Baud
- Archiefinventaris
- Inleiding
- Inventarisnummers
- Bestanden
- Alle scans (0)
2.21.007.58
J. de Hullu
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1917
Beschrijving van het archief
Naam archiefblok:
Collectie 058 J.C. Baud
Baud
Periode:
1596-1859
merendeel (1804) 1596-1859
Omvang:
30 meter; 1484 inventarisnummers
Taal van het archiefmateriaal:
Het merendeel der stukken is in het Nederlands
Soort archiefmateriaal:
Archiefbewaarplaats:
Nationaal Archief, Den Haag
Samenvatting van de inhoud van het archief:
Het archief van J.C. Baud en aanverwanten bestaat uit stukken van Abraham (1764-1850) en van Jean Chrétien Baud (1789-1859) en hun nazaten. De inhoud betreft voornamelijk stukken betreffende de gehele ambtelijke loopbaan van J.C. Baud die zich deels in Nederlands-Indië, deels in Nederland afspeelde met Nederlands-Indië als belangrijkste werkterrein. Dit zijn stukken betreffende de oprichting va de Nederlandsche Handelsmaatschappij, stukken betreffende zijn functie als vice-president van de Hooge Regeering en Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië en zijn functie als Minister van Koloniën.
Daarnaast stukken betreffende de familie zoals persoonlijke notities, correspondentie, testamenten, kwitanties, personalia, portretten en tekeningen. Daarnaast zijn er in het archief stukken opgenomen van de familie van Ranzow, met wie de familie van Baud verwant is door het huwelijk van Jean Michiel Baud (1827-1894) met Johanna Christine Charlotte Ranzow (1826-1895).
Archiefvormers:
- Baud
- Jean Chrétien Baud (1789-1859)
- Paulus van der Heim
- Thomas Hope
- Van Ranzow
- Abram Baud
- Jean Michiel Baud
- Eveline Alexandrine van Ranzow
- Wilhelmina Johanna Junius van Hemert
- Georg Ludwig Carl Heinrich Baud
- Elisabeth Lamberta van Riemsdijk
- Willem Abraham Baud
- Jacoba Caroline Quarles van Ufford
Archiefvorming
Inhoud en structuur van het archief
Inhoud
De hier beschreven stukken strekken zich uit over de geheele ambtelijke loopbaan van dien staatsman, van den tijd af dat hij als cadet in dienst trad bij de Nederlandsche zeemacht, totdat hij, na achtereenvolgens de hoogste waardigheden te hebben bekleed in het bestier onze overzeesche bezittingen in 1859 te 's-Gravenhage overleed. Zij hebben tot grondslag gediend van het bekende werk dat mr. P. Mijer in 1878 aan zijn leven en werk heeft gewijd.
Verantwoording van de bewerking
Ordening van het archief
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Beperkingen aan het gebruik
Materiële beperkingen
Aanvraaginstructie
Citeerinstructie
Verwant materiaal
Beschrijving van de series en archiefbestanddelen
L Lid en secretaris van de commissie tot het ontwerpen van de artikelen van overeenkomst met de Nederlandsche Handelmaatschappij en secretaris van de algemeene vergadering van afgevaardigden dier maatschappij. 1824
- 104 Stukken betreffende Baud's benoeming en ontslag als lid en secretaris van de commissie en als secretaris van de algemeene vergadering van afgevaardigden der maatschappij. 1824 Mei 7 - 1824 Augustus 23 1 omslag
111, 112 Copie-Processenverbaal van het verhandelde in de gezamenlijke vergaderingen van de commissie en de afgevaardigden uit de maatschappij tot het ontwerpen der artikelen van overeenkomst. Met Bijlagen. 1824 Mei 24 - 1824 Juli 29 1 deel en 1 band - 113 Minuut-Processenverbaal van de vergaderingen der commissie tot het ontwerpen van de artikelen van overeenkomst met de Nederlandsche Handelmaatschappij. 1824 Mei 10 - 1824 Juni ? 1 omslag
- 114 Minuut. "Afgezonden missives, voor zoover zij niet zijn geïnsereerd in de notulen der commissie". 1824 Mei 21 - 1824 Juli 5 1 omslag
- 116 Brieven aan Baud van den voorzitter der commissie en van de vergadering der afgevaardigden van de maatschappij Jhr. W.G. van de Poll. 1824 Mei 21 - 1824 Juli 31 1 omslag
Zie ook de nummers 568 en 569.
DD Stukken, behoorende, blijkens de achterop geplaatste opschriften van Thomas Hope, bewindhebber der Oostindische Compagnie en representant van Prins Willem V als opperbewindhebber van 1756 tot 1770, tot diens in het archief der Oostindische Compagnie berustende papieren. Klaarblijkelijk door Baud uit het Compagniesarchief gelicht voor de opstelling vn zijn "Beschouwing van de maatregelen door de voormalige Oostindische Compagnie genomen opzigtelijk de geldspetiën" (zie nummer 134 van dezen inventaris) en na het gebruik niet weder daarin teruggebracht.
Blijkbaar voor het een of ander doel door Baud gelicht uit het archief van het departement van koloniën en niet weder daarin teruggebracht.
De familie Baud is verwant met de familie Van Ranzow door een huwelijk van Jean Michiel Baud (1827-1894) met Johanna Christine Charlotte gravin van Ranzow en van Jean Chrétien Baud (1829-1862) met Eveline Alexandrine gravin van Ranzow (1826-1895).


Reacties