gahetNA in het Nationaal Archief

Staten van Holland / Gecommitteerde Raden

3.01.05
W.E. Meiboom, F.J.M. Otten
Nationaal Archief, Den Haag
1994
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.01.05
Auteur: W.E. Meiboom, F.J.M. Otten
Nationaal Archief, Den Haag
1994
CC0

Periode:

1621-1795

Omvang:

133,00 meter; 1296 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

In de beginjaren van de Opstand kozen de Staten van Holland uit hun midden Gecommitteerden voor taken op het terrein van bestuur, financiën en landsverdediging te land en ter zee. In het Noorderkwartier van Holland (grofweg Holland boven het Y) fungeerde een afzonderlijk college van Gecommitteerde Raden in West-Friesland en het Noorderkwartier. Gecommitteerde Raden moesten de besluiten van de Staten (doen) uitvoeren, toezicht houden op de Rekenkamer en op de gemenelandsambtenaren en zorg dragen voor de financiën in het algemeen.
Het archief bevat onder meer registers met resoluties, ingekomen missiven, akten, appointementen (beschikkingen op verzoekschriften), stukken betreffende ambten, domeinzaken, de gemene middelen (belastingen) en verpondingen, naast documenten over financiële-, juridische- en kerkelijke aangelegenheden, militaire zaken en waterstaatszaken.

Archiefvormers:

  • Gecommitteerde Raden van de Staten van Holland en West-Friesland (1434)
  • Gecommitteerde Raden van het Zuiderkwartier

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

1. Organisatie

Na de eerste vrije Statenvergadering van 19 juli 1572 te Dordrecht gingen de Staten van Holland fungeren als hoogste bestuurscollege in het gewest Holland. In de jaren daarna benoemden de Staten uit hun midden verschillende gedeputeerden voor taken op het terrein van bestuur, financiën, admiraliteit, militaire en juridische zaken.

In het Noorderkwartier van Holland, globaal het gebied ten noorden van het IJ, dat als gevolg van de oorlogssituatie in 1573 van de rest van Holland was afgesneden, fungeerde vanaf 1574 een apart college van Gecommitteerde Raden (GR). In dit te Hoorn gevestigde college had elk van de zeven steden van het Noorderkwartier een vertegenwoordiger.

Over het aanvangsjaar van het college van GR in het Zuiderkwartier lopen de meningen uiteen. (

J.W. Koopmans, De Staten van Holland en de Opstand. De ontwikkeling van hun functies in de periode 1544-1588 ('s-Gravenhage 1990) gaat uitgebreid in op deze problematiek, met name op pp. 186-198.

) Feit is, dat de resoluties begin 1582 een aanvang nemen. Pogingen de colleges in de beide kwartieren samen te voegen zijn afgestuit op het streven naar zelfstandigheid van het Noorderkwartier. Het ambtsgebied van GR van het Zuiderkwartier strekte zich uit over het zuidelijk gedeelte van de huidige provincie Noord-Holland, over geheel Zuid-Holland en over "Hollands Brabant", een strook gebied in het noord-westen van Noord-Brabant. Boven het IJ ressorteerden Beverwijk, Wijk aan Zee, Heemskerk en de Zaanstreek onder de competentie van GR van het ZK, al vielen de Zaanse bannen op bepaalde terreinen (o.a. de waterstaat) onder een gecombineerd bestuur.

Volgens de instructie van 1590 bestond het in Den Haag zetelende college van het Zuiderkwartier uit negen leden, één namens de Ridderschap en acht voor de steden Dordrecht, Haarlem, Delft, Leiden, Amsterdam, Gouda, Rotterdam en Gorinchem. Zij hadden aanvankelijk voor een jaar zitting, vanaf 1604 voor drie jaar. In 1616 kwam er een tiende lid bij: de steden Schiedam, Schoonhoven en Brielle kregen het recht beurtelings voor twee jaar dit lid aan te wijzen. Onder voorzitterschap van het lid van de Ridderschap vergaderden GR dagelijks (behalve op zon- en feestdagen) in een vertrek dat recht onder de vergaderzaal van de Staten van Holland was gelegen. Elk jaar vond in de maand mei de verdeling van de werkzaamheden plaats in vaste commissies van (als regel) twee leden. Ook waren er verschillende zogenaamde "buiten-commissies" zoals de afvaardiging naar de Staten-Generaal, het zitting nemen in colleges als de Rekenkamer, de Admiraliteiten e.d. (

De paragrafen Organisatie en Taken berusten vnl. op: A.J.C.M. Gabriëls, "De Edel Mogende Heeren Gecommitteerde Raaden van de Staaten van Holland en Westvriesland", 1747-1795. Aspecten van een buitencommissie op gewestelijk niveau. In: Tijdschrift voor Geschiedenis 94 (1981) 527-564. Vgl. ook: Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden, deel IV (Amsterdam 1742) p. 163-184.

