gahetNA in het Nationaal Archief

Beyen, J.W.

2.21.408
J.A.M.Y. Bos-Rops
Nationaal Archief, Den Haag
2010
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.21.408
Auteur: J.A.M.Y. Bos-Rops
Nationaal Archief, Den Haag
2010
CC0

Periode:

20e eeuw

Omvang:

1,60 meter; 305 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is geschreven in het Nederlands, maar het archief bevat ook veel materiaal in het Engels, met name uit de periode 1940-1952. Een aantal teksten van redevoeringen is daarnaast ook in het Frans en in het Duits.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief van de bankier en minister van Buitenlandse Zaken dr. J.W. Beyen is het meest compleet over de jaren 1940-1952, de periode dat hij als financieel adviseur van de Nederlandse regering in Londen en Washington verbleef. Uit de tijd van zijn ministerschap (1952-1956) zijn met name van belang de stukken waarin Beyen zijn visie geeft op zijn rol in de publiciteit over de invloed van Greet Hofmans aan het Nederlandse hof. In het archief bevindt zich een grote serie teksten van redevoeringen en publicaties uit de jaren 1938-1970, die handelen over monetaire onderwerpen en over de samenwerking in Europa.

Archiefvormers:

  • J.W. Beyen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Levensloop in jaartallen
1897Geboren te Utrecht, 2 mei
1914Diploma gymnasium A (Stedelijk Gymnasium Utrecht)
1914-1918Studie rechten aan de Rijksuniversiteit Utrecht gepromoveerd op stellingen (oktober 1918)
1918Militaire dienst in Amersfoort
1918-1923Ambtenaar bij het ministerie van Financiën, achtereenvolgens (adjunct-) commies bij de Generale Thesaurie, referendaris en waarnemend thesaurier-generaal
1922Huwelijk met Petronella Jeanne Geertruida Hijmans van Anrooy (1897-1999) op 28 maart; ontbonden 26 oktober 1945
1924-1925Directiesecretaris van de NV Philips' Gloeilampenfabriek te Eindhoven
1925-1927Directeur van het kantoor Amsterdam van de Javasche Bank
1927-1935Directeur van de Rotterdamsche Bankvereeniging NV
1935-1940Vice-president, vanaf 1937 president, van de Bank voor Internationale Betalingen te Bazel
1940-1946Financieel directeur van Lever Brothers en Unilever
1940-1952Financieel adviseur van de Nederlandse regering; in 1944 leider van de Nederlandse delegatie bij de conferentie te Bretton Woods
1945Tweede huwelijk met Margaretha Antonia Lubinka, 14 november 1945 (overleden 31 augustus 2005)
1946-1952Directeur van de International Bank for Reconstruction and Development te Washington
1948-1952Directeur van het Internationaal Monetair Fonds te Washington
1952-1956Minister van Buitenlandse Zaken
1957-1958Regeringscommissaris voor Duitse Aangelegenheden
1958-1963Ambassadeur in Parijs
1963-1968President-commissaris van o.m. de Rotterdamse Bank, later van de AMRO-bank
1976Overleden in Den Haag, 29 april
Beknopte biografie

Johan Willem Beyen (officieel: 'Beijen') werd geboren op 2 mei 1897, als zoon van Karel Hendrik Beyen, de latere secretaris van de Staatsspoorwegen, en Louisa Maria Coenen, afkomstig uit een familie van musici. Dat talent bleek erfelijk: Beyen was een begaafd cellospeler. Hij groeide op in Bilthoven en Utrecht, waar hij achtereenvolgens de lagere school, het Stedelijke Gymnasium en de universiteit (rechten) doorliep. Na een kort intermezzo in militaire dienst werd hij in 1918 ambtenaar bij de Generale Thesaurie van het ministerie van Financiën. Zijn capaciteiten vielen op bij thesaurier-generaal L.J.A. Trip, die een belangrijke rol zou spelen in de vooroorlogse loopbaan van Beyen.

Door toedoen van Trip werd Beyen - na een kort dienstverband als directiesecretaris bij Philips - in 1925 directeur van de Amsterdamse vestiging van de Javasche Bank. Het was een functie die hem ruimte liet voor nevenwerkzaamheden, zoals vaker zou voorkomen. In deze jaren speelde Beyen een belangrijke rol bij de sanering en de redding van wankelende Nederlandse middenstandsbanken. Een koninklijke onderscheiding was zijn beloning voor dat wapenfeit. In 1927 werd Beyen directeur van de Rotterdamsche Bankvereeniging (Robaver) en sloeg hij het aanbod af om Trip op te volgen als president van de Javasche Bank. Als bankdirecteur maakte hij het begin van de economische crisis van de jaren dertig mee, die zijn denken over economische en sociale kwesties zou beïnvloeden. Bovendien woonde hij verschillende internationale conferenties bij en maakte zo kennis met het internationale geld- en bankwezen.

In 1935 werd Beyen vice-president van de Bank voor Internationale Betalingen te Bazel, onder Trip, die hij in 1937 opvolgde als president. In die functie liep zijn blazoen een smet op doordat hij niet voorkwam dat nazi-Duitsland zich in 1939 meester maakte van het Tsjecho-Slowaakse goud dat zich in het Engelse depot van de Bank bevond. De opdracht om de tegenwaarde daarvan over te boeken op de rekening van de Reichsbank kwam weliswaar van de Tsjechische nationale bank, maar daags na de annexatie door nazi-Duitsland was het vermoeden gerechtvaardigd dat de bankleiding onder bedreiging handelde. Beyen bewandelde echter de formele weg en liet de overboeking uitvoeren. Deze kwestie bleef hem de jaren daarna nog achtervolgen.

