Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Hoogstraten, van suppl.

2.21.333.02
M. Roscam Abbing, P. Tuynman
Nationaal Archief, Den Haag
2004
(c)

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.21.333.02
Auteur: M. Roscam Abbing, P. Tuynman
Nationaal Archief, Den Haag
2004

(c)

Periode:

1590-1762

Omvang:

0.20 meter; 39 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands en in het Latijn.

Soort archiefmateriaal:

Geschreven en gedrukte documenten. Kennis van het 16e, 17e en 18e eeuwse handschrift is noodzakelijk. Het archief bevat portretten.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het tweede deel van het familiearchief van de familie Van Hoogstraten, betreffende Petrus Scriverius bevat notariële akten, brieven gericht aan Petrus Scriverius, plano's (drukwerk op ongevouwen bladen) en aantekeningen van historische onderzoeken van Petrus Scriverius.

Archiefvormers:

  • Petrus Scriverius, 1576-1660
  • Familie Van Hoogstraten

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

  • Op vier na zijn alle in deze omslag aan Scriverius gerichte brieven van elders onbekend. Die vier betreffen de drie brieven van Ubbo Emmius en één van Arnoldus Buchelius. De drie van Emmius werden in 1749 opgenomen in de bundel Scrinium antiquarium sive miscellanea Groningana (...), Ed. D. Gerdes, deel 1, Groningen en Bremen 1749, 302-303 (brief IV-C), 303-304 (brief IV-D) en 307-308 (brief IV-I). Deze brieven zijn - omgerekend naar nieuwe stijl - respectievelijk gedateerd: 26 mei 1614, 30 juni 1614 en 8 januari 1616. Het zijn de enige brieven van Emmius in het archief. Niet duidelijk is of deze na 1749 wellicht aan het archief toegevoegd zijn. Gerdes, de samensteller van de bedoelde bundel, schrijft dat de Amsterdamse koopman Jacobus Marcus (17020-1750) er de eigenaar van was. Van de brief van Buchelius (inv.nr. 9, brief 3) is in Utrecht een kopie bekend (UBU, hs. 836, f. 184r-185r).

    Indien het adres buitenop een nadere aanduiding bevat, is die erbij vermeld.

  • Van een aantal van deze brieven zijn door Jan Willem Pieter (XII-D) in of na 1938 transcripties gemaakt. Deze zijn alle gecontroleerd en waar nodig gecorrigeerd in onze transcripties die bij de betreffende brieven zijn gevoegd. Van alle brieven in inv.nr. 11 en 12 zullen transcripties met een toelichting worden opgenomen in de voorgenomen uitgave van de registratie van Scriverius' correspondentie.

  • Op 2 augustus 1678 overleed op vierjarige leeftijd Willem III, kleinzoon van Scriverius' zoon Willem I. Aangezien zijn vader, Willem II, in 1673 was overleden, was Willem III erfgenaam van een groot vermogen, afkomstig van zijn grootouders, Willem I en, vooral, Wendela de Graaff. Nazaten van Hendrik Schrijver, de broer van Willem I, hebben een claim gelegd op deze nalatenschap, althans advies ingewonnen of zij daarop aanspraak konden maken. Uit geen van de bewaard gebleven stukken in inv.nr. 17 tot en met 19 blijkt overigens dat die aanspraken geëffectueerd zijn. Al het kapitaal ging naar de familie De Graaff.

  • Allereerst bevat deze omslag drie diplomata uitleggingen over de huwelijkse voorwaarden van Willem Schrijver II (1651-1673) en Margaretha Six (1653-1704), namelijk:

  • In de inventarisnummers 1 tot en met 36 worden de originele documenten afzonderlijk beschreven. Er zijn echter ook "ondersteunende documenten", die in het archief bewaard werden of door ons zijn bijgevoegd. Dit kunnen transcripties zijn, bijvoorbeeld van brieven, (foto)kopieën van andere archiefstukken of genealogische aantekeningen. Ook fotokopieën uit publicaties of overdrukjes van artikelen zijn in de loop der tijd bewaard of verzameld. De meeste toegevoegde stukken bevinden zich in bijlage I.

