gahetNA in het Nationaal Archief

NHM

2.20.01
D.J. Wijmer, A.M. Tempelaars
Nationaal Archief, Den Haag
1998
(c)

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.20.01
Auteur: D.J. Wijmer, A.M. Tempelaars
Nationaal Archief, Den Haag
1998
(c)

Periode:

1677-1994
merendeel 1824-1964

Omvang:

1154,00 meter; 15665 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Een klein gedeelte is gesteld in talen als het Engels, het Frans, het Duits, het Indonesisch, het Chinees en het Japans.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften. Het archief bevat kaarten en foto's.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De NHM werd in 1824 opgericht ter bevordering van de Nederlandse handel overzee. Het archief bevat stukken over de oprichting, organisatie (aandeelhouders, notulen (met bijlagen) van de raad van commissarissen, balansen en resultatenrekeningen (met memories van toelichting), notulen van de directie (inclusief geheime), met toegangen en notulen van directie en commissarissen gezamenlijk) en bedrijfsvoering (financiën, boekhouding, gebouwen, personeel). Er is correspondentie van binnen- en buitenlandse agenten, van diverse ministeries (oa. Koloniën), van bedrijven (meest financiële instellingen oa. DNB), van binnen- en buitenlandse ondernemingen en van particulieren. Qua toegangen zijn er voor de 19e eeuw de indicateurs en agenda's. Verder bevat het archief in- en uitgaande correspondentie van de Secretarie (later de afdeling Algemene Zaken) en van de Factorij, met agenda's; uitgifte, overschrijving en registratie van aandelen (meest registers); de boekhouding (rekeningen-courant, grootboeken, journalen, memorialen); het personeel (reglementen en instructieboeken); jaarverslagen, grootboeken en journalen van de Factorij; jaarverantwoordingsstukken buitenlandse agentschappen en diverse stukken m.b.t. de agentschappen in Japan.

Het archief bevat tevens stukken betreffende de bemoeienis van de directie met de bedrijfsvoering met toezicht op onder meer de financiële sector, de vervoerssector, de industriële sector, de mijnbouwsector, de handelssector en cultuurmaatschappijen in Oost en West. Daarnaast zijn er archiefbescheiden aanwezig met betrekking tot de teelt van suiker, koffie, oliepalmen, rubber, tabak, thee. Verder zijn er archieven van de verschillende agentschappen, van de diverse eigen cultuurondernemingen en van de door de Nederlandsche Handelsmaatschappij overgenomen financiële instellingen zoals die van de NV De Rentekas en van de Surinaamsche Bank.
Tenslotte zijn er ook gedeponeerde archieven aanwezig van enkele (handels)compagnieën, maatschappijen en vereenigingen en archivalia van diverse personen. Het archief bevat tevens nog allerlei documentatie in de vorm van artikelen, boeken, foto's, tekeningen en kaarten.

Archiefvormers:

  • Aalst, C.J.K. van
  • Clercq, W. de
  • Commissie tot onderzoek der usanties bij de Weging van Indisch Produkt
  • Crena de Iongh, D.
  • Grote Koopmansbeurs, Raad van Commissarissen
  • Heldring, Balthazar
  • Heldring, E.
  • Holland Centraal-Amerika Handels-Compagnie
  • Maatschappij tot Exploitatie van de Suiker-Onderneming Koning Willem II
  • Minahassa Comité, penningmeester
  • Nederlands Syndicaat voor China
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Agentschap Decima / Nagasaki
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Agentschap Hiogo
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Agentschap Nijverdal
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Agentschap Osaka
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Agentschap Yokohama
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Hoofdagent in Japan
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Hoofdkantoor
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Modelweverij te Nijverdal
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Weefschool te Goor
  • NV Administratiekantoor der Nederlandse Handel-Maatschappij
  • NV Administratiekantoor van aandelen Koninklijke Nederlandsche Hoogovens en Staalfabrieken
  • NV Assurantiebedrijf der Nederlandsche Handel-Maatschapij
  • NV Auto-Crediet
  • NV Cultuur Maatschappij Boekit Gompong
  • NV Cultuur Maatschappij Doekoewringin
  • NV Cultuur Maatschappij Kebon Hardjo
  • NV Cultuur Maatschappij Ketangoengan-West
  • NV Cultuur Maatschappij Klampok
  • NV Cultuur Maatschappij Lho Soekon
  • NV Cultuur Maatschappij Meloewoeng
  • NV Cultuur Maatschappij Peterongan
  • NV Cultuur Maatschappij Ploembon
  • NV Cultuur Maatschappij Tersana
  • NV De Spaarne-Bank
  • NV Geldersche Credietvereeniging
  • NV Handels- en Cultuur Compagnie Noord-Celebes
  • NV Internationale Producten Compagnie
  • NV Landbouw Maatschappij Boekit Gompong
  • NV Landbouw Maatschappij Commewijne
  • NV Landbouw Maatschappij en suikerfabriek Wonoredjo
  • NV Landbouw Maatschappij Poerwodadi
  • NV Landbouwmaatschappij Tersana
  • NV Lebak Roto Cultuur Maatschappij
  • NV Limburgsche Bankvereeniging
  • NV Maatschappij tot Exploitatie der Suikerfabriek Wonoredjo
  • NV Maatschappij voor Nijverheid en Land-exploitatie in de Transvaal
  • NV Nederlands Land Syndicaat
  • NV Nederlandsch Syndicaat voor China
  • NV Nederlandsch Syndicaat voor Industrieëlen Export
  • NV Nederlandsche Crediet en Financiering Maatschappij
  • NV Nederlandsche Effecten Compagnie
  • NV Nederlandsche Maatschappij voor de Walvisvaart, Raad van Commissarissen
  • NV Nederlandsche Zuid-Afrikaansche Stoomvaart Maatschappij, 'De Holland-Zuid-Afrika Lijn', College van Commissarissen
  • NV Nederlandsche-Indisch Pers Agentschap
  • NV Nederlandsch-Indisch Land Syndicaat
  • NV Philips & Co's Bank
  • NV Rentekas
  • NV Serdang Cultuur Maatschappij
  • NV Surinaamsche Cultuur Maatschappij
  • NV Surinaamsche Immigratie Maatschappij
  • NV West-Indische Cultuurbank
  • NV Zuid-Afrikaansche Scheepvaart Maatschappij, College van Commissarissen
  • Rijswijksche Bank NV
  • Stichting Studiefonds voor Werkverruiming
  • Surinaamsche Bank NV, De
  • Taudin Chabot, M.
  • Vereeniging ter bescherming van de belangen van houders van 8% Chineesche schatkistbiljetten van, 1920 in guldens
  • Vereniging van Importeurs
  • Vereniging van Thee-Importeurs
  • Walree, Emile David van

