gahetNA in het Nationaal Archief

KNB

2.25.5344
Doxis Informatiemanagers
Nationaal Archief, Den Haag
2009
(c)

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.25.5344
Auteur: Doxis Informatiemanagers
Nationaal Archief, Den Haag
2009
(c)

Periode:

1965-2004
merendeel 1975-1999

Omvang:

38,30 meter; 1854 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief bevat dossiers over belangbehartiging van de beroepsgroep der notarissen, de Notariswet, tarieven, inkomen van notarissen, ereregelen, beroeps- en gedragsregels, scholing, voorlichting, toezicht op het notariaat, geschillen en klachten, alsmede over de uitvoering van de wetgeving aangaande rechtspersonen, belastingen, onroerend goed, hypotheken, erfrecht, huwelijk en echtscheiding.

Archiefvormers:

  • Koninklijke Nederlandse Broederschap

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Sinds 1842 hebben zich belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen voorgedaan die de rechtspraktijk in het algemeen hebben beïnvloed. Deze maatschappelijke ontwikkelingen hebben ook het notariaat beïnvloed. Met name de toegenomen complexiteit van de samenleving, de daarmee samenhangende sterk toegenomen regeldichtheid en de juridisering van de maatschappij hebben veel invloed op het notariële ambt uitgeoefend.

Na 150 jaar Wet op het notarisambt 1842, was de tijd rijp om de wet te wijzigen. Ten eerste is de Wet op het Notarisambt (Wna) nauw met het Burgerlijk Wetboek verbonden. Aangezien de herziening van het vermogensrechtelijke deel van het Burgerlijk Wetboek plaatsvond in 1992, was het wenselijk ook de Notariswet aan te passen aan de sterk veranderde maatschappelijke verhoudingen. Daarnaast was de oude wet een lappendeken van bepalingen. Ten derde waren het numerus-clausus systeem en het tarievensysteem van het notariaat niet in overeenstemming met het economisch beleid van het Ministerie van Economische Zaken, dat streefde naar meer marktwerking, ook in het notariaat.

De grootste drijfveer achter de wetsherziening was echter de wens tot een andere structuur en organisatie van het notariaat te komen. De noodzaak tot vernieuwing van het notariaat werd door het notariaat zelf vanaf de jaren zeventig onderkend. Verschillende commissies zijn door de notariële broederschappen en later de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) ingesteld, om de positie van het notariaat en mogelijkheden tot herziening binnen het notariaat te bestuderen.

In 1991 is bij de KNB, de voorzitters van de Kamers van Toezicht en het Centraal Bureau voor Bijstand advies ingewonnen over een voorontwerp voor de nieuwe wet op het notarisambt. Na een langdurige parlementaire geschiedenis die voor een groot deel werd beheerst door de discussie over het vrijlaten van de tarieven, is de nieuwe Wet op het notarisambt op 1 oktober 1999 in werking getreden.

De strekking van de nieuwe wet is het garanderen van een goede kwaliteit van een notariële dienstverlening op een zodanig manier dat het notariaat de kwaliteiten bezit die voor een goede beroepsuitoefening en dienstverlening van het notariaat vereist zijn. Het doel van deze wet is, door middel van marktwerking, een prikkel tot innovatie, hogere kwaliteit en verbeterde productiviteit binnen het notariaat te veroorzaken. Daarnaast wordt met de nieuwe wet beoogd een voor de consument transparante sector te doen ontstaan. De nieuwe wet biedt verscheidene middelen om dit doel te bereiken, namelijk de liberalisering van het standplaatsbeleid, de mogelijkheid om ook buiten het eigen arrondissement handelingen te verrichten en het verlaten van het systeem van de vaste tarieven.

Bovendien, inhoudelijk gaf de wet aanleiding tot tal van vragen. Kernelementen als de onpartijdigheid van de notaris, de bescherming van derdengelden en de benoemingsprocedure ontbraken. In de nieuwe Wet op het notarisambt werden deze zaken expliciet geregeld. Ook werd de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie een publiekrechtelijke beroepsorganisatie, met een verplicht lidmaatschap van alle notarissen en kandidaat-notarissen.

De huidige Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie is de rechtsopvolger van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie zoals die onder de oude wet bestond. De oude Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie was een gewone, privaatrechtelijke vereniging. Zij heette voor september 1997 ‘Koninklijke Notariële Broederschap’. Deze vereniging is ontstaan uit een samengaan in 1973 van de in 1843 opgerichte Koninklijke Broederschap der Notarissen in Nederland en de in 1851 opgerichte Broederschap der Candidaat-notarissen. In artikel 60 Wna is de KNB nieuwe stijl geregeld als een openbaar lichaam in de zin van artikel 134 Grondwet.

De Broederschap der Candidaat-notarissen stond open voor allen die het Staatsexamen of het notariële doctoraal examen hadden gedaan, in de praktijk werkzaam of niet. De oude Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie kende dan ook bijzondere en buitengewone gewone leden, dat wil zeggen leden die niet in de praktijk werkten. Thans zijn alle in Nederland gevestigde notarissen en kandidaat-notarissen van rechtswege lid van de KNB op grond van artikel 60 Wna. De KNB biedt aan oud-leden die daarop prijs stelden de gelegenheid als ‘aangeslotenen’ de band met hun vroegere Broederschap te bestendigen.

