gahetNA in het Nationaal Archief

Prins Bernhard Fonds

Door een storing is het op dit moment niet mogelijk om archiefstukken te reserveren. In de studiezaal van het Nationaal Archief kunnen archiefstukken via de balie worden gereserveerd.

2.19.034
Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
2005
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.19.034
Auteur: Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
2005
CC0

Periode:

1940-1990
merendeel 1940-1979

Omvang:

25,50 meter; 736 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:


Het archief van het Prins Bernhard Spitfirefonds bevat jaarverslagen, correspondentie, krantenknipsels en een kist met boekhoudkundige
Het archief van het Prins Bernhard Fonds Suriname bevat o.a. jaarverslagen, bestuursvergaderingen, een agenda op de briefwisseling van de algemeen secretaris, stukken over inzamelingsacties, subsidieaanvragen van verenigingen en de briefwisseling met A. Hanneman, penningmeester van het fonds.
In het archief van het Prins Bernhard Fonds Nederland bevinden zich stukken over de eigen organisatie en het algemeen en dagelijks bestuur, correspondentie met prins Berhnard en andere leden van het Koninklijk Huis, met de provinciale en grootstedelijke Anjerfondsen en met de zusterfondsen in het buitenland. Verder zijn er financiële stukken, correspondentie met allerhande stichtingen en fondsen, subsidiedossiers, informatie betreffende prijsuitreikingen, geldinzamelingen en vele bijzondere acties. Met name de subsidiedossiers bevatten een schat aan gegevens over projecten, activiteiten en instellingen van zowel professionele aard als op het gebied van amateurbeoefening.
Er zijn tevens een aantal gedeponeerde archieven.

Archiefvormers:

  • Prins Bernhard Spitfirefonds 1940-1946
  • Prins Bernhard Fonds in Nederland 1946-1960 en 1960-1975 (1980)
  • Prins Bernhard Fonds Suriname 1955-1970

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Het Prins Bernhard Spitfirefonds

Prins Bernhard heeft zijn naam gegeven aan drie fondsen die in dit verzamelarchief zijn samengebracht: het Prins Bernhard Spitfirefonds, het Prins Bernhard Fonds Suriname en het Prins Bernhard Fonds Nederland. Het oorspronkelijke Prins Bernhard Fonds, ook wel Spitfirefonds genoemd, is een particuliere organisatie die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Londen werd opgericht om geld in te zamelen voor de aankoop van oorlogsmaterieel. De officiële oprichtingsdatum van het fonds is 10 augustus 1940.

De doelstelling luidde: "Door middel van collectes onder de vrije Nederlanders over de gehele wereld geld bijeen te brengen om een bijdrage te leveren aan de oorlogsinspanningen van Geallieerden".

De organisatie van het fonds was in handen van het bedrijfsleven. Volgens de statuten was het fonds gevestigd op Curaçao, maar het secretariaat werd in Londen waargenomen door werknemers van Shell en de zeer belangrijke contacten met Nederlands-Indië verliepen via de Nederlandsche Handels-Maatschappij. De dagelijkse leiding berustte bij een Commissie van financieel beheer. Prins Bernhard verbond zijn naam aan het fonds en aanvaardde het regentschap. De gelden werden ingezameld door plaatselijke comités in Nederlandse kolonies over de hele wereld. Vooral de overzeese gebiedsdelen in Oost en West droegen in eerste instantie veel bij tot de bloei van het fonds. Gedurende de oorlog werd ongeveer 20 miljoen gulden bijeengebracht. Meer dan de helft hiervan is overgemaakt aan de Nederlandse regering voor de financiering van bommenwerpers, motortorpedoboten, de torpedojager Jan van Galen en een Dakota hospitaalvliegtuig. De rest van het geld werd aan de Britse regering overhandigd als bijdragen in de aanschaf van Spitfirejagers en ander oorlogsmaterieel.

De anjer

Het symbool van de witte anjer stamt af van een actie uit de beginjaren van de oorlog. In bezet gebied werd de verjaardag van prins Bernhard op 29 juni 1940 aangegrepen voor een massaal huldeblijk aan het uitgeweken koningshuis. Bij verschillende monumenten werden witte anjers neergelegd. Door een witte anjer in het knoopsgat te dragen, getuigde men van zijn afkeer van het nationaal-socialisme en betoonde men zijn aanhankelijkheid aan het koningshuis. De eerste Anjerdag was daarmee een feit. Ter gelegenheid van de verjaardag van prins Bernhard een jaar later, werden in Nederlands-Indië anjers verkocht, waarvan de opbrengst bestemd was voor de aankoop van een Spitfire.