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

      • De NV Cultuur Maatschappij Boekit Gompong werd opgericht op 22 juni 1880. De maatschappij was gevestigd te Amsterdam. Doel was de overname van de erfpachtpercelen Boekit Gompong en Boekit Karak in de Padangse Bovenlanden van J.J. Goldie, en de aanwending van deze gronden voor de koffiecultuur. De directie werd gevoerd door de Amsterdamse firma Gebrs. Hartsen en het Franse bankiershuis Mirabaud Paccard Puerari & Cie te Parijs. De ongunstige resultaten van de koffieteelt maakten aantrekking van nieuw kapitaal noodzakelijk. De Franse aandeelhouders Mirabaud & Cie trokken zich terug, met als gevolg dat de vennootschap in liquidatie werd voortgezet met enkel Nederlands kapitaal. Op 15 november 1915 werd in Amsterdam de NV Landbouw Maatschappij Boekit Gompong opgericht. De nieuwe vennootschap nam alle activa en passiva van de oude onderneming over. De directie werd gevoerd door de Tweede Afdeling van het hoofdkantoor van de NHM. Na het mislukken van de koffieteelt legde de maatschappij zich nu toe op de kinacultuur, later ook op de thee- en kassiacultuur. Aanvankelijk trad het subagentschap te Padang op als gedelegeerde van de directie in Indië; per 1932 nam de Factorij te Batavia deze taak over. De onderneming werd ter plaatse geleid door een administrateur. Een in Bandoeng zetelende superintendent hield toezicht en voorzag de administrateur van technisch advies. Na de Tweede Wereldoorlog werd de exploitatie in Indonesië ter hand genomen door een Indonesische instantie, de Djawatan Perkebunan te Boekittinggi. Na 1950 bleef de exploitatie in Indonesische handen, onder overname van de kinabasten tegen betaling. Wegens het aflopen van de erfpachtrechten werd de onderneming na het afoogsten in april 1956 verlaten. In 1959 besloten de aandeelhouders tot terugbetaling op de aandelen door middel van afstempeling tot de helft van hun nominale waarde.

      • De NV Landbouw Maatschappij Commewijne werd opgericht te Amsterdam op 27 januari 1882, als resultaat van een overeenkomst tussen J.P. Bosch Reitz, eigenaar van de in Suriname gelegen plantages Zoelen en À la Bonne Heure, de bankier J.G. Sillem en de directie van de NHM. Het maatschappelijk kapitaal bij aanvang bedroeg ƒ 100.000,-. Statutair doel was de exploitatie van plantaadjen in de kolonie Suriname; dit gold met name de twee genoemde plantages, waar suikerriet en cacao werden geteeld. In 1884 moest de vergadering van aandeelhouders al kiezen tussen liquidatie of kapitaalsuitbreiding. De NHM nam nu alle aandelen over en zette de exploitatie geheel voor eigen rekening voort. De aandeelhoudersvergadering van 5 januari 1895 besloot alsnog tot ontbinding van de vennootschap over te gaan.

