gahetNA in het Nationaal Archief

Hulpverlening Oorlogsgetroffenen

2.15.26
J. Gaillard
Nationaal Archief, Den Haag
1980
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.15.26
Auteur: J. Gaillard
Nationaal Archief, Den Haag
1980
CC0

Periode:

1954-1979
merendeel 1975-1978

Omvang:

3,30 meter; 237 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. In het archief bevinden zich stukken in het Duits, Frans en Engels.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief bevat naast notulen en kopieën van uitgegane stukken, onder meer stukken betreffende hoorzittingen met belangenorganisaties van oorlogsslachtoffers, door de commissie en haar subcommissies verricht onderzoek en deelname aan conferenties en cursussen. Daarnaast bevat het stukken betreffende de rapportage van de commissie, zoals tussentijdse adviezen, het interimrapport en het eindrapport. Verder zit er in het archief documentatiemateriaal in de vorm van externe rapporten en kranten- en tijdschriftartikelen.

Archiefvormers:

  • Werk- en Adviescollege Immateriële Hulpverlening aan Oorlogsgetroffenen

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Selectie en vernietiging

Verantwoording van de bewerking

In december 1978 is een begin gemaakt met de inventarisatie van het W.A.C.-archief. Daar de tweede secretaris van het toen al voormalig college, L.F.P. Kuitenbrouwer, het archief nog regelmatig moest raadplegen in verband met zijn werkzaamheden voor de Voorbereidingscommissie Icodo, vond een voorlopige beschrijving der stukken plaats op het bureau van het secretariaat.

Hoewel artikel 10 van de instellingsbeschikking(

Inv.nr. 44.

) stelde, dat het beheer van de bescheiden zou geschieden met inachtneming van de terzake geldende bepalingen van het Besluit Post- en Archiefzaken Rijksadministratie 1950 (Stb. K 425) op overeenkomstige wijze als ten departemente van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, waren de stukken naar eigen inzicht geordend.

Door middel van kopieën waren drie zelfstandige series geschapen:

  1. een serie briefafschriften (een serie kopieën van uitgegane stukken);
  2. een serie correspondentie met de verschillende belangenorganisaties;
  3. een "onderwerparchief".

Door deze wijze van ordening waren tal van zaken op meer plaatsen opgeborgen, terwijl niet altijd de stukken betreffende één zaak bij elkaar werden aangetroffen. Bij het terugzoeken van een bepaald stuk bleek niet duidelijk in welk van de twee laatste series het origineel te vinden was. Ook om dubbele bewaring van stukken zoveel mogelijk te voorkomen en om de stukken betreffende één zaak bij elkaar te krijgen is deze ordening in overleg met de adjunct-secretaris losgelaten.

Het "onderwerparchief" was gedeeltelijk zaaksgewijs geordend. Het overige deel bleek een documentatieverzameling te bevatten. Deze documentatieverzameling is in de inventaris apart opgevoerd. Het zaaksgewijze geordende gedeelte van het "onderwerparchief" is versmolten met de serie correspondentie met de belangenorganisaties.

Bij het ordenen van het archief zijn de afdelingen ontleend aan de taakonderdelen van het college.

Het secretariaat van het college heeft externe rapporten, kranten- en tijdschriftartikelen ter informatie aan de leden gezonden. Daar deze documentatie van belang geacht werd, is hieraan ook bij de inventarisatie aandacht besteed. In bijlage II en III bij de inventaris zijn de rapporten en artikelen gespecificeerd.

In het evaluatierapport heeft de secretaris H. Leliefeld de werkzaamheden beschreven die nog verricht moesten worden na de eerste fase van het zich oriënteren en in de planningsnota de te verrichten werkzaamheden na het uitbrengen van het interim-rapport. Daar de rapporten aansluiten op de stukken betreffende deze twee onderwerpen, zijn zij in de inventaris hier direct achter geplaatst(

Inv.nr. 82 en 162.

).

Nadat het archief voor een groot deel beschreven was, is het archief bij het proces-verbaal van 30 mei 1979 overgebracht naar het Semi-statisch archief van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. Een exemplaar van dit procesverbaal is opgeborgen in het archief van de Afdeling Post- en Archiefzaken van het ministerie.

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in