Na beëindiging van de oorlog werd het Spitfirefonds geliquideerd. Het batig saldo werd besteed aan een nieuw fonds ter ondersteuning van de cultuur in Nederland.

Het Prins Bernhard Fonds in Nederland

In 1946 werd een nieuw Prins Bernhard Fonds opgericht. In dit fonds gingen verschillende verenigingen samen, waaronder de Stichting Nationaal Instituut en de Prins Bernhard Vereniging. Men stelde zich ten doel "bij te dragen tot de bevordering van de geestelijke weerbaarheid door middel van culturele zelfwerkzaamheid".

Het fonds kreeg een groot algemeen bestuur met vertegenwoordigers van alle levensbeschouwelijke en politieke geledingen van de Nederlandse samenleving. Prins Bernhard werd opnieuw regent van het in feite heropgerichte fonds. Het Prins Bernhard Fonds verrichtte zelf geen werkzaamheden, maar verleende financiële steun aan personen of organisaties, mits deze geen uitgesproken politiek of religieus karakter hadden.

Anjerfondsen

Om de aanvragen voor subsidies met een plaatselijk karakter te beoordelen, werden in 1947 dochterfondsen gesticht. Elke provincie en de drie grote steden kregen een eigen Anjerfonds.

De commissarissen der koningin werden benoemd tot voorzitter van de provinciale Anjerfondsen.

De twaalf fondsen in de provincies en drie grootstedelijke fondsen deden op lokaal of regionaal gebied hetzelfde als het Prins Bernhard Fonds landelijk, namelijk financiële bijdragen geven aan culturele initiatieven. De Anjerfondsen bewogen zich echter vooral op het terrein van de volkscultuur en de amateuristische cultuurbeoefening.

Inzameling van gelden

Het Prins Bernhard Fonds wilde als particuliere instelling de benodigde financiële middelen werven onder de bevolking. De jaarlijkse collectes op Anjerdag, de verjaardag van de prins, vormden lange tijd de belangrijkste bron van inkomsten. De dubbeltjes en kwartjes die door de plaatselijke Anjercomités bijeen werden gebracht vloeiden naar het Provinciale Anjerfonds. Dit maakte weer een gedeelte naar het landelijk fonds over. De Anjerfondsen waren niet alleen opgericht om betere contacten met het plaatselijke en regionale culturele leven te onderhouden, maar vooral ook om de organisatie van de jaarlijkse Anjeractie te verbeteren.

Het Prins Bernhard Fonds richtte zich ook tot het bedrijfsleven en de vakbonden met plannen voor steunacties. Daarnaast trachtte het fonds een aandeel te verwerven in de opbrengsten van loterijen, voetbalpools en totalisators. Er werd op tal van manieren getracht geld bijeen te brengen, zoals door het houden van benefietvoorstellingen en galapremières, de verkoop van speldjes en kunstartikelen en het organiseren van acties in samenwerking met bedrijven. Ook werden er bijvoorbeeld toespraken uitgegeven of reproducties van portretten van leden van het Koninklijk Huis verkocht, waarbij de opbrengst bestemd werd voor het fonds.

Subsidies, prijzen en opdrachten

Uit de verkregen gelden subsidieerde men weer talloze verenigingen, kunstenaars, tentoonstellingen, studiereizen, voorstellingen, publicaties op wetenschappelijk gebied en vormingswerkactiviteiten. Vanaf 1960 ondersteunde het landelijk fonds ook projecten binnen de monumentenzorg en het natuurbehoud. Vlak na de oorlog bleef het aantal subsidieverzoeken beperkt tot jaarlijks enkele tientallen. Zestig jaar later komen er per jaar ruim 7.500 aanvragen bij het Prins Bernhard Cultuurfonds binnen. In totaal is daarvoor 18 miljoen euro beschikbaar.

Door de samenwerking met de in 1955 opgerichte Fondation Européenne de la Culture, waarvan prins Bernhard voorzitter was, verbreedde het Prins Bernhard Fonds zijn doelstelling. Het fonds was nauw betrokken bij het instellen van de Erasmusprijs.