      • De NV Cultuur Maatschappij Doekoewringin werd opgericht op 21/22 februari 1897. Zij was de rechtsopvolgster van de in het midden van de negentiende eeuw opgerichte suikeronderneming Doekoewringin in de Afdeling Tegal. De nieuwe vennootschap werd gevestigd te Amsterdam. Statutair doel was de exploitatie van de eerder genoemde suikeronderneming. De NHM onderhield reeds een relatie met de oude onderneming via een in 1863 gesloten consignatiecontract. Per 1897 trad de Factorij op als gedelegeerde van de NV in Nederlands-Indië. Vanaf 1 augustus 1937 trad de NHM op als directeur; de praktische uitvoering van de directietaak lag bij de Tweede Afdeling van het hoofdkantoor in Amsterdam. Tijdens de Japanse bezetting werd de gehele fabrieksinstallatie geroofd en werd de fabriek omgebouwd tot een textielfabriek. In juli 1947, na de eerste politionele actie [Operatie Product] kreeg men de zeggenschap over de onderneming weer terug. Tevergeefs werd samenwerking gezocht met de suikerfabriek Kemanglen, die in vergelijkbaar slechte omstandigheden verkeerde. Uiteindelijk bleek voortzetting van de onderneming niet rendabel. In 1950 besloot de vergadering van aandeelhouders tot liquidatie van de vennootschap; dit proces werd in 1956 voltooid.

      • De NV Cultuur Maatschappij Kebon Hardjo werd opgericht te Amsterdam op 7 juli 1911. Doel was het bedrijven van de suikerrietcultuur in Nederlands-Indië. Het maatschappelijk kapitaal bedroeg bij aanvang ƒ 600.000,-. Het NHM-agentschap in Semarang trad op als gedelegeerde van de directie in Nederlands-Indië. Na enige jaren van slechte resultaten nam de NHM in 1918 het gehele aandelenkapitaal over; vanaf nu werd de directie door de NHM gevoerd, een taak die in de praktijk toeviel aan de Tweede Afdeling van het hoofdkantoor. In 1920 werd besloten tot liquidatie van de vennootschap; dit proces werd in 1922 voltooid.

      • De NV Cultuur Maatschappij Ketanggoengan-West werd opgericht te Amsterdam op 11 april 1904. Zij was de rechtsopvolgster van de op 25 januari 1893 door L.T. Gonsalves opgerichte NV Landbouw Maatschappij Ketanggoengan-West. Statutair doel van de nieuwe vennootschap was de exploitatie van het particuliere land Ketanggoengan-West gelegen in de afdeling Brebes, residentie Pekalongan en de zich daarop bevindende suikerfabriek. De NHM had via een consignatiecontract al sinds 1861 een relatie met de suikerondernemers Gonsalves. De in 1904 opgerichte cultuurmaatschappij was van aanvang af een 100% NHM-deelneming. Na de nationalisatie van de bezittingen in 1959 werden de activa het jaar daarop tot op ƒ 1,- afgeschreven. De onderneming bleef bestaan, maar het statutaire doel werd in 1962 zodanig verruimd dat zij zich op andere zaken kon gaan richten.

      • De NV Cultuur Maatschappij Klampok werd opgericht op 16 mei 1889. Zij was gevestigd te Semarang en had ten doel de exploitatie van de suikeronderneming Klampok gelegen in de residentie Banjoemas. De vennootschap had bij aanvang een kapitaal van ƒ 2.000.000,-, verdeeld in 2000 aandelen van ƒ 1000,-. De Factorij van de NHM trad op als gedelegeerde op Java. De suikerproductie werd in 1933 gestaakt en op voorstel van de commissarissen besloten de aandeelhouders op 26 april 1935 om tot ontbinding van de vennootschap over te gaan. Op een aandeelhoudersvergadering op 21 september 1936 werd de liquidatierekening goedgekeurd.

      • De NV Maatschappij tot Exploitatie van de Suikeronderneming Koning Willem II werd opgericht op 21 maart 1891. Zij was statutair gevestigd te Soerabaja. Doel was de exploitatie van de suikeronderneming Koning Willem II gelegen in het regentschap Sidoardjo. Het maatschappelijk kapitaal bedroeg bij aanvang ƒ 492.000,-, verdeeld over 984 aandelen van ƒ 500,-. In 1931 werd getracht met behulp van een nieuwe emissie het bedrijf te reorganiseren. Vanaf dat jaar voerde de NHM de directie over het bedrijf. De praktische uitvoering van deze taak werd toebedeeld aan de Factorij; de statutaire zetel werd daarom overgebracht naar Batavia. Gezien de slechte economische vooruitzichten werd reeds in 1934 besloten de fabrieksinstallatie te slopen en de eigendommen te gelde te maken. In 1937 besloten de aandeelhouders tot liquidatie van de vennootschap. Op 29 december 1939 werd de liquidatierekening vastgesteld en de vennootschap ontbonden.