)

In 1623 en 1670 zijn de instructies voor GR herzien. Omdat de bestuurlijke scheiding tussen Noorder- en Zuiderkwartier vooral op het terrein van de financiën inefficiënt was, werd in 1751 in de herziene instructie voor GR bepaald, dat vertegenwoordigers uit beide colleges regelmatig in Den Haag zouden overleggen in het bijzonder over financiële zaken. Ook zouden de resoluties wederzijds worden uitgewisseld. Er zou door beide colleges zodanig moeten worden samengewerkt, dat "deselve in effecte niet anders als een Collegie sullen zyn in twee departementen besoigneerende". De instructie van 1751 bleef tot 1795 van kracht.

In 1795, na de inval van de Franse troepen, werden de Staten van Holland vervangen door de Provisionele Representanten van het Volk van Holland, die vervolgens ook de beide colleges van GR ophieven en vervingen door een drietal Comités, namelijk die van Algemeen Welzijn, Militaire Zaken en Financiën.

2. Taken

Gabriëls (vgl. noot 2) onderscheidt een viertal hoofdtaken:

1. Het dagelijks bestuur:

Omdat de Staten zelf als regel slechts vier maal per jaar bijeen kwamen (later wat vaker), traden GR in de tussenliggende periode op namens de Staten. Zij voerden de besluiten van de Staten uit en mochten in zaken van minder belang bij afwezigheid van de Staten zelf beslissingen nemen. Samen met de Raadpensionaris stelden zij de beschrijvingsbrief met de agendapunten voor de vergadering van de Staten vast.

2. Opperbestuur over de financiën:

Dit was het meest omvangrijke deel van de taak. GR moesten overzichten opstellen van de inkomsten en uitgaven van het Zuiderkwartier en daarover rapporteren aan de Staten. Ook waren zij verantwoordelijk voor het beheer van de gelden en het doen van betalingen. Zij hadden het toezicht op de Ontvanger-generaal, ontvangers, collecteurs en gaarders van 's lands middelen. Voor de eigenlijke boekhouding beschikten GR over het kantoor van de Financie van Holland, dat na de opheffing in 1728 van de Rekenkamer der Domeinen namens GR ook het domeinbeheer verzorgde. Na de afschaffing van het stelsel van verpachting van veel gemenelandsmiddelen in 1748 en de toewijzing van de invordering aan bezoldigde gaarders, werd in 1750 een kantoor voor de Collectieve middelen in het Zuiderkwartier opgericht, dat eveneens direct onder GR ressorteerde. (

Archief Financie van Holland 1575-1806, toegang 3.01.29; archief Kantoor van de Collectieve Middelen in het Zuiderkwartier 1751-1806, toegang 3.01.41.

)

3. Militaire zaken:

GR hadden, samen met de stadhouder, het toezicht op de fortificaties in het Zuiderkwartier, die jaarlijks door een commissie uit GR werden geïnspecteerd. (

Archief Contrarolleur-generaal van 's lands werken en fortificatiën van Holland 1630-1806, toegang 3.01.43.

) Zij waren verantwoordelijk voor de monstering en uitrusting van de troepen die 'ter repartitie" van het Zuiderkwartier stonden, maar veelal buiten Holland gelegerd waren. Ook hadden GR de zorg voor de bevoorrading en het beheer van de wapenarsenalen.

4. Juridische zaken:

Het belangrijkste taakonderdeel was hier de rechtspraak in belastingzaken, namelijk in fraudezaken en in geschillen in belastingkwesties in het criminele en hogere civiele ressort. Voor het lagere civiele ressort wezen GR schepen-commissarissen aan voor de steden en de daaronder vallende plattelandsdistricten. (

S.J. Fockema Andreae, De Nederlandse Staat onder de Republiek (Amsterdam 1969) p. 139.

) Daarnaast spraken GR recht bij zaken van valsemunterij en hadden zij bemoeienis met de militaire jurisdictie over soldaten die ter repartitie van het gewest Holland stonden.

Naast deze hoofdtaken hadden GR onder meer bemoeienis met de waterstaat (zeeweringen, havenwerken, rivierverbetering, dijk- en polderzaken), kerkelijke zaken en de aanstelling van een aantal plaatselijke functionarissen. (

Een goed overzicht van de onderwerpen waarmee GR bemoeienis hadden geven de alfabetische hoofdenlijsten voorin de zgn. generale indices-Cassa (archief GR inv. nrs. 3291-3296).

)

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in