Amsterdamsche Bank
- Archiefinventaris
- Inleiding
- Inventarisnummers
- Bestanden
- Alle scans (0)
2.18.32
D.J. Wijmer
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 2012
Beschrijving van het archief
Naam archiefblok:
Amsterdamsche Bank
Amsterdamsche Bank
Periode:
1609-1993
merendeel 1871-1964
Omvang:
258,50 meter; 4242 inventarisnummers
Taal van het archiefmateriaal:
Het merendeel der stukken is in het Nederlands.
Soort archiefmateriaal:
Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.
Archiefbewaarplaats:
Nationaal Archief, Den Haag
Samenvatting van de inhoud van het archief:
HIER IS GEEN GEEN TEKST - IS WEL VERPLICHT
Archiefvormers:
- Amsterdamsche Bank NV, 1871-1964
- Amsterdamsche Bank NV, Bijbank te Rotterdam, 1917-1967
- Incasso-Bank NV, 1891-1948
- Bandar Oliepalmen Cultuur Maatschappij, 1910-1964
- Bank van Doijer & Kalff NV te Zwolle, 1824-1957
- Financieele Maatschappij voor Nijverheidsondernemingen NV te Amsterdam, 1883-1959
- Friesche Bank NV te Leeuwarden, 1917-1937
Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
Geschiedenis van het archiefbeheer
Bij de Amsterdamsche Bank had de zorg voor het niet-dynamische deel van het archief geen grote prioriteit. De eerste tekenen van belangstelling uit de hogere echelons van het bedrijf voor de oudere delen van het archief dateren uit de jaren vijftig en zestig en zijn eigenlijk symptomatisch: het aangroeiende archief creëerde een ruimteprobleem, en daarmee dus een financieel probleem. Dit probleem speelde overigens niet alleen bij de Amsterdamsche Bank, maar ook bij de andere banken. De 'grote vier' van dat moment ondernamen daarom op initiatief van P. Plantenga, directeur van de Rotterdamsche Bank, gezamenlijk actie en zetten ter oplossing van de problemen een commissie aan het werk. Uit een memorandum van 1961 blijkt vooral belangstelling voor de juridische kant. Uitgangspunt was enkel de vraag wat om reden van bewijskracht en wettelijke voorschriften bewaard moest worden; het historisch-culturele aspect speelde bij de overwegingen geen rol. Al enige jaren daarvoor, midden jaren vijftig, was men bij de hoofdbank van de Amsterdamsche Bank overgegaan tot maatregelen om het probleem van de beperkte ruimte en 'de bijna onrustbarende toename van het volume archiefstukken', zoals een circulaire van de Afdeling Huisvesting het uitdrukte, te lijf te gaan. Dezelfde circulaire stelde de bewaartermijn van alle stukken op tien jaar, met uitzondering van enkele categorieën als cliëntenkaarten van de fondsenboekhouding, waarvoor een termijn van dertig jaar zou gelden. Het aantal permanent te bewaren bescheiden diende geminimaliseerd te worden. Uit dezelfde tijd (en vermoedelijk in verband hiermee) dateert een register van 'op het archief [van de hoofdbank] aanwezige bescheiden', met opgave van bewaartermijnen. Ook hier lijken de termijnen eerst en vooral te zijn ingegeven door wettelijke vereisten. Het aantal categorieën 'permanent [te bewaren]' is minimaal.
De enorme hoeveelheden geproduceerde archiefbescheiden maakten beheersing en opslag ervan natuurlijk problematisch. Mogelijk is regelmatig gekozen voor de oplossing van (tijdelijke) opslag in hulpdepots. Het eerder genoemde register vermeldt een dergelijk depot aan de Populierenweg te Amsterdam. Met enige moeite kon achterhaald worden dat het hier ging om een tijdelijk gehuurd pand. Verdere gegevens, bijvoorbeeld over de hier opgeslagen bestanden, ontbreken geheel. Dit geldt ook voor het mogelijke bestaan in het verleden van meer van dergelijke hulpdepots. Het maakt duidelijk dat het systematisch achterhalen van de lotgevallen van afzonderlijke bestanddelen van het archief vrijwel onbegonnen werk is. De bovengenoemde houding en problemen zijn zonder twijfel mede oorzaken van het feit dat het archief van de Amsterdamsche Bank verminkt en onevenwichtig is overgeleverd. Hoewel series als de notulen en jaarverslagen min of meer compleet bewaard zijn gebleven, zijn bijvoorbeeld de series bijlagen bij de notulen en de directiecorrespondenties grotendeels verdwenen. De bestanden die van de uitvoerdende afdelingen bewaard zijn gebleven geven voornamelijk de indruk van 'vergeten weg te gooien'. Duidelijk mag zijn dat het archief zoals dat is overgeleverd slechts zeer ten dele representatief is voor de bedrijfsprocessen binnen de Amsterdamsche Bank als geheel.
De verwerving van het archief
Kort na de fusie in 1991 van de Amro Bank en de Algemene Bank Nederland (ABN) en de oprichting van ABN AMRO Historisch Archief werd een grote hoeveelheid archief van de Amsterdamsche Bank vanuit het voormalige hoofdkantoor aan de Herengracht overgebracht naar het depot van het Historisch Archief. Dit materiaal werd aangevuld met bestanden afkomstig van het destijds in Weesp gevestigde Concernarchief van de bank en rechtstreeks van diverse afdelingen. In 1994 werd dit materiaal geïnventariseerd. In de loop van de volgende jaren zijn er nog aanzienlijke aanvullingen bij het Historisch Archief binnengekomen en aan de bestaande inventaris toegevoegd.
Het archief is voor langere tijd in beheer, niet in eigendom verkregen.



Reacties