Het Prins Bernhard Fonds startte in 1950 met de uitreiking van een eigen culturele onderscheiding, de Zilveren Anjer, voor personen die zich belangeloos voor de Nederlandse cultuur inzetten. In 1955 werd de Martinus Nijhoff Prijs ingesteld voor vertalingen van letterkundige werken en in 1964 de David Röell Prijs voor beeldende kunst. Daarnaast werden een Kunstprijs voor de Sport en een Televisieprijs in het leven geroepen, die echter geen van beide lang bleven bestaan.

De denkbeelden waarmee het Prins Bernhard Fonds zijn culturele activiteiten onderbouwde, waren nauw verwant aan de cultuursociologie die na de oorlog sterk in opkomst was. Het fonds verstrekte in de jaren vijftig een aantal opdrachten voor sociologisch onderzoek naar de positie van kunstenaars, de cultuurspreiding, de verhouding tussen overheid en particulier initiatief en andere aspecten van het Nederlandse culturele leven. De rapporten werden gepubliceerd in de reeks "Mededelingen van het Prins Bernhard Fonds".

Cultuurfonds

Tussen 1960 en 1975 onderging het Prins Bernhard Fonds sterke veranderingen. In 1960 verwierf het fonds een vast aandeel in de opbrengst van de voetbaltoto, hetgeen naast de Anjeropbrengsten en incidentele opbrengsten van wervingsacties, leidde tot een vaste inkomstenbron die het fonds minder afhankelijk maakte van de publieke vrijgevigheid. Daarna wist het fonds ook nog een aandeel te verwerven in de sinds 1970 door de Algemene Loterij Nederland georganiseerde Giroloterij en de in 1974 geïntroduceerde Lotto. De geldstroom vanuit de Anjerfondsen werd omgedraaid, voortaan ondersteunde het landelijk fonds de Anjerfondsen in belangrijke mate.

Het Prins Bernhard Fonds bereikte een positie als gevestigd cultuurfonds. De sterke groei had ingrijpende interne gevolgen. Het beleid werd meer pragmatisch, zakelijker en professioneler.

De band met de Anjerfondsen werd na 1970 hechter door de invoering van een centrale administratie en de coördinatie van het plaatselijke subsidiebeleid.

Terwijl het algemeen bestuur langzaam aan invloed inboette, nam de betekenis van het dagelijks bestuur vanaf de jaren zestig toe. De toegenomen rol van het dagelijks bestuur werd in 1971 bekrachtigd door een statutenwijziging, waarin aan dit college een grotere handelingsvrijheid werd gegeven bij het verlenen van subsidies. Om de vergrijzing onder de bestuursleden een halt toe te roepen werd de maximale zittingsduur naar tien jaar gebracht.

Het fonds trachtte aansluiting te vinden bij de maatschappelijke ontwikkelingen. Het zocht naar middelen om de publiciteit te verbeteren en begon aan het einde van de jaren zestig mede hierom zelf culturele experimenten te ondersteunen. Naast het geven van subsidies naar aanleiding van een aanvraag, ging men bepaalde projecten zelf sturen en integraal financieren. De behoefte aan vernieuwing kwam ook tot uitdrukking bij de keuze van kandidaten voor de Zilveren Anjer en de David Röell Prijs.

Door overheidsbezuinigingen nam de druk van subsidieaanvragen op het fonds toe. Het subsidiebudget steeg, maar het fonds weigerde automatisch in te vallen voor de terugtredende overheid. Het beleid kenmerkte zich juist door de behoefte grotere handelingsvrijheid te krijgen. Het budget werd in 1975 voor bijna de helft in beslag genomen door bijdragen aan musea en historische monumenten. Na 1980 zou men deze tendens keren door de aandacht weer meer te richten op de levende cultuur. Onder meer door het oprichten van opdrachtenfondsen.

Schenkingen en Fondsen op Naam

Het Prins Bernhard Fonds bereikte in 1963 dat aan het fonds gedane schenkingen voortaan geheel waren vrijgesteld van schenkingsrecht. Legaten en erfstellingen zijn sinds de Successiewet 1956 al onderworpen aan een verlaagd vast belastingtarief. Naast de gewone inkomsten door schenkingen, beheert het Prins Bernhard Fonds verschillende nalatenschappen en fondsen die bestemd zijn voor een cultureel initiatief en waaruit specifieke uitkeringen worden verricht. Deze (later geheten) Fondsen op Naam, ontstaan uit een bijzondere en doelgerichte schenking door een individu of groep personen.