    Met betrekking tot inv.nr. 1:

    • I.1 Genealogie (Van Egmond) Van der Nijenburch; Carel en Van Beuningen (Roscam Abbing/Tuynman, 1988).
    • I.2 Fotokopieën uit: Van der Aa, Biographisch Woordenboek, deel 5 (1859) en S. van Leeuwen, Batavia Illustrata, deel I, 958-959, beide betreffende Dirk van Egmond van der Nijenburg.

    Met betrekking tot inv.nr. 3:

    • I.3 Volledige transcriptie van stuk 3.2 en enkele berekeningen betreffende de datering van het stuk en geboortedata (Roscam Abbing/Tuynman).

    Met betrekking tot inv.nr. 4:

    • I.4 Fotokopieën van twee aktes uit het protocol van Notaris Cornelis Tou(w) in het gemeente-archief van Amsterdam, beide van 16 maart 1661.
      1. Fotokopie van het origineel van de verklaring van Hendrik Schrijver op 16 maart 1661 voor notaris Cornelis Touw te Amsterdam, betreffende enkele goederen uit de nalatenschap van Floris Soop (overleden in 1657), tussen Hendrik en Willem Schrijver gedeeld op 16 oktober 1658. Willem kreeg "het Groote hujs" op de "Cluveniers burgwall" (= het Glashuis) en de hofstede Crachtwijk buiten Amersfoort (vgl. I.H. Van Eeghen, 'De vaandeldrager van Rembrandt', Maandblad Amsteldamum 58 (1971), blz. 180: bij Soest). Hendrik verklaart dat ze geheel vrij eigendom van Willem zijn geworden, zonder enig aandeel van hem erin. Het stuk is getekend door: Hendrik Schrijver, Cornelis (de) Graeff, Andries van Wommen en Cornelis Tou.
      2. Fotokopie van het origineel van de verklaring van 16 maart 1661 voor notaris Cornelis Touw te Amsterdam van Willem Schrijver en Hendrik Schrijver. Willem en Hendrik machtigen een klerk van notaris Touw, Andries van Wommen, inzake hypotheekgelden (waarop een zekere acte voor Schepenen gepasseerd, van 13 mei 1658 betrekking heeft) betreffende twee erven buiten de "Antonispoort" met de huizen daarop, genaamd het Oude en het Nieuwe Schilt van Frankrijk, vermoedelijk eveneens afkomstig uit de nalatenschap van de in 1657 overleden Floris Soop. Het stuk is getekend door Willem en Hendrik Schrijver, Cornelis (de) Graeff, Pieter van Aldenhoven en Cornelis Tou.
    • I.5 Enveloppe met genealogische aantekeningen, meest transcripties van artikelen, door Jan Willem Pieter (XII-D).
    • I.6 "Geslachtboom Schrijver naar aanteekeningen van J. de Groot", drie versies.
    • I.7 Uittreksel uit 'Het leven' in Scriverius' Gedichten, Amsterdam 1738.
    • I.8 Uittreksel uit de Nederlandsche Leeuw 1888.
    • I.9 Uittreksel uit Algemeen Nederlandsch Familieblad, 1885 (Rodenburgh).
    • I.10 Geslacht Schrijver, in de hand van Jan Samuel François (XII-C).
    • I.11 Enkele blaadjes met aantekeningen, onder andere over wapens.
    • I.12 Brief van François (XIII-H), Hengelo Gld, 28 november 1937, aan zijn oom Jan Willem Pieter te 's Gravenhage.
    • I.13 Brief van François (XIII-H), Hengelo Gld, 2 december 1937, aan zijn oom Jan Willem Pieter (XII-D) te 's Gravenhage.
    • I.14 Brief van de Leidse archivaris Bijleveld, Leiden 8 januari 1938, aan Jan Willem Pieter (XII-D), met inliggend een concept-antwoord, en aanvullend kaartje van Bijleveld van 15 januari.
    • I.15 Brief van de Leidse archivaris Bijleveld, Leiden 10 maart 1938, aan Jan Willem Pieter (XII-D).

