gahetNA in het Nationaal Archief

NHM

2.20.01
D.J. Wijmer, A.M. Tempelaars
Nationaal Archief, Den Haag
1998
(c)

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.20.01
Auteur: D.J. Wijmer, A.M. Tempelaars
Nationaal Archief, Den Haag
1998
(c)

Periode:

1677-1994
merendeel 1824-1964

Omvang:

1154,00 meter; 15665 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Een klein gedeelte is gesteld in talen als het Engels, het Frans, het Duits, het Indonesisch, het Chinees en het Japans.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften. Het archief bevat kaarten en foto's.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De NHM werd in 1824 opgericht ter bevordering van de Nederlandse handel overzee. Het archief bevat stukken over de oprichting, organisatie (aandeelhouders, notulen (met bijlagen) van de raad van commissarissen, balansen en resultatenrekeningen (met memories van toelichting), notulen van de directie (inclusief geheime), met toegangen en notulen van directie en commissarissen gezamenlijk) en bedrijfsvoering (financiën, boekhouding, gebouwen, personeel). Er is correspondentie van binnen- en buitenlandse agenten, van diverse ministeries (oa. Koloniën), van bedrijven (meest financiële instellingen oa. DNB), van binnen- en buitenlandse ondernemingen en van particulieren. Qua toegangen zijn er voor de 19e eeuw de indicateurs en agenda's. Verder bevat het archief in- en uitgaande correspondentie van de Secretarie (later de afdeling Algemene Zaken) en van de Factorij, met agenda's; uitgifte, overschrijving en registratie van aandelen (meest registers); de boekhouding (rekeningen-courant, grootboeken, journalen, memorialen); het personeel (reglementen en instructieboeken); jaarverslagen, grootboeken en journalen van de Factorij; jaarverantwoordingsstukken buitenlandse agentschappen en diverse stukken m.b.t. de agentschappen in Japan.

Het archief bevat tevens stukken betreffende de bemoeienis van de directie met de bedrijfsvoering met toezicht op onder meer de financiële sector, de vervoerssector, de industriële sector, de mijnbouwsector, de handelssector en cultuurmaatschappijen in Oost en West. Daarnaast zijn er archiefbescheiden aanwezig met betrekking tot de teelt van suiker, koffie, oliepalmen, rubber, tabak, thee. Verder zijn er archieven van de verschillende agentschappen, van de diverse eigen cultuurondernemingen en van de door de Nederlandsche Handelsmaatschappij overgenomen financiële instellingen zoals die van de NV De Rentekas en van de Surinaamsche Bank.
Tenslotte zijn er ook gedeponeerde archieven aanwezig van enkele (handels)compagnieën, maatschappijen en vereenigingen en archivalia van diverse personen. Het archief bevat tevens nog allerlei documentatie in de vorm van artikelen, boeken, foto's, tekeningen en kaarten.

Archiefvormers:

  • Aalst, C.J.K. van
  • Clercq, W. de
  • Commissie tot onderzoek der usanties bij de Weging van Indisch Produkt
  • Crena de Iongh, D.
  • Grote Koopmansbeurs, Raad van Commissarissen
  • Heldring, Balthazar
  • Heldring, E.
  • Holland Centraal-Amerika Handels-Compagnie
  • Maatschappij tot Exploitatie van de Suiker-Onderneming Koning Willem II
  • Minahassa Comité, penningmeester
  • Nederlands Syndicaat voor China
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Agentschap Decima / Nagasaki
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Agentschap Hiogo
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Agentschap Nijverdal
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Agentschap Osaka
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Agentschap Yokohama
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Hoofdagent in Japan
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Hoofdkantoor
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Modelweverij te Nijverdal
  • Nederlandse Handel-Maatschappij, NV, Weefschool te Goor
  • NV Administratiekantoor der Nederlandse Handel-Maatschappij
  • NV Administratiekantoor van aandelen Koninklijke Nederlandsche Hoogovens en Staalfabrieken
  • NV Assurantiebedrijf der Nederlandsche Handel-Maatschapij
  • NV Auto-Crediet
  • NV Cultuur Maatschappij Boekit Gompong
  • NV Cultuur Maatschappij Doekoewringin
  • NV Cultuur Maatschappij Kebon Hardjo
  • NV Cultuur Maatschappij Ketangoengan-West
  • NV Cultuur Maatschappij Klampok
  • NV Cultuur Maatschappij Lho Soekon
  • NV Cultuur Maatschappij Meloewoeng
  • NV Cultuur Maatschappij Peterongan
  • NV Cultuur Maatschappij Ploembon
  • NV Cultuur Maatschappij Tersana
  • NV De Spaarne-Bank
  • NV Geldersche Credietvereeniging
  • NV Handels- en Cultuur Compagnie Noord-Celebes
  • NV Internationale Producten Compagnie
  • NV Landbouw Maatschappij Boekit Gompong
  • NV Landbouw Maatschappij Commewijne
  • NV Landbouw Maatschappij en suikerfabriek Wonoredjo
  • NV Landbouw Maatschappij Poerwodadi
  • NV Landbouwmaatschappij Tersana
  • NV Lebak Roto Cultuur Maatschappij
  • NV Limburgsche Bankvereeniging
  • NV Maatschappij tot Exploitatie der Suikerfabriek Wonoredjo
  • NV Maatschappij voor Nijverheid en Land-exploitatie in de Transvaal
  • NV Nederlands Land Syndicaat
  • NV Nederlandsch Syndicaat voor China
  • NV Nederlandsch Syndicaat voor Industrieëlen Export
  • NV Nederlandsche Crediet en Financiering Maatschappij
  • NV Nederlandsche Effecten Compagnie
  • NV Nederlandsche Maatschappij voor de Walvisvaart, Raad van Commissarissen
  • NV Nederlandsche Zuid-Afrikaansche Stoomvaart Maatschappij, 'De Holland-Zuid-Afrika Lijn', College van Commissarissen
  • NV Nederlandsche-Indisch Pers Agentschap
  • NV Nederlandsch-Indisch Land Syndicaat
  • NV Philips & Co's Bank
  • NV Rentekas
  • NV Serdang Cultuur Maatschappij
  • NV Surinaamsche Cultuur Maatschappij
  • NV Surinaamsche Immigratie Maatschappij
  • NV West-Indische Cultuurbank
  • NV Zuid-Afrikaansche Scheepvaart Maatschappij, College van Commissarissen
  • Rijswijksche Bank NV
  • Stichting Studiefonds voor Werkverruiming
  • Surinaamsche Bank NV, De
  • Taudin Chabot, M.
  • Vereeniging ter bescherming van de belangen van houders van 8% Chineesche schatkistbiljetten van, 1920 in guldens
  • Vereniging van Importeurs
  • Vereniging van Thee-Importeurs
  • Walree, Emile David van

