gahetNA in het Nationaal Archief

Thorbecke

2.21.161
G.J.W. de Jongh, J.A.A. Bervoets
Nationaal Archief, Den Haag
1961
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.21.161
Auteur: G.J.W. de Jongh, J.A.A. Bervoets
Nationaal Archief, Den Haag
1961
CC0

Periode:

1796-1929

Omvang:

31,80 meter; 1225 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De stukken, die in deze inventaris beschreven zijn, kunnen eigenlijk niet beschouwd worden als een "familiearchief" in de gebruikelijke betekenis van het woord. De kern ervan wordt gevormd door de archivalia, welke door Johan Rudolph, de staatsman, zijn nagelaten; wat daaraan is toegevoegd- stukken, afkomstig van zijn ouders, zijn kinderen en enige andere familieleden- zijn in zekere zin "aanhangsels". Onder de bewaarde archiefstukken zijn de brieven wel het rijkst aan inhoud, al moet men bedenken, dat kennelijk vrijwel alles wat inkwam bewaard werd, ook brieven en briefjes van zeer geringe algemene waarde. De oorspronkelijke volgorde van de correspondentie was chronologisch; dit is bij de definitieve ordening zo gebleven. Op de correspondentie volgen de stukken, die de neerslag vormen van Thorbecke's verschillende activiteiten en functies. De dossiertjes, gevormd naar aanleiding van debatten in de Tweede Kamer en Eerste Kamer, bestaan voor een groot deel uit kladnotulen voor, tijdelijk, eigen gebruik, die de onderzoeker niet verder brengen dan de officiële Handelingen. Interessant zijn soms Thorbecke's critische kanttekeningen bij Kamerstukken en de stukken, die opgesteld werden tijdens het vooroverleg met de ambtenaren. Aandacht verdienen de beschouwingen van algemene aard, die Thorbecke in de loop van de jaren optekende- deels ook met de bedoeling, dat zijn zoon en eventueel nog anderen ervan zouden profiteren- en die de theoretische achtergronden van zijn praktische werkzaamheid doen kennen. In deze aantekeningen spreekt zijn persoonlijkheid het duidelijkst.
De supplementen 1977 t/m 1987 op de collectie Thorbecke bevatten, behalve enige correspondentie, een aantal losse stukken omtrent studie en de latere academische -en ministeriële carrière van Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872). Tevens zijn er verzamelde stukken uit zijn periode als politicus. Daarnaast zijn er ook stukken van particuliere aard en enige stukken van en over verwanten.

Archiefvormers:

  • Solger, familie
  • Thorbecke, familie
  • Thorbecke, J.R.
  • Groeben-Von Kropff, E.H. von der

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

Verantwoording van de bewerking

Naast de eigenlijke archivalia bleek de verzameling nog een niet geringe hoeveelheid brochures, couranten enz. te bevatten. Men kan betwijfelen, of deze in het archief moeten blijven. Hoewel verscheidene ook wel elders te vinden zijn is toch niets verwijderd; deze groep is trouwens summier beschreven.

Wat wèl drastisch uitgeschift is zijn een grote massa gedrukte stukken, die geen enkel blijvend belang hebben: bijlagen tot de Handelingen van de Staten-Generaal en tot de notulen van andere bestuurslichamen, exemplaren van de Staatscourant, staatsbladen e.d. De aanwezigheid van dergelijke stukken belemmerde de overzichtelijkheid en zou de onderzoeker misleiden ten aanzien van het belang van de dossiers, waarvan ze de omvang nodeloos deden toenemen.

De collectie Thorbecke werd onmiddellijk na de overdracht door C. Postma geïnventariseerd. Deze inventaris werd in 1961 herzien door drs. G.J.W. de Jongh.

Sedertdien maakten toevoegingen aan de collectie de vervaardiging van supplementen noodzakelijk. In 1966 vervaardigde drs. G.J.W. de Jongh een eerste supplement, maar in 1970 bleek een vervolg hierop noodzakelijk.

De voltooiing van het tweede supplement werd echter uitgesteld door de toevoeging van nieuwe stukken, die door stagiaires aan het Algemeen Rijksarchief, onder meer door H. Peschar van een voorlopige beschrijving werden voorzien. Een nadere aanvulling vond bovendien in 1976 nog plaats, omdat familieleden van de heer W. Thorbecke hem nog hun correspondentie van hun voorouders met F.R. Thorbecke toezonden.

Uiteindelijk werd het tweede supplement voltooid door drs. J.A.A. Bervoets, chartermeester bij de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief: hierin werden ook een aantal stukken opgenomen, die aanvankelijk voor vernietiging waren bestemd, maar bij nader inzien voor blijvende bewaring in aanmerking kwamen als noodzakelijke aanvulling van bestanddelen van overheidsarchieven.

In het archief van F.C. Gerretson bevond zich het archief van E. Cantillon, dat door zijn weduwe aan Gerretson ten geschenke werd gegeven. De stukken van Cantillon die zich in de collectie Thorbecke bevonden (inventarisnummers 1119-1128) werden daarbij gevoegd en ontbreken thans in de beschrijving van dit supplement, dat in 1987 nog werd aangevuld door een bewaargeving van W. Thorbecke.

In juli 2010 zijn de toegangen 2.21.161 en 2.21.162, die delen van de beschrijvingen van het archief van Mr. Johan Rudolph Thorbecke bevatten, tot één geheel samengevoegd tot de huidige versie van deze toegang (2.21.161).

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in