Artikel 61, eerste lid Wna geeft aan de KNB de taak de bevordering van een goede beroepsuitoefening door de leden en van hun vakbekwaamheid. Haar taak omvat mede de zorg voor de eer en het aanzien van het notarisambt. Artikel 61, tweede lid geeft de mogelijkheid bij verordening beroeps- en gedragsregels van de leden van de KNB vast te stellen, alsmede regels ter bevordering van de vakbekwaamheid van de leden. Ook op andere plaatsen in de wet heeft de KNB verordeningsbevoegdheid gekregen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de bewaring en de overdracht van het protocol, de administratie, interdisciplinaire samenwerking, de stage en de beroepsopleiding, het aktepapier, de ledenraad, de ringen en de notariële leden van de Kamers van Toezicht.

Als uitvloeisel van haar taak de eer en het aanzien van het notarisambt hoog te houden heeft de KNB de Stichting Voorzieningsfonds opgericht. De stichting herstelt in de eerste plaats schade die cliënten van een notaris lijden, doordat de notaris in gebreke is gebleken. In de tweede plaats verleent de stichting al dan niet financiële hulp aan notarissen. Het vermogen van de stichting wordt belegd door het bestuur, dat bestaat uit de leden van het KNB-bestuur. De directeur van het Bureau van de KNB staat het bestuur terzijde.

Artikel 62 regelt de structuur van de KNB: er is een bestuur, een ledenraad, een algemene ledenvergadering, alsmede afdelingen in elk arrondissement, ringen genaamd. De KNB houdt een bureau in stand, dat het bestuur bijstaat in de uitoefening van zijn taken (artikel 63 Wna).

Het bestuur van de KNB is belast met de algemene leiding van de KNB en met de uitoefening van haar in artikel 61 omschreven taken, alsmede met het beheer en de beschikking over haar vermogen. Het bestuur stelt jaarlijks een verslag op over zijn werkzaamheden ten behoeve van de algemene ledenvergadering en zendt dit om advies aan de ledenraad. Het brengt het verslag ter kennis van de minister van Justitie. Het bestuur stelt jaarlijks een verantwoording op van zijn financieel beleid alsmede een begroting, en zendt deze stukken om advies aan de ledenraad (artikel 64 Wna).

Het bestuur geeft voorts algemene leiding aan het bureau van de KNB en regelt zijn werkzaamheid. Het bestuur wordt bijgestaan door een aantal secretarissen, waaronder de directie van het bureau. De directie is belast met de coördinatie van hun werkzaamheden en met de leiding van de dagelijkse gang van zaken van het bureau. (artikel 64 Wna)

Onder het regime van de oude Wet op het notarisambt waren deze structuur en gang van zaken geheel vergelijkbaar.

De ledenraad bestaat uit de voorzitters van de ringbesturen, alsmede een gewoon lid uit elke ring. Ieder lid heeft een plaatsvervanger (artikel 67 Wna). Volgens artikel 68 heeft de ledenraad de zorg voor de vaststelling van het algemene beleid van de KNB en treedt hij daartoe zonodig in overleg met het bestuur. Hij benoemt het bestuur van de KNB (artikel 71) en oefent toezicht uit op het bestuur (artikel 72). Hij adviseert aan de jaarlijkse algemene ledenvergadering over het verslag dat het bestuur van de KNB over zijn werkzaamheden aan de vergadering moet geven, alsmede over het financiële beleid en de begroting. Dit waren in grote lijnen ook de taken van de ledenraad toen de KNB nog een vereniging was. Nieuw is de taak van het vaststellen van verordeningen door de ledenraad.

De artikelen 78 tot 81 regelen de algemene ledenvergadering van de KNB. De algemene ledenvergadering beraadslaagt en beslist zonodig over het verslag van de werkzaamheden van het bestuur van de KNB, alsmede over de financiële verantwoording en de raming. De algemene ledenvergadering stelt de hoogte van de contributie vast. De KNB draagt alle kosten die uit de uitvoering van de haar door de Wet op het notarisambt opgedragen taken voortvloeien.

In artikel 82 tot 86 worden de ringen behandeld. In elk arrondissement is een ring, waarvan de daar gevestigde en werkzame notarissen en kandidaat-notarissen lid zijn. De ring heeft een bestuur en een ringvergadering. Het bestuur van de ring is belast met de leiding van de ring alsmede met het beheer en de beschikking over zijn vermogen. Het brengt aan de ledenraad advies uit over de voorstellen voor verordeningen van de KNB. De ringvergadering benoemt het bestuur van de ring. De ringvergadering kiest de leden van het ringbestuur, van de ledenraad en de notariële leden van de kamers van toezicht. De ringvoorzitter zit het ringbestuur en de ringvergadering voor en is lid van de ledenraad. Daarnaast heeft de ringvoorzitter de taak te beslissen inzake geschillen over declaraties van notarissen (artikel 55, tweede lid Wna).

De status van publiekrechtelijke beroepsorganisatie brengt mee dat de KNB verordeningen kan vaststellen, die verbindend zijn voor haar leden en haar organen. Verordeningen worden slechts vastgesteld met betrekking tot onderwerpen waarvan de Wet op het notarisambt regeling bij verordening voorschrijft. Verordeningen mogen geen verplichtingen of voorschriften bevatten die niet strikt noodzakelijk zijn voor verwezenlijking van het doel dat met de verordening wordt beoogd en beperken niet onnodig de marktwerking (artikel 89 Wna). Artikel 90 Wna schrijft voor dat de leden over het voorstel van een verordening moeten worden geraadpleegd, waarna het bestuur van de ring zijn advies ter kennis brengt van de ledenraad.

Een verordening behoeft de goedkeuring van de minister van Justitie. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang (artikel 91 Wna). Besluiten van de ledenraad, van het bestuur of van andere organen van de KNB, niet zijnde een verordening, kunnen bij Koninklijk Besluit worden vernietigd (artikel 92 Wna).

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in