gahetNA in the National Archives

Maanen, van

2.21.114
H.T. Colenbrander, W. Moll, H.A.J. van Schie
Nationaal Archief, Den Haag
1900
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.21.114
Auteur: H.T. Colenbrander, W. Moll, H.A.J. van Schie
Nationaal Archief, Den Haag
1900
CC0

Periode:

1577-1887
merendeel 1795-1846

Omvang:

11,70 meter; 473 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Een deel der stukken uit de periode 1815-1830 is in het Frans.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven en gedrukte teksten, geen bijzondere documenten.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief bevat hoofdzakelijk stukken van Cornelis Felix van Maanen en zijn zoon Guillaume Adrien Gérard van Maanen, alsmede een kleine hoeveelheid stukken van enkele familieleden. Het merendeel der stukken betreft de voorbereiding van de Nederlandse wetboeken. Voorts stukken betreffende de verhouding met de Rooms-Katholieke kerk, beperking van de persvrijheid, de afscheiding van België, en de herziening van de Grondwetten (1814, 1815 en 1840).Tenslotte is er nog een kleine handschriften- en autografenverzameling.

Archiefvormers:

  • Maanen, Cornelis Felix van (1769-1846)
  • Maanen, Guillaume Adrien Gérard van (1801-1871)
  • Maanen, Johannes van (1738-1795)
  • Meersch, Guilliam van der (1732-1809)
  • Meersch, Johan Frans van der (1776-1827)
  • Meersch, Maria Theodora van der (1771-1855)
  • Craght, Martinus van der (1679-1765)
  • Limborch, Frans van (1730-1807)

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

Verantwoording van de bewerking

De delen van het archief van Van Maanen, verworven in de jaren 1886 en 1895 zijn als onderdeel van de aanwinsten van die jaren beschreven. Aanwinst 1895 is ook als zodanig gepubliceerd in de Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven.

De grote aanwinst uit 1900, welke het hoofdbestanddeel van het archief van Van Maanen omvat, is beschreven door dr. H.T. Colenbrander. Hij heeft het archief ingedeeld naar de functies van Van Maanen. Een verdere onderverdeling heeft hij evenwel niet aangebracht. De archiefinventaris is in de Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven gepubliceerd, en wel in aanwinstenlijst van het Rijksarchief als onderdeel XXIII. Een nadere toelichting omtrent de bewerking is niet gepubliceerd.

De aanwinst uit 1915 is door dr. W. Moll beschreven als een supplement op de inventaris van 1900. De stukken zijn, ook als zij afzonderlijk beschreven zijn, gelaten in de portefeuilles, waarin zij oorspronkelijk berustten, en bij de beschrijving in de inventaris is daarvan aantekening gehouden.

De aanwinst uit 1920 tenslotte is door dr. C.C.D. Ebell beschreven, waarbij hij de gedrukte stukken ordende overeenkomstig de zittingsjaren van de Tweede kamer der Staten-Generaal. Het geringe aantal eigenhandige aantekening van Van Maanen zijn bij deze drukwerken gelaten.

Aldus waren er vijf afzonderlijke collecties Van Maanen ontstaan. Deze moesten aangevraagd worden met behulp van het jaar van aanwinst, dus bijv. Van Maanen 1915, inv.nr. 98a. Deze wijze van beschrijving en nummering leverde geregeld problemen op. Onderzoekers kregen soms een bestanddeel uit een ander archiefdeel dan aangevraagd, en bij terugplaatsing kwam het ook wel voor dat een bestanddeel in een verkeerd deel van het archief werd geplaatst. Het bestanddeel kon zo jaren zoek zijn.

Eerst in 2012, toen wederom een vermissing werd geconstateerd, welk bestanddeel na een controle uiteindelijk werd teruggevonden in een anderdeel van het archief van Van Maanen, is besloten om de verscheidene onderdelen van het archief tot één geheel samen tevoegen. De belangrijkste ingreep was de hernummering van drie van de vijf onderdelen. De nummering van het hoofdarchief, het in 1900 verworven deel, is gehandhaafd (inv.nrs. 1-316). De andere delen, verworven in de jaren 1886, 1895 en 1915 zijn vernummerd, aansluitend op de nummering van het hoofdarchief. De bestanddelen uit deze aanwinsten zijn thans genummerd 384-404, 405-439 resp. 317-383.