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

    • De Afdeling Secretarie functioneerde vanaf de oprichting van de maatschappij in 1824, en ressorteerde vanaf het begin onder de directiesecretaris. Het huishoudelijk reglement voor de directie omschreef ook de taken van de secretaris. Het kwam erop neer dat deze onder het oppertoezicht van de president, in ieder geval tot 1908 alle takken van werkzaamheden bestuurde die niet aan een van de andere afdelingen waren toegewezen; dit waren kortom alle werkzaamheden buiten de sfeer van de feitelijke vervulling van de statutaire doelstellingen. De Secretarie hield zich dus bezig met ‘voorwaardenscheppende’ taken, gericht op het soepel laten functioneren van de rest van het bedrijf. Uitzondering hierop waren in de negentiende eeuw onderdelen van de comptabiliteit, die bij één en tijdelijk enkele van de andere afdelingen waren ondergebracht.

      De statuten noemen de volgende taken van de secretaris en de Afdeling Secretarie met name:

      • algemeen toezicht over de bureau’s en geëmployeerden der directie en de afdeling zelf, de bibliotheek alsmede over het gebouw op zich;
      • verzorgen van de convocaties voor de dagelijkse directievergaderingen;
      • bijhouden, contrasigneren en bewaren van de registers van de gewone en confidentiële processenverbaal alsmede de geheime aantekeningen van de directievergaderingen, van de vergaderingen van de Raad [vanaf 1851 Verenigde Vergadering van Directie en Commissarissen] en de vergaderingen van aandeelhouders, en op last van de president eventueel van de vergaderingen van de Raad van Commissarissen;
      • notuleren van vergaderingen van bijzondere commissies;
      • zorg voor een geregelde circulatie van stukken onder de leden der directie;
      • contrasigneren van alle correspondentie [uitgezonderd die betreffende routinematige transacties] en akten, alsmede toezicht op de redactie daarvan;
      • contact met de hoofden der afdelingen inzake de besluiten der directie en de afhandeling daarvan;
      • afhandeling van vertrouwelijke directiezaken;
      • contact met de leden van de Raad van Commissarissen;
      • opstellen van de vereiste reglementen, instructies, circulaires, uitleg van besluiten;
      • afhandeling van juridische aangelegenheden;
      • afhandeling van personeelsaangelegenheden, met name inzake pensioenen en stafpersoneel voor het buitenland;
      • secretarie-correspondentie met de Factorij en de agentschappen in binnen- en buitenland;
      • beheer van het archief; de geheime aantekeningen en het archief van het Kabinet van de President werden door de secretaris persoonlijk beheerd; de secretaris hield bovendien persoonlijk een inventaris bij van de in de aparte brandvrije kluis bewaarde waardevolle stukken;
      • zorg voor het bijhouden van de algemene indicateur op het archief;
      • syndicaten en emissies, met name correspondentie inzake de materiële en financiële afwikkeling;
      • bouwzaken;
      • afhandeling van subsidies en lidmaatschappen;
      • afhandeling van de ingekomen en uitgaande post, inclusief de decodering en doorzending naar afdelingen van alle binnenkomende telegrammen;
      • interne huishoudelijke zaken als telefoon, radio, buizenpost etc.;

      Voor een aantal van de genoemde taken bestonden subafdelingen of bureaus; met name voor de negentiende eeuw zijn deze echter moeilijk grijpbaar.