      • De NV Lebak Roto Cultuur Maatschappij werd opgericht op 10 november 1893. De maatschappij was statutair gevestigd te Amsterdam. Statutair doel van de maatschappij was aanvankelijk enkel de exploitatie van de koffieonderneming Geneng, gelegen op Java in het district Toeren, afdeling Malang, residentie Pasoeroean. De onderneming Geneng produceerde later ook andere producten, waaronder rubber. Bij statutenwijziging van 1936 werd de doelstelling verbreed tot exploitatie van landbouwondernemingen in Nederlands-Indië, het opkopen en bewerken van grondstoffen en producten, de handel hierin en deelneming in andere vennootschappen, voorzover het de eigen onderneming ten goede kwam. Het startkapitaal bedroeg ƒ 400.000,-, verdeeld in 160 gewone aandelen van ƒ 2500,-. Bij statutenwijziging van 1906 werd de waarde van de gewone aandelen teruggebracht tot ƒ 500,-, [ƒ 80.000] terwijl daarnaast 160 preferente aandelen à ƒ 250,- [ƒ 40.000] werden uitgegeven. De directie was vanaf de oprichting gesplitst in een Frans en Nederlands deel. In Frankrijk was dit vanaf de oprichting tot de liquidatie het bankiershuis Mirabaud, Paccard Puerari & Cie te Parijs. In Nederland trad aanvankelijk de handelsfirma Gebroeders Hartsen te Amsterdam op als directeur, hierin vertegenwoordigd door haar chef J. Bierens de Haan. Na diens overlijden op 3 augustus 1911 werd door de aandeelhoudersvergadering van 1912 de NHM als directeur aangewezen. De NHM wees aanvankelijk haar agent te Soerabaja aan als gedelegeerde ter plaatse. Vanaf november 1921 werd het delegaatschap overgedragen aan de NV Kooy & Co's Administratiekantoor te Soerabaja, vanaf oktober 1949 NV Kooy & Coster van Voorhout. Vanaf 18 september 1950 was de maatschappij als gevolg van de oorlogsverwoestingen in liquidatie, welk proces in 1958 werd afgerond. De NHM trad op als vereffenaar en werd aangewezen als bewaarder van het archief na afronding van de liquidatie.

      • De NV Cultuur Maatschappij Lho Soekon te Amsterdam werd opgericht op 28 maart 1928 door de NHM en Hendrik van de Wetering, directeur van meerdere cultuurmaatschappijen. Als statutair doel werd bij de oprichting vastgelegd: het drijven van landbouwondernemingen in Nederlandsch-Indië [met uitzondering der residentiën Soerakarta en Djokjakarta], op gronden, welke door de vennootschap aldaar in eigendom, erfpacht, huur of onder welken titel ook mochten worden verkregen; het planten, opkoopen en voor de markt bereiden van landbouwproducten, zoomede alles, wat met het vorenstaande in verband staat, en den verkoop van de producten. Na een statutenwijziging in 1938 werd het doel omschreven als

        1. de exploitatie van landbouwondernemingen in Nederlandsch-Indië;
        2. het opkoopen en bewerken van van elders verkregen grondstoffen en producten;
        3. den handel in de verkregen producten.

        Het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap bedroeg ƒ 3.010.000,- verdeeld in 3000 gewone aandelen van ƒ 1000,-, waarvan 1000 aandelen geplaatst, en 10 preferente aandelen van ƒ 1000,-. De NHM bezat bij de oprichting 400 gewone aandelen en 5 preferente aandelen, de overige aandelen waren in handen van Van de Wetering. De oprichtingsvergadering benoemde Hendrik van de Wetering tot directeur. Het agentschap Medan van de NHM werd aangewezen als gedelegeerde van de maatschappij in Nederlands-Indië. De vennootschap kende geen commissarissen. Nadat de NHM de aandelen van Van de Wetering had overgenomen en dus enig aandeelhoudster was, werd zij door de aandeelhoudersvergadering van 5 februari 1930 tot directrice benoemd. In 1930 werd van de NHM de onderneming Kota Tengah aangekocht. De goederen van Lho Soekon werden gedurende de Tweede Wereldoorlog en de jaren daarna zodanig verwoest dat herstel niet mogelijk en rendabel werd geacht. Op 22 december 1950 besloten de aandeelhouders de vennootschap te ontbinden. De NHM werd volgens de statuten als directrice met de liquidatie belast. De NHM nam de nog op de onderneming resterende roerende goederen over. Op 23 december 1950 werd de slotbalans vastgesteld.

      • De NV Cultuur Maatschappij Meloewoeng werd in 1907 te Batavia opgericht. Statutair doel van de onderneming was het exploiteeren van ondernemingen van landbouw in Nederlandsch-Indië, zoowel door rubbercultuur als door cultuur van andere gewassen, het bereiden van producten alsmede de handel daarin. De maatschappij was eigenaresse van de rubberondernemingen Meloewoeng en Tjikentjreng. De onderneming Meloewoeng was gelegen in de provincie Midden-Java, residentie Banjoemas, regentschap Tjilatjap; de onderneming Tjikentjreng in de provincie West-Java, regentschap Tasikmalaja. In 1925 kocht de NV Koloniale Cultuur Compagnie alle aandelen Meloewoeng op; de financiering hiervan geschiedde met hulp van de NHM die de koopsom betaalde; het bedrag kwam ten laste van de bestaande consignatierekening. De KCC diende de aandelen Meloewoeng en haar verdere activa aan de NHM in onderpand te geven. De Factorij trad op als gedelegeerde van de KCC in Nederlands-Indië. Nadat de KCC in moeilijkheden was gekomen werd de NHM in 1931 eigenaresse van alle aandelen Meloewoeng. De vergadering van aandeelhouders van 10 november 1931 benoemde de NHM tot directrice, die ten deze vertegenwoordigd zou worden door de Factorij. Namens de NHM werd P.R. Zeeman door dezelfde vergadering benoemd tot commissaris.