    Met betrekking tot inv.nr. 7:

    • I.16 Genealogie van der Aar (Roscam Abbing/Tuynman).
    • I.17 Fotokopie van het artikel: L.W. Nichols, 'Jan Govertsz. van der Aar: on the identification of Goltzius's patron', Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek 38 (1987), 241-255.
    • I.18 Fotokopie uit S. Slive, Frans Hals, München 1989, cat.nr. 20 (portret van Anna van der Aar), 183-189.
    • I.19 H.A. Boeke, 'Twee conterfeytsels, gemaeckt door Lucas van Leyden', Uit Leidse bron geleverd; studies over Leiden en de Leidenaren in het verleden aangeboden aan drs. B.N. Leverland bij zijn afscheid als adj.-archivaris van het Leidse Gemeente-archief, Leiden 1989, 228-232.

    Met betrekking tot inv.nr. 9:

    • I.20 Overdruk van: Pierre Tuynman, with the assistance of Michiel Roscam Abbing, 'Two history books that never appeared. Scriverius, Melis Stoke, the Widow van Wouw and Gouthoeven. Scriveriana I', Quaerendo, a quarterly journal from the low countries devoted to manuscripts and printed books, 27/2 (1997), 77-112.

    Met betrekking tot inv.nr. 16:

    • I.21 Fotokopie van folioblad 48r. uit hs. 130C9 in de Koninklijke Bibliotheek-Den Haag. Incipit: "Ick Jan van Rodenburch De Jonge".
    • I.22 Overdruk van: E.W. Wolleswinkel, 'De portretten van Petrus Scriverius en zijn familie' in: Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie, 35 (1977), 105-199.

    Met betrekking tot inv.nr. 17:

    • I.23 Fotokopieën uit: H. Bontemantel, De regeeringe van Amsterdam, uitgegeven door G.W. Kernkamp, 2 delen, Den Haag 1897; II, blz. 481-483.

    Met betrekking tot inv.nr. 19:

    • I.24 Nadere gegevens uit het familiearchief De Graaff in het Gemeentearchief van Amsterdam (PA 76, nr. 608; dossier IV, portefeuille 1 [4 stukken]). Uit het eerste stuk, met het opschrift: "Extract uyt het register van den voochdije berustende ter weescamer der stadt amsterdam", blijkt dat op 12 juli 1673 Matthijs Schrijver, Mr. Jacob de Graaff en Pieter Six tot voogden van Willem Schrijver III zijn benoemd. Het tweede stuk betreft een "acte van scheijdinge en deijlinge, der eijgene ende particuliere goederen, bij de voorschr. vrouwe Christina de Graeff nagelaten". Stuk van 15 februari 1680 betreffende de boedel die Christina de Graaff geërfd had van "Willem Schrijver de Jonge" (bedoeld is: Willem III), die op 4-jarige leeftijd in 1678 ab intestato overleden was. Christina de Graaff is zelf in 1680 overleden. Onder andere worden de volgende posten genoemd:
      • 12: "Landerije in de Zijp met zijne woninge en plantagie, genaamd Vroeg op (...)";
      • 16: "Landerije met sijne huysinge ende plantagie, genaamd Woelwijck, gelegen in de jurisdictie van Voorschoten. Groot omtrent de vijf a ses en twintig morgen, daar onder begrepen 1/3 in sekere drie morgen, ten versoecke als vooren bij f. Ponitz(?), Bailliu tot Voorschoten en Pieter Huijgen van Noort getaxeert te zamen op" 22375 gulden.
      • 17: Klein en groot Craghtwijck, gelegen bij Amersfoort.
      • 21: "De Heer Nicolai is schuldig volgens accoord op may 1680 voor huur van 't oude glashuijs een honderd en tachtig guldens".
      • 45: "Claas Cornelisz. van den Hoorn, bruijker van de Boere Woninge en Landerijen in Voorschoten, is schuldig voor een jaar pacht vervallen karstijd 1679, 600,-, waar tegens hem weder te goed komt een jaar loon, voor 't onderhouden van den Boomgaard ƒ 50,-"
      • 70: "Een lijfrente ten lasten de stad dordrecht in dato 5 jan. 1640 van honderd gulden jaarlijks, staande ten lijve van Cornelia Hogeveen, maar also deselve geseyd word overleden te zijn diend hier alleen pro memorie."
      • 71: "Nog een lijfrente op Cornelia Hogeveen van 30 oktober 1638."
      • 99: "Een Vicarie brief ten lasten de stad Haarlem in dato 7 april 1635, maar also men meend zo van capitaal als interesse niet te zullen komen, werd hier alleen gesteld pr. memorie."
      Het totaal van 101 posten komt op: ƒ 347.788,1 stuiver en 8 penningen. Van dit bedrag wordt 17.892 gulden in het gemeen gehouden. De rest wordt verdeeld onder twee partijen; de gezamenlijke erfgenamen van Christina de Graaff, en kinderen en erfgenamen van Andries de Graaff. De loting van lot A en lot B vond plaats op 15 februari 1680. Lot B, waaronder Woelwijk en het huis aan de Rouaanse kade te Amsterdam, viel toe aan de kinderen en erfgenamen van Andries de Graaff. Uit hetzelfde stuk blijkt nog het volgende: Blz. 59: "(...) het huijs en Erve de Leeuw genaamd, staande en gelegen aan d'oostzijde van de Coluveniersburghwal nevens 't huijs en Pakkhuijs de glasblaser (bij de gemeene erfgenamen en condividenten in desen op den 9den januari laatstleden (= 1680) in openbare opveijlinge verkoght) (...)". Het oorspronkelijke stuk werd ondertekend door: P. de Graaff, Geertruijd Bicker, J. Bicker, Gerard Bicker van Zwieten, A. Maria Trip, Elias Trip, Cornelis Swanenburgh, D. van Veldhuijsen, Arnoldina de Graaff, Izaac van Zon, J. de Graaff. Achterop het derde stuk, over de "Scheijdinge tusschen de erfgenamen van vrouwe Christina de Graeff, wegens de goederen gekomen van Willem Schrijver de Jonge (= III) van dato 17 februari 1680" staat: "Willem Schrijver de Jonge obiit 2 augustus 1678 tot Lisse". In dit stuk wordt genoemd:Nr. 1: "Een Huijs en Erve op de kleveniersburgwal, genaamd de Leeuw," (getaxeerd op 13.230,-).; Nr. 2: "Een huys en Erve op de Cleveniersburg Wal, naast het voorgaande, als vooren" (getaxeerd op 12.250,-).; Nr. 3: "Een Huijs en Erve op d'oude Rouaanse kaay, daar tegenwoordig de gulde vrijheijd voor staat" (getaxeerd op 19.600,-). Het vierde stuk is hier verder niet van belang.

    Met betrekking tot inv.nr. 20:

    • I.25 Genealogisch uittreksel (Van Rodenburg I en II).

    Met betrekking tot inv.nr. 21:

    • I.26 Een fotokopie van een artikel over dergelijke erfrechterlijke kwesties: J. Th. de Smidt, 'Erfrechtelijke perikelen of de levendigheid van het erfrecht', Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie, 35 (1981), 125-135.