      De Secretarie vervulde niet al deze taken gedurende het gehele bestaan van de maatschappij. Naarmate het bedrijf in omvang en complexiteit toenam verschoven taken naar andere, deels nieuw gevormde, afdelingen. Een grote wijziging vond plaats in 1908 met de vorming van een Afdeling Algemene Zaken, die met name staftaken als de juridische zaken en de voorbereiding van syndicaten en emissies overnam. Vanaf 1912 verhuisden tevens een aantal meer uitvoerende werkzaamheden van het binnen de NHM vrij kort daarvoor opgezette effectenbedrijf naar een nieuwe Afdeling Effecten. De Secretarie behield op dit terrein slechts een deel der financiële afwikkeling. De Secretarie kreeg hiermee steeds meer het karakter van een facilitaire dienst. De correspondentie met de agentschappen Rotterdam en ‘s-Gravenhage werd in 1934 overgenomen door de Directiesecretarie. In 1958 gingen alle nog onder de Secretarie ressorterende personeelszaken over naar een afzonderlijke Afdeling Personeelszaken.

      In 1958 werden de Secretarie én de Afdeling Algemene Zaken weer gecombineerd tot één afdeling onder de naam Secretarie.

    • De Afdeling Algemene Zaken werd ingesteld in 1908, vermoedelijk samenhangend met de verandering in zowel omvang als aard van het werkterrein der NHM in de voorafgaande decennia. De nieuwe afdeling was feitelijk een afsplitsing van de Secretarie en nam van deze met name deze taken over die tegenwoordig wel met de term stafdiensten worden aangeduid. Tot de aan de afdeling toebedeelde taken behoorden de juridische zaken, de afhandeling van klachten en reclames, de clearingaangelegenheden [ca 1930-19401, de voorbereiding van kredieten (1934-1937), de executele en bewindvoering [vermogensbeheer], onderdelen van het effectenbedrijf, de belastingaangelegenheden voor derden [vanaf juni 1945], de interne en externe voorlichting, in en kort na de Tweede Wereldoorlog de deviezenaangelegenheden en het internationale betalingsverkeer en verder managementondersteunende activiteiten op het gebied van research. De uitvoering van een aantal van deze taken was ondergebracht in aparte onderafdelingen:

      • Juridisch Bureau [1908-19581, afwikkeling van Juridische zaken;
      • Economisch Bureau [ -1958], research en verzorging van publicaties;
      • Contact-Bureau [], handelsvoorlichting aan en bemiddeling voor relaties, zowel intern als extern; in [1 ondergebracht bij het Economisch Bureau;
      • Centraal Relatie Archief [1943- ], opbouw van een gegevensbank inzake alle relaties van de NHM;
      • Agentschappen;
      • Bureau Bijzondere Financieringen [].

      Op 15 oktober 1934 besloot de directie in het kader van een algehele reorganisatie van het bedrijf tot opheffing van de Afdeling Algemene Zaken per 22 oktober van dat jaar, en vervanging van deze afdeling door een Afdeling Directiesecretarie. Dit lijkt meer dan het in werkelijkheid was: in feite werd de oude afdeling voortgezet onder een andere naam en met toevoeging van een aantal nieuwe taken. Het personeel van Algemene Zaken ging over naar de nieuwe afdeling, die kwam te ressorteren onder de directiesecretaris. De Directiesecretarie nam de werkzaamheden en dossiers van de Afdeling Algemene Zaken over. Zij kreeg daarenboven de taak om in samenwerking met de betreffende afdelingen de behandeling van kredietvoorstellen voor te bereiden, deze in te dienen bij de directie en de correspondentie inzake toekenning dan wel afwijzing te voeren. Al in 1937 echter werd de kredietvoorbereiding overgeheveld naar de organen die op dat moment met de uitvoering waren belast, te weten de Provinciale Centrale, de agentschappen Rotterdam en Amsterdam en de Eerste en Vijfde Afdeling van het hoofdkantoor. De Directiesecretarie behandelde verder alle klachten en reclames, voerde de correspondentie met de agentschappen Rotterdam en ‘s-Gravenhage (tot dan Secretarie) en behandelde de aangelegenheden inzake deelnemingen en betreffende door directieleden namens de NHM beklede, dus bedrijfsgebonden, commissariaten en bestuursfuncties, alsmede de administratie van de vele lidmaatschappen van der NHM.

      Vanwege mogelijke naamsverwarring met de Afdeling Secretarie kreeg de afdeling in 1943 haar oude naam Algemene Zaken terug. In 1958 werd de afdeling opgeheven; haar taken werden weer ondergebracht bij de Afdeling Secretarie, behalve het Economisch Bureau, dat tot zelfstandige afdeling werd verheven.