Begin 1940 trad Beyen in dienst van Unilever als financieel directeur. Toen Nederland in mei 1940 betrokken raakte bij de Tweede Wereldoorlog verbleef hij in het buitenland. Hij staakte zijn poging om naar Nederland terug te keren en vestigde zich in Londen, gescheiden van zijn vrouw en drie kinderen in bezet gebied. In Londen kreeg hij van Unilever de ruimte om naast zijn eigenlijke functie veel tijd te besteden aan zijn nieuwe taak als financieel adviseur van de Nederlandse regering-in-ballingschap. In die hoedanigheid was hij vooral betrokken bij de totstandkoming van monetaire overeenkomsten met andere landen, en bij overleg over buitenlandse leningen aan de Nederlandse regering. Eind 1944 was hij leider van de Nederlandse delegatie op de conferentie van Bretton Woods, die het naoorlogse internationale geldsysteem regelde.

Na afloop van de oorlog bleef Beyen in het buitenland. Hij liet zich van zijn eerste echtgenote scheiden en hertrouwde in Zwitserland met zijn geliefde. De regering benoemde hem tot directeur van de nieuwe International Bank for Reconstruction and Development (later bekend onder de naam Wereldbank) en twee jaar later ook van het Internationaal Monetair Fonds. Beide instellingen, gevestigd in Washington, waren voortgevloeid uit de conferentie van Bretton Woods. Daarnaast bleef Beyen actief als financieel adviseur van de regering. Zijn functies in Washington gaven hem minder voldoening dan verwacht en in 1952 liet hij aan diverse contacten in regeringskringen - hij was persoonlijk bevriend met koningin Juliana en prins Bernhard - blijken dat hij open stond voor een andere betrekking. Daarbij dacht hij aan een ambassadeurspost.

Zijn benoeming tot minister van Buitenlandse Zaken datzelfde jaar kwam voor velen onverwacht. Beyen verscheen als buitenstaander op het Nederlandse politieke toneel: hij was een partijloze liberaal, die bovendien sinds 1935 in het buitenland woonde. Opmerkelijk was ook de benoeming van een tweede minister, formeel zonder portefeuille, aan hetzelfde departement - de uitkomst van lange en gecompliceerde formatiebesprekingen. Die functie werd toebedeeld aan de diplomaat J.M.A.H. Luns (KVP). Het duoministerschap leidde tot een felle competentiestrijd tussen Beyen en Luns en een blijvend moeizame samenwerking ook nadat een nieuwe taakafbakening was bereikt.

Als minister hield Beyen zich vooral bezig met de Europese integratie, die zich destijds nog in een pioniersstadium bevond. Nederland behoorde tot de zes landen die samenwerkten in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Er waren ambitieuze plannen voor vérgaande militaire en politieke samenwerking, die in 1954 strandden. Het was Beyen die verdere eenwording weer op de rails zette met een voorstel tot nauwere samenwerking op economisch gebied. Zijn plan, in Benelux-verband gelanceerd, leidde uiteindelijk tot de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap. Alleen zou Beyen zelf geen minister meer zijn toen het verdrag van Rome in 1957 werd getekend.

Het einde van Beyens ministerschap werd overschaduwd door de Greet Hofmans-affaire, waardoor Beyen gebrouilleerd raakte met koningin Juliana. Zij was ervan overtuigd dat Beyen haar belangen slecht had verdedigd toen buitenlandse persorganen begonnen te schrijven over de crisis op paleis Soestdijk. Hoezeer Beyen zijn optreden verdedigde, de breuk werd niet geheeld. Zijn band met prins Bernhard, die hij in Londen had leren kennen en waarderen, bleef wel goed.

Na een kort ambteloos bestaan trad Beyen in 1957 op als Regeringscommissaris voor Duitse Aangelegenheden, die namens de regering onderhandelde over de afwikkeling van enige kwesties in verband met de oorlog. Van 1958 tot 1963 was hij vervolgens ambassadeur in Parijs. Na zijn pensionering was hij onder meer president-commissaris bij de Rotterdamsche Bank, na de fusie AMRO-Bank. Incidenteel trad hij op als financieel-economisch expert, bijvoorbeeld bij een onderzoeksmissie van de Wereldbank in Marokko. In 1968 publiceerde hij zijn memoires, getiteld Het spel en de knikkers. Hij bleef ook nog lang actief als spreker, voornamelijk over monetaire onderwerpen en de Europese samenwerking. Beyen overleed op 29 april 1976 in Den Haag.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

    • Over de loopbaan van Beyen vóór 1940 zijn weinig stukken bewaard gebleven.

    • In 1952 werd de partijloze Beyen minister van Buitenlandse Zaken in het derde kabinet-Drees. Hij leidde het departement samen met minister zonder portefeuille J.M.A.H. Luns, met wie hij een moeizame werkrelatie onderhield. Beyen concentreerde zich op de Europese integratie en speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van de Europese Economische Gemeenschap. Het einde van zijn ministerschap werd overschaduwd door de Greet Hofmans-affaire, die hem in conflict bracht met koningin Juliana.

    • Na het einde van zijn ministerschap was Beyen Regeringscommissaris voor Duitse Aangelegenheden (1957-1958) en daarna ambassadeur in Frankrijk (1958-1963). Na zijn pensionering als ambassadeur was hij onder meer president-commissaris bij de Rotterdamsche Bank / AMRO-Bank. Incidenteel trad hij op als financieel-economisch expert, bijvoorbeeld bij een onderzoeksmissie van de Wereldbank in Marokko. Tot het eind van zijn leven bleef hij actief als spreker en auteur, voornamelijk over onderwerpen betreffende de Europese samenwerking.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in