    Met betrekking tot inv.nr. 22:

    • I.27 Een fotokopie van de kopie van 1819 waarop genoteerd staat: "afgeschreven naar het origineel Extract berustende onder den Heer Samuel van Hoogstraten, Ridder. 18 2/6 19 (= 2 juni 1819) de Jong van Rodenburgh". (Familiearchief Van Rodenburg, stuk D7). In 1988 bijgevoegde andere fotokopieën van stukken in het archief Van Rodenburg, dat zich in 1987 bij Mr. D. Müller te Mijnsheerenland bevond. Fotokopie van een kopie van het testament van Marrichje Cornelis dochter de Lange van 11 juni 1612, gepasseerd te Oudewater (Familiearchief Van Rodenburg, stuk D6). Marrichje Cornelisdochter de Lange is weduwe van Jan Klaas d'Ameide en is ziek te bed liggende.Zij herroept alle vorige testamenten inclusief haar deel van het vroegere testament met haar man samen. Uit onderstaande, uit het testament opgemaakte familieverhoudingen blijkt dat déze Marrichje vermoedelijk tot een andere familie de Lange behoorde dan de familie waarop de stukken in omslag 2 en de hiernavolgende stukken 2-5 van omslag 2-A betrekking hebben. I. Cornelis (overleden voor juni 1612). Kinderen in onbekende volgorde: IIa. Jannigje (overleden voor juni 1612), was gehuwd met Dirck van Wamelen. Haar kinderen waren: Jannigje Dirks en Dirk Dirkse van Wamelen. IIb. Marrichje (testatrice) Cornelisdochter de Lange, weduwe van Jan Klaas d'Ameide.IIc. Jan Corneliszoon de Lange (overleden voor juni 1612). Zijn kinderen waren: 1) Aart Janse de Lange (overleden voor juni 1612). Diens kinderen waren: Jan Aarts; Aaltje Aartsdochter de Lange; Judith Aartsdochter de Lange. 2) Krijntje Janse de Lange (overleden voor juni 1612). Haar zoon was: Jan Gerrits Taats. Fotokopie van een samenvatting van het testament uit 1628 (omslag 2, stuk 1) met genealogische aantekeningen betreffende de familie De Lange. Familiearchief Van Rodenburg, stuk D8. Fotokopie van aantekeningen betreffende de familie De Lange uit de "begrafenis Registers van Oudewater". Familiearchief Van Rodenburg, stuk E4. Inliggend een fragment-genealogie de Lange uit maart 2002.
    • I.28 Een fotokopie van een negentiende eeuws afschrift (D3) naar dit exemplaar. Aan de buitenkant staat genoteerd: 'Afgeschreven naar een origineel extract in handen van den Heer Samuel van Hoogstraten. Ridder.' [door de Jong van Rodenburgh].

    Met betrekking tot inv.nr. 23:

    • I.29 Transcriptie van de Weeskamerakte door C.H. van Wijngaarden uit oktober 2002.

    Met betrekking tot inv.nr. 25:

    • I.30 Fotokopie en transcriptie van CH van Wijngaarden uit 2002 een contract van 26 maart 1662 aanwezig in het belastingmuseum te Rotterdam, waarin de verkochte brouwerij "de brouwerije van de Leeuw" wordt genoemd. Over de locatie van de huizen van Schrijver "Baillu ende schout der stadt Oudewater" en Craijesteijn "out schepen mitgaders Raet ende Vroetschap der selver stadt" staat te lezen dat de: "huijsingen ende erven staande ende gelegen nevens malkanderen opde havestraat bij de hallbrugge binnen dese voorschr. stadt (= Oudewater) daar noortwaarts vande huijsinge vanden heere Hendrick Schrijver de Brouwerije vande Leeuw, ende suijtwaarts vande huijsinge vande heere Craeijesteijn, de heere Niclaas Speijert regerende Burgemeester alhier naast gelegen sijn (...)". Uit het stuk blijkt verder dat het erf van Schrijver en Craesteijn in elk geval loopt tot aan de Wijngaardstraat (net als dat van de brouwerij).

