Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Beelaerts van Blokland

2.21.253
H.H. Jongbloed, G. Beelaerts van Blokland
Nationaal Archief, Den Haag
2014
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.21.253
Auteur: H.H. Jongbloed, G. Beelaerts van Blokland
Nationaal Archief, Den Haag
2014

CC0

Periode:

1381-2001

Omvang:

1328 inventarisnummers; 15,50 meter

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Franse, Engelse en Duitse documenten komen in onderscheiden mate ook voor.

Soort archiefmateriaal:

Het archief bevat zowel originelen als kopieën, afschriften en (genealogisch) documentatiemateriaal, dat als archiefmateriaal in de beschrijvingen is opgenomen. Verder meest normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, alsmede foto’s, en in beperkte mate charters, kaarten en tekeningen.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het oudere deel van het familie-archief bevat hoofdzakelijk eigendomsbewijzen, boedel- en nalatenschapsstukken en andere bescheiden over financiële en/of vermogenszaken. Vanaf de tweede helft van de 18e eeuw neemt de hoeveelheid bescheiden voortvloeiend uit de bezigheden en belangstellingen van de archiefvormers allengs toe. De in omvang grootste bijdrage aan het archief is gevormd door Frans Beelaerts van Blokland (1872-1956), gezant te Peking (1909-1919), minister van Buitenlandse Zaken (1929-1933), vice-president van de Raad van State (1933-1956) en voorzitter van de Buitengewone Raad van Advies van de regering in Londense ballingschap (1942-1944). In het gedeponeerde archief van de familie Van Tuyll van Serooskerken tak Coelhorst bevindt zich een aanmerkelijke hoeveelheid brieven en geschriften van Isabella Agneta Elisabeth de Charrière geb. van Tuyll van Serooskerken, beter bekend als ‘Belle van Zuylen’.

Archiefvormers:

  •  
  • Sautijn
  • Beelaerts (van Blokland)
  • Van Beeftingh
  • Van Citters
  • Esser (Meerman)
  • Gallé
  • Kneppelhout
  • (Mersen) Senn van Basel
  • De Pagniet
  • Van Riemsdijk
  • Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
  • Snoeck
  • Van Tuyll van Serooskerken tot Coelhorst
  • De Witte
  • Pieter Beelaerts van Blokland (1744- 1812)
  • Gerard Beelaerts van Blokland (1772-1844)
  • Frans Willem Anne Beelaerts van Blokland (1810-1886)
  • Gerard Jacob Theodoor Beelaerts van Blokland (1843-1897)
  • Frans Beelaerts van Blokland (1872-1956) en zijn echtgenote Maria Adriana Snoeck (1873-1948)
  • Matthias Adriaan (‘Aank’) Beelaerts van Blokland (1910-1990) en zijn echtgenote Vincentia Regina van Tuyll van Serooskerken tot Coelhorst (1916-1957)
  • Joanna Bregje Briët geb. Beelaerts van Blokland (1915-2007)
  • Matthias Adriaan Snoeck (1761-1840)
  • Matthias Snoeck (1807-1852)
  • Matthias Adriaan Snoeck (1838-1911)
  • Vincent Maxilimilaan van Tuyll van Serooskerken tot Coelhorst (1744-1794) en Dorothea Henriette Marie Louise de Pagniet (1751-1836)
  • Willem René van Tuyll van Serooskerken tot Coelhorst (1781-1852)
  • Carel Lodewijk van Tuyll van Serooskerken (1784-1835) en Marie Louise Gildemeester (1790-1860)
  • Vincent Gildemeester van Tuyll van Serooskerken tot Coelhorst (1812-1860) en Charlotte Henriette Mansfield (1818-1869)
  • William Charles Reginald van Tuyll van Serooskerken tot Coelhorst (1845-1903) en Anna Mathilda van Limburg Stirum (1854-1932)
  • Henri Charles van Tuyll van Serooskerken tot Coelhorst (1884-1950) en Marcelle Wilhelmine de Smeth van Alphen (1889-1960)

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

 

De oudste voorouders van wie onze afstamming in mannelijke lijn vaststaat, waren in de veertiende en vijftiende eeuw grondeigenaren in de Meyerij van ’s-Hertogenbosch (..). Hoger dan tot het midden van de veertiende eeuw kan dusver de stamreeks niet worden opgevoerd.