De naam en de doelstelling van een Fonds op Naam wordt door stichter bepaald. Deze kan zowel algemeen als specifiek geformuleerd worden, zolang de doelstelling maar aansluit bij die van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Cultuur in brede zin

In de periode 1940 tot 1980 ontwikkelde het Prins Bernhard Fonds zich van een fonds voor de aankoop van oorlogsmaterieel via een fonds voor geestelijke weerbaarheid tot een van de belangrijkste particuliere cultuurfondsen in Nederland. Het fonds hanteert daarbij een definitie van cultuur in zeer brede zin. Ging het in de eerste decennia van het bestaan vooral om bevordering van de zelfwerkzaamheid, later ontplooide het Prins Bernhard Fonds zelf initiatieven in de vorm van opdrachten en het initiëren van projecten. Het landelijke subsidiebeleid is vanaf de tweede helft van de jaren zeventig vooral gericht op cultuurconservering, onderzoeksprojecten voor natuurbehoud en steun aan professionele kunstenaars, musici en filmers. Daaronder zijn een aantal subsidies van nationaal belang. In tegenstelling tot de ontwikkeling van het landelijk fonds is het beleid van de Anjerfondsen dan nog steeds gericht op de zelfwerkzaamheid en de amateuristische cultuurbeoefening.

Voor meer uitgebreide informatie over de geschiedenis en ontwikkeling van het Spitfirefonds, het Prins Bernhard Fonds en de zusterfondsen wordt verwezen naar de jubileumuitgave: "Tot stand gekomen met steun van ...: vijftig jaar Prins Bernhard Fonds, 1940-1990", die ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van het fonds in 1990 uitgegeven werd.

Het Prins Bernhard Fonds Indonesië

Het Prins Bernhard Fonds te Batavia en het Spitfire Fonds werden in het begin van de Tweede Wereldoorlog opgericht. Allebei de fondsen gaven steun aan de oorlogvoering in Europa. In 1940 werden beide fondsen daarom samengevoegd onder de naam Verenigde Prins Bernhard en Spitfire Fondsen. Toen de oorlog in de Pacific uitbrak werd het "8 December Fonds" opgericht. Dit fonds steunde de oorlog in het Oosten. Het wegvallen van de bijdragen uit Nederlands-Indië betekende een gevoelig verlies voor het Prins Bernhard Spitfirefonds in Nederland dat eerder meer dan 90 % van zijn inkomsten uit dit gebied ontving. Met het binnentrekken van de Japanse troepen in Batavia in maart 1942, kwam definitief een einde aan de activiteiten van de Verenigde Prins Bernhard en Spitfire Fondsen in Nederlands-Indië.

Na de oorlog werd het Prins Bernhard Fonds in Indonesië opnieuw opgericht. Dit fonds had de status van dochterfonds of afdeling van het fonds in Nederland en werd 1952 alweer opgeheven.

In 1954 heeft het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie in Amsterdam een onderzoek ingesteld naar de archieven van het Prins Bernhard Fonds Indonesië en het Spitfire Fonds in Indonesië. De weduwe van de journalist A.L. Hoorn heeft een verklaring over de archieven afgelegd. Haar man was destijds werkzaam bij het persbureau Aneta in Batavia. Bij hem thuis, op het adres van Heutzboulevard no. 9 in Batavia, werden de archieven van deze fondsen gedurende de Japanse bezetting bewaard. In 1954 is er over de archieven gecorrespondeerd tussen het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie in Amsterdam en drs. J. Henrick Mulder, algemeen secretaris van het fonds. De heer Mulder heeft contact opgenomen met de heer N. Hoekstra, oud-bestuurslid van het PBF Indonesië. Hoekstra bericht dat na de overgave van Japan er niets van de archieven is teruggevonden. Men neemt aan dat de archieven omstreeks 1942 verloren zijn gegaan.

In het archief van het Nederlandse fonds (inventarisnummer 10) bevind zich een beperkt aantal archiefstukken over het Prins Bernhard Fonds, afdeling Indonesie, en betrekking hebbende op de jaren 1948 1950.

