gahetNA in het Nationaal Archief

Maanen, van

2.21.114
H.T. Colenbrander, W. Moll, H.A.J. van Schie
Nationaal Archief, Den Haag
1900
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.21.114
Auteur: H.T. Colenbrander, W. Moll, H.A.J. van Schie
Nationaal Archief, Den Haag
1900
CC0

Periode:

1717-1867

Omvang:

11,70 meter; 473 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Een deel der stukken uit de periode 1815-1830 is in het Frans.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven en gedrukte teksten, geen bijzondere documenten.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief bevat hoofdzakelijk stukken van Cornelis Felix van Maanen en zijn zoon Guillaume Adrien Gérard van Maanen, alsmede een kleine hoeveelheid stukken van enkele familieleden. Het merendeel der stukken betreft de voorbereiding van de Nederlandse wetboeken. Voorts stukken betreffende de verhouding met de Rooms-Katholieke kerk, beperking van de persvrijheid, de afscheiding van België, en de herziening van de Grondwetten (1814, 1815 en 1840).Tenslotte is er nog een kleine handschriften- en autografenverzameling.

Archiefvormers:

  • Maanen, Cornelis Felix van (1769-1846)
  • Maanen, Guillaume Adrien Gérard van (1801-1871)
  • Maanen, Johannes van (1738-1795)
  • Meersch, Guilliam van der (1732-1809)
  • Meersch, Johan Frans van der (1776-1827)
  • Meersch, Maria Theodora van der (1771-1855)
  • Craght, Martinus van der (1679-1765)
  • Limborch, Frans van (1730-1807)

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

In de aanwinstenlijsten en/of gedrukte Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven zijn de verschillende aanwinsten, waaruit het archief van Van Maanen is opgebouwd, als volgt inhoudelijk gekenschetst.

Het archief (aanwinst 1886) bevat bescheiden, voornamelijk de geschiedenis van Nederland tussen de Nederlandse Opstand en de laatste regeringsjaren van het bewind van Willem I, onder wie mr. C.F. van Maanen minister van Justitie is geweest. Het geheel betreft een verzameling stukken zonder al teveel zichtbare samenhang.

De verzameling (aanwinst 1895) bestaat uit papieren van Mr. Cornelis Felix van Maanen, voornamelijk behoorende tot de periode, waarin hij na de ingetreden nieuwe orde van zaken (1795) procureur-generaal bij het Hof van Holland was. Daarin treden op den voorgrond vele acten en correspondenties betreffende rechtsvervolgingen, die Van Maanen of een zijner voorgangers om politieke overtredingen heeft ingesteld. Voor de kennis van de staatkundige partijschappen op het einde der 18e eeuw kunnen zij nog enkele bijdragen leveren. De aandacht zij gevestigd op den dreigbrief, dien Abraham Douglas aan Willem V schreef, en op de crimineele procedure tegen Mr. Ocker Repelaer wegens zijne verstandhouding met de stadhouderlijke partij, waarop zijne veroordeeling gevolgd is. Bij de collectie zijn ook enkele bescheiden gevoegd uit den tijd, waarin Van Maanen onder de regeering van Koning Lodewijk het Ministerie van Justitie waarnam.

Het archief (aanwinst 1900) bestaat uit stukken afkomstig van verschillende leden van de familie Van Maanen en enkele aanverwanten waaronder C.F. van Maanen in diens functie van advocaat-fiscaal en procureur-generaal van Holland en Zeeland, Staatsraad van het Koninkrijk Holland, minister van Justitie en Politie van het Koninkrijk Holland, minister van Justitie van het Koninkrijk der Nederlanden en minister van Staat. Het betreft stukken van particuliere aard; politieke stukken (waaronder stukken over de grondwet van 1815); correspondentie en een handschriften- en autografenverzameling.

Het archief (aanwinst 1915) bevat stukken afkomstig van staatsman C.F. van Maanen (1769-1846) met betrekking op zijn functie als eerste president van het Keizerlijk Gerechtshof in Den Haag, later Hooggerechtshof der Vereenigde Nederlanden, zijn functie als Minister van Justitie en Politie van het Koninkrijk Holland en later van het Koninkrijk der Nederlanden. Daarnaast bevat het archief stukken afkomstig van G.A.G. van Maanen in zijn functie als Secretaris der Commissiën tot de redactie der nationale en der militaire wetgeving. Veel van de stukken hebben betrekking op de codificatie van het Nederlands recht. De geheele - van mevrouw Kooiman verworven - verzameling bestaat, behalve uit een aantal gebonden boeken, uit portefeuilles, die op ééne na alle door de beide Van Maanens van een opschrift zijn voorzien.