Aldus de toenmalige stamhouder in oudste linie van de familie Beelaerts van Blokland, Frans (1872-1956), in zijn genealogische monografie (1955). Vanuit de Meierij van Den Bosch is de familie Beelaerts via het tussenstation Heusden in Dordrecht aangeland. Daar splitste de familie zich rond 1700. Een jongere staak ging Beelaerts van Emmichoven heten naar de ambachtsheerlijkheid van die naam die in 1724 deze staak toeviel. De oudere staak ging naderhand Beelaerts van Blokland heten naar de vrije heerlijkheid Laag-Blokland in de Alblasserwaard, die door huwelijk van Gerard Beelaerts (1710-1790) met Anna Wilhelmina Brandwijk van Blokland (1716-1769) in deze staak van de familie terecht kwam. Beide staken vertakten zich verder. Vier leden van de linie Beelaerts van Blokland zijn in de jaren 1815-1817 in de Nederlandse adelstand verheven ( F. Beelaerts van Blokland, , Den Haag 1955, 88, 95-96, 113, citaat p. 3) .

Frans Beelaerts van Blokland (1872-1956), aan wie het bovenstaande citaat ontleend is, promoveerde in 1895 te Leiden tot doctor in de rechtswetenschap. Hij was achtereenvolgens advocaat bij de Hoge Raad, klerk bij de Arrondissementsrechtbank van Den Haag (1896), adjunct-commies (1897) en vervolgens commies (1901) bij het Hoofdbestuur der Posterijen en Telegraphie, daarnaast secretaris van de Derde Conferentie voor Internationaal Privaatrecht (1900) en secretaris van de Staatscommissie voor de Zuid-Afrikaanse Schadevergoedingen (1902), en van 1904-1909 commies-griffier van de Tweede Kamer. De doorbraak in zijn carrière kwam toen hij in 1909 benoemd werd tot minister-resident met de persoonlijke titel van buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister in China, waar hij tien jaar zou blijven. Het leverde hem, terug in Den Haag, de bijnaam ‘de mandarijn’ op. In de jaren 1919-1927 fungeerde hij aanvankelijk als waarnemend secretaris-generaal, maar al spoedig als chef van de afdeling Diplomatieke Zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, in welke hoedanigheid hij ook Nederland vertegenwoordigde op de Conferentie van Washington over de Stille Oceaan en het Verre Oosten (1921-1922). Zijn functie als buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister in België en Luxemburg heeft hij niet opgenomen omdat hij kort na benoeming werd geroepen tot het ministerschap van Buitenlandse Zaken (1927-1933). Vervolgens werd hij in 1933 benoemd tot vice-president van de Raad van State, welke functie hij pas met zijn overleden ontruimde. In 1935 werd hij lid en in 1947 voorzitter van de Hoge Raad van Adel, in 1936 minister van Staat, terwijl hij in 1938 Nederland vertegenwoordigde bij de herdenking in Zuid-Afrika van de ‘grote trek’. Beelaerts week in mei 1940 met de koningin en regering uit naar Engeland en werd daar benoemd tot voorzitter van de Buitengewone Raad van Advies. Uit zijn huwelijk met jkvr. Maria Adriana Snoeck (1873-1948) werden twee zoons geboren, Gerard (1908-1997) die in 1940 als diplomaat in het buitenland vertoefde en net als zijn vader de oorlogsjaren in vrijheid doorbracht, en Matthias Adriaan (1910-1990), wiens loopbaan zich eveneens goeddeels bij het ministerie van Buitenlandse Zaken voltrok ( Beelaerts, Geslacht,160-161, jg. 79 (Den Haag, 1988) p. 299-300; A.W. Beelaerts van Blokland, ‘Jhr.mr. Frans Beelaerts van Blokland (1872-1956), markante Hagenaar, minister en vice-president van de Raad van State’, , p. 167-211, hier 177 (‘mandarijn’) en 178 (waarnemend secretaris-generaal).) .

