Vosmaer
- Archiefinventaris
- Inleiding
- Inventarisnummers
- Bestanden
- Alle scans (1)
2.21.271
M.C. van Leeuwen-Canneman
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1988
Beschrijving van het archief
Naam archiefblok:
Collectie 548 Vosmaer
Vosmaer
Periode:
1634-1983
merendeel (1669) 1634-1983
Omvang:
33 meter; 1069 inventarisnummers
Taal van het archiefmateriaal:
Het merendeel der stukken is in het Nederlands, enkele stukken zijn gesteld in het Latijn.
Soort archiefmateriaal:
Normale, geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften. Het archief bevat ook foto's, tekeningen, aquarellen en schetsboeken.
Archiefbewaarplaats:
Nationaal Archief, Den Haag
Samenvatting van de inhoud van het archief:
Het betreft de neerslag van de diverse activiteiten van leden van de familie Vosmaer zoals genealogieën, diverse akten, correspondentie, gedichten, foto`s, tekeningen, schetsboeken en manuscripten en kopij voor publicaties. Zij waren onder meer actief als directeur van de Stadhouderlijke diergaarde op het Kleine Loo te Voorburg; directeur van de landsdrukkerij; ambtenaar Binnenlands Bestuur in Nederlands Indië; hoogleraar artsenijkunde in Harderwijk en hoogleraar zoölogie te Leiden.
Archiefvormers:
- Vosmaer, familie
- Radermacher, familie
- Boursse Wils, familie
- Clant, familie
- Röell, familie
- Vosmaer, Arnout (1720-1799)
- Vosmaer, Willem Carel (1749-1818)
- Vosmaer, Gualterus (1784-1849)
- Vosmaer, Carel (1826-1888)
- Vosmaer, Gualterus Carel Jacob (1854-1916)
Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
Geschiedenis van het archiefbeheer
Na het overlijden van Wouter Arentsz. Vosmaer in 1799 werd zijn boedel geveild (
Zie bijlage Bibliotheca Academiae Lugduno-Batavae. Catalogus deel XXII. Inventaris van de handschriften, tweede afdeeling, eerste helft. Leiden 1934, Bibliotheca Publica Latina nr. 246 (brieven) en 2058 (reisverslag), zie ook inv. nr. 53.
Het overlijden van zijn schoonvader in 1799 stelde Willem Carel Vosmaer in staat de drukkerij Scheltus over te nemen om op deze wijze in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Niet alleen het drukkersmateriaal, maar ook een deel van het familiearchief Scheltus kwam zo in zijn bezit.
De oudste zoon van Willem Carel was Jacob, op wie wij hierna zullen terugkomen. Evenwel niet bij hem, maar bij Gualterus (1784-1849) vond na het overlijden van Willem Carel het archief onderdak.
Bij de vele sterfgevallen in de familie van zijn vrouw trad Gualterus op als executeur-testamentair; zo moeten de archivalia van de oudere leden van dit geslacht bij hem terecht zijn gekomen (
Voor genealogie Radermacher, zie Nederland's Adelsboek, jrg. 14, 1916, p. 180-182. Meer stukken, afkomstig van leden van deze familie berusten in het Rijksarchief in Zeeland, in de familiearchieven Radermacher en Schorer, zie M.P. de Bruin, Gebundelde Inventarissen [van het] Rijksarchief in Zeeland, 's-Gravenhage 1962 en G.F. Sandberg, Inventaris van het archief van de familie Schorer, Middelburg 1983, en in het Algemeen Rijksarchief, eerste afdeling, familiearchief Radermacher.
Hoe Jacobs papieren hun plaats hebben gekregen in het familiearchief is niet bekend. Wellicht zijn zij na het overlijden van zijn vrouw in 1833 terecht gekomen bij Gualterus, die toen voogd over de vier minderjarige kinderen werd. Het is ook mogelijk dat zij na het kinderloos overlijden in 1871 van de laatste van de vier kinderen bij het familiearchief zijn gevoegd.
Gualterus heeft de papieren van en over zijn jong overleden halfbroers zorgvuldig bewaard. Als behoeder van de familietraditie en van haar papieren neerslag gaf hij zijn enig kind Carel (1826-1888) deze geestelijke en materiële erfenis mee; het viel bij Carel in goede aarde..