Wat de beteekenis er van (aanwinst 1920) aangaat, zoo moet, allereerst er op gewezen worden, dat zij dagteekent uit het tijdvak voor de invoering der ministerieele verantwoordelijkheid, uit den tijd dus, dat de verhouding van den Minister tot den Koning eenerzijds en tot de Staten-Generaal anderzijds een andere was, dan zij nu is. Terwijl nu kan gezegd worden, dat de Minister voor zijn voile verantwoordelijkheid neemt, wat in de van de regeering uitgaande stukken wordt gezegd, kon men vroeger dit niet met zooveel stelligheid beweren. De houding van eenig Minister ten opzichte van eenig wetsontwerp, de invloed, dien hij op de samenstelling en de totstandkoming wist uit te oefenen, kwamen niet zoo stellig aan het licht, als nu het geval is. Daarom hebben eigenhandige aanteekeningen van Ministers uit dien tijd bijzondere beteekenis. Lang niet bij alle, maar toch bij niet weinige wetsontwerpen heeft Van Maanen in de "gedrukte stukken" kantteekeningen gemaakt of daarbij nota's of memories gevoegd. Voornamelijk zijn het die betreffende de wetboeken en wat daarmede samenhangt. En deze zijn het, die de verzameling niet onbelangrijk maken. Soms bepalen de aanteekeningen, tijdens de vergaderingen gemaakt, zich tot een bloote vermelding van de namen der personen, die het woord hebben gevoerd, soms houden ze ook opmerkingen over den inhoud van het gesprokene in; vermoedelijk diende dit voor de beantwoording of tot verdediging van het ontwerp. Maar eigenaardig is wel, dat er niet altijd volkomen overeenstemming bestaat tusschen die aanteekeningen en de latere uitgave der "Handelingen". Sterker, men vindt in deze verzameling soms een uitvoerig uitgewerkt ontwerp van de redevoering van Van Maanen, waarvan in de "Handelingen" geen spoor is te ontdekken; zoodat men dient aan te nemen, dat zij niet is uitgesproken, want de notulen vermeldden toch steeds de namen van hen, die gesproken hadden, al hielden ze niet uitvoerig in, wat ze gezegd hadden. Een enkele maal vindt men soms meer namen van sprekers, of de namen in een andere volgorde dan de Handelingen vermelden. Ook vindt men een minuut van een antwoord aan den Secretaris van Staat met een minuut voor een regeeringsantwoord, welke minuut echter veel meer bevat, dan het later verschenen regeeringsantwoord. Een en ander doet zien, dat bij onderzoekingen over eenig wetsontwerp, een gebruik van deze verzameling Van Maanen wel eens nut kan opleveren. Maar vooral, omdat het in hoofdzaak juist de wetsontwerpen betreffende de totstandkoming der wetboeken zijn, welke Van Maanen van aanteekeningen enz. voorzag, zal deze verzameling wederom een aanvulling zijn van de reeks, die gevormd wordt door de verzamelingen Elout, Kemper, straks nog Cras en dergelijke van denzelfden aard.

Verantwoording van de bewerking

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

  • Cornelis Felix van Maanen, geboren te 's-Gravenhage 9 september 1769, overleden te 's-Gravenhage 14 februari 1849, was een zoon van Johannes van Maanen en Maria van Overzee. Hij was in 1798 gehuwd met Maria Theodora van der Meersch (1771-1855).

    Na in 1793 zijn rechtenstudie in Leiden voltooid te hebben, vestigde hij zich in Den Haag als advocaat. Direct na de Franse inval werd hij in februari 1795 secretaris van de de privisionele municipaliteit van 's-Gravenhage. In april 1795 werd hij benoemd tot tweede of adjunct-advocaat-fiscaal en -procureur-generaal bij het Hof van Holland en Zeeland, vanaf 1803 bij het Departementaal Gerechtshof van Holland. In deze functie voerde hij enkele politieke processen tegen leden van het vorige stadhouderlijke regiem (Repelaer van Driel) en tegen de leden van het radicale Uitvoerend Bewind (Van Langen).

    Koning Lodewijk Napoleon benoemde Van Maanen per 10 december 1807 tot minister van Justitie en Politie, en ontsloeg hem als zodanig op 11 april 1809, na een meningsverschil. In 1810 was hij lid van de "Conseil pour les affaires de Hollande" te Parijs, een adviescommissie voor de Franse regering, ter voorbereiding van de inlijving van het Koninkrijk Holland bij Frankrijk.

    Op 30 oktober 1810 werd Van Maanen benoemd tot eerste president van het Keizerlijk Gerechtshof in Den Haag, belast met de rechterlijke organisatie der Hollandsche departementen. Deze functie behield hij na het vertrek der Fransen: op 1 december 1813 werd hij eerste president van het Hooggerechtshof der Vereenigde Nederlanden.