De laatste aanwinst, verworven in 1920, is niet met het hoofdarchief samengevoegd. Dit archiefdeel bestaat vrijwel volledig uit gedrukte stukken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal uit de jaren 1814-1846. Deze stukken zijn al aanwezig in het archief van de Tweede Kamer zelf. Het bewaren van een dubbele, niet volledige set van dit materiaal, lijkt niet noodzakelijk. Wel zijn de handgeschreven aantekeningen van Van Maanen uit deze collectie drukwerken verwijderd, en onder de inv.nrs. 440-472 aan het hoofdarchief toegevoegd. De omvang van deze aantekeningen was beperkt, slechts 15 centimeter. De drukwerkcollectie (archiefinventaris 2.21.114.05) zal te gelegener tijd voor vernietiging worden voorgedragen en dan worden afgevoerd.

De beschrijvingen van de bestanddelen zijn zoveel mogelijk ongewijzigd gelaten. Zelfs de spelling is niet gemoderniseerd. De beschrijvingen zijn ingedeeld naar archiefvormer. Vervolgens zijn de beschrijvingen, evenals in de inventaris van H.T. Colenbrander uit 1900, naar functies ingedeeld. Omdat soms de hoeveelheid materiaal dat bij de uitoefening van een functie ontstaan en bewaard gebleven is tamelijk groot was, zijn in die gevallen de beschrijvingen nader onderverdeeld. Dit heeft tot gevolg dat het archief veel overzichtelijker en daardoor toegankelijker is geworden.

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

  • Cornelis Felix van Maanen, geboren te 's-Gravenhage 9 september 1769, overleden te 's-Gravenhage 14 februari 1849, was een zoon van Johannes van Maanen en Maria van Overzee. Hij was in 1798 gehuwd met Maria Theodora van der Meersch (1771-1855).

    Na in 1793 zijn rechtenstudie in Leiden voltooid te hebben, vestigde hij zich in Den Haag als advocaat. Direct na de Franse inval werd hij in februari 1795 secretaris van de de privisionele municipaliteit van 's-Gravenhage. In april 1795 werd hij benoemd tot tweede of adjunct-advocaat-fiscaal en -procureur-generaal bij het Hof van Holland en Zeeland, vanaf 1803 bij het Departementaal Gerechtshof van Holland. In deze functie voerde hij enkele politieke processen tegen leden van het vorige stadhouderlijke regiem (Repelaer van Driel) en tegen de leden van het radicale Uitvoerend Bewind (Van Langen).

    Koning Lodewijk Napoleon benoemde Van Maanen per 10 december 1807 tot minister van Justitie en Politie, en ontsloeg hem als zodanig op 11 april 1809, na een meningsverschil. In 1810 was hij lid van de "Conseil pour les affaires de Hollande" te Parijs, een adviescommissie voor de Franse regering, ter voorbereiding van de inlijving van het Koninkrijk Holland bij Frankrijk.

    Op 30 oktober 1810 werd Van Maanen benoemd tot eerste president van het Keizerlijk Gerechtshof in Den Haag, belast met de rechterlijke organisatie der Hollandsche departementen. Deze functie behield hij na het vertrek der Fransen: op 1 december 1813 werd hij eerste president van het Hooggerechtshof der Vereenigde Nederlanden.

    Hij was in 1813-1814 lid der commissie tot het ontwerpen van een grondwet.voor de Vereenigde Nederlanden en in 1815 van de commissie tot herziening der grondwet.

    Op 16 september 1815 werd Van Maanen tot minister van Justitie benoemd, welke functie hij,bijna 27 jaar zou vervullen.