Kwalitatief en kwantitatief vormen de archivalia van Carel een substantieel bestanddeel binnen het totale familiearchief. Hij kende de waarde van een goed gevormd en bewaard archief en deed er zijn voordeel mee. Want zowel het archief dat hij zelf had gevormd als zijn familiearchief gebruikte hij voor zijn werken.
Toch zal de onderzoeker bepaalde bestanden, waarvan de aanwezigheid in het familiearchief verwacht zou mogen worden, niet aantreffen. Dat zijn de manuscripten van het merendeel van zijn boeken. Van de werken, die door zijn oudste zoon Gualtherus C.J. postuum zijn uitgegeven, de onvoltooid gebleven roman Inwijding en de vertaling van de Odyssee werden de manuscripten aangetroffen in diens archivalia. De vertaling van de Ilias bijvoorbeeld ontbreekt echter. Uit de nalatenschap van Carels kinderloos overleden tweede zoon, Willem, kwamen, met diens archivalia de manuscripten van Amazone en Nanno mee. Het is mogelijk dat de manuscripten zijn verdeeld over de vijf kinderen, hoewel dat niet blijkt uit de stukken. Dergelijke lijstjes bestaan wel van de realia (
Inv. nr. 305.
Het is niet waarschijnlijk dat het familiearchief na het overlijden van Carel direct onderdak heeft gevonden bij zijn oudste zoon Gualtherus Carel Jacob (1854-1916).
Gualtherus had het familiearchief al onder zijn beheer toen hij in Utrecht woonde; op één van de foto's die van zijn kamers aldaar zijn gemaakt staan althans de portefeuilles afgebeeld, waarin het archief, totdat het werd geïnventariseerd, was opgeborgen. Dankzij zijn goede relatie met verschillende familieleden en zijn faam als kenner van de familiegeschiedenis, verwierf hij archivalia van aanverwante families: zijn nicht Antoinette van Meerten schonk hem de archivalia Van Meerten, van zijn nicht Wilhelmina Boursse Wils kreeg hij stukken betreffende haar vader, alsmede enkele stukken Radermacher, en vermoedelijk van zijn tantes Maria Charlotte en Cornelia Theodora Henriëtte Clant het archiefbestand Clant (
Voor genealogie Clant zie Nederland's Patriciaat, jrg. 30, 1944. De archieven van leden van de familie Clant zijn nogal verspreid bewaard. Het grootste bestanddeel, Clant van Hanckema, bevindt zich in het Rijksarchief in Groningen, zie Gebundelde inventarissen [van het] Rijksarchief in Groningen, deel 1, Groningen 1968. Voor de verblijfplaats van de overige bestanddelen raadplege men het Centraal Register van Particuliere Archieven te 's-Gravenhage. Zie inv. nrs. 701-708 en 710-716. Zie inv. nrs. 995-996.
Aan het eind van de jaren dertig kreeg het archief opnieuw aanvullingen. Allereerst de archivalia van Willem Vosmaer (1856-1936), tweede zoon van Carel en Abrahamina Clant. Hij doorliep een carriére als beroepsmilitair, en werd tenslotte generaal-majoor titulair. Ook hij kreeg op jonge leeftijd van zijn vader de gelegenheid zijn beroepservaringen in de Spectator mee te delen (
Zie inv. nr. 785.
Bij het archief kwam bovendien nog het bestanddeel Röell, afkomstig van de moeder van mevrouw Vosmaer-Röell, Wilhelmina Frederika François (
Voor genealogie Röell zie Nederland's Adelsboek, jrg. 24, 1926, voor genealogie François zie Nederland's Patriciaat, jrg. 34, 1948. Van enkele leden van de familie Röell is archief gedeponeerd in het Algemeen Rijksarchief, tweede afdeling, n.1. van jhr. J. Röeil, jhr. J.A. Röell en W.F. baron Röell. Voor de verblijfplaats van de archieven van andere leden van deze familie raadplege men het Centraal Register van Particuliere Archieven te 's-Gravenhage.
Het familiearchief Vosmaer bleef ook na het overlijden in 1970 van mevrouw Vosmaer-Röell in het huis aan het Rapenburg berusten.
De verwerving van het archief
Inbewaringgeving van een particulier archief, niet in eigendom verkregen



Reacties