Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Nederlandse Cie. Ikonografische Documentatie

2.14.07
J.A.A. Bervoets
Nationaal Archief, Den Haag
1978
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.14.07
Auteur: J.A.A. Bervoets
Nationaal Archief, Den Haag
1978

CC0

Periode:

1944-1977
merendeel 1952-1977

Omvang:

0.10 meter; 13 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De Nederlandse Commissie voor Ikonographische Documentatie is in 1929 ingesteld met als doel het registreren van schilderijen, tekeningen, prenten, kaarten en portretten zodat dit materiaal gebruikt zou kunnen worden bij het illusteren van historische publicaties. Het archief bevat o.a. stukken betreffende de organisatie, verslagen van bijeenkomsten van de Internationale Ikonografische Commissie, reproducties van portretten van leden van het geslacht Van Voorst tot Voorst en documentatie betreffende de commissie.

Archiefvormers:

  • Nederlandse Commissie van Ikonografische Documentatie

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

De Nederlandsche Commissie voor Ikonographische Documentatie werd ingesteld bij beschikking van de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van 31 oktober 1929, nr. 5006. Aan deze instelling ging een verzoek van de Algemene Rijksarchivaris, mr. R. Fruin vooraf, waarin hij de doelstellingen van deze commissie uiteenzette: het registreren van "schilderijen, teekeningen en platen, geteekende en gedrukte kaarten, portretten enz." die als illustratie bij historische publicaties kunnen worden gebruikt. De oprichting van de commissie werd aangemoedigd door het Internationaal Comité voor Geschiedeniswetenschappen, dat in het voorjaar van 1929 bijeenkwam ( TEN 1) Archief van leden van het geslacht Van Beresteyn en aanverwante geslachten, inv. nr. 2051. ).

Uitgangspunt van de werkzaamheden van de commissie was een reeds verschenen publicatie van een opgave van geschilderde en gebeeldhouwde portretten tot 1800. De Iconographia Batava van E.W. Moes ( E.W. Moes, Iconographia Batava, beredeneerde lijst van geschilderde en gebeeldhouwde portretten van Noordnederlanders in vorige eeuwen. Amsterdam, 1897-1905. ). Zijn werkzaamheden werden met grote ijver voortgezet voor jhr. mr. dr. E.A. van Beresteyn, die de leiding had over het in 1923 opgerichte iconographisch bureau van het Genealogisch Heraldisch Genootschap "De Nederlandsche Leeuw" ( Archief van leden van het geslacht Van Beresteyn en aanverwante geslachten, inv. nr. 2046. ). Ook kon de commissie beschikken over het kunsthistorisch documentatiemateriaal van C. Hofstede de Groot, die in 1928 zijn verzameling aan de staat schonk ( Archief van leden van her geslacht Van Beresteyn en aanverwante geslachten, inv. nr. 2048. ). Was de commissie zelf in eerste instantie een werkcommissie, die zich met de registratie van iconographisch materiaal bezighield, in 1930 diende zij ook het departement van advies over de zorg voor het verzamelde materiaal ( Archief van leden van her geslacht Van Beresteyn en aanverwante geslachten, inv. nr. 2052. ). In 1932 werd het Rijksbureau voor Kunsthistorische en Iconographische Documentatie opgericht, dat in 1935 zijn bureau kreeg aan de Korte Vijverberg, Den Haag. Van Beresteyn, die op zijn karakteristieke manier een dominerende figuur in de commissie was, schonk aan het bureau zijn documentatiemateriaal en werd beheerder van de iconographische verzameling ( Archief van leden van her geslacht Van Beresteyn en aanverwante geslachten, inv. nr. 2048. ). Hij was het, die de fiches ontwierp, waarop portretten beschreven moesten worden. Deze fiches werden ook door de iconographische commissie van het Internationaal Comité voor Geschiedeniswetenschappen als richtlijn aanbevolen aan andere landelijke commissies. Onder invloed van Van Beresteyn bepaalde de door de commissie voorgestane iconografie zich vooral tot de registratie van portretten. De aktiviteiten van Van Beresteyn leidden in 1945 tot de oprichting van het Centraal Bureau voor Genealogie, dat de iconographische afdeling van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie overnam, waarna het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie als een afzonderlijke instelling bleef voortbestaan ( Onder "iconografische documentatie" verstaat men de portrettendocumentatie die uitging van de afgebeelde persoon; documentatie, uitgaande van de schilder, bleef bij het Rijksbureau van Kunsthistorische Documentatie. ). De commissie, die bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog haar officiële activiteiten staakte - pogingen tot uitgave van ikonografieën beperkten zich tot persoonlijke initiatieven van Van Beresteyn - kwam eerst weer in 1953 bijeen. De secretaris, O.L. van der Aa, voerde officiële correspondentie en notuleerde formele afspraken, waarin onder meer wensen omtrent de positie ten aanzien van het Centraal Bureau voor Genealogie werden geformuleerd ( Notulen van de vergadering van de commissie, 23 maart 1953, inv. nr. 2. ). De leden waren van mening, dat de werkzaamheden van het Centraal Bureau te genealogisch waren gericht en wilde de nadruk leggen op de meer historische en kunsthistorische aspecten van de iconografie ( Notulen van de vergadering van de commissie, 23 maart 1953, inv. nr. 2. Notulen van de vergadering van 15 januari 1954 en 24 mei 1955. ). Op 28 december 1955 richten de voorzitter van de commissie (mr. A. Staring) en de voorzitter van het Centraal Bureau voor Genealogie (jhr. mr. C.C. van Valkenburg) de Stichting Iconografisch Bureau op. Met ingang van 1 januari 1957 heeft deze het documentatiemateriaal en de werkkrachten van de iconografische afdeling van het Centraal Bureau voor Genealogie overgenomen ( Een geschiedenis van het beheer van dit documentatiemateriaal bevindt zich in inventarisnummer 12. ). De werkzaamheden van de commissie bleven sedertdien beperkt tot het plannen van uitgaven van iconografieën als van Constantijn Huygens, Erasmus, Michiel de Ruyter en de heruitgave van Moes' Iconographia Batava. Na 1963 bleek de commissie slechts te bestaan uit de voorzitter en de secretaris, doordat na overlijden en terugtrekking van de overige leden geen vakatures meer werden opgevuld. De secretaris van de commissie liet in het Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie van 1973 een artikel over de geschiedenis van de iconografie in Nederland het licht zien ( O.L van der Aa, "Feiten en conterfeitsels, portretteniconografie in Nederland", t.a.p., pag. 30-43. ).

In het kader van een onderzoek naar niet meer werkzame staats- en andere commissies werd de commissie bij beschikking van de minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk van 27 september 1977, nr. 193.6601 M.M.A., opgeheven. Het archiefbestand van de commissie werd onder de zorg van het ministerie gebracht.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in