    Hij was in 1813-1814 lid der commissie tot het ontwerpen van een grondwet.voor de Vereenigde Nederlanden en in 1815 van de commissie tot herziening der grondwet.

    Op 16 september 1815 werd Van Maanen tot minister van Justitie benoemd, welke functie hij,bijna 27 jaar zou vervullen.

    Van Maanen was een trouwe dienaar van de Koning. Hij probeerde in de zuidelijke provincies het koninklijk gezag te handhaven tegen katholieke en liberale eischen. Vooral door zijn strenge drukpersvervolgingen haalde hij zich het ongenoegen der Belgen op de halsDaarnaast werkte hij aan de herziening der Nederlandsche wetboeken, alsmede aan de nieuwe rechterlijke organisatie, welke pas in 1838 zou worden ingevoerd.

    Kort na het uitbreken van de Belgische opstand op 25 augustus 1830 werd hij, als impopulair minister op 3 september ontslagen. Maar een maand later, op 5 oktober 1830 werd hij weer als minister van Justitie benoemd en bleef sindsdien een der voornaamste raadgevers van Willem I. Hij steunde de Koning in zijn verzet tegen de Belgische eisen en die der Londense conferentie. Als conservatief kon hij slechts met moeite uitvoering geven aan de Grondwettelijke bepalingen van 1840 over de ministeriële verantwoordelijkheid.

    Op 1 april 1842 werd hij eervol ontslagen en verkreeg hij de rang van minister van Staat.

  • Maria Theodora van der Meersch, geboren 5 september 1771 te 's-Gravenhage en overleden 8 april 1855 te 's-Gravenhage, was de echtgenote van C.F. van Maanen.

  • Johannes van Maanen, overleden 24 februari 1795, was advocaat, later raadsheer in het Hof van Holland, en vader van C. F. van Maanen. Hij was gehuwd met Maria van Overzee.

  • Guilliam van der Meersch, geboren 18 maart 1732 te Amersfoort en overleden 18 april 1809 te 's-Gravenhage, was advocaat, later advocaat-fiscaal en procureur-generaal bij het Hof van Holland (1795-1802) en bij het Departementaal Gerechtshof van Holland (1803-1808), en schoonvader van C.F. van Maanen.

  • Johan Frans van der Meersch, geboren 27 oktober 1776 te 's-Gravenhage, overleden 5 juli 1827 te 's-Gravenhage, was zwager van C.F. van Maanen.

    Hij studeerde rechten te Leiden. Hij was aanvankelijk advocaat te 's-Gravenhage, werd na 1799 advocaat voor de fiscaals over de middelen te water en over de middelen te lande. In 1814 werd hij landsadvocaat aangesteld. In 1823 werd hij raadsheer in het Hooggerechtshof te 's-Gravenhage.

  • Guillaume Adrien Gérard van Maanen, geboren te 's-Gravenhage 5 maart 1801, overleden te 's-Gravenhage 25 november 1871, was zoon van C.F. van Maanen. Hij was in 1827 gehuwd met Wilhelmina Johanna Bakker (1805-1885).

    Hij studeerde rechten te Utrecht. Hij was aanvankelijk enkele jaren advocaat te 's-Gravenhage en werd in 1826 rijksadvocaat en substituut-officier bij de rechtbank van eerste aanleg te Groningen. Op 27 juli 1833 werd hij benoemd tot advocaat-generaal bij het Hooggerechtshof te 's Gravenhage, en sinds mei 1838 bij de Hoge Raad der Nederlanden. Kort na zijn plaatsing te 's-Gravenhage werd hij benoemd tot secretaris van de commissie van redactie eener nieuwe wetgeving en in 1841 bovendien tot secretaris van de commissie tot herziening van het strafrecht en de rechtspleging der land- en zeemacht. In 1846 verkreeg hij ontslag als secretaris. Van 1845 tot 1871 was hij procureur-generaal bij de Hoge Raad.

  • Frans van Limborch, geboren 11 juni 1679 te 's-Gravenhage, overleden op 20 september 1765 te 's-Gravenhage, was advocaat-fiscaal der domeinen van Holland. Hij liet een belangrijke verzameling van handschriften na.

    Zie ook het archief 3.20.28 Van Limborch/Van der Craght.

  • Martinus van der Craght, geboren 10 oktober 1730, overleden 15 januari 1807, was sinds 1765 advocaat-fiscaal der domeinen van Holland. Hij was een kleinzoon van Frans van Limborch.

    Zie ook het archief 3.20.28 Van Limborch/Van der Craght.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in