      • Het plan tot oprichting van de NV Nederlandsch-Indisch Land Syndicaat [NILS] was afkomstig van J.H. Marinus, die kon bogen op ruime ervaring als Deliplanter. Hij wist oud gouverneur-generaal J.B. van Heutsz, H. Colijn en andere vooraanstaande personen voor zijn plannen te interesseren. Op 9 juni 1910 vond ten kantore van de NV Bataafsche Petroleum Maatschappij de oprichtingsvergadering plaats. Behalve Colijn en Marinus waren hierbij aanwezig H.W.A. Deterding, Jhr H. Loudon, A.J. Cohen Stuart [directieleden van de NV Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië] en C.J.K. van Aalst, directeur van de NHM. De aanwezigen zegden toe deel te nemen in het oprichtingskapitaal van ƒ 1.000.000,-, waarna op 5 augustus 1910 de akte van oprichting werd verleden. Marinus en Colijn werden met de leiding van het NILS belast. De oprichters hadden behalve een lucratief ook een ideëel doel voor ogen. Zij zagen het NILS als een nationale zaak en wilden een tegenwicht vormen tegen de buitenlandse maatschappijen die op grote schaal in Indië opereerden. Bovendien hoopten ze via het NILS de ontwikkeling van de buitengewesten te stimuleren. Begin 1911 trad Colijn terug wegens zijn benoeming tot minister van Oorlog. Hij zou echter achter de schermen een adviserende rol blijven spelen. Zijn plaats werd ingenomen door J.B. van Heutsz, die tot president-commissaris werd benoemd. Bij statutenwijziging van 11 december 1911 werd het maatschappelijk kapitaal verhoogd tot ƒ 10.000.000,-, waarvan geplaatst 90 aandelen A en 9550 aandelen B tot een waarde van ƒ 4.000.000,-. Bij de Rothschild-groep werd voor ƒ 2.000.000,- aandelen geplaatst; hiertegenover stond wel een claim van twee commissariszetels.

        Direct na de oprichting van de NV NILS werden P.C. van Steijn, H.J. Stoof en K.L.F.A. Thörig naar Indië gezonden om de nodige concessies aan te vragen en deze in kaart te brengen. Zij gingen zeer voortvarend te werk. Spoedig bleek echter dat de zaak wegens te omvangrijke aanvragen door de Indische overheid niet serieus werd genomen. Het geplaatste kapitaal werd te klein bevonden voor exploitatie van zulke uitgestrekte erfpachtgronden. Dit leverde een ernstige stagnatie op in de toewijzing van de gronden. Om het aanwezige kapitaal toch productief te maken, werden de koffie- en rubberondernemingen Kerasaän en Bah Bajoe overgenomen van de Si-Antar Sumatra Rubber Compagnie. Ook werden aandelen genomen in de NV Algemeene Nederlandsch-Indische Thee-Cultuur Maatschappij en de NV Maatschappij voor Vezelindustrie. Het zou nog tot 1912 duren voor de voorlopige toewijzingen afkwamen; nog in datzelfde jaar werd de theeonderneming Bah Biroeng Oeloe geopend. De firma Tiedeman & Van Kerchem te Batavia werd benoemd tot superintendent [beheerder]. Wegens de snelle uitbreiding van het theeareaal ter Oostkust van Sumatra werd in 1912 in Pematang Siantar een Hoofdadministratie ter Oostkust van Sumatra gevestigd. In de residenties Benkoelen en Palembang werden in de jaren 1916-1919 op de verkregen erfpachtpercelen een zestal bergcultuurondernemingen [koffie, rubber, kina en palmolie] gevestigd. Voor het beheer werd in 1919 een Hoofdadministratie in Zuid-Sumatra ingericht op de onderneming Pematang Danau te Tjoeroep.

        Het opstarten van de ondernemingen had zoveel geld opgeslokt, dat veel aandeelhouders niet bereid waren om meer kapitaal in de vennootschap te steken. Een gunstig bod in 1917 van de NV Handelsvereeniging Amsterdam [HVA] bood de gelegenheid tot verkoop. De NHM was fel tegen verkoop en besloot daarop [vrijwel] alle aandelen over te nemen. Het NILS bleef echter als zelfstandige onderneming functioneren. Gunstige bedrijfsresultaten bleven vooralsnog uit: slechte afzetmogelijkheden als gevolg van de Eerste Wereldoorlog, slecht beheer van de ondernemingen, ziekten in het gewas en te hoge uitgaven in Indië waren hiervan de oorzaken. De NHM voerde drastische bezuinigingen door. Enkele ondernemingen werden verkocht, niet bruikbare concessies werden aan het gouvernement teruggegeven en directeur Marinus werd in 1920 naar Indië gezonden om ter plaatse de directie te gaan voeren. Nadat hij in 1927 was teruggeroepen, werd ook in Nederland gereorganiseerd. Vele commissarisvacatures [onder andere Van Heutsz, Colijn, Jhr Loudon waren afgetreden] waren intussen niet opgevuld. In 1927 werd ter vervanging van directie en Raad van Commissarissen een Raad van Beheer geïnstalleerd. Drie leden van de Raad van Beheer, waaronder Marinus, werden belast met de dagelijkse leiding. Het beheer in Indië werd opgedragen aan een gedelegeerde, vanaf 1935 aan een vertegenwoordiger, die verbonden was aan het NHM-agentschap in Medan. De zaken in Indië floreerden, mede onder invloed van de internationale conjunctuur, totdat begin jaren '30 de crisis haar intrede deed. Producten werden bijna onverkoopbaar, thee- en kinarestricties bleken noodzakelijk en het personeel kreeg een loonsverlaging. Het einde van de jaren '30 liet een nieuwe opleving zien, doch spoedig daarna brak de Tweede Wereldoorlog uit.