    Van Maanen was een trouwe dienaar van de Koning. Hij probeerde in de zuidelijke provincies het koninklijk gezag te handhaven tegen katholieke en liberale eischen. Vooral door zijn strenge drukpersvervolgingen haalde hij zich het ongenoegen der Belgen op de halsDaarnaast werkte hij aan de herziening der Nederlandsche wetboeken, alsmede aan de nieuwe rechterlijke organisatie, welke pas in 1838 zou worden ingevoerd.

    Kort na het uitbreken van de Belgische opstand op 25 augustus 1830 werd hij, als impopulair minister op 3 september ontslagen. Maar een maand later, op 5 oktober 1830 werd hij weer als minister van Justitie benoemd en bleef sindsdien een der voornaamste raadgevers van Willem I. Hij steunde de Koning in zijn verzet tegen de Belgische eisen en die der Londense conferentie. Als conservatief kon hij slechts met moeite uitvoering geven aan de Grondwettelijke bepalingen van 1840 over de ministeriële verantwoordelijkheid.

    Op 1 april 1842 werd hij eervol ontslagen en verkreeg hij de rang van minister van Staat.

  • Maria Theodora van der Meersch, geboren 5 september 1771 te 's-Gravenhage en overleden 8 april 1855 te 's-Gravenhage, was de echtgenote van C.F. van Maanen.

  • Johannes van Maanen, overleden 24 februari 1795, was advocaat, later raadsheer in het Hof van Holland, en vader van C. F. van Maanen. Hij was gehuwd met Maria van Overzee.

  • Guilliam van der Meersch, geboren 18 maart 1732 te Amersfoort en overleden 18 april 1809 te 's-Gravenhage, was advocaat, later advocaat-fiscaal en procureur-generaal bij het Hof van Holland (1795-1802) en bij het Departementaal Gerechtshof van Holland (1803-1808), en schoonvader van C.F. van Maanen.

  • Johan Frans van der Meersch, geboren 27 oktober 1776 te 's-Gravenhage, overleden 5 juli 1827 te 's-Gravenhage, was zwager van C.F. van Maanen.

    Hij studeerde rechten te Leiden. Hij was aanvankelijk advocaat te 's-Gravenhage, werd na 1799 advocaat voor de fiscaals over de middelen te water en over de middelen te lande. In 1814 werd hij landsadvocaat aangesteld. In 1823 werd hij raadsheer in het Hooggerechtshof te 's-Gravenhage.

  • Guillaume Adrien Gérard van Maanen, geboren te 's-Gravenhage 5 maart 1801, overleden te 's-Gravenhage 25 november 1871, was zoon van C.F. van Maanen. Hij was in 1827 gehuwd met Wilhelmina Johanna Bakker (1805-1885).

    Hij studeerde rechten te Utrecht. Hij was aanvankelijk enkele jaren advocaat te 's-Gravenhage en werd in 1826 rijksadvocaat en substituut-officier bij de rechtbank van eerste aanleg te Groningen. Op 27 juli 1833 werd hij benoemd tot advocaat-generaal bij het Hooggerechtshof te 's Gravenhage, en sinds mei 1838 bij de Hoge Raad der Nederlanden. Kort na zijn plaatsing te 's-Gravenhage werd hij benoemd tot secretaris van de commissie van redactie eener nieuwe wetgeving en in 1841 bovendien tot secretaris van de commissie tot herziening van het strafrecht en de rechtspleging der land- en zeemacht. In 1846 verkreeg hij ontslag als secretaris. Van 1845 tot 1871 was hij procureur-generaal bij de Hoge Raad.

  • Frans van Limborch, geboren 11 juni 1679 te 's-Gravenhage, overleden op 20 september 1765 te 's-Gravenhage, was advocaat-fiscaal der domeinen van Holland. Hij liet een belangrijke verzameling van handschriften na.

    Zie ook het archief 3.20.28 Van Limborch/Van der Craght.

  • Martinus van der Craght, geboren 10 oktober 1730, overleden 15 januari 1807, was sinds 1765 advocaat-fiscaal der domeinen van Holland. Hij was een kleinzoon van Frans van Limborch.

    Zie ook het archief 3.20.28 Van Limborch/Van der Craght.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in