    Met betrekking tot inv.nr. 27:

    • I.31 Fotokopie uit het Algemeen Nederlandsch Familieblad, 1885, van het wapen Rodem burch.
    • I.32 Een transcriptie van de akte in het 'het tweede vertichtboek folium 87 et ultra' door C. van Wijngaarden, 2002. GA Oudewater, Weeskamer inv.nr. 3, f. 87-88 (gedateerd 28 november 1665). De tekst hiervan is vrijwel gelijkluidend aan stuk 28.1. Verder een transcriptie van de 17 september 1665 gedateerde boedelinventaris van de bezittingen van Hendrik Schrijver opgesteld ten behoeve van de weeskamer (gemeentearchief Oudewater, inv.nr.7, fol. 47v-57v.
    • I.33 Een fotokopie van de eigendomsbrief van 4 oktober 1641, bewaard in het familiearchief Caan, Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag. Uit deze eigendomsbrief blijkt dat Petrus Scriverius de Hofstede van Isack Godin uit het bezit van diens overleden vrouw Maria Godin kocht. De samengevoegde Hofstede Rietvelt is, zo blijkt uit stukken in het archief Caan, tot in de negentiende eeuw steeds binnen de familie vererfd. Op 1 mei 1766 en op 31 mei 1775 verhuurt Wilhelmia de Wildt 'Rietwijk onder de Bailliuagie van Woerden' aan verschillende pachters (Rijksarchief Utrecht, ONA Oudewater, 1986, sub dato).

    Met betrekking tot inv.nr. 31:

    • I.34 Een fotokopie uit het Nationaal Archief te Den Haag, afd. 3, Rechterlijk Archief Alphen aan de Rijn, 3.3.08, nr. 29 fol. 42 verso-43 verso, over onder andere een 'Extract vande Scheydinge vanden heer Pieter Schrijver zal.r'. F. 42v: "Extract vande Scheydinge vanden heer Pieter Schrijver zal.r. (=Petrus Scriverius)". Kopie (of extract) van het extract dat door notaris Adriaan Maas te Oudewater op 21 april 1714 gewaarmerkt is als uittreksel van het origineel van de "Corte Staat, en deijlinge vanden naargelaten boedel van ons heer vader Pieter Schrijver zal.r". Dit origineel was opgemaakt voor notaris Cornelis Tou(w) te Amsterdam op 16 maart 1661 en ondertekend door Willem Schrijver, Hendrik Schrijver en als getuigen Andreas van Wommen en Cornelis de Graeff. Aan Willem was toegevallen "De Hofstede genaamt Wolswijk (= Woelwijk) op, etc.", aan Hendrik "Het huys op den Rijn, en Agter aan 't kerkhoff (=het Turxchooft), etc.; Veertien margen lants bij de Goutsesluys, etc. ƒ 10000.0.0". F. 43r: Door schout en schepenen ondertekende kopie van een acte van overdracht ten behoeve van ene Pieter van Dielen van 26 april 1714. Mr. Pieter Schrijver, Scriverius' kleinzoon, verschijnt voor schout en schepenen "in den Ambagte van Alphen, ende Rietveld". Hij komt als enig overgebleven executeur testamentair van Anna van Rodenburg ingevolge haar testament (voor notaris Johan Maas in Oudewater op 9 februari 1704 gepasseerd) en mede namens zijn zuster: Anna Wilhelmina (wed. Justus van den Boogaart), Margareta, Cornelia Aletta (wed. Rudolph van Zijll), Johannes de Wild als echtgenoot van Mia Catharina, en Christina Henrietta (volgens hun gemeenschappelijke lastgeving, gepasseerd voor not. Adriaan Maas, 25 april 1704), allen tesamen universeel erfgenaam van Scriverius' zoon Hendrik Schrijver en Anna van Rodenburg. Pieter Schrijver verklaart verkocht te hebben voor "elft duizent Car: guldens tot XL grooten het stuk" aan Pieter van Dielen Isaacqz. te Haarlem een "huys, borg, ende schuyr, met omtrent vier en twintig margen lands (...) gelegen (...) op de polder vant Steeck binnen desen Ambagte" aan de Rijn. Van dat land was een deel "op 't Rijneveld" op 6 juli 1628 in bezit gekomen van Petrus Scriverius, een ander deel met de behuizing op 8 september 1655. Beide samen waren bij de boedelscheiding van 16 maart 1661 aan Hendrik Schrijver gekomen.De originele 25 april 1714 gedateerde akte van overdracht berust onder de protocollen van notaris Adriaan Maas. Rijksarchief Utrecht, ONA Oudewater, 1921, sub dato. In het Algemeen Nederlandsch Familieblad 8 (1891), blz. 97, waarvan een kopie is toegevoegd, staat een door M.G. Wildeman geschreven uittreksel van beide stukken, waaruit ten onrechte geconcludeerd zou kunnen worden dat het om meer dan twee teksten gaat. De voor notaris Cornelis Touw gepasseerde boedelscheiding van 16 maart 1661 is niet meer in diens protocollen in het gemeentearchief van Amsterdam aanwezig. Zie echter over twee andere bijgevoegde fotokopieën van stukken uit het protocol van notaris Tou, van dezelfde datum, de beschrijving in deze bijlage (stuk I.4).