Frans ‘de mandarijn’ Beelaerts was met zijn carrière een waardig navolger van zijn overgrootvader Gerard (1772-1844). Deze was in 1794 te Utrecht gepromoveerd en tot in 1802 advocaat te Den Haag geweest. Toen bij de vrede van Amiens (1802) de Bataafse Republiek de zeggenschap over de Kaapkolonie terugkreeg, werd Gerard daar benoemd tot procureur-generaal. Hij vertrok op 24 december 1802 naar de Kaap. Nadat de Engelsen in 1806 de kolonie opnieuw hadden bezet, werd Gerard met de titel ‘secretary of Justice’ werkzaam voor het Britse bestuur. Zijn Kaapse tijd leverde hem de na zijn terugkeer in Nederland, najaar 1817, de bijnamen ‘de Kapenaar’ en ‘de Hottentot’ op. In Nederland fungeerde hij aanvankelijk als rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Rotterdam (1818-1822). In de jaren 1823-1841 was hij lid van de Tweede Kamer, daarbij vanaf 1829 secretaris en in 1837 en vanaf 1840 tot overlijden lid van de Raad van State. In de tussenliggende jaren 1837-1840 bekleedde hij het ambt van minister van Financiën. Na zijn terugtreden uit die functie werd hij nog benoemd tot minister van Staat ( Beelaerts, , 137-146, jg. 79 (Den Haag, 1988) p. 296-297, Beelaerts, ‘Beelaerts’, 177 (‘Kapenaar’ of ‘Hottentot’)) .

In de twee generaties tussen Gerard ‘de Kapenaar’ (1772-1844) en zijn achterkleinzoon Frans ‘de mandarijn’ Beelaerts van Blokland (1872-1956) zijn Frans Willem Anne Beelaerts van Blokland (1810-1886) en diens zoon Gerard Jacob Theodoor (1843-1897) wat minder tot prominentie gekomen. De eerste nam in 1831 als student en lid van het vrijwillige Leidse Jagerskorps deel aan de Tiendaagse Veldtocht. Hij fungeerde na voltooiing van zijn studie in Leiden functies bij de rechterlijke macht, laatstelijk als vice-president van het Provinciaal Gerechtshof van Zuid-Holland tot de opheffing daarvan in 1876. Zijn zoon G.J.Th. fungeerde na zijn studie als advocaat bij de Hoge Raad en adjunct-commies bij het departement van Justitie, waar hij tot referendaris opklom. In de jaren 1883-1894 was hij lid van de Tweede Kamer, waarvan 1881-1891 als voorzitter. In de jaren 1886-1892 was hij bovendien lid van Provinciale Staten van Zuid-Holland.

De Kaapse tijd van Gerard Beelaerts vond zijn echo in de nauwe contacten van zowel Frans Willem Anne, Gerard Jacob Theodoor als Frans Beelaerts van Blokland. G.J.Th. Beelaerts van Blokland was vanaf 1885 zelfs minister-resident en vanaf 1889 buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister van de Zuid-Afrikaanse Republiek in Frankrijk, Duitsland en Portugal en opereerde op meer incidentele basis ook in Zwitserland, België en Italië uit naam van de Zuid-Afrikaanse Republiek ( Beelaerts, , 149-157, jg. 79 (Den Haag, 1988) p. 297-299.) .

In een andere staak van de familie, afstammend van een broer van Gerard ‘de Kapenaar (Hottentot) ’ (1772-1844), zag in 1932 jhr.drs. Pieter Adriaan Cornelis Beelaerts van Blokland het licht, die in het eerste kabinet-Van Agt (1977-1981) minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer was en naderhand (1985-1998) commissaris van de koningin in Utrecht ( jg. 79 (Den Haag, 1988) p. 324-326.) . Vermeldenswaard is in dit verband het huzarenstuk van een oomzegger van Frans ‘de mandarijn’, Jan Jacob Gerard Beelaerts van Blokland (1909-2005), die van tweede luitenant der Huzaren in 1933 opklom tot brigadegeneraal-titulair der cavalerie: met drie gelijkgezinden kaapte hij op 6 mei 1941 in de Amsterdamse haven een Duits watervliegtuig, waarmee het viertal in weerwil van Duits vuur Engeland wist te bereiken ( Beelaerts, ‘Beelaerts’, 196, Beelaerts, , 168, 306.) .

Geschiedenis van het archiefbeheer

De verwerving van het archief

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in