    • Sinds 1915 had de NHM een samenwerkingsovereenkomst met de Geldersche Credietvereeniging [GCV] NV te Arnhem. Via deze overeenkomst kon de NHM voor binnenlandse transacties beschikken over de faciliteiten die het provinciale kantorennet van de GCV bood. De GCV was met name sterk aanwezig in het oosten en zuiden van het land. In oktober 1936 nam de NHM de GCV over waarna het gehele bedrijf van de GCV in dat van de NHM werd geïncorporeerd. De NHM, die op dat moment enkel nog agentschappen bezat te Rotterdam en 's-Gravenhage, beschikte nu plotseling over een net van circa 60 eigen provinciale vestigingen, waarvan circa 40 agentschappen en circa 20 correspondentschappen. Om dit organisatorisch op te vangen werd op het hoofdkantoor een nieuwe afdeling in het leven geroepen, de Provinciale Centrale, die verantwoordelijk werd voor het contact met en het toezicht op provinciale kantoren, met uitzondering van Rotterdam en 's-Gravenhage. Hoofd van de afdeling werd H. Harmens, voormalig directeur van de GCV, die nu tevens werd benoemd tot onderdirecteur. Tevens werd de functie ingesteld van inspecteur van de Provinciale Centrale; hierin werden benoemd H.P.Th. Glerum, voormalig adjunct-directeur van de GCV en M. Sanders van de Directiesecretarie van de NHM.

      Het toezicht op de provinciale agentschappen betrof voor alles de kredietverlening. De Provinciale Centrale zelf had de bevoegdheid kredieten tot een zeker bedrag [in 1936 ƒ 25.000,-] goed te keuren zonder toestemming van de directie vooraf. Wel diende na verlening hiervan aan de directie mededeling te worden gedaan. In september 1946 kregen de grotere agentschappen de bevoegdheid kredieten tot ƒ 25.000,- zelfstandig te arrangeren, onder voorwaarde van onmiddellijke melding aan de Provinciale Centrale. De zelfstandige bevoegdheid van de Provinciale Centrale zelf werd uitgebreid tot ƒ 50.000,-. De meldingsplicht aan de directie beliep nu de kredieten van ƒ 25.000,- à ƒ 50.000,-.

    • De Eerste Afdeling ving haar werkzaamheden aan op 1 januari 1825. Van deze afdeling is voor de eerste jaren, anders als voor de andere afdelingen, geen duidelijk omschreven taakstelling bekend. In de eerste statuten wordt echter aan haar gerefereerd als de afdeeling van den Voorzitter. Zij fungeerde de eerste jaren derhalve als secretariaat of [onderdeel van het] Kabinet van de President. De door de afdeling behandelde brieven van onder meer het Kabinet des Konings en verschillende ministeries wijzen hier ook op [zie rubriek 2.1.2.1]. De president was immers statutair exclusief belast met de geheime en vertrouwelijke correspondentie met de hogere overheidsinstanties.

      Bij een per 1 januari 1828 doorgevoerde interne reorganisatie kreeg de Eerste Afdeling de taken toegewezen die tot dan door de Tweede Afdeling waren behartigd. Dit betekende dat zij verantwoordelijk werd voor de handels-operatien en het toezigt over al de factorijen, agenten en correspondenten, en in het algemeen, over alles wat voor de maatschappij zal moeten worden verrigt, bestuurd en onderhandeld, in de volgende landen en gewesten, te weten: in alle eilanden en landen ton Oosten van Kaap de Goede Hoop liggende, en met name op Java, in den Indischen Archipel en in geheel Oost-Indië; in China en de omliggende landen; de visscherijen, vooral in de Indische Zeeën, en al wat tot derzelver ondersteuning en bevordering strekken kan. Kortom: de Eerste Afdeling werd de afdeling voor alle zaken met het Oosten, uitgezonderd financierings- en incassozaken.

      De Eerste Afdeling behandelde verder vanaf het moment dat deze zich voordeden de zogeheten Amerikaanse zaken, waarmee de contacten met Noord-Amerika werden aangeduid. In 1880 werden deze, samenhangend met de oprichting van een agentschap te New York, ondergebracht in een aparte Afdeling Amerikaanse Zaken [zie inleiding Tweede Afdeling en rubriek 6.4] Per 1 oktober van datzelfde jaar werden de tot dan door de Tweede Afdeling behandelde Surinaamse zaken ondergebracht bij de Eerste Afdeling.

      Voor de periode 1880-1914 zijn de gegevens over de interne Organisatie schaars. Het is voor de NHM de periode van overschakeling naar het bankbedrijf, en voor de Eerste Afdeling die van omschakeling van ‘Indische Afdeling’ naar een afdeling die zich specifiek op bankzaken (met name kredietverlening) richte. De volgende taken werden afgestoten:

      • in 1904 de correspondentie betreffende Indische Producten [naar de Vierde Afdeling]
      • in 1912 de Indische Effectenzaken [naar de Afdeling Effecten]
      • in 1915 de Wissel- en Bankzaken met het Oosten [naar de Tweede Afdeling]
      • In 1919 de Cultuurzaken [naar de Tweede Afdeling]
      • In 1921 de Binnenlandse deposito’s [naar de Kasafdeling]

      De Eerste Afdeling bleef na 1915 wel de afgiften op de overzeese kantoren en de afrekening van de van die kantoren ontvangen remises c.a. behandelen. In 1918 kreeg zij tevens [weer?] de wisselportefeuille onder beheer. Volgens directiebesluit van 21 december 1922 werden per 1 januari 1923 een aantal rekeningen, tot dan gevoerd op de Eerste Afdeling, overgeheveld naar de Tweede Afdeling; het betrof rekeningen betrekking hebbend op Indische zaken, van kredietnemers die zelf in Indië hun eigen kantoren hadden. Wisselportefeuille en het openen van kredieten in Indië bleven onder de Eerste Afdeling.