    Met betrekking tot inv.nr. 31:

    • I.35 Fotokopie, transcriptie en identificatie van de genoemde portretten door M. Roscam Abbing.
    • I.36 Overdruk: Wolleswinkel, E.J., 'De portrettenverzameling van Mr. Jan Willem van Hoogstraten (1722-1770)', Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie en het Iconographisch Bureau, deel 34 (1980), 79-98.

    Met betrekking tot inv.nr. 32:

    • I.37 Transcriptie van stuk 32.3 en 32.4, M. Roscam Abbing, januari 2001.

    Met betrekking tot inv.nr. 33:

    • I.38 Fotokopie afschrift uit het familiearchief Rodenburg.
    • Transcriptie van de bijbelbladen door M. Roscam Abbing.
    • I.39 Een fotokopie van het testament van Willem de Wildt en Mia van Rodenburgh uit 1688.

    Met betrekking tot inv.nr. 34:

    • I.40 M. Roscam Abbing, E. Vink, 'De dominee, de drossaard en de paapse stoutigheden. Over een richtingenstrijd in Oirschot en Best', Noordbrabants Historisch Jaarboek 10 (1993), 99-121, met op blz. 118-121 een transcriptie van de petitie (stuk 34.1). In dit artikel wordt dit stuk uitgebreid becommentarieerd.
    • I.41 Kopie uit wat over Johannes de Wildt en diens familie is geschreven in de Boekzaal der geleerde Waerelt, november 1738, 638-643.

    Met betrekking tot inv.nr. 35:

    • I.42 Door M. Roscam Abbing vervaardigde genealogie De Wildt, januari 2002.
    • I.43 Enveloppe met genealogische aantekeningen van "de Amsterdamse tak van de" familie De Wildt, in de hand van Jan Willem Pieter (XII-D). Meest uittreksels uit: Nederland's Patriciaat 1910; Elias, De Vroedschap van Amsterdam, deel I, 392; De Nederlandsche Leeuw 1889, 1891, 1931; De Boekzaal der Geleerde Waerelt, 1738.
    • I.44 Fotokopie van het door M. Roscam Abbing en P. Tuynman geschreven artikel 'De "Schrijver-Van Rodenburg-bijbel" in het familiearchief-Van Hoogstraten', in: De Nederlandsche Leeuw 119 (2002), nr. 7-8, 319-338.
  • Een door de auteurs opgesteld en juli 2004 gedateerd genealogisch overzicht van de (uitgestorven) familie Schrijver op basis van literatuur- en archiefonderzoek.

  • Op 25 april 2001 promoveerde mevrouw Sandra Langereis aan de universiteit van Amsterdam op het proefschrift getiteld Geschiedenis als ambacht. Oudheidkunde in de Gouden Eeuw: Arnoldus Buchelius en Petrus Scriverius. Voor haar onderzoek heeft zij inzage gekregen in de Scriveriana, met name de brieven gericht aan Petrus Scriverius. De correspondentie heeft vooral betrekking op de voorwaarden waaronder zij deze stukken kon raadplegen en de wijze waarop zij daarvan in haar onderzoek gebruik heeft gemaakt.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in