gahetNA in the National Archives

NWO / ZWO

2.25.36
Doxis Informatiemanagers
Nationaal Archief, Den Haag
2009
(c)

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.25.36
Auteur: Doxis Informatiemanagers
Nationaal Archief, Den Haag
2009
(c)

Periode:

1946-1998
merendeel 1946-1989

Omvang:

14,50 meter; 453 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Er komen ook Engelse, Franse en Duitse teksten voor.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Dit archief bevat stukken betreffende de organisatie van de Nederlandse organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO) en de subsidiëring van het wetenschappelijk onderzoek in Nederland.

Archiefvormers:

  • Nederlandse organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO)

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

In 1950 werd de Nederlandse organisatie voor Zuiver-Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO) bij wet in het leven geroepen en nam de taak op zich tot stimulering van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. ZWO is in eerste instantie opgericht als tijdelijke organisatie om de achterstand in het Nederlandse wetenschappelijk onderzoek te helpen opheffen. Vanaf het begin in 1947 bleek echter dat stimulering van het onderzoek niet de enige taak was en dat er ook behoefte bestond aan nieuwe landelijke structuren en aan stimulering van wetenschapsgebieden die in het verleden binnen het universitaire bestel minder belicht waren.

In de periode 1946-1948 organiseerden natuurkundigen, wiskundigen en astronomen zich in stichtingen die als effectieve lobbies binnen ZWO opereerden. De natuurwetenschappelijke stichtingen met hun werkgemeenschappen fungeerden tevens als coördinatiepunten voor het onderzoek. Hierdoor ontstond er een min of meer automatische delegatie van beoordelingsbevoegdheid aan de stichtingbesturen.

In de jaren zestig kwamen er nieuwe interdisciplinaire onderzoeksgebieden op en het ZWO-bestuur onderkende het belang hiervan door het beschikbaar stellen van ruimte fondsen. Het gevolg was dat ZWO de feitelijke werkzaamheden naar de onderzoekers delegeerde en zich slechts mengde in de problemen die lagen op het vlak van de taakverdeling tussen de stichtingen en hun werkgemeenschappen.

In de jaren zeventig en tachtig was er voor ZWO minder geld beschikbaar, maar de belangrijkste werkzaamheden bleven het coördineren en stimuleren van onderzoek. ZWO was er van overtuigd dat de werkgroepen en werkgemeenschappen een goede voedingsbodem waren voor kwaliteitsonderzoek. De overheid wilde greep krijgen op de uitgaven voor wetenschappelijk onderzoek, maar ZWO probeerde haar eigen rol te spelen. ZWO wilde de nationale taak op zich nemen die tot uitdrukking kwam bij het opstellen van de GUO-nota (nota Gespreksgroep Universitair Onderzoek) in 1972. Door een landelijk systeem van drie geldstromen voor de sturing van het wetenschappelijk onderzoek, zou ZWO door middel van het beheer van de tweede geldstroom het universitaire onderzoek coördineren.

ZWO nam lange tijd een eigen positie in binnen het wetenschappelijke veld. In de begin jaren van ZWO was er een gespannen verhouding met de Koninklijke Akademie voor Wetenschappen (KNAW), maar deze verdween in de jaren vijftig. Op een groot aantal deelgebieden ontstond er een harmonieuze samenwerking.

Met de universiteiten was er een tweezijdig contact: via de wetenschappers die door ZWO werden gesubsidieerd en via de colleges van curatoren/bestuur voor de administratieve en bestuurlijke coördinatie. Met de Commissie Algemene Vraagstukken Wetenschappelijk Onderzoek (CAVWO) had ZWO overleg over de hoofdlijnen van het beleid. Verder was ZWO op bestuurlijk niveau vertegenwoordigd om de vinger aan de pols te houden, zoals bij de Academische Raad (AR). Deze contacten namen in de jaren zeventig en tachtig onder prof. dr. R. van Lieshout sterk toe.

Het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen (O en W) was zonder meer het belangrijkste element in de omgeving van ZWO, met name vanwege de financiële banden. De betrekkingen met de overheid liepen via de vertegenwoordiger van de minister van O en W in Raad en Bestuur van ZWO. Er werd gestreefd naar een zo harmonieus en profijtelijk mogelijke relatie. Door de verschuiving van de interesse van de beleidsambtenaren bij O en W van het eigenlijke onderzoek naar een stuurbaar wetenschaps- en onderzoeksbeleid kwam er een einde aan de ZWO-periode. Op 1 februari 1988 trad de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) aan als rechtsopvolger van de ZWO.

Het zwaartepunt binnen de organisatie van ZWO lag bij de directeur en het Bestuur van ZWO. Tot 1988 bleef de directeur de enige professional voor beleidszaken en de spil van het bureau. Iemand die van groot belang is geweest voor ZWO is dr. J.H. Bannier, die van 1950 tot 1970 directeur van ZWO en secretaris van het bestuur was. Na zijn aftreden als directeur is hij van 1970 tot 1977 bestuurslid en vicevoorzitter geweest.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in