      Van december 1921 tot 1924 bestond korte tijd een Afdeling Binnenland. Zij verzorgde de behandeling van de zuiver binnenlandse rekeningen, waarvan de onderpanden ook in Nederland gelegen waren; deze rekeningen waren tot dan behandeld door de Eerste Afdeling. Kredieten met goederenonderpand bleven bij de Eerste Afdeling. De Afdeling Binnenland werd verder belast met de behandeling der incassi; overwogen werd ook de reiskredieten bij de afdeling onder te brengen.

      Eind 1924 vond een herinrichting plaats van de werkzaamheden van de Eerste Afdeling en de Afdeling Binnenland, waarbij de laatstgenoemde afdeling werd opgeheven. Een deel van de taken van de Eerste Afdeling en voormalige Afdeling Binnenland meest het buitenlands betalingsverkeer betreffend, werd overgeheveld naar de nieuw opgerichte Vijfde Afdeling.

      De werkzaamheden van de 'nieuwe' Eerste Afdeling omvatten in algemene termen de guldensrekeningen van zowel banken als particulieren in binnen- en buitenland, alsmede het binnenlands incassobedrijf. Meer specifiek:

      • Binnenlandse banken:
        -- verwerking van opdrachten van binnenlandse bankiers aan de NHM en vice versa, feitelijk het onderling betalings- en chequeverkeer omvattend
        -- de administratie van de afgiften van Indië en buitenlandse correspondenten op binnenlandse bankiers
      • Correspondentie met rekening-couranthouders van de afdeling
      • Incasso's binnenland
      • Documentenbehandeling van Indische guldens-remises
      • Kredietverlening:
        -- administratie van zowel kwitantiekredieten als documentaire kredieten verleend door het hoofdkantoor (exclusief de Indische, zie Tweede Afdeling Bankzaken)
        -- voorbereiding speciale kredieten
      • Garanties
      • Deposito's
      • Informaties
      • Beheer eigen afdeling: afdelingsjournaals; archief; personeel

      Per 1 januari 1953 treedt een naamswijziging in werking: De Eerste Afdeling wordt Afdeling Binnenland.

    • De Tweede Afdeling ving haar werkzaamheden aan per 1 januari 1825. De eerste jaren was zij de afdeling voor de ‘zaken op de Oost’, dat wil zeggen de handels-operatien en het toezigt over al de factorijen, agenten en correspondenten, en in het algemeen, over alles wat voor de maatschappij zal moeten worden verrigt, bestuurd en onderhandeld, in de volgende landen en ge westen, te weten: in alle eilanden en landen ten oosten van Kaap de Goede Hoop liggende, en met name op Java, in den Indischen Archipel en in geheel Oost-Indië; in China en de omliggende landen; de visscherijen, vooral in de Indische Zeeën, en al wat tot derzelver ondersteuning en bevordering strekken kan.

      Bij een per 1 januari 1828 doorgevoerde interne reorganisatie werden genoemde taken ondergebracht bij de Eerste Afdeling. De Tweede Afdeling nam de taken van de Derde Afdeling over, en werd daarmee de afdeling voor de ‘zaken op Europa, de Levant en de West’, zijnde de handels-opera tiën en het toezigt over al de factorjen, agenten en correspondenten, en in het algemeen over alles wat voor de maatschappij zal moeten worden verrigt, bestuurd en onderhandeld, in de volgende landen en ge westen, te weten: in Madeira, de Kanarische en Kaap- Verdiesche Eilanden, benevens de westkust van Afrika, van Tanger tot en ingesloten de Kaap de Goede Hoop; in geheel Zuid-Amerika en Noord- Amerika, de West-Indiën, de Antilles en de Açorische eilanden; langs de kusten van de Middellandsche Zee, en derhalve in de Levant, Egypte, Klein-Azië, langs de kusten der Zwarte Zee en voorts in geheel Europa.