        In 1938 werd de NHM benoemd tot directrice van de NV NILS. Het NILS-hoofdkantoor werd opgeheven en ondergebracht in het hoofdkantoor van de NHM aan de Vijzelstraat in Amsterdam. In 1950 werd het kapitaal vergroot met een emissie van 2750 aandelen van ƒ 1000,- om de rehabilitatie [herstel] van de ondernemingen op Sumatra mogelijk te maken. De naam werd in 1950 gewijzigd in NV Nederland-Indonesië Land Syndicaat. De Afdeling Cultures van het agentschap Medan voerde vanaf 1952 zowel het bewind over de NILS-ondernemingen in Zuid- en Oost-Sumatra, als over de bergcultuurondernemingen van de Serdang Cultuur Maatschappij. In 1959 werden de bedrijven van het NILS genationaliseerd. In 1962 werd de statutaire naam gewijzigd in NV Nederlands Land Syndicaat. In 1982 ging de Algemene Bank Nederland als rechtsopvolgster van de NHM over tot verkoop van de onderneming. Het Nederlands Land Syndicaat werd een beleggingsmaatschappij. De naam werd in 1985 gewijzigd in Pinede BV.

        • J.H. Marinus, 05 aug 1910-01 mrt 1927
        • H. Colijn, 05 aug 1910- 30 jan 1911
        • M.J. Salm, 16 feb 1918-01 dec 1920
        • NHM/ABN-Amsterdam, 25 jul 1938-1982
        • C.J.K. van Aalst, 05 aug 1910-01 mrt 1927
        • H. Colijn, 29 jun 1914-15 aug 1924
        • H.W.A. Deterding, 05 aug 1910-15 sep 1917
        • A.J. Cohen Stuart, 05 aug 1910-15 sep 1917
        • jhr H. Loudon, 05 aug 1910-16 jun 1925
        • J.B. van Heutsz, 30 jan 1911-13 nov 1922
        • S.C. van Musschenbroek, 04 dec 1911-najaar 1914
        • F. Lane, 04 dec 1911-15 sep 1917
        • L.A. Auerbach, 04 dec 1911-15 sep 1917
        • N.J. Hoorweg, 15 sep 1917-01 mrt 1927
        • A.W.F. Idenburg, 17 nov 1917-sep 1918
        • F.P.J. Vester, 11 dec 1918-01 mrt 1927
        • Ph.J. Priesman, 30 aug 1926-01 mrt 1927
        • N.R. Boon, 30 aug 1926-01 mrt 1927
        • C.J.K. van Aalst, 01 mrt 1927-16 mei 1934
        • N.J. Hoorweg, 01 mrt 1927-25 jul 1938
        • J.H. Marinus, 01 mrt 1927-mei 1930
        • J. Bierens de Haan, 01 mrt 1927-16 mei 1934
        • J.C.A. Everwijn, 01 mrt 1927-30 jul 1929
        • D. Crena de Iongh, 01 mrt 1927-25 jul 1938
        • M. Taudin Chabot, 30 jul 1929-25 jul 1938
        • A.A. Pauw, 03 sep 1930-25 jul 1938
        • C.J. baron Collot d'Escury, 16 mei 1934-25 jul 1938
        • M.J. Salm, 15 mrt 1913-15 sep 1917
        • B.F. Cambier, 15 sep 1917-01 mei 1921
        • J.H. Marinus [wnd], 01 mei 1921-01 jan 1927
        • jhr A.J.B. van Suchtelen van de Haaremedio, 1919-01 jun 1922
        • H.F.H. Sennhauser, 01 jun 1922-05 jul 1927
        • M.J. Herbschleb, jan 1927-okt 1930
        • F.J.K. van der Wal, okt 1903-okt 1933
        • K.F. Zeeman, okt 1933-dec 1935
        • jhr C.A.L. van der Wijck, dec 1935-mei 1937
        • C.F.H. de Vries, mei 1937-feb 1938
        • P. Colijn, feb 1938-jul 1938
        • jhr C.A.L. van der Wijck, jul 1938-mrt 1942
      • De Handels- en Cultuur Compagnie Noord-Celebes werd opgericht te Amsterdam op 17 augustus 1920 als voortzetting van de koprahandel die de NHM voordien al in Menado dreef met H. Hieronimus en H.C.G.B. Marmelstein. Het maatschappelijk kapitaal bedroeg bij oprichting ƒ 1.000.000,-, waarvan 50% werd volgestort. De NHM nam een meerderheidsbelang van 255 aandelen, tegen Hieronimus 245 aandelen. In 1923 werd 40% op het aandelenkapitaal afgeschreven. Na het overlijden van directeur Hieronimus in 1925 nam de NHM diens aandelen van de erfgenamen over. Aanvankelijk was de directie in Warmond en 's-Gravenhage [1920-1925] gevestigd, vanaf 1 mei 1925 in de NHM-burelen in Amsterdam. Als hoofdagent in Menado traden op H.C.G.B. Marmelstein [1920-1923] en A.J. d'Angremond [1923-1937]. Marmelstein was tevens vertegenwoordiger van de vennootschap in Nederlands-Indië. Wegens tegenvallende resultaten besloot de NHM op 30 november 1937 over te gaan tot liquidatie, die op 13 december 1938 werd afgerond.