Het Prins Bernhard Fonds Nederlandse Antillen

Het initiatief tot de oprichting van een Prins Bernhard Fonds Nederlandse Antillen is gekomen van het toenmalige hoofd van de regeringsvoorlichtingsdienst op Curaçao, dr. H. Hermans. Er bestond al een actief Comité tot Bevordering van de Wetenschap. Toen Hermans in het voorjaar van 1953 tijdens een bezoek aan Nederland in contact kwam met het Prins Bernhard Fonds, besloot hij op voortvarende wijze voornoemd Comité naar het Nederlandse voorbeeld verder uit te bouwen. De officiële oprichting van het Prins Bernhard Fonds Nederlandse Antillen vond plaats op 7 augustus 1953 tijdens een kort zakenbezoek dat de prins aan de eilanden bracht.

Het zusterfonds in de Nederlandse Antillen ontwikkelde zich in grote zelfstandigheid. Die zelfstandigheid werd in 1962 benadrukt, doordat de bevoegdheden van de regent op verzoek van dit fonds waren overgedragen aan de gouverneur van de Antillen. Het subsidiebeleid onttrok zich echter goeddeels aan de waarneming van het bureau in Nederland en in de Antillen kwam er nauwelijks eigen fondsenwerving op gang. Het Nederlandse fonds steunde daarom aanvankelijk alleen op directe wijze een aantal individuele projecten op het gebied van de cultuur en het natuurbehoud op de Nederlandse Antillen. In 1985 werd deze directe steun vanuit Nederland aan specifieke projecten omgezet in een jaarlijkse algemene subsidie. Hiermee hoopte het de vicieuze cirkel te doorbreken waarbij geringe subsidieverlening en geringe fondsenwerving elkaar versterken. Jaarlijks worden nog steeds uit de Nederlandse gelden subsidies verstrekt op het gebied van literatuur, muziek, toneel, jeugd- en buurtwerk en natuurbehoud.

Het Prins Bernhard Fonds Nederlandse Antillen (inmiddels Nederlandse Antillen en Aruba) bestaat nog steeds.

Het Prins Bernhard Fonds Suriname

In 1955 brachten koningin Juliana en prins Bernhard een statiebezoek aan Suriname.

Bij deze gelegenheid werd door prins Bernhard op 2 november 1955 het Prins Bernhard Fonds Suriname opgericht. Bij het onafhankelijk worden van Suriname op 25 november 1975, werd het fonds opgeheven. Dit fonds had dezelfde doelstellingen, te weten het ondersteunen van culturele initiatieven, als de zusterfondsen in Nederland en in de Nederlandse Antillen, met wie het nauw zou samenwerken. Volgens de statuten streefde het bestuur van het fonds naar:

  • bevordering van de wetenschappelijke, kunstzinnige en andere culturele zelfwerkzaamheid van de tot het Koninkrijk der Nederlanden behorende volksgroepen in Suriname;
  • het uitdragen van de Nederlandse cultuur in Suriname en in de omliggende gebieden; en
  • de wetenschappelijke, kunstzinnige en andere culturele prestaties van Suriname een zo wijd mogelijke bekendheid geven, zowel binnen het Koninkrijk als daarbuiten.

Het fonds zou zelf in zijn inkomsten voorzien door giften, zoals bijvoorbeeld via de Anjeracties. In Suriname werden deze districtsgewijs georganiseerd.

Het Prins Bernhard Fonds Suriname subsidieerde uitgaven op wetenschappelijk en cultureel gebied en steunde activiteiten van uitvoerende kunstenaars. Periodiek schreef het prijsvragen uit op het gebied van poëzie en proza teneinde de eigen Surinaamse letterkunde te stimuleren. Ook streefde het fonds naar voordrachten van Surinamers voor uitreiking van de Zilveren Anjer.

Het Surinaamse fonds stond onder leiding van prins Bernhard, die als regent optrad. De regent kon zich laten vertegenwoordigen door de gouverneur van Suriname. De leiding berustte bij een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur bestond uit een voorzitter, een secretaris, een penningmeester en enkele leden. Doordat de eerst benoemde secretaris, dr. C. Nagtegaal, tevens directeur van het Kabinet van de Gouverneur was, ging zijn functie, ofschoon hij op persoonlijke titel was benoemd, op zijn ambtsopvolger over.

Het bestuur van de stichting legde jaarlijks rekening en verantwoording af van het gevoerde beheer aan de regent. Dit gebeurde, totdat in 1969 de activiteiten nagenoeg werden gestaakt en het fonds een slapende stichting werd. Bij het onafhankelijk worden van Suriname op 25 november 1975, werd het Prins Bernhard Fonds Suriname opgeheven. De overgebleven gelden gingen ingevolge de statuten naar een culturele stichting in Suriname.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in