      De activiteiten van de NHM in de genoemde gebieden waren weinig succesvol, en de hier opgerichte agentschappen waren alle reeds voor 1830 weer opgeheven. De werkzaamheden van de afdeling stelden in omvang dan ook weinig voor. Van enige importantie waren enkel de Amerikaanse en Surinaamse zaken. Een werkverdeling in 1834 tussen de leden van de directie belastte directeur De Clercq onder meer met de liquidatie der nog uitstaande zaken tot de 2e afdeeling behoorende. En uit opgaven der werkzaamheden van de verschillende afdelingen uit 1841 blijkt zelfs dat de Tweede Afdeling enkel in naam bestond. Haar correspondentie en de agenda’s daarop werden bijgehouden door medewerkers van de Secretarie, haar financiële registers door personeel van de Derde Afdeling. Per 1 oktober 1 880 werd de afdeling dan ook opgeheven. De afhandeling der Surinaamse zaken werd ondergebracht bij de Eerste Afdeling. De Amerikaanse zaken werden ondergebracht in een nieuw gevormde afzonderlijke Afdeling Amerikaanse Zaken, verband houdend met de oprichting van een agentschap te New York in 1879. Deze nieuwe afdeling gebruikte reeds na enkele jaren, zonder dat daarover besluitvorming bekend is, weer de naam Tweede Afdeling. Zij is derhalve om praktische redenen in de inventaris als continuatie van de Tweede Afdeling beschouwd.

      Vanaf 1915 kreeg de Tweede Afdeling nieuwe inhoud en een nieuw gezicht; zij zou in de twintigste eeuw vooral als afdeling voor cultuurzaken gaan functioneren. De nieuw gevormde afdeling kreeg een zuiver administratief karakter en voerde geen eigen boekhouding. Haar takenpakket nam zij over van de Eerste Afdeling; in 1915 de Wissel- en Bankzaken met het Oosten en in 1919 de Cultuurzaken. De afdeling was vanaf 1919 dan ook gesplitst in een Tweede Afdeling Bankzaken en een Tweede Afdeling Cultuurzaken.

      De wissel- en bankzaken behelsden:

      • de behandeling van alle inkomende en uitgaande telegrafische en schriftelijke overmakingen [van en naar Azië]
      • alle wisselafgiften op Azië van de NHM zelf en van anderen
      • verrekeningen wegens Indische trekkingen met de Union Bank of Australia, de Nederlandsche Bank voor Zuid-Afrika en De Surinaamsche Bank
      • kredieten van en naar Indië
      • bij de NHM betaalbaar gestelde Indische deposito’s

      De cultuurzaken behelsden:

      • verzamelen van gegevens voor de directie ten behoeve van de besluitvorming inzake verlening van oogstkrediet
      • toezicht op de financiële positie der cultuurrelaties door middel van vergelijking van begrotingen met de resultaten; rapportage hierover aan de directie
      • financiering van relatie-ondernemingen
      • beheer, administratie en financiering van eigen cultuurondernemingen
      • correspondentie ter zake met Indië en de cultuurrelaties
      • indexeren van de correspondentie, verslagen, rapporten etc. betreffende de relaties, de eigen ondernemingen en algemene cultuuronderwerpen
      • bijhouden van statistieken betreffende productie, verkoop, kostprijzen etc. van alle cultuurrelaties, van de wereldproductie en -consumptie etc.
      • Surinaamse zaken

      De Tweede Afdeling onderhield nauwe contacten met de Vierde Afdeling, die het transport en de verkoop van de producten regelde.

      Per 1 januari 1934 werd de Tweede Afdeling Wissel- en Bankzaken verenigd met de Derde Afdeling in een Derde Afdeling nieuwe stijl. De Tweede Afdeling werd nu louter een Cultuurafdeling.

      Per 1 januari 1953 werd de naam Tweede Afdeling gewijzigd in Afdeling Cultures. Met ingang van 1 januari 1960 werd de afdeling samengevoegd met de Afdeling Producten [de voormalige Vierde Afdeling] tot de Afdeling Cultures en Producten.

    • De Derde Afdeling ving haar werkzaamheden aan op 1 januari 1825. Zij functioneerde aanvankelijk als de afdeling voor de ‘zaken op de West’. zijnde de handels-operatiën en het toezigt over al de factorijen, agenten en correspondenten, en in het algemeen over alles wat voor de maatschappij zal moeten worden verrigt, bestuurd en onderhandeld, in de volgende landen en ge westen, te weten: in Madeira, de Kanarische en Kaap- Verdiesche Eilanden, benevens de westkust van Afrika, van Tanger tot en ingesloten de Kaap de Goede Hoop; in geheel Zuid-Amerika en Noord-Amerika, de West-Indiën, de Antilles en de Açorische eilanden; langs de kusten van de Middellandsche Zee, en derhalve in de Levant, Egypte, Klein-Azië, langs de kusten der Zwarte Zee en voorts in geheel Europa.

      Bij een per 1 januari 1828 doorgevoerde interne reorganisatie werden de bovenomschreven werkzaamheden ondergebracht bij de Tweede Afdeling. De Derde Afdeling nam de taken over van de bij de reorganisatie opgeheven Vijfde Afdeling. Dit pakket viel in hoofdzaak uiteen in drie onderdelen, te weten een portefeuille comptabiliteit, een portefeuille stimulering economie en een portefeuille beheer der eigen [NHM-] aandelen. Meer specifiek:

