van het archief tijdens het bestaan van het Hof is het archief een aantal keren tijdelijk uitgebreid met de archieven van andere archiefvormers: de archieven van het Leenhof, het Hof van Vianen, de Hoge Raad en de Financie van Holland.(

In 1795 werden de archieven uitgebreid met de rechtsgeleerde bibliotheek en documenten van de Hoge Raad (na akkoord tussen de provincies Holland en Zeeland van 18 september 1795) en met de stukken afkomstig van de Kamer van Justitie van Vianen (na publicatie van de Provisionele Representanten van 16 maart 1795) en vervolgens het Hof van Justitie (1798-1811). Bakhuizen van den Brink, Overzigt, 171-172.

) De eerste drie archieven zijn bij het Hof gedeponeerd nadat de organisaties waren opgeheven in 1795; het archief van de Financie is waarschijnlijk in bewaring gegeven na een brand op het Binnenhof. Deze archieven zijn naderhand bij de overbrenging naar het Rijksarchief na 1852 in afzonderlijke fondsen ondergebracht. Het Hof van Vianen is grotendeels overgebracht naar het toenmalige stadsarchief van Gorinchem, thans Regionaal Archief Gorinchem.(

Bakhuizen van den Brink, Overzigt, 171-172.

)

Dat de archieven van het Leenhof bij het Hof terechtkwamen, is niet geheel verwonderlijk. Het Leenhof was net als het Hof en de Hoge Raad op het Binnenhof gevestigd, in een kamer in de westelijke toren van het Binnenhof; bovendien had het Hof van Holland tussen 1577 en 1660, toen er geen apart leenhof bestond, de bevoegdheden inzake lenen en geschillen met lagere leenhoven overgenomen.(

Tussen 1577 en 1660, toen het Leenhof opnieuw werd opgericht op aanbeveling van raadspensionaris Johan de Witt, vielen de zaken die lenen en geschillen met lagere leenhoven betroffen onder de bevoegdheden van het Hof van Holland. Na de val van de Witt in 1672 en de ontbinding van het Leenhof kwamen de Staten van Holland en West-Friesland en de Staten van Zeeland overeen om de leenzaken weer bij het Hof van Holland onder te brengen. GPB III, 692-698, d.d. 11-06-1674.

) Na de definitieve opheffing van het Leenhof in 1674 kwam het archief onder beheer van het Hof, dat tegelijkertijd de jurisdictie in de leenzaken overnam. Ook blijkt dat de voor de archiefvorming belangrijke functie van griffier tegelijkertijd voor meerdere van de instanties gevestigd op het Binnenhof kon worden uitgevoerd. Willem Dedel was substituut-griffier van het Hof van Holland tussen 1658 en 1675, en vervolgens (tot zijn dood in 1683) vervulde hij de functie van griffier voor Hof én Hoge Raad. Blijkens een memoriaalboek dat wordt beschreven in de inventaris van 1701 was hij in dezelfde periode ook griffier van het Leenhof.(

Memoriaalboek gehouden bij tijde van Mr. Willem Dedel Griffier van den voorsz. Leenhove, beginnende den 3e junij 1660, en eijndigende den 22e November 1672. Inventaris 1701 (inventarisnr. 7224A), fol. 140. Dit memoriaalboek is niet meer in het archief van het Hof te vinden, noch in de huidige inventaris van de Leenhoven en de Leen- en Registerkamer van Holland (NA archiefinventaris 3.01.52).

)

Het feit dat in de inventaris van 1701 een aparte afdeling is ingeruimd voor de "Boeken, registers, chartres en papieren specterende tot den Leenhove van Holland, aanvang genoomen hebbende in den jaare 1660, wederom vernietigt in 't eijnde vanden Jaare 1673" geeft aan dat het als een op zichzelf staand onderdeel van het archief van het Hof van Holland werd beschouwd. De beschreven stukken en registers waren opgeborgen in een kast op de kamer van de eerste klerk Neurenburgh, apart van de registers van het Hof zelf. Van de in 1701 genoemde archiefstukken en bundels, 22 zaken in totaal, is minder dan de helft in de huidige inventaris van het Leenhof te vinden.(

NA, Archief van de Leenhoven en de Leen- en Registerkamer van Holland (archiefinventaris 3.01.52), inv.nrs. 24, 28, 29, 31, 33, 35, 36 en (wrs.) 42.

) Geen van de genoemde stukken, waaronder het memoriaalboek van Dedel en de minuten daarvan, inkomende en uitgaande missiven en liassen met rekesten, bevinden zich (voor zover bekend) nu nog in het archief van het Hof van Holland. Blijkbaar is tenminste een deel later overgebracht of teruggehaald naar het archief van het Leenhof; van het andere gedeelte is niets bekend.

De verwerving van het archief

Het archiefblok bevat archiefstukken onder verschillende rechtstitels verworven.

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
CAPTCHA
Deze vraag is om te testen of u een menselijke bezoeker bent en om geautomatiseerde spam te voorkomen.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in