      • De NV Cultuur Maatschappij Peterongan werd opgericht te Amsterdam op 4 oktober 1907, en was als zodanig een voorzetting van de in Soerabaja gevestigde NV Cultuur Maatschappij Peterongan in liquidatie. Doel van de nieuwe vennootschap was voortzetting van de exploitatie van de suikeronderneming en suikerfabriek Peterongan, gelegen in de afdeling Djombang op Java. Zij beschikte daartoe over een aandelenkapitaal van ƒ 1.000.000,-, verdeeld in 1000 aandelen van ƒ 1000,-. In 1929 nam de NHM de nog niet in haar bezit zijnde aandelen over. In een buitengewone vergadering van aandeelhouders op 15 december 1936 werd besloten de vennootschap te ontbinden. De liquidatie was op 2 december 1940 voltooid.

      • De NV Cultuur Maatschappij Ploembon werd opgericht te Batavia op 9 mei 1896. Doel van de vennootschap was voortzetting van de exploitatie van de suikeronderneming Soerawinangoen, gelegen in de residentie Cheribon. Zij beschikte hiertoe over een maatschappelijk kapitaal van ƒ 540.000,-, verdeeld in 540 aandelen van ƒ 1000,-. In 1901 werd de NHM directrice en werd het kapitaal verhoogd met ƒ 160.000,-; in 1923 werd het kapitaal opnieuw verhoogd tot ƒ 1.500.000,-. De NHM had vanaf het begin een meerderheidsaandeel vanwege de schulden die de vorige eigenaren in de loop van jaren bij de Factorij hadden opgebouwd. De aandeelhoudersvergadering van 28 september 1938 besloot tot liquidatie van de vennootschap over te gaan, omdat een lonende exploitatie niet meer mogelijk werd geacht.

      • De NV Landbouwmaatschappij Poerwodadi werd opgericht in 1904 voor een periode van 30 jaar. Op 9 april 1935 vond de heroprichting plaats. De NHM was enig aandeelhoudster. Het maatschappelijk kapitaal bedroeg bij aanvang ƒ 1.000.000,-, waarvan de helft geplaatst en volgestort. Doel van de vennootschap was de exploitatie van de suikeronderneming Poerwodadi, gelegen in de afdeling Magetan, residentie Madioen. In 1950 werd de maatschappij overgenomen door de NV Landbouwmaatschappij Tersana. De vergadering van aandeelhouders van 31 december 1951 besloot tot ontbinding van de vennootschap. Deze suikeronderneming was een der oudste op Java. Voor een geschiedenis zie het gedenkboek: Een eeuw suikercultuur, Suikerfabriek Poerwodadi 1833-1933.

      • De NV Serdang Cultuur Maatschappij [SCM] werd opgericht te Amsterdam op 23 april 1917, als gevolg van de liquidatie van de op 8 oktober 1894 opgerichte NV Serdang Tabak Maatschappij [STM], die in 1916 haar activa in de nieuw op te richten maatschappij inbracht tegen verwisseling van aandelen. Als doel van de nieuwe vennootschap werd geformuleerd: de cultuur van tabak, rubber en klappers op zodanige gronden in Nederlands-Indië als door de vennootschap in eigendom, erfpacht, huur of onder welke titel ook, mochten worden verkregen. De STM had bij haar oprichting drie ondernemingen overgenomen van de Netherlands India Sumatra Tobacco Company Ltd. Nadien zou de SCM in het Serdangse exploiteren: de tabaksonderneming Adolina, de rubberonderneming Adolina Oeloe/Batang Trap [inclusief de tabaksonderneming Tjoekir] en de klapperonderneming Bobongan. Het areaal werd in 1926 uitgebreid met de theeonderneming en theefabriek Redelong Noord, gelegen in de naburige Atjehse Gajo- en Alaslanden. Producten van de SCM werden door de NHM in consignatie op de markt gebracht. Bij oprichting in 1917 bedroeg het maatschappelijk kapitaal ƒ 3000.000,- waarvan ƒ 1.025.000,- gestort. Door uitbreidingen werd het kapitaal in de twintiger jaren geleidelijk op ƒ 7.500.000,- gebracht, waarvan ƒ 2.000.000,- geplaatst. In 1930 werden onderhandelingen gevoerd met de Senembah Maatschappij over een eventuele fusie. Deze sprongen af, evenals de pogingen in 1937 van de Rubber Cultuur Maatschappij Amsterdam tot overname van de aandelen. In april 1939 verwierf de NHM vrijwel het gehele aandelenpakket. De NHM [Tweede Afdeling] voerde vanaf 1 mei 1939 de directie; het NHM-agentschap te Medan werd als gedelegeerde in Indië benoemd.