      • het toezicht over de financiële staat der maatschappij; het inleveren der rapporten hierover; het oppertoezicht over de kassen bij alle kassiers en agenten, benevens de bepalingen wegens huishoudelijke uitgaven, waarvan de met deze afdeling belaste directeur bij het begin van elk jaar een begroting zal moeten inleveren. Alles behoudens de aan de vierde afdeling toegedeelde taken.
      • de behandeling van waarden van welke aard ook [remisen, assignaties etc.]. De directeur belast met de Derde Afdeling diende de bij de andere afdelingen ontvangen traites te accepteren. De afdeling diende een algemeen traiteboek en een algemeen remiseboek bij te houden.
      • voeren van de boekhouding inzake pensioenen en verloftraktementen [volgens opgave van 1841].
      • voeren van de financiële administratie van de Tweede Afdeling [volgens opgave van 1841].
      • het toezicht over het fabriekwezen, en het voorzien van de maatschappij van volledige kennis van de staat der ‘fabryken en manufacturen’ door het gehele rijk. In dit kader was de Derde Afdeling ook de afdeling die contact onderhield met en toezicht hield op de binnenlandse textielrelaties van de NHM, met name de firma Wilson te Haarlem en het agentschap Nijverdal.
      • vanaf 1859 het toezicht op de agentschappen in Japan
      • de bevordering van de landbouw.
      • het beheer over het register van aandelen en de registers van overdrachten, en uitvoering van de bepa1ingen vervat in het 15e en 16e en 19e art. van de Artikelen van Overeenkomst.

      In verband met de sterke inkrimping van de activiteiten van de Derde Afdeling werd zij per 1 januari 1934 gecombineerd met de Tweede Afdeling Wissel- en Bankzaken tot een nieuw gevormde Derde Afdeling, voornamelijk gericht op de wissel- en bankzaken met het Oosten, met uitsluiting van de zaken met en via de eigen kantoren. Tot haar werkterrein behoorde nu:

      • het openen van kredieten in het Oosten
      • telegrafische en schriftelijke transferten naar en van de eigen overzeese kantoren
      • verrekeningen wegens Indische betrekkingen met de Union Bank of Australia, de Nederlandsche Bank voor Z-Afrika en De Surinaamsche Bank
      • incassi op het Oosten
      • wisselafgiften op Azië
      • door de NHM betaalbaar gestelde Indische deposito’s en depositorente
      • behandeling van goud afkomstig uit Indië, Singapore en Penang
      • expeditietaken: verzending van 1. voor overzeese kantoren bestemde bootpost van de Tweede, Eerste en Vijfde Afdeling, alsmede van de Kasafdeling en Afdeling Boekhouding, en 2. luchtpost voor alle afdelingen, alsmede de agentschappen Rotterdam en ‘s-Gravenhage en het NIVAS..

      In september 1952 werd besloten de supervisie over de buitenkantoren [ = de kantoren overzee uitgezonderd Indonesië] aan de Factorij te ontnemen en naar Amsterdam over te brengen. Dit uit angst voor hinderlijke interventies van de Indonesische regering. Dit besluit had tot gevolg dat van de Derde Afdeling, die belast was met alle bankzaken met het Oosten, per 1 januari 1953 een Zesde Afdeling werd afgesplitst die de supervisie kreeg over de buitenkantoren in Nieuw-Guinua, Oost Afrika, Pakistan, India, Djeddah en Rangoon. Het betrof enkel de supervisie; de behandeling van dagelijkse zaken van de vestigingen in het Oosten bleef bij de Derde Afdeling.

      Per 1 januari 1953 werd de naam Derde Afdeling gewijzigd in Afdeling Bankzaken met het Oosten. In het kader van het streven naar een meer functionele indeling van de werkzaamheden bij het hoofdkantoor werd in november 1959 besloten de afdeling op te heffen. Haar werkzaamheden werden verdeeld over de bestaande afdelingen Binnenland [Eerste Afdeling] en Buitenland [Vijfde Afdeling] en een nieuw gevormde Afdeling Documenten.

    • De Vierde Afdeling begon haar werkzaamheden op 1 januari 1825. Het takenpakket van de afdeling viel aanvankelijk uiteen in een blok comptabiliteit en een blok transport, beheer en verkoop van producten. Meer specifiek: het toezigt over het grootboek, benevens de balans, memorie van toelichting en rapporten dien aangaande, alles in overeenstemming met daaromtrent bepaalde; het beheer over de plaatsing van de ledigliggende gelden, hetzij in belening, prolongaties, disconto's of op enig andere wijze, waarvan wekelijks aan de president een tabel moet worden aangeboden; de bezorging van assurantien zoo binnen als buiten het rijk, en de werkzaamheden die tot het opmaken en de finale afmaking der schade behooren; het sluiten van bevrachtingen van schepen in de verschillende havens des rijks; het beheer, over zoo wel over den in- als verkoop van alle goederen die tot de binnenlandsche speculatien behooren; het beheer over den verkoop van alle van buitenlands aangevoerde goederen, hetzij voor eigen rekening der Maatschappij, hetzij in gemeenzame rekening met anderen, hetzij in consignatie ontvangen. Teneinde meer eenheid te brengen in al hetgeen de comptabiliteit betrof, ging reeds per 1 februari 1827 de comptabiliteitsportefeuille over op de Vijfde Afdeling. Datzelfde jaar kreeg de Vierde Afdeling het beheer over de via de Tweede en Derde Afdeling ingekomen goederen, zogauw deze waren opgeslagen. Van de betreffende afdeling diende een nauwkeurige prijsopgave van de goederen te worden ontvangen. De Vierde Afdeling diende een magazijnboek bij te houden. De afdeling kon besluiten tot verkoop of anderszins van de goederen voordragen. Zij voerde tevens de correspondentie met de diverse binnenlandse agenten betreffende de verkoop van de goederen en het beheer van de veilingen in hun plaats.

      Na de verhuizing van het hoofdkantoor in 1831 van 's-Gravenhage naar Amsterdam kreeg de Vierde Afdeling de behandeling van de zaken van het voormalige agentschap Amsterdam toegewezen. In 1904 werd het kasbedrijf aan de Vierde Afdeling onttrokken en ondergebracht bij een afzonderlijke Kasafdeling. De afdeling behield goederen- en assurantiezaken. Hoofdzaak op goederengebied vormde de verkoop van de gouvernementsproducten. Een afzonderlijke afdeling met die naam, verantwoordelijk voor de verrekening met het gouvernement, werd kort na 1904 bij de Vierde Afdeling getrokken. Volgens een opgave van 1934 omvatte de afdeling in dat jaar de groepen 1. suiker, koffie en tabak, 2. rubber en guttapercha, 3. thee, 4. kopra, palmproducten en kinabast, 5. terpentijn, tin, 6. guatemalaproducten, 7. assurantie, 8. comptabiliteit, 9. controle, maildocumenten, vrachten.
      Per 1 januari 1953 werd de naam Vierde Afdeling gewijzigd in Afdeling Producten. Met ingang van 1 januari 1960 werd de afdeling samengevoegd met de Afdeling Cultures [Tweede Afdeling] tot de Afdeling Cultures en Producten.

    • De Vijfde Afdeling begon haar werkzaamheden op 1 januari 1825. De afdeling zou in eerste instantie slechts drie jaar bestaan. Per 1 januari 1828 werd zij opgeheven. In 1924 werd opnieuw een Vijfde Afdeling gevormd, nu met een totaal ander takenpakket. Gedurende de periode 1825-1828 viel het takenpakket van de Vijfde Afdeling uiteen in een blok comptabiliteit, een blok stimulering van de Nederlandse economie en een blok aandelenbeheer. Meer specifiek:
      - het toezicht over de financiële staat der maatschappij; het inleveren der rapporten hierover; het oppertoezicht over de kassen bij alle kassiers en agenten, benevens de bepalingen wegens huishoudelijke uitgaven, waarvan de met deze afdeling belaste directeur bij het begin van elk jaar een begroting zal moeten inleveren. Alles behoudens de aan de Vierde Afdeling toegedeelde taken.
      - vanaf januari 1827 de comptabiliteitsaangelegenheden die tot dan toe onder de Vierde Afdeling vielen; dit betrof alle waarden van welke aard ook (remisen, assignaties etc.). De directeur belast met de afdeling diende de bij alle afdelingen ontvangen traites te accepteren. Ter vervanging van de tot dan bestaan hebbende registers diende de afdeling een algemeen traiteboek en een algemeen remiseboek bij te houden.
      - het toezicht over het fabriekwezen, zijnde het voorzien van de maatschappij van volledige kennis van de staat der 'fabryken en manufacturen' door het gehele rijk.
      - de bevordering van de landbouw.
      - het beheer over het register van aandelen en de registers van overdrachten, en uitvoering van de bepalingen vervat in het 15e, 16e en 19e art. van de Artikelen van Overeenkomst. Bij een per 1 januari 1828 doorgevoerde interne reorganisatie werd de Vijfde Afdeling opgeheven. Haar taken werden overgenomen door de Derde Afdeling.

      Bij besluit van de directie van 15 december 1924 werden de taken, tot dan verricht door de Eerste Afdeling en de Afdeling Binnenland, opnieuw verdeeld. Aan een nieuw gevormde Vijfde Afdeling werden met name taken toegewezen op het terrein van het buitenlands betalingsverkeer, als de arbitrage, de termijnaffaires, de rekeninghouders in vreemde valuta, de nostro's bij de buitenlandse banken, de buitenlandse wisselportefeuille en de reiskredietbrieven. Volgens een opgave van 1934 kende de Vijfde Afdeling op dat moment de volgende groepen:
      - Loro's: voeren van de correspondentie met de loro-banken.
      - Wisselportefeuille en Goudbehandeling: behandeling van wissels in vreemde valuta en behandeling van goud [goud afkomstig uit Indië, Singapore en Penang werd afgehandeld door de Derde Afdeling].
      - Nostro's.
      - Reiskredietbrieven en reischeques.
      - Goudadministratie en statistiek.
      - Wisselkantoor: de in- en verkoop van vreemde munt en vreemd bankpapier en het optreden als arbitrageant.
      - Incassi op het buitenland.
      - Informaties betreffende buitenlandse banken. Per 1 januari 1953 werd de naam Vijfde Afdeling gewijzigd in Afdeling Buitenland.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in