        Na de eerste politionale actie in 1947 konden de in het landschap Serdang gelegen ondernemingen, die zich in redelijke staat bevonden, weer in productie genomen worden. De theeonderneming Redelong Noord - in de Atjehstreken gelegen - moest gezien de onveiligheid in 1952 afgeschreven worden. De Afdeling Cultures van het agentschap Medan voerde vanaf 1952 het bewind over de bergcultuurbelangen van de NHM op Sumatra, te weten over de ondernemingen van de NILS en de SCM. Per 1 juni 1959 werden de bedrijven van de SCM genationaliseerd. In 1963 vond een vrijwel gehele afschrijving plaats van de balanswaarde van de bedrijven.

      • De NV Surinaamsche Cultuur Maatschappij werd opgericht te Amsterdam op 16 november 1906 door J.W. van Aalst, directeur van de Maatschappij tot Exploitatie der Plantage Dordrecht. Laatstgenoemde maatschappij werd in de nieuwe vennootschap ingebracht. Aandeelhouders waren de NHM-directieleden C.J.K. van Aalst, A. Muller en W.J. Bierens de Haan. De directie was gevestigd te 's-Gravenhage. Het maatschappelijk kapitaal bedroeg bij aanvang ƒ 100.000,-, maar werd in 1927 verhoogd tot ƒ 500.000,-. In 1907 werd de plantage Peperpot aangekocht. Aanvankelijk doel was de bacoventeelt; later werd de productie met koffie, rubber en cacao uitgebreid. Na de Tweede Wereldoorlog nam het agentschap Suriname in Paramaribo, dat al de Centraal Fabriek Mariënburg beheerde, de directie over. In 1958 werd de plantage Slootwijk aangekocht, die echter in 1963 weer werd verkocht. In 1964 stootte de NHM al haar cultuurbelangen in Suriname af door de verkoop van de suikeronderneming Mariënburg en de Surinaamsche Cultuur Maatschappij aan de NV Rubber Cultuur Maatschappij Amsterdam.

      • De NV Cultuur Maatschappij Tersana werd opgericht op 18 november 1898. Zij was gevestigd te Batavia. Doel was de exploitatie van de suikerfabrieken Tersana, Tjiledoek en Kalimaro. De NHM had een meerderheidsbelang in deze vennootschap, die onder beheer stond van de Factorij. Spoedig bleek echter dat een efficiënte verwerking van het suikerriet niet mogelijk was. Besloten werd de fabrieken te slopen en de productie in een nieuwe fabriek Nieuw-Tersana te concentreren. De bestaande vennootschap werd als zodanig ingebracht in de op 23 maart 1905 te Amsterdam opgerichte NV Landbouwmaatschappij Tersana met een maatschappelijk kapitaal van ƒ 2.000.000,-. Als gevolg van de productiebeperkingen gedurende de crisisjaren werd het quotum van de NHM-suikerfabriek Loewoeng Gadjah in 1936 bij Nieuw-Tersana ondergebracht. Na de eerste politionele actie kon de nog vrijwel geheel intact zijnde fabriek in 1947 weer in gebruik genomen worden. In 1950 werd besloten tot overname van de NV Landbouwmaatschappij Poerwodadi, waartoe het maatschappelijk kapitaal werd verhoogd tot ƒ 2.000.000,-. Het bedrijf in Indonesië werd in 1959 genationaliseerd. In 1962 besloot de vergadering van aandeelhouders tot een terugbetaling van ƒ 175,- op ieder aandeel, waardoor het nominaal bedrag van het aandeel op ƒ 825,- werd gebracht. Het doel van de thans lege NV werd in algemene zin uitgebreid: de vennootschap zal ook kunnen deelnemen in andere vennootschappen of ondernemingen.

      • De NV Maatschappij tot Exploitatie der Suikerfabriek Wonoredjo werd opgericht te Soerabaja op 16 december 1892. Doel was de overname en verdere exploitatie van de in de afdeling Bangil, residentie Pasoeroean, gelegen suikeronderneming Wonoredjo. In 1905 nam de NHM alle aandelen over; vanuit Amsterdam voerde zij de directie over de vennootschap. Na vergroting van het maatschappelijk kapitaal werd de onderneming per 30 oktober 1907 voortgezet onder de naam NV Landbouw Maatschappij en Suikerfabriek Wonoredjo. Vanwege de productiebeperkingen opgelegd aan de suikerindustrie op Java besloot de NHM tot liquidatie van de vennootschap over te gaan ingaande 15 december 1936. Op 12 december 1939 was de